Ruigahuizen

RUGAHUIZEN, Rugehuizen, Ruigahuizen of Ruigehuizen, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Gaasterland, arr. en 5 u. Z. Z. W. van Sneek, kant. en 2 1/2 u. W. N. W. van de Lemmer.

Het bestaat uit zes verspreid liggende huizen, ter wederzijde van eenen aangenamen, met boomen beplanten rijweg. In het Zuidwesten ligt een poeltje, Rugahuisterzee genaamd, terwijl in het Noordoosten de kerk en toren plagten te staan, doch die beide reeds voor vele jaren zijn vervallen.

De kerk bragt vóór de Reformatie 115 goudguld. (172 guld. 50 cents) op, daarbij was een vicarischap met een inkomen van 75 goudguld. (112 guld. 50 cents).

Men telt er ruim 30 inw., die meest in landbouw en veeteelt hun bestaan vinden.

De Herv., die er 15 in getal zijn, behooren tot de gem. van Oude-Mirdum-Nijemirdum-en-Sondel. - De Doopsgez., die er 7 wonen, worden tot de gem. Balk gerekend. - De R. K., van welke men er 9 aantreft, behooren tot de stat. van Balk. - Men heeft in dit d. geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Oude-Mirdum.

Dit d. is merkwaardig, dewijl hier door de Staten van Friesland in 1685, aan de herwaarts gevlugte Franschen Hervormde Refugés, landerijen en woningen werden aangewezen, en er van dit tijdelijk verblijf hier nog vele sporen aanwezig zijn.

Bron: vanderaa.tresoar.nl


Bron Wikipedia: Ruigahuizen (Fries: Rûgehuzen) is een dorp in de gemeente De Friese Meren, in de Nederlandse provincie Friesland, ten zuidwesten van Balk. Het telt 117 inwoners (2012). Tot 1 januari 2014 behoorde Ruigahuizen tot de gemeente Gaasterland-Sloten.

Onderwijs en schoolmeesters te Harich en Ruigahuizen.

De eerste schoolmeester die we hier aantreffen is mr. Klaas Jans Fogtelo. Hij trouwde op 2 feb. 1743 te Balk met Ytje Wijbrands Haanstra. Hij stond in 1749 nog in Harich, maar werd in 1755 of 1756 te Witmarsum beroepen.

  • In 1772 stond hier Roelof Lambertus Cremer, schoolmeester. Zijn vrouw heette Maike Douwes. Hij was hier in 1777 nog.
  • In 1782 komt voor Timen Roelofs, schoolmeester te Harich. Hij was getrouwd met Janna Jans.

De Gaasterlandse schoolmeesters te Balk, Wijckel, Oudemirdum, Mirns-Bakhuizen en Harich werden in 1796 afgezet, omdat zij weigerden de "Verklaring volgens publicatie der Representanten van het Volk van Friesland" d.d. 11 maart 1796 van alle ambtenaren geëist, te ondertekenen. Aangifte [voor een nieuwe schoolmeester] kon vóór 12 mei plaatsvinden; het traktement voor Harich bedroeg 90 c.g.. 6 st.; met vrije woning en verdere emolumenten. Roelofs, werd dus blijkbaar ook afgezet. Hij bleef echter in Harich wonen, want in okt. 1807 haalde hij alhier op 60-jarige leeftijd de 4e rang.

  • In 1796 kwam als nieuwe schoolmeester Sijger Yges Lijklema. Zijn vrouw heette Sijtske Hisses. Hij was rond 1741 geboren en is te Harich overleden op 21 feb. 1820. Het traktement bedroeg in 1804 ƒ 99 en in 1810 ƒ 197.
  • Op 12 mei 1820 werd Johannes Folkerts Schootstra, tijdelijk benoemd; op 30 aug. van dat jaar kreeg hij een vaste aanstelling. Het traktement bestond toen uit ƒ 84 van de grietenij, plus ƒ 75
    van het rijk, plus schoolpenningen en vrij wonen. Hij was de zoon van Folkert Johannes Schootstra, schoolmeester te Ouwsterhaule (Don.). Hij trouwde op 8 juli 1831 met Simkje R. Baukema. In 1848 werd een nieuwe school gebouwd. Op 1 juli 1865 werd hem op 67-jarige leeftijd eervol ontslag verleend. Hij is op 11 aug. 1874 overleden.
  • Op 28 juni 1865 werd Halbe Schievink, tot dan hulponderwijzer te Bolsward, benoemd aan deze school in Harich. Het salaris bedroeg toen ƒ 475, plus 20% van de schoolgelden (ca. ƒ 50,-) en vrij wonen. Hij werd in 1891 ontslagen.
  • In dat jaar werd K. van der Meer, onderwijzer te Warga, aangesteld. Deze werd in 1895 overgeplaatst naar Mirns-Bakhuizen.
  • Toen werd Jan Pelsma, als zijn opvolger aangesteld. In 1903 werd hem eervol ontslag verleend en in 1904 ging hij met pensioen, omdat hij "zielsziek" was geworden.
  • In 1903 werd B. Kouwenhoven, aangesteld. Vermoedelijk is hij een jaar later overleden; in 1904 werd toen J. Felkers, benoemd. Bij raadsbesluit van 10 aug. 1933 werd deze school opgeheven en aan het hoofd van de school eervol ontslag verleend m.i.v. 1 okt. 1933. In 1934 werd dit door
    Gedeputeerde Staten goedgekeurd. Felkers is in 1936 vertrokken naar Almelo. In 1951 is de
    voormalige school verkocht aan de kerkvoogdij van de Nederlands-hervormde gemeente.

Bron: www.fryske-akademy.nl

Star Numan Brug.

Kippenburg.

Ter plaatse van deze herberg, nabij de Wildemarkt, bevond zich eertijds niets dan bosch en heide. In 1834 is men deze gaan ontginnen en werd daarop een landgoed met hoenderfokkerij gesticht. Aangezien deze laatste blijkbaar niet genoeg floreerde, werd zij omstreeks het midden der vorige eeuw verbouwd in een herberg met uitspanning, welke vooral vroeger druk bezocht werd in den tijd, toen Gaasterland nog Gaasterland was. Zij ontleent baar naam aan de vroegere hoenderfokkerij en nog steeds wijst haar uithangbord een aantal rondstappende kippen aan.

Eene merkwaardige bepaling in het huurcontract van dit logement, schreef reeds lang vóór er nog van een „Blauwe Vaan" in Friesland sprake was — voordat het te allen tijde daar verboden zou zijn sterken drank te verschaffen, eene bepaling, eertijds door de eigenares, de familie van Swinderen, bedongen en tot op heden door den latere eigenaar, mr. G. Star Numan, te Groningen, gehandhaafd.

Het Roekebosch.

Onmiddellijk nabij Kippenburg, aan de zuidwestzijde er van, trof men tot voor ruim tien jaren aan het zoogenaamde „Roekebosch", welke naam wijst op het permanent voorkomen van roeken, en wel van „skierroeken", d. z. bonte kraaien. Als kraaienslaapbosch, deed het misschien wel een halve eeuw dienst.

Behalve roeken trof men er eene talrijke kolonie aalscholvers aan, hier kurgânsen genoemd, en verder — zooals dit meermalen voorkomt—als derde in den bond, eene niet minder talrijke kolonie blauwe reigers. In deze enorme vogelverzamelplaats nestelden de roeken in de jonge boompjes, de reigers in de wat dikkere boomen, terwijl de „schollevaarders", zooals
de kurgânsen hier ook wel genoemd, worden, de hoogste en dikste stammen in beslag namen.

Door het omkappen van het hout zijn, helaas, ook de merkwaardige kurgânsen uit Gaasterland zoo goed als verdwenen, al komen ze er ook nog sporadisch voor. Jammer, dat men niet tijdig een gedeelte van het bosch met de hooggelegen nesten als natuurmonument heeft gespaard! Want
een tijdlang vormde deze kolonie met die te Giethoorn en een drietal zuidelijker gelegen oorden de eenige broedplaats van aalscholvers in ons land.

En wel is de zeldzaam voorkomende kurgâns een eigenaardige verschijning in onzen vogelstand: op het land onbeholpen, doch moeilijk te benaderen, is hij in het water een rappe baas. In het vischvangen is hij een meester: al duikende, soms tot op eene diepte van wel 40 M. (!) vangt hij met gemak dikke paling, bot of andere visschen, hetgeen hem een slechten naam onder de binnenvisschers bezorgd heeft.

Hij is dan ook de zigeuner onder de vogels: bijna overal wordt hij verjaagd en geschoten. In Duitschland is hij reeds grootendeels uitgeroeid. Of daardoor de vischstand er wel zoo enorm op vooruitgegaan is, wordt echter met recht betwijfeld.

De door den vogel aangerichte schade lijkt dan ook inderdaad grooter dan zij is, doordat hij vooral op zee voedsel gaat halen. En nu mogen de boomen, waarop de vogel nestelt er dor en door de uitwerpselen als witgeverfd, uitzien, en het verder, door rottende gevallen visch op den grond, onder die boomen verre van aangenaam zijn, voor den natuurvriend was het een bijzonder genoegen bij een gierenden Noordwester te genieten van den machtigen indruk, welken het reusachtige vogelkoor uit het Roekebosch hem schonk: het eigenaardig hooggillend geluid der jonge kurgânsen, versterkt door het eigenaardig nasale geluid der oude vogels en vermengd met het heesche gekrijsch der reigers, het naargeestig roekengeluid en het gebulder van den storm.

We eindigen met den wensch, dat ook de kurgâns een meer en meer geziene vogel in het Gaasterlandsche landschap mag worden!

Jan Roekeboer.

Van dezen boer Jan, die zijn bijnaam van „roekeboer" aan het wonen nabij het Roekebosch ontleende, staat geboekt, dat hij op 103-jarigen leeftijd gestorven is.

Het Herkebosch.

Reeds jaren geleden verdwenen, lag onmiddellijk ten noorden van het Roekebosch, ter weerszijden van de Sminkevaart. Naar welken Herke of Heerke dit gerooide bosch is genoemd bleef ons onbekend.

Gatske Winkel.

Een ander oud bosch hier in de buurt, dat met de meest uiteenloopende houtsoorten beplant was,
droeg den teekenenden naam van „Gatske Winkel", aldus genoemd naar koopvrouw Gatske, in
wier winkel te Balk „van alles en nog wat" te koop was.

Jilke Hutte.

Is de naam eener door dennentakken aan bet oog onttrokken holwoning, in de nabijheid van Kippenburg, welke nog lang als curiositeit bewaard gebleven is. Zij diende in den „Franschen tijd" tot verblijfplaats van een Balkster jongeling, een zekeren Jilke Postma, die er zich ongeveer een half jaar wist schuil te houden, en op die wijze meende, zich te kunnen onttrekken aan den militairen dienst, waartoe hij door Napoleons trawanten was opgeroepen: van het nachtelijk duister wist hij voor en na gebruik te maken om te Balk, ten huize zijner moeder, de benoodigde levensmiddelen op te doen. Doch hij had buiten den Waard gerekend! Aangelokt door eene premie, welke op zijne aanhouding als deserteur was, deed zich een verrader voor, die zijn heimelijk verbergen aan het licht bracht, met dat gevolg, dat hij onmiddellijk daarna werd opgespoord. Aan den staart van een paard gebonden, werd de ongelukkige in galop naar Sloten gevoerd, doch nauwelijks Balk gepasseerd, blies hij reeds den laatsten adem uit, tot ontsteltenis zijner moeder.

De Skearslipersbrêgge.

Nabij Kippenburg, dankt haar naam aan het bloote toeval, dat de eerste, die hier passeerde een scharenslijper met zijn kar was. Over deze brug voert het Oude Balkster Wagenpad.

De Kampbrêgge.

Ten zuiden van vorengenoemde brug gelegen, herinnert aan de oorlogsdagen van 1914 en later,
toen zij tot toegang diende naar het kamp, voor de geïnterneerde Belgen, Franschen en zelfs
Russen, aangelegd.

De Steendollens- of Sminkevaart.

Waarover beide genoemde bruggen toegang geven, diende aanvankelijk blijkbaar tot vervoer van de vele veldkeien, die hier in do omgeving door zoogenaamde „balsteengravers", met lange, puntige ijzers gewapend, werden gedolven (Friesch „dold") voor bestrating van wegen, versterking
van zeeweringen, enz.

De tweede naam is ontleend aan een boer in de buurt, wiens familienaam Smink luidde. Noordoostwaarts van Kippenburg treft men aan.

De Slieperige Wei.

Welke weg o. i. evenmin iets met slapen heeft uit te staan als De Rûgehûster Sé, een droge streek in de nabijheid, met water.

De Jan Jurjens Singel.

Is geheeten naar den boer van dien naam, die indertijd de plaats, aan het zuideinde er van bewoonde.

De Star Numans-brug.

Nabij het andere eind gelegen, houdt den naam levendig van het geslacht, dat met mr. Cornelis Star Numan, hoogleeraar te Groningen, voor het eerst geparenteerd (huwelijk met Octavia Cornelia Suzanna van Swinderen) raakte aan dat der Van Swinderens, van Gaasterland.

mr. Cornelis Star Numan.

Evenwijdig met den Jan Jurjenssingel, loopen twee paden, de Steeke, een oude weg, naar lagere streken leidende, en de Lijkweg, waarlangs indertijd de overledenen naar het Ruigehuister kerkhof vervoerd werden.

Nog iets verderop vindt men den Coenders Singel.

De Mottekamp, eene saté onder Ruigehuizen, zou haar naam ontleenen aan het woord „mot", een andere naam voor wijfjes-varken.

N.J. Waringa. 1929


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.