Broek

Broek (Fries: De Broek) is een dorp in de gemeente De Friese Meren, in de Nederlandse provincie Friesland. Het ligt iets ten noordwesten van Joure en kent zo'n 230 inwoners. Tot 1 januari 2014 behoorde Broek tot de gemeente Skarsterlân.

In de vorm van Broek is nog duidelijk te zien dat de oorspronkelijke verbindingen over het water gingen. Het dorp lag vroeger helemaal langs de Scheensloot en het wordt ook nog doorsneden door de Zijlroede, die het opsplitst in Broek-Noord en Broek-Zuid. De twee gedeelten hebben zelfs geen directe verbinding over land; de route over de weg van het ene naar het andere deel voert via Joure.

Broek is waarschijnlijk rond het jaar 1250 gesticht, waarschijnlijk door mensen uit de omgeving van Sneek. Er is zelfs wel gesuggereerd dat de kolonie werd opgezet om de groei van Joure in de richting van Sneek te beperken. De Scheensloot waarlangs de kolonisten zich vestigden is van oorsprong een veenstroompje, maar werd door de bewoners uitgediept tot een vaart. Het dorp ligt aan beide zijden langs deze vaart, waardoor het langgerekt is en zeker niet in een rechte lijn ligt.

Broek Noord

Broek kent weinig nieuwbouw in de stijl van na de Tweede Wereldoorlog. In het noordelijke gedeelte staat een kleine kerk met een klokkenstoel.

Aan de noordzijde van het dorp staat aan de Scheensloot een Amerikaanse windmotor van het zeldzame type Van der Laan, die oorspronkelijk uit 1915 dateert.

Halverwege de jaren negentig verzette het dorp, met name Broek-Zuid, zich tegen uitbreidingsplannen van Joure. De gehanteerde slogan luidde: Wij gaan over de rooie als Joure met Broek gaat klooien. Als gevolg van de protesten werd de uitbreiding niet uitgevoerd.

Bron Wikipedia

BROEK of Brouck, oudtijds Broech en ook wel Broke geschreven, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 1/2 u. Z. Z. O. van Sneek, kant. en 4 u. N. ten O. van de Lemmer, O. van de Jouwstervaart, aan wier oostzijde de huizen, in eene noordelijke en zuidelijke rigting, te midden van vele lage waterrijke landen, liggen. Men telt er 125 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Goingarijp-en-Broek. De kerk heeft eenen stompen toren. - De R. K. worden tot de statie van Nicolaasga gerekend. - Men heeft er ook eene dorpschool.

Gedurende den Spaanschen oorlog was dit dorp de schuilplaats van zekeren beruchten straatschender, bekend onder den naam van den Boerenvijand, die zich hier met nog ruim 30 soldaten in de kerk opsloot; doch gevangen genomen zijnde, werden zij allen te Leeuwarden onthalst.

BROEKSTER-KERKVAART, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat bezuiden het d. Broek uit de Zylroede voortkomt, en met eene zuidwaartsche rigting in de Sypen uitloopt.

BROEKSTER-OUDE-WEG, water, prov. Friesland, kw. zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat uit de Modderige-poel, ten W. van Goingarijp, voortkomt, eerst westelijk en vervolgens zuidelijk loopt, en na de Bloksloot en de Bandslootten W., de Sa? ten O., enz. te hebben opgenomen, zich Zuidwestwaarts in de Langweerder-wielen verliest.

BROEK
Rouckema (Broek SC11-12) De Grote Sate (Broek SC13)

De familienaam Rouckema komt in Broek vanaf de 15de eeuw voor; hun "Grote Sate" (grate zeeta) wordt in 1543 genoemd. De sate van een zijtak van de familie, elders in het dorp, wordt in 1617 als Rouckema sate aangeduid. Expliciet als edelen zijn de Rouckema's niet vermeld. Er is evenwel genoeg reden hen als feitelijke hoofdelingen van het dorp te beschouwen.

Opvallend is ook dat Sibrandus Leo op zijn kaart van Friesland Rouckema in Broek vermeldde. Als Rouckema-wapen wordt een wapen met drie sterren opgegeven. In de traditie wordt gesuggereerd dat de Rouckema's afstammen van de familie Ockema van Legemeer, die, evenals takken van de verwante families Reynarda, Albada en Sickinga, ook drie sterren voert. In het begin van de 16de eeuw bestond de familie reeds uit twee takken, die niet zonder meer met elkaar verbonden kunnen worden. Gemakshalve duid ik ze als de "Siouck-" en de "Tiamcke-tak" aan. De oudst bekende Rouckema leefde in het midden van de 15de eeuw. Zijn voornaam wordt niet genoemd; hij trouwde met Siouck Reynarda uit Oppenhuizen.

Sioucks kleinzonen Pier en Renicks Reynarda woonden in 1511 in Broek. Een andere kleinzoon, Wybe Beints, woonde in 1543 ook in Broek, op de "grote sate" (dy grate zeeta), die grensde aan pastorie- en vicarieland. Weer een andere kleinzoon, Wigle Oegez (gest. 1562/1578), was eveneens eigenerfde in Broek en kocht daar in 1525 kerkeland.

Een kleindochter van Siouck, Oegh Oeges Rouckema van Albaeda (gest. 1532), trouwde met de erentvheste Abba Ydskes van Sickyngha op Sickingastate in Ouwsterhaule, dorpsrechter aldaar. Een achterkleinzoon van Siouck tenslotte, Gosse Tyaerdtsz Andringa, was in 1543 belender van pastorieland van Broek. De "Tiamcke-tak" van de Rouckema's had als stamvader Roucke Tiamckes (gest. 1543/1548), in 1543 naastligger van pastorieland. Zijn nageslacht bezat land in Broek, dat evenals dat van Roucke Tiamckes en dat van velen uit de "Siouck-tak" grensde aan de kerk en het vicarieland, en maakte in 1616 ook aanspraak op (een deel van) de zwanenjacht in het dorp Broek.

Daarbij kwamen ze in conflict met de Sickinga's in hun kwaliteit als nazaten van Oegh Rouckema, uit de "Siouck-tak". Uiteindelijk werd na een aankoop in 1710 de Broekster zwanenjacht aan Osinga state te Langweer verbonden. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat rond 1500 de gehele Broekster zwanenjacht aan de Rouckema's behoorde. Dit zwaanrecht is een van de redenen waarom ik de Rouckema's als feitelijke dorpshoofdelingen zie.

Andere redenen zijn de huwelijken met Reynarda's van Oppenhuizen, Andringa's van Akkrum en Sickinga's van Ouwsterhaule en de uit de grafsteen van Oegh Rouckema van Albaeda blijkende verwantschap met Albaeda, Scheltema, Thoe Fons en misschien Ockema van Legemeer. Een derde factor is het omvangrijke grondbezit van de verschillende nazaten en erfgenamen Rouckema in Broek, waarbij de nabijheid met het geestelijk goed opvalt. Ook in vele andere dorpen in de Wouden komt deze nabijheid voor.

De nabijheid van het land van beide Rouckema-takken (Wigle Oegez in 1535, Wybe Beints, Gosse Tyaerdtsz en Roucke Tiamkes in 1543) en het kerkelijke land vergemakkelijkt de localisatie. Ook in 1640 zijn nazaten en rechtsopvolgers van de Rouckema's eigenaars van het aan de kerk, vicarie en pastorie grenzende land: van de stemmen 11, 12 en 13. Het land ervan vormt met het geestelijk goed één groot blok van vier à vijf weren breed. De Grote Sate van Wybe Beints is volgens de beschrijving van 1543 stem 13. De sate SC11-12, in 1640 half eigendom van Jan Wybes Roukema, bijzitter van Schoterland, had in de 18de eeuw een hoog voorhuis met een sierlijke trapgevel.

Hylckema

Tenslotte is er in Broek sprake van een tweede aanzienlijke eigenerfde familie, de Hylckema's. In tegenstelling tot de Rouckema's lijkt hun positie in Broek niet tot in de Middeleeuwen terug te reiken. Zij stamden af van Jelle Broersz, 1543-1545 grietman van Haskerland. In de eerste generatie verzwagerden ze zich met de Hoytema's van Oudega (W), in de tweede met de Rouckema's, in de vierde met de Broersma's van Legemeer. In latere generaties werden ambten van grietenijsecretaris, bijzitter en dorpsrechter in Doniawerstal en Haskerland vervuld. In de tweede generatie kregen de Hylckema's door het huwelijk van Jelle (Jelles alias Broers) Hylckema met Bauck Aemedr uit Broek grondbezit in Broek. Interessant is dat zij in 1617 bij testament ondermeer de helft van Rouckema sate te Broek nalieten. Dit goed had Bauck Aemedr waarschijnlijk van Rouckema-voorouders te Broek - die dan dus tot een derde Rouckema-tak behoorden - geërfd. In tegenstelling tot het bezit van de beide andere takken was deze Rouckemasate niet dichtbij het geestelijke goed van Broek en de andere Rouckema-sates gelegen.

P.N. Noome: De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.