Sloten |2|

De Sneeker Waterpoort te Slooten, omstreeks 1780. (Van dezen kant was de aanslag van Doaitse Sibles beraamd.)

Aan den naam van de tevoren genoemde plaats is die van het Friesche geslacht van Slooten, waartoe o.m. in de tweede helft der 18de eeuw de kapitein ter zee Sipke Janesz. van Slooten, behoorde, en waarschijnlijk eveneens die van het geslacht Slootstra ontleend. (Datum-Luitenant ter Zee, Sipke Janesz. van Slooten 30-7-1757)

Hervormde Pastorie.

Naamlijst Predikanten te Slooten.

  • 1581. Aggaeus, was dienaar hier, volgens de Synodale acten van 1584. Zie: www.dbnl.org
  • 1586. Theunis Claasz van Wassenaar, broeder van Tjebbe en van Johannes. In de rolle van 's Hofs dingtalen dienende den 8 October 1586, wordt hij genoemd „tegenswoordig dienaar te Sloten"; hij was hier misschien ter leen van Workum , en is van daar of van hier verroepen naar Stiens in het laatst van 1586 of in het begin van 1587 ; dit is nog niet zeker.
  • 158. Rudolphus Pauli Faber, was hier in 1587 en misschien beroepen van Kouduin; hij was lid der Synode als ouderling in 1591 ; denkelijk is hij van hier verroepen naar Koudum, althans kwam hij daar in October 1594. In 1599 wordt gemeld van een langdurige oneenigheid tusschen den dienaar en eenige lidmaten, die toen door de Synode weggenomen is; de verzoening is afgekondigd den 14 October 1599; echter zouden de deputaten zich zeer bevlijtigen om dezen dienaar bij de eerste geschikte gelegenheid te verplaatsen.
  • 1602? Johannes Cornelis Sylvius, is beroepen van Minnertsga omstreeks 1602, verroepen naar Sloten en Sloterdijk (provincie Noord-Holland) in 1604, naar Amsterdam in de gasthuiskerk in 1610; tot gewoon predikant te Amsterdam in 1622, waar hij overleed den 19 October 1638 in den ouderdom van 73 jaren.
  • 1608. Johannes Hattemius, is zeker dezelfde als Piersen en dan beroepen van Winsum, waar hij vertrok den 20 Augustus; hij was nog hier in 1610, en toen Deputatus Synodi.
  • 16 . Henricus Phanius, schoonbroeder van R. S. van Idsinga te Gaast, kwam hier op een tijdstip, dat niet meer aangewezen kan worden; hij was hier in 1623, en toen Deputatus synodi, en overleed in 1636. Zijne vrouw was Bauck van Idsinga.
  • 1637. Petrus Sylvius, geboren te Amsterdam, zoon van Joh. Corn. bovengenoemd, kandidaat te Amsterdam, is hier beroepen, geapprobeerd den 17 October, verroepen naar Muiden, gedimitteerd den 8 November 1639 , en overleden aldaar in 1653. Hij trouwde te Amsterdam den 18 Mei 1638, oud 27 jaren, en te Muiden den 28 Augustus 1641.
  • 1639. Jacobus Vermeulen, is beroepen van Hemelum, geapprobeerd en gedimitteerd den 17 November, en overleden in 1653.
  • 1656. Johannes Janssonius, kandidaat, is hier beroepen, en bij de Heeren Staten is zijn beroep gecontinueerd den 22 Februarij 1656. Hierover is een langdurige twist geweest, waarbij in de klassis en in de synode vonnissen zijn gevallen. De Burgemeester Schelte Intes is, wegens onbehoorlijke oppositie tegen het installeeren van den Predikant, op het Collegie verschreven den 28 Julij en op het blokhuis gebracht, terwijl den Procureur Generaal is gelast hem zijn proces te maken den 4 Aug. De injurieuse rescriptie van Ds. C. Bruinsma, wegens den Magistraat en Vroedschap te Slooten, veroorzaakte dat ook deze en eenige leden van dien verschreven en den 5 Augustus gecompareerd zijn en zich excuseerden, waarop zij serieus zijn gereprimeerd den 25 der zelfder maand.
  • 1674. Ludovicus de Marees, kandidaat, geapprobeerd in Januarij, is lid der klassis geworden den 28 April. Zijne vrouw was Geeske Adius. Hij overleed in 1710, zonder kinderen na te laten.
  • 1711. Johannes de la Ferte, is beroepen van Oudeschoot, geapprobeerd den 9 Junij. Zijn emeritaat, bij de Heeren Gedeputeerde Staten aangevraagd, werd den 22 September 1751 toegestaan, en, alhoewel hiervan nog geen rapport in de klassis was ingebracht, wegens de ongesteldheid van een der klassicale gecommitteerden, en hij tusschen den 27 en 28 September 1751 overleed, oud ongeveer 88 jaren, rekende men de plaats vakant, en beriepen de Magistraat en kerkeraad uit een zevental.
  • 1751. Arend Braunius, zoon van Henr. en broeder van Christ. Herm. van Molkwerum, deed zijn intreerede den 12 December, werd emeritus in September 1789, en overleed te Bolsward den 24 September 1792.
  • 1790. Henricus Muntingh, geboren te Nijeziel den 13 Junij 1742, zoon van Jac., broeder van Egb. te Nieuwbrongerga, heeft als kandidaat den dienst anderhalf jaar waargenomen voor Ds. W. Peiffers, te Amsterdam, is daarna in dienst getreden te Ede in Gelderland in 1767 en deed, van daar hier beroepen, zijn intreerede den 13 Junij en, verroepen naar Marrum ca. , afscheid den 30 Julij 1797.
  • 1797. Nicolaas Schotsman, geboren te Purmerend, is als kandidaat in dienst getreden te Spanbroek en Opmeer in 1787, te Oudshoorn in 1788, te Schoonhoven in 1790, te Leiden in 1793, en aldaar wegens politiek ontslagen in 1796. Hij trad weder in dienst te Molenaarsgraaf den 6 Augustus 1797, deed, van daar hier beroepen, zijn intreerede den 8 October en, verroepen naar Sneek, afscheid den 26 Augustus 1798.
  • 1798. Meinardus Meiners, deed, beroepen van IJlst, zijn intreerede den 14 October en, verroepen naar Workum, afscheid den 7 October 1804.
  • 1805. Jan Los, deed, beroepen van Augustinusga, zijn intreerede den 12 Mei en, verroepen naar Peize, afscheid den 23 October 1808.
  • 1810. Jan Dobelman, geboren te Amsterdam den 31 Augustus 1775, was als kandidaat te Blokzijl in October 1806, is van daar hier beroepen, deed zijn intreerede den 7 Januarij, en overleed den 4 Julij 1837. Hij vermaakte aan de diakonie f 13,400.
  • 1838. Maurits van Selms, geb. te Woerden 1806, is als kand. bevestigd 1 April, en emeritus geworden 1 Nov. 1878.

Er ontbreken: A. Knol 1880—82; G. J. Leenmans 1883—85.

Bron: tresoar.nl/wumkes/pdf

Wijckelscheweg te Sloten. School met de Bijbel.

Onderwijs en schoolmeesters te Sloten.

Evenals alle Friese steden had ook Sloten zijn Latijnse school, naast de stads- of Nederduitse
school. We beginnen daarom met: De Latijnse school.

In maart 1591 verzoekt de magistraat van Sloten aan Gedeputeerde Staten om ook hier rector te
mogen hebben, evenals in de andere steden. Gedeputeerde Staten namen op dit verzoek een
gunstige beslissing (april 1591) en stonden voor de rector jaarlijks een bedrag van 150 carolus
gulden toe uit de Geestelijke opkomsten (d.i. van de in 1580 genaaste kloostergoederen), "mits
dat de rector met advijs ende consent van Gedep. Staten gesteld worde".

Op 15 juni 1586 lezen we: "Willem Ludwig, Stadholder etc. beveelt Mag.t. van Sloten hun
schoolmr. [geen naam] te ontslaan, daar hij een zodanig persoon is, daer duer niet alleen de jonge
Juecht ontsticht en qualijk geleert wordt, maer oock denwelcke wij omme allerley andere quade
suspitiën inder Stadt niet lijden connen".

Hij moet binnen 14 dagen de stad ontruimen. Op 28 juni 1586 dringt de classis van Sneek nader op dit ontslag aan bij Doede van Laer, "Hopman mitsgaders Burgemeesteren, Schepenen en Raadt van Sloten. Die schoolmr. [naam niet genoemd] is een viandt der godtlicke Waerheit".

De eerste ons bekende rector was Wilhelmus Scharrenius, Op 7 nov. 1591 ontving hij 70 c.g.. van de stad voor zijn schooldienst. In 1592 verklaarde hij dat hij er dan een jaar rector geweest is. Er zijn dan klachten tegen hem (25 juni 1592), waartegen hij zich verweert en verzoekt in zijn dienst te mogen blijven. Dit wordt toegestaan, provisioneel tot 1 nov. 1592:

"Nademael Wilhelmus Scharreniers, Rector der Stede Sloten alhier in der Gem. alle twist en oneenigheyt soo teghen mij als oeck teghen die broederen der Gemeinte heeft verwecket en noch daegelix verwecket, lasteren, labben en lieghen; is onbequaem het schooldienst te verrichten. De predikant Rodolphus Fabritius verzoekt nu de magistraat den Rector te ontslaen, of hij gaat weg."f
Guilielmus Scharrenius verdedigt zich tegen de beschuldigingen tegenover de magistraat, predikant en kerkeraad:

Hij is hier nu een jaar, daar dankt hij de Mag.t. en Gedep. St. voor. Hij verzoekt te mogen blijven en hem te willen vergeven. Hij vraagt enige articulen te willen stellen, waaraan hij zich zal hebben te houden." In margine het "appoinctement": hij zal bij provisie rector der schole blijven tot 1 nov. e.k. Gedaan op den Raadhuize te Sloten 31 Juli 1592 De tweede rector is Buwe Jacob van Schoot, geweest, die we hier in 1594 als zodanig aantreffen.

De bijvoeging "van Schoot" kan er op wijzen dat hij van Oudeschoot afkomstig was. In aug. 1596 evenwel was Frans Franszoon "rectoer tot Sloten". Hij overleed 3 sept. 1603; zijn weduwe Martzen Tjebbedr, vertrok naar Workum.

  • In nov. 1603 kwam hier mr. Hans Arentsz; hij kan even rector geweest zijn, want hij vertrok spoedig naar Stavoren.
  • In jan. 1604 reeds was zijn opvolger Gabriel de Hase, in functie. Hij maakt het hier niet lang, want reeds in 1604 vinden we hem als predikant te Hemelum c.a., waar we tevens vernemen dat hij eerst monnik was geweest en in 1620 naar Holland vertrok.
  • In juli 1604 werd tot lidmaat der hervormde gemeente aangenomen: Harmen Gerritsz., rector, die zijn naam verlatiniseerde tot Harmannus Gerardi. Hij is in 1608 vertrokken; het lidmatenboek
    vermeldt niet waarheen.
  • In hetzelfde jaar (1608) vinden we hier als rector Samuel Govius Schotie; hij was hier in okt. 1609 nog. Zijn opvolger als rector was Obbertus Foppius (Obbe Foppesz), die we hier aantreffen in mei 1610 en in febr. 1614 nog.
  • In okt. 1614 echter was hier Joannes Hattum, als rector; in sept. 1616 was hij het nog. Aangezien hij hier predikant was, mogen we aannemen dat hij het rectoraat tijdelijk heeft waargenomen.
  • In hetzelfde jaar (sept. 1616) kwam Epeus Adama hier als rector; hij vertrok op 18 jan. 1622 naar Dokkum, waar hij ook rector was.
  • Reeds in dec. 1621 was zijn opvolger verschenen: mr. Daniël Caerl Neander, "rector scholae Slotanae"; zijn vrouw heette Tettie Sertorijdr. Hij heeft het hier al evenmin lang volgehouden, want reeds in sept. 1624 komt hier voor en op 10 juli 1626 werd lidmaat op belijdenis zijns
    geloofs: Dne.
  • Albertus Eduardi, geboren ca. 1593, "rector scholae Slotanae", die hier op 7 okt. 1627 trouwde met Foockel Folckertsdr, van Sneek. In het pestjaar 1636, toen in het kleine Sloten 324 mensen stierven, viel ook hij op 1 okt. ten offer aan deze ziekte op 43-jarige leeftijd. Zijn weduwe Foockel vertrok op 27 nov. 1637 naar Sneek.
  • In 1637 vinden we hier als rector Laurentius Garripeus (alias Huberti). Zijn vrouw heette Lijsbert
    Gerbrandtsdr. Hij was hier in 1640 nog, doch werd op 18 jan. 1641 als predikant te St. Johannesga bevestigd, waar hij reeds in 1642 overleed.
  • Op 27 mei 1641 komt hier als rector voor Bernardus Johannis Gaerman, die op 23 aug. 1646 te
    Sloten trouwde met Evertie Boelema van Leeuwarden. Hij is hier op 31 mei 1654 overleden. Evertie hertrouwde in 1655 met de chirurgijn mr. Nicolaij Cres, alhier.
  • Zijn opvolger was Horatius Titema, die hier in 1656 voorkomt met zijn vrouw Hubrechtie Takes
    Buitenpost, (van Balk afkomstig). Beiden zijn hier in 1674 overleden, zij op 2 januari en hij op 16
    januari. Later komen in de kerkelijke registers geen rectors meer voor.

Aangezien evenwel de 150 gulden door de Staten nog steeds werd uitgekeerd en volgens het
Friesch Comptoir-almanak ds. Arnoldus Braunius en ds. Henricus Muntingh, hier resp. van 1751
tot 1789 en van 1790 tot 1797 rector waren en dit juist ook de predikanten van Sloten waren,
mogen we aannemen, dat sedert 1674 het rectoraat door de volgende predikanten is waargenomen:

- ds. Ludovicus Marees, van 1674 tot zijn overlijden in 1710
- ds. Johannes de la Ferte, van 1711 tot zijn dood in 1751
- ds. Arnoldus Braunius, van 1751 tot zijn emeritaat in 1789
- ds. Henricus Muntingh, van 1790 tot zijn vertrek in 1797.

Sedert 1797 wordt in de genoemde almanak het rectoraat te Sloten als vacant opgegeven en na 1809 niet meer genoemd. Wegens gebrek aan leerlingen zal de inrichting opgeheven zijn.

De stads- of Nederduitse school.

Doordat te Sloten sedert 1594 nauwkeurig aantekening is gehouden van doop, huwelijken,
lidmaten, overlijden zelfs, en dit alles goed bewaard is gebleven in het oudste kerkeboek (loopt
van 1594 tot ca. 1751), kunnen we van dit stadje een vrij volledig en nauwkeurige lijst van
schoolmeesters samenstellen. In juli 1594 komt hier als zodanig voor: Henrick Meinnerts,
"schoeldienaer".

  • In 1602 was Aede Benedixsz, hier naar alle waarschijnlijkheid schoolmeester; Yd. Hoytedr, was
    zijn vrouw. Daar hij uitdrukkelijk de voorganger van mr. Denijs, wordt genoemd, moet hij hier tot
    omstreeks 1602 hebben gestaan, toen hij hier overleden is.
  • In 1612 nl. vinden we hier mr. Denijs (of Dionisius) Ridde (soms ook Ridder) schoolmeester; tevens collecteur van belastingpenningen. Hij was ca. 1570 geboren en trouwde hier op 27 febr. 1623 met Renck Hennedr, (waarschijnlijk reeds zijn tweede huwelijk) en hertrouwde op 23 febr. 1626 met Marck Poppedr, van Balk (geboren ca. 1583). Beiden komen nog voor op de lidmatenlijst van 1628. Hij is hier op 31 dec. 1634 overleden.
  • Op 6 jan. 1635 was er inventarisatie ten sterfhuize van wijlen, mr. Dionisio Ridde, "schoeldienaer in levene derselver Stad"; zijn weduwe was Merck Poppedr.; hun zoon mr. Meijnte Denijs was toen schooldienaar in Doniaga. Uit de opgemaakte inventarisa krijgen we een kijk op een schoolmeestersinboedel uit die dagen.
  • In mei 1635 kwam mr. Jacob Hajes Pelgrim, schoolmeester, met Diju Ottes, zijn huisvrouw, van
    Tjerkgaast. Zij ontsprongen de dood in het gevaarlijke pestjaar 1636 en komen beiden op de
    lidmatenlijst van 1650 nog voor. De meester is hier overleden op 29 nov. 1656; zijn vrouw was
    op 23 mei 1655 "de weg van alle vleesch gegaan".
  • In maart 1657 was hier reeds en op 21 febr. 1658 werd aangenomen tot lidmaat op de belijdenis des geloofs: Lense Andrijsz., schooldienaar, met Geeske Jacobs, zijn huisvrouw. Zij is hier op 22 juni 1670 overleden; hij volgde op 18 aug. 1678.
  • Op 10 nov. 1678 is ingekomen: Johannes Wijngaard, schoolmeester, met Geertje Clases, zijn
    huisvrouw, van Hulst. Zij overleed op 14 dec. 1691 en op 12 dec. 1694 hertrouwde de meester
    met Janneke Adriaans Hogeburen, van Sneek. In de huwelijksaangifte van 7 nov. 1694 te Sneek
    staat: "Jan Hansen Wijngaertsen, kerkendienaer en schoolmeester te Sloten". De schoolmeester was namelijk ook voorzanger en koster in de kerk. De meester is hier op 19 sept. 1696 gestorven. Zijn zoon Claes Johannes Wijngaard, is hier op 4 febr. 1694 getrouwd met Stijntje Jansdr., mede van Sloten.
  • Mr. Johannes, schijnt het laatste jaar al ziek geweest te zijn, want reeds op 15 maart 1696 is er sprake van de bijschoolmeester Johannes Meinders Odink, die hier toen trouwde met His Tjamkedr, van Balk. Hij was hier met zijn broer Hendrik Meinders Odink op 26 jan. 1696 tot lidmaat aangenomen. Die broer Hendrik Meinders Odink, vertrok op 5 aug. 1699 met attestatie naar Workum; blijkbaar was hij geen schoolmeester. Zijn vrouw Jeltje Jans, was nog te Sloten overleden op 13 febr. 1699. Spoedig schijnt hij weer te Sloten gekomen te zijn, want hier wordt op 1 jan. 1702 attestatie gelicht van H. M. Odink te Sloten, om te Augustinusga te trouwen met Willemke Johannis, weduwe van Otto Nicolaus, executeur van Achtkarspelen aldaar. Zou hij daar ook schoolmeester geworden zijn i.p.v. Jochem Jacobs Horenstra, die toen uit Augustinusga naar Sloten vertrok? Meester Johannes Meinders Odink en zijn vrouw His, vertrokken in okt. 1702 naar Balk, waar hij ook schoolmeester werd. Er schijnt hier in Sloten met hem iets niet in orde geweest te zijn (gewoonlijk was zo iets in die dagen: drankmisbruik en de gevolgen daarvan), want eerst na betuiging van leedwezen over wat hij misdreven had, kon hij van de eerwaarde kerkeraad een gunstig getuigenis meekrijgen, waarbij hij in de hoede en goedgunstigheid van de Balkster kerkeraad werd opgedragen.
  • De nieuwe schoolmeester Jochem Jacobs Horenstra, kwam op 30 april 1702 in met attestatie van Augustinusga, met Maike Jarichs, zijn huisvrouw. Zij stierf hier reeds op 10 mei 1704, waarna de meester op 3 maart 1709 hertrouwde met Jetske Folkertsdr., van Leeuwarden afkomstig. Hun zoons Jarich, Folkert en Jacobus zijn hier resp. gedoopt op 30 april 1702, 4 dec. 1709 en 23 aug. 1716. Op 18 juni 1729 is de meester hier overleden.
  • Op 14 nov. 1729 kwamen met attestatie van Deersum: mr. Johannes Alkama, schoolmeester, en Helena Schraderus, zijn huisvrouw. Zij moet echter al zeer spoedig gestorven zijn, want op 6 dec. 1730 trouwde te Sloten: Johs. Alkama, schoolmeester aldaar, met Trijntje Clases, van
    Leeuwarden. Hij komt hier in juni 1734 nog voor, doch zal in 1735 of 1736 vertrokken zijn, daar
    hij in het overlijdensregister niet voorkomt. Ook begint in 't laatst van 1735 een nieuwe "hand" in
    het kerkeboek, dat meestal door de schoolmeester werd bijgehouden.
  • De nieuwe schoolmeester, Jan Cuiperus, kwam van Vledder en legde op 5 aug. 1736 zijn
    attestatie over. Hij trouwde hier op 30 nov. 1738 met Catrijn Fillipusdr, van Balk. Op 22 okt. 1741 werd hier nog hun zoon Anne gedoopt. Spoedig daarna vertrokken ze naar Oldemarkt, waar
    hij op 22 nov. van dat jaar tot schoolmeester was benoemd.
  • Op 4 febr. 1742 kwam mr. Hendrik Martens Kleynhouwer, schooldienaar, met attestatie van
    Oosterzee. Hij trouwde te Sloten in juni 1746 met Freerkjen Jansdr. Op 16 aug. 1750 werd hun
    zoon Jan geboren. Hij was hier in nov. 1759 nog als schoolmeester. Freerkje Jans, te Lemmer
    overleden, werd op 19 aug. 1772 te Sloten begraven als weduwe van H. Kleijnhouwer.
  • De meester zal hier in het voorjaar van 1764 gestorven zijn, want op 17 mei 1764 werd tot
    schoolmeester "beroepen" Hendrik Jacobs van Elseloo. Hij kwam van Elsloo; daar trouwde hij
    op 6 nov. 1768 met R. Kortrijk, van Dwingelo. Zijn vrouw, Roelofje Anthonijs Kortrijk, overleed
    op 9 nov. 1769. Op 7 nov. 1773 hertrouwde hij te Sloten met Wijtske Oeges, mede van Sloten.
    Hij is hier op 30 juli 1781 overleden als schoolmeester en voorzanger. Zijn weduwe, toen
    Wijtske Oeges Visser, geheten, hertrouwde op 7 nov. 1784 te Lemmer met Johannes Ruardi, die later secretaris van Sloten werd.
  • In het voorjaar van 1782 kwam hier de schoolmeester Lambertus Koopmans, van Akkrum, met
    Rigtje Hoijtema, zijn vrouw. Hij was hier benoemd op een traktement van 190 gulden, plus de
    schoolpenningen van de leerlingen. Op 20 sept. 1786 werd hun zoon Rombartus, geboren. In het voorjaar van 1788 vertrokken ze naar Sneek, waar hij tot schoolmeester was benoemd.
  • Zijn opvolger was in 1788 Klaas R. Steenbeek, schooldienaar en voorzanger. Deze jongeman
    overleed echter reeds op 21 dec. 1789 bij Kuinder, oud 23 jaar en 7 maanden. Hij is ook te
    Kuinre begraven en was daar dus ook zeker van afkomstig.
  • Nu werd hier zijn broer Wicher R. Steenbeek, tot schoolmeester benoemd, die hier op 24 jan. 1790 reeds was met zijn vrouw Trijntje ten Beldt, want toen werd namelijk hun dochter hier geboren. Hun zoons Jan en Reinder, zijn hier resp. geboren op 28 nov. 1791 en 15 okt. 1798. In 1797 was hij schoolmeester te Heeg geworden.

In april 1797 was de school vacant "wegens het verroepen van den fungeerenden schoolmeester
naar elders". In de Leeuwarder Courant werden sollicitanten op geroepen: het traktement bedroeg 190 c.g., vrije woning en verdere emolumenten. (De schoolmeester was tevens voorzanger.)

  • Reeds in juni 1797 was Jelle Piers Hornstra, van Wijckel beroepen, want er werd daar een nieuwe schoolmeester gevraagd. Op 19 april 1801 trouwde mr. Jelle Piers Hornstra, te Sloten met Berber Klazes de Jong van Wijckel. Hun zoons Pier, Klaas en Lambertus, zijn hier resp. geboren op 12 maart 1802, 8 febr. 1807 en 30 dec. 1814.

Deze meester maakte dus hier de grote veranderingen op onderwijsgebied mee, die het gevolg
waren van de invoering van de wetten op het lager onderwijs van 1801, 1803 en 1806, waarbij
o.a. het schooltoezicht, de akten van bekwaamheid voor de vier rangen en een betere zorg voor
het schoolwezen werden ingesteld. Nu was J.P. Hornstra, een knap onderwijzer: reeds spoedig na
de invoering der eerste schoolwet liet hij zich door het departementaal schoolbestuur (dat waren
de drie schoolopzieners in het departement van de Oude IJssel, waartoe het zuidelijk deel van
Friesland toen behoorde; in 1803 werden de oude provinciegrenzen weer hersteld en kregen we
het departement Friesland) op zijn bekwaamheid en geschiktheid examineren en verwierf het zgn. volledige getuigschrift. (In totaal werden er over het gehele land slechts een 70-tal uitgereikt.)

Toen bij de wet van 1806 de vier rangen werden ingesteld, sloeg meester Hornstra, opnieuw aan
de studie en wist reeds op 15 april 1807 de 2e rang te behalen. Aan de 4e en 3e rang deed hij
maar niet: de eerste (hoogste) rang werd zelden of nooit behaald, waarschijnlijk omdat die rang
geen extra rechten gaf; van 1806 tot 1857 (toen de vier rangen werden afgeschaft) hebben slechts
twaalf schoolmeesters in Friesland die 1e rang behaald. Met de 2e rang evenwel behoorde meester Hornstra, naar de woorden der wet reeds tot "dezulke, die zoo in het gewoon als kunstmatig Lezen [let op deze onderscheiding!] recht bedreven zijn, eene goede nette hand Schrijven, de Rekenkunde, zoo theoretisch als practisch, recht verstaan, de voornaamste regelen der Nederduitsche Taal, benevens derzelver gronden kennen, van de Aardrijks- enGeschiedkunde eenig begrip hebben, en eene genoegzame bekwaamheid en geoefendheid bezitten in het geven van een oordeelkundig onderwijs".

De Sloter magistraat vond het traktement van zijn knappe schoolmeester nu niet meer voldoende en bracht het op ƒ 290, plus natuurlijk de schoolpenningen, die volgens een opgave van 1817
ongeveer ƒ 77 opbrachten; ook had hij vrije woning.

In 1817 gingen er 70 à 80 leerlingen op school. Op 21 nov. 1825 is mr. Jelle Piers Hornstra, hier overleden. Hij was toen 53½ jaar oud en was 24½ jaar gehuwd met Berber Klazes de Jong; er waren 8 kinderen.

Toen werden in de Leeuwarder Courant en in de Nieuwe Bijdragen van het Onderwijs (In 1939 was er in Sloten nog een Poutsma-bank in de ned. hervormde kerk.) sollicitanten opgeroepen voor de vacante stadsschool te Sloten, op het bovengenoemde traktement. Daarbij werd geannonceerd dat aan de post van schoolonderwijzer hier nog verbonden was de functie van koster, voorzanger, klokkenist en ... aanspreker!

Na vergelijkend examen werd Pier Jelles Hornstra, die na de dood van zijn vader reeds provisioneel de school bediende, in sept. 1827 definitief aangesteld. Hij was hier op 12 maart 1802 geboren en had op 26 april 1826 de 2e rang behaald voor de provinciale commissie van onderwijs in Noord-Holland, waar hij dus waarschijnlijk eerst onderwijzer is geweest.

Op 25 febr. 1828 lieten burgemeester en wethouders van Sloten aanbesteden: het afbreken van
twee stadswoningen en het daarvoor in de plaats bouwen van een nieuwe school in de Kerkesteeg te Sloten. Volgens een opgave van 1846 telde de school toen 109 ('s zomers) à 126 ('s winters) leerlingen.

Daar aan scholen van boven de 70 leerlingen een "ondermeester" verplicht was, vinden we die ook aan de school te Sloten: in 1846 was het Marten Ruardi, een 4e ranger, die door mr. Hornstra, in "het ambt" werd opgeleid. Reeds in 1843 was hij kwekeling aan de school; nog in 1846 werd hij ondermeester in Warns; dan verliezen we hem uit het oog.

  • In 1848 was Hendricus Hasinga, ondermeester te Sloten, in 1852 Lambert Brug. Dit alles op kosten van de onderwijzer; toen mr. Hornstra, in 1850 een ondermeester op gemeentekosten verzocht, werd dit afgewezen.

Op 25 nov. 1846 overleed hier Hornstra zijn vrouw, Jeltje Johs. Tromp, oud 38 jaar en 8 maanden, na een 19-jarig huwelijk; zij hadden vijf kinderen. Meester P. Hornstra, was de auteur van Voedsel voor Verstand en Hart, uit spreekwoorden en spreuken afgeleid.

Een leerboekje voor de middelste klassen eener lagere school (2e dr. ƒ 0.20; 3e dr. 1861) en van Leerboekje ten vervolge op de 4 nommers van het Spelend Onderwijs (2e dr. ƒ 0,16.).b In 1861 waren er ongeveer 100 leerlingen op deze school; het salaris voor de onderwijzer bedroeg toen ƒ 600.

In 1859 was Sierk Hennis (geboren 24 april 1837) hier als hulponderwijzer; in 1860 Rinse Bijlsma (geboren 19 juni 1841) en in 1863 vervulde P. H. van de Berg deze functie. Meester P. J. Hornstra, die we reeds in 1846 onder de leden van het in 1844 opgerichte Nederlands Onderwijs Genootschap (NOG) vinden, is na 40-jarige dienst alhier in maart 1866 overleden. Het onderwijs werd de laatste jaren "matig" of "slecht" genoemd.

Intussen was in 1848 te Sloten een Franse school, tevens kostschool, opgericht; ook genoemd:
"het Jongeheeren-Instituut te Sloten". In de Leeuwarder Courant van 10 nov. 1848 werden
sollicitanten voor dit instituut opgeroepen: traktement ƒ 300 en een toelage van ƒ 150 voor huur
van een gebouw met woning, schoolmeubelen, verlichting, verwarming enz., waarvoor de
onderwijzer zelf moest zorgen.

Ook de schoolgelden van de leerlingen waren volgens het reglement van deze school voor de onderwijzer. Op 1 april 1849 vond de opening van het instituut plaats met aan het hoofd Feico Jannes Poutsma, die de 2e rang bezat. De school was zijn eigendom, het was een particuliere inrichting, doch de stad gaf ƒ 450 subsidie per jaar. Het onderwijs omvatte behalve de gewone vakken, levende talen en wiskunde. Dit instituut heeft hier een reeks van jaren gebloeid; in 1860 gingen er 54 jongens op. Poutsma werd bijgestaan door een secondant, als hoedanig we o.a. vermeld vinden: in 1852 Siebe Sjollema, in 1856 Nicolaas Pol en in 1859 Johan Frederik Drost.

Ingevolge de nieuwe onderwijswet van 13 aug. 1857 (ingevoerd op 1 jan. 1858) kon deze school niet langer onder openbare gerekend worden. Met ingang van 1 jan. 1861 werd zij omgezet in een gesubsidieerde bijzondere school. In augustus van hetzelfde jaar evenwel bracht de onderwijzer Poutsma zijn instituut over naar Buitenpost.

In de Leeuwarder Courant van 24 mei 1861 stond: Instituut Slooten. Tengevolge van het vertrek van de heer Poutsma naar elders heeft Onderget., docent aan de school voor Middelbaar Onderwijs in Harlingen, de eer aan ouders en voogden ter kennis te brengen, dat hij voornemens is met 15 aug. e.k. te Slooten eene Inrigting voor Opvoeding en Onderwijs te openen, waarvan Prospectussen op franco aanvrage te bekomen zijn bij den Weth. J. Meinesz. te Slooten; tot 1 Aug. te Harlingen bij den Directeur en later aan het Instituut. De Directeur J.F. Drost.

Johan Frederik Drost, geboren 14 maart 1835, was tevoren secondant van Poutsma, geweest en nam dus nu de school over en zette de exploitatie voort. De subsidie van de stad bleef ƒ 450. In
febr. 1863 heeft J. F. Drost, nog zijn Instituut te Sloten; in aug. 1865 ook nog. In okt. 1865 wordt
echter zijn "heerenhuis" verkocht, liggende aan het Diep te Sloten, "woning en een huis daarnaast, te aanv. 12 nov. 1865, overgenomen kunnen worden: schoolbanken, schoolledikanten, matrassen, enz; wegens vertrek naar elders". Drost werd opgevolgd door J. Sterken.

Het instituut was toen al niet meer wat het geweest was: in 1862 waren er 18 jongens en 5 meisjes; in 1864 weer 30 jongens en 4 meisjes. De stad verminderde in 1865 de subsidie tot ƒ 200.

We zagen reeds dat de oude meester van de gewone openbare school hier in 1866 overleed. De
gemeenteraad besloot nu de beide scholen te verenigen. J. Sterken nam provisioneel beide
scholen waar, in het gebouw van de openbare school. Op 18 maart 1867 werd hij definitief tot
hoofdonderwijzer aan de stadsschool benoemd en werd het instituut opgeheven; alles met ingang
van 1 april 1867.

Voortaan was er één school in Sloten; er waren ruim 100 leerlingen, welk aantal in de negentiger jaren tot 150 klom. Meester Sterken, is hier op 1 mei 1870 overleden; zijn weduwe P. IJ. van Dijk, stierf in 1881 in de psychiatrische inrichting te Franeker.

  • Op 1 aug. 1870 kwam zijn opvolger: Roelof Arjens Hommema, een Bildtker van geboorte. Hij was geboren op 22 aug. 1843 en was eerst kwekeling, later ondermeester bij meester K. Meijer, te St. Annaparochie. Sedert 1867 was hij hoofd te Siegerswoude geweest; zijn vrouw heette Sjoukje Arjens Hoitsma.

De school was in 1871 grondig hersteld; ze dateerde van ca. 1843. Een oudere school, ook in de
Kerksteeg, was in gebruik bij de armvoogdij (later "Magazijn"). Meester Hommema, verkreeg op
zijn verzoek eervol ontslag per 1 okt. 1874, waarna hij het onderwijs verliet en zich te Vrouwenparochie vestigde. Later werd hij lid van de gemeenteraad van Het Bildt, wethouder en
van 1898 tot 1909 gemeenteontvanger. Hij is op 26 aug. 1914 te St. Annaparochie overleden.

  • In 1875 kwam P. Bonekamp, aan het hoofd van deze school te staan, tot zijn pensionering op 1
    nov. 1917. In 1882 waren er 130 à 140 leerlingen en nog steeds was er slechts één hulponderwijzer.
  • In 1883 eerst deed de eerste onderwijzeres mej. J.C. Meyeringh, haar intrede.

In 1886 werd de school door de districtsschoolopziener afgekeurd. De gemeenteraad vroeg en
verkreeg een rijkssubsidie voor nieuwbouw. Op 13 juli 1887 had de aanbesteding plaats en werd
de bouw van de nieuwe school gegund aan Tjeerd Martens Hofman voor ƒ 8289. Een nieuw
schoolhuis was al eerder gesticht. (De afgekeurde school werd later ingericht tot bewaarschool en was dat in 1939 nog.)

Op 30 juni 1888 werd de nieuwe openbare school in gebruik genomen; er waren toen 120 leerlingen. In 1899 waren er ca. 150 leerlingen, in 1910 nog 112, welk aantal in 1912 (stichtingsjaar bijzondere school) tot 63 daalde. Toen werd de school een tweemansschool.

Aan het hoofd stonden nog: Johannes A. Leeuwen, van 1 nov. 1917, daarvoor onderwijzer te
Haskerhorne, tot 1932, toen hij naar St. Maartensbrug (NH) vertrok. Op 15 mei 1932 werd M. H.
Kuperus, hoofd te Tjerkwerd, benoemd als hoofd van deze school. In 1949 was hij hier nog steeds als hoofd.

In dat jaar kreeg Sloten een nieuwe school met twee lokalen. De bouw werd aangenomen door gebr. J. en S. Eppinga te Gorredijk voor ca. ƒ 23.000. De school is op 29 aug. 1949 in gebruik genomen; de school van 1888 werd afgebroken.

Bijzonder onderwijs.

In 1912 werd te Sloten een school voor christelijk nationaal onderwijs geopend met 61
leerlingen. Als eerste hoofd werd toen aangesteld: G. H. Abma, onderwijzer te Oudega (W) en
Broek-op-Langendijk. Hij vertrok in 1916 naar Wouterswoude. Zijn opvolger werd toen R. van
Goor, onderwijzer te Koudum. In 1921 werd een derde lokaal bijgebouwd. Hij vertrok in 1930
naar Gorinchem. In 1931 werd A. Kolthoff, onderwijzer te Apeldoorn, hoofd van deze school.
Eind nov. 1950 werd een nieuw schoolgebouw geopend op de plaats van de oude school, die niet
meer voldeed. In 1951 was A. Kolthoff, hier nog steeds als hoofd.

Bron: www.fryske-akademy.nl

De gevelsteen, die te zien is op bovenstaande afdruk, thans geplaatst in de Grote Kerk. Zie ook www.gevelstenen.net

Buitenkant Woudsenderpijp, Sloten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.