Idskenhuizen

IDSKENHUIZEN, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 1/2 u. Z. van Sneek, kant. en 2 1/4 u. N. van de Lemmer.

Dit d. is niet groot in omtrek, doch heeft eene matige binnenbuurt bij de kerk; buitendien zijn er nog 7 boerenplaatsen. het telt in zijn geheel 320 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. Ook heeft men er eenen windkorenmolen. Veel land is er aan de oostzijde tot bosch aangelegd.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Tjerkgaast-St.-Nikolaasga-Doniaga-Idskenhuizen-en-Legemeer, die hier eene kerk hebben.

De R. K., welke hier gevonden worden, behooren tot de stat. van St. Nikolaasga.

Men heeft er eene dorpschool en vroeger stond hier de state Roorda.

Dit d. heeft een veerschip, dat des Maandags naar de Joure, en des Dinsdags, om de veertien dagen, naar Sneek vaart. Thans kan men ook van hier naar Woudsend rijden, langs eenen weg, die in 1782 is aangelegd, en dwars door het zoogenaamde Iskenhuizer-meer loopt. Die van Woudsend hadden reeds in het jaar 1781 eenen weg tot aan dit ondiepe meer aangelegd, en reden dan voorts door het water; doch dewijl hierdoor een diep spoor gemaakt werd, is men er toe overgegaan om er eenen rijdijk door aan te leggen.
Bron: vanderaa.tresoar.nl


Bron Wikipedia: Idskenhuizen (Fries: Jiskenhuzen) is een dorp in de gemeente De Friese Meren, provincie Friesland (Nederland). Tot 1 januari 2014 behoorde Idskenhuizen tot de gemeente Skarsterlân. Het ligt ten westen van Sint Nicolaasga aan de oostoever van het Idskenhuistermeer, en telt ongeveer 420 inwoners (2004).

● Men verondersteld, dat het dorp in 1275 wordt aangehaald als Beyraburium en in 1440 als Beyraburum, maar geheel zeker is dat niet.. In 1495 komt de naamsvariant Eeskenhusen voor, dat is de oudste vorm van de huidige dorpsnaam. In 1543 vinden we Yskenhuysen. In de zestiende eeuw komt ook Ischenhuizen voor. In de zeventiende eeuw en achttiende eeuw verschijnt de <d> in de naam en wordt als Idskenhuysen geschreven. Sinds de negentiende eeuw is Idskenhuizen de officiële variant. Het tweede element is een meervoudsvorm van het element 'huis'. het eerste element zal de mannennaam 'Eeske' zijn, wellicht is dat een variant van 'Ese' met de grondbetekenis 'god of scherp zwaard'

● Egbert Douwes, grondlegger van de koffiehandel "De witte os", die later zou uitgroeien tot het koffie- en theeconcern Douwe Egberts. Douwe Egberts is ontstaan toen Egbert Douwes en zijn vrouw Akke Thysses van zijn geboortedorp Idskenhuizen naar het nabijgelegen Joure verhuisden om daar op 11 maart 1753 een "winkel in koloniale waren" te beginnen. Douwes en zijn vrouw verkochten artikelen die 'tot de genoegens van het dagelijks leven behoren', waaronder ook kruidenierswaren, chocolade en zuidvruchten.

In 1780 werd het bedrijf overgedragen aan zoon Douwe Egberts (1755-1806) - wiens naam het bedrijf nog steeds draagt - en diens vrouw Ymke Jacobs Visser. Die hield zich bezig met de bewerking en het mêleren van koffie, thee en tabak.

Onder leiding van zoon Douwe Egberts werd het bedrijf uitgebreid buiten de stadsgrenzen van Joure. Daarmee werd hij niet alleen de naamgever, maar ook de grondlegger van de expansie van het bedrijf. Na het overlijden van Egberts in 1806 werd het bedrijf voortgezet door zijn tweede vrouw Lysbeth Mintjes, die in een annonce aankondigde dat "De AFFAIRES blyven continueeren op de Firma van de Weduwe Douwe Egberts".

Zie ook: www.de.nl

Wumkes:
● 1759: De rogmolen te Idskenhuizen, de eenige in Doniawerstal, geveild.

● 1766: In 't Tolhuis te Joure verkocht een rogmolen te Idskenhuizen (D.), de eenige der grietenij met annexe huizinge en bakkerij, stalling, zaad- of bakhuis, appelhof, enz.

● 1794: Aanbesteed het maken van een nieuwe spits op de kerk te Idskenhuizen.

Bovenstaande twee foto's van: kerken in beeld

Naamlijst Predikanten Langweer en Ter Oele. Idskenhuizen hiermede gecombineerd tot 1668.

  • 1597. Johannes Lindenus wordt in de Synodale acten van 't jaar 1597 genoemd als predikant hier, nog in 1599, nog den 22 Junij 1601, volgens klassikale acten d.d. van 't Westerkwartier , waar een testimonium van hem over Wouchius te Tolbert werd ingeleverd.
  • Johannes Heppius, geboren in Westphalen, was in 1605 deputatus Synodi, en is in dat zelfde jaar nog verroepen naar Burum.
  • 1603. Johannes Melbomaeus was in 1603 reeds predikant onder deze klassis en van wege dezelve lid der Synode te Harlingen; doch het is onzeker waar. Hij was in 1606 en 1607 deputatus Burs. en Ex-Burs., en schoon zijne standplaats niet genoemd wordt, ongetwijfeld toen hier, althans zeker in 1610. Hij was praeses der klassis den 11 October 1619, toen de onderteekening der formulieren geschiedde in tegenwoordigheid en ten overstaan van twee predikanten en een ouderling, daartoe in dat jaar gecommitteerd van de Synode te Leeuwarden. Hij was hier nog in 1624, en toen lid der Synode te Harlingen.
  • 1626. Henricus Mol, broeder van Petr. , beroepen van Wommels ca., was den 5 Mei 1631 nog scriba der klassis, en is zeer waarschijnlijk in het laatst van dat jaar overleden, omdat den 17 Mei 1632 deze plaats reeds eenigen tijd vacant geweest was.
  • 1632. Abralianius Oberti Miederhuis, Obertus Foppe zoon, te Tjerkgaast, en broeder van Foppe, te Blankenham en Wanneperveen. De toemalige manier van examineeren is opgegeven klassis Zevenw. A. O. M. is als kandidaat geapprobeerd den 4 October, bij ruiling verplaatst naar Goingarijp, door de klassis geapprobeerd den 20 Januarij 1641.
  • 1641. Elias Hannoides, hier door ruiling met den voorgaanden gekomen van Goingarijp, door de klassis geapprobeerd den 20 Januarij, is verroepen naar Ried, en gedimitteerd den 18 November 1657.
  • 1658. Petrus Crans, geboren te Leeuwarden, kandidaat, geapprobeerd den 21 April, lid der klassis den 12 Mei, is verroepen naar Lippenhuizen, geapprobeerd en gedimitteerd den 12 October 1667.
  • 1667. Pierius Stellingwerff, geboren te Franeker 1631, Pier Joh. zoon, geapprobeerd 21 November, is verroepen naar Stiens, en gedimitteerd in April 1674.
  • 1674. Suffridus Cantor, kandidaat, geapprobeerd 5 Augustus, lid der klassis den 7 October, klaagde aan de Synode in 1678 over zijne behoeftige omstandigheden en
    verzocht eenige subsidie.
  • 1681. Regnerus Meijlema, beroepen naar Jutrijp en gedimitteerd den 5 Julij, is op vertooning van zijn testimonium dimissionis uit de klassis van Sneek tot lid aangenomen den 7 September; zijn verzoek om onder de klassis van Sneek te blijven werd afgeslagen; hij is emeritus verklaard, en ontslagen in het begin van 1714. Zijne opvolgers hier hebben uit zijne nalatenschap jaarlijks eenige verhooging van tractement.
  • 1714. Melchior Alma, Nic. zoon, beroepen van Oosterhaule, geapprobeerd en gedimitteerd den 2 Augustus, is in 't laatst van Maart 1719 in de nieuwe Wijtringa, niet verre van de Oude Schouw, op eenen Zaterdagmorgen van zijne slaapplaats opstaande, buiten boord gevallen en verdronken.
  • 1720. Nicolaus Nicolaides, geboren te Lippenhuizen den 22 November 1691, Hil. zoon en ouder broeder van Gajus, beiden predikanten te Lippenhuizen, kandidaat en paodagogus aan het huis van den heer August Lijcklama à Nijeholt, Grietman van Opsterland, te Beets, is hier beroepen, geapprobeerd den 2 October, verroepen naar Wommels, en gedimitteerd den 6 Mei 1722.
  • 1722. Nicolaus Altena, geboren te Franeker, kandidaat, bevestigd den 15 November, overleed den 21 September 1742 , in 't 46ste jaar zijns ouderdoms.
  • 1743. Egbertus Lansbach, beroepen van Morra, deed zijn intreerede den 27 Mei , en overleed den 7 Augustus 1762.
  • 1763. Hillebrand Mentes, geboren te Rauwerd den 10 October 1740, Theod. zoon, broeder van Occo Alb. die volgt, gelijk ook van Alb. Reen , kandidaat, beroepen den 24 Julij na eene vergeefsche beroeping in 1762 op P. F. Couperus te Woudsend, nam, verroepen naar Workum, afscheid den 2 Februarij 1766
  • 1766. Johannes van Assen, geboren te Beetgum. den 20 Augustus 1741 , Win. zoon, kandidaat, bevestigd 31 Augustus, nam, verroepen naar St. Anna Parochie, afscheid den 25 Februarij 1770.
  • 1770. Albertus Reen à Mentes, geboren te Rauwerd den 22 Februarij 1747, Theod. zoon, broeder van Hillebrand, hier bovengenoemd en van Occo Albertus, die volgt, kandidaat, bevestigd don 17 Junij , nam, verroepen naar Harlingen , afscheid den 14 April 1771.
  • 1772. Occo Albertus Mentes, geboren te Rauwerd den 19 December 1742, Theod. zoon, broeder van Hillebr. en Alb. Reen, beiden bovengenoemd, kandidaat, bevestigd den 14 Junij, nam, verroepen naar Rijperkerk, afscheid den 23 November 1777.
  • 1778. Hendrik Cannegieter, geboren te Witmarsum den 25 Mei 1757, Hend. Ger. zoon, broeder van Herm. te Parrega, Dom. te Marssum en Joh. te Witmarsum, kandidaat, bevestigt den 15 November, nam, verroepen naar Deersum, afscheid den 3 April 1785.
  • 1785. Johannes Weselius, Herm. zoon, deed, beroepen van Wijnjeterp, zijn intreerede den 24 Julij, en nam, verroepen naar Oldeholtpade, afscheid den 19 October 1794.
  • 1796. Hermannus Schlikker, beroepen van Scherpenzeel ca., deed zijn intreerede den 31 Januarij, en werd emeritus den 1 Julij 1844.

Er ontbreken: A. M. Bokma de Boer 1845—56. J. Engelsma Mebius 1857—1886.

Bron: tresoar.nl/wumkes/pdf

School Idskenhuizen

Onderwijs en schoolmeesters te Idskenhuizen.

Aangezien van dit dorp geen kerkvoogdij-rekeningboeken van vóór 1735 bewaard gebleven
zijn, kunnen de oudste gegevens ook hier niet anders dan zeer fragmentarisch zijn, omdat
hiervoor geen andere bronnen dan de kerkelijke doop-, trouw- en lidmatenboeken
beschikbaar zijn.

  • Zo was hier in 1614 een mr. Joannes Aeningius, die kort daarna naar Harich vertrok,doch hier in 1618 weer terug was.
  • In 1624 was Ellert Tialkes, dorprechter van Idskenhuizen. Hij was te Sneek getrouwd met Wipck Joukes, uit die stad afkomstig.
  • In april 1636 kwam mr. Luytien Zijtthies, schoolmeester, met Trijn, zijn huisvrouw, in
    Idskenhuizen. Hij vertrok in 1641 naar Lemmer.
  • In 1645 was Joachimus Steggerda, hier schooldienaar; zijn vrouw heette Jib Sijdzes. Omstreeks 1650 vertrokken ze "in de Ouwer". Hij was in 1652 procureur-postulant voor het Nedergerecht van de grietenij, en woonde toen te St. Nicolaasga. In 1654 was hij als notaris publicus te Idskenhuizen.
  • In aug. 1651 werd Jan Roelofs, schoolmeester, hier lidmaat. Hoe lang hij hier gestaan heeft, is wegens gebrek aan bronnen, niet na te gaan. Verder hebben wij de gehele 17e eeuw door, geen schoolmeester van Idskenhuizen, meer kunnen vinden.
  • Kort na 1700 was evenwel Jan Everts Brongersma, schoolmeester in dit dorp. Op 17 nov. 1713 werd hij naar Schingen "verroepen" en vertrok weldra daarheen. (Hij ontving Lichtmis 1714 zijn eerste kwartaalpencie als kerk en schooldienaar. Het traktement was nog steeds viermaal 17 gl. 10st. De school stond zoals gemeld te Schingen, vlakbij de pastorie en kerk. Hij ontving op 17 aug. 1726 nog traktement, doch is spoedig daarna overleden)

Dat het schoolmeesterstraktement ook hier, evenals in andere dorpen van Doniawerstal
(en Haskerland), weer kwam uit een omslag over de boerderijen en huizen, blijkt uit een
bewaard gebleven "Contract dat de Eygenaers der huisen tot Idskenhuisen moeten instaen
voor haere bruikers rakende Schoolmeesters-tractament en andere Dorpsomslagen".

Het luidt:

" Alsoo van tijt tot tijt al meerder onvermogende personen met haer woninge in den dorpe Idskenhuisen komen woonen, van welcke wij ons jaerlijxe Schoolmeesterstractament en andere Dorpsomslagen niet konen becomen, waardoor jaerlijx groote oneenigheyt en confusie komt te ontstaan, waervan de reden mede is, dat eenige baetsoeckende Eygenaers der huysingen in voorschreven Dorpe Idskenhuisen haar huysingen aen sulcke persoonen komen te verhuiren, die niet gequalificeert sijn en dan wat veel huier komen te belooven; soo sijn wij ondergeschreven Eijgenaers der huysen met elxanderen te rade geworden, en veraccordeert, dat bij aldien eenige onwillige of onvermogende persoonen haer Dorpsomslagh etc. jaerlijx niet konnen of willen betalen, ijder der Eygenaers der huysen, van sulcke persoonen, daervoor te betalen en sulx met der executie in te vorderen. Alles met consent en approbatie van de Ed. Heer Grietman Johan Fegelijn van Claerbergen. Onder verbant onser goederen, met submissie den Hove van Frieslandt en den Gerechte van Doniawerstal.

In kennisse onse handen. Actum den [datum niet ingevuld:
H. Wierda 1725, Dirck Alberts, D. van Haren 1725, Hijlcke Jacobs 1725, Jan Tierdts,
Pieter Otten, Dedde Boekes, A. van Burum, Klaas Pijtters, Hepke Jolkes, Tiete Hettinga
ontvanger, 1737-1748, W. van Haren 1725, Jan Jansens, Douwe Syoerdts.

Ofschoon het stuk ongedateerd is, blijkt uit de jaartallen bij de handtekeningen, dat het in 1725 ondertekend is. De eigenaren van huizen verplichtten zich onderling, dat zij de omslagen voor hun onvermogende of onwillige huurders zullen betalen, als ze het geld van die gebruikers zelfs met executie niet los kunnen krijgen.

De gebruikers van de huizen betaalden dus die omslag, maar de eigenaren stonden borg voor de betaling. Nu worden helaas in de kerkvoogdij-rekeningboeken, die hier van 1735 af bewaard gebleven zijn, noch die omslagen, noch het schoolmeesterstraktement verantwoord, zodat ook de namen van de schoolmeesters hieruit niet op te diepen zijn. In de rekening van 1773-1791 evenwel staat:

" Omslag over de huizen ten behoeve van de Schoolmeester sedert den jare 1785, wanneer vastgesteld is, dat de jaarlijkse Rekening, welke daarvan door de Armevoogden gedaan wierd, zoude ophouden en deze omslag benevens de stoelgelden zouden verantwoord worden in dit Kerkvoogdijboek, gelijk ook daartegens het tractament van den Schoolmeester. Dezelve heeft bedragen à 28 stuivers per huisgezin buiten dat van den Schoolmeester zelve, die niet betaalt [!], en is alzoo door de successive Armevoogden den Rendant [administrerend Kerkvoogd] betaald: May 1786 over 46 huisgezinnen: 64 c.g. 8 st.; over 1787 idem; over 1788 eveneens; 1789 47 huisgezinnen: 65 c.g. 16 st.; 1790 45 huisgezinnen: 63 c.g.; 1791 46 gezinnen: 62 c.g. 8 st., etc."

Aan de schoolmeester werd 70 c.g. traktement gegeven. In 1797 kwam de administratie weer aan de armenvoogden. Daar deze armenvoogdij-rekeningen, voor zover ik weet, niet bewaard gebleven zijn, kennen we de namen van de schoolmeesters hier niet.

Uit andere bronnen kunnen we echter toch nog een paar namen geven. Daar in 1737 te Uitwellingerga, Oedonis Hendriks, van Idskenhuizen, trouwde met Bauk Dirks, en daar toen schoolmeester werd, kan hij dat hier ook wel enige jaren geweest zijn; maar zeker weten we dit niet.

Wel staat vast, dat in 1744 mr. Anne Hendriks Brinxma, hier schoolmeester was; zijn vrouw heette Froukjen Gerbens. Hij kwam ook voor in de kerkvoogdij-rekeningen in de periode omstreeks 1790,
toen de administratie van omslag en traktement bij de kerkvoogdij berustte (zie eerder). Het
traktement van 70 c.g. werd hem in vier gedeelten per drie maanden uitbetaald tot 1 mei 1792. Kort te voren zal hij, na minstens 48-jarige dienst alhier, wel overleden zijn.

Op 15 juni 1792 trad zijn opvolger, de nieuw beroepen schoolmeester Rintje Namles van der Baan, in functie. Ook hij ontving geregeld om de drie maanden zijn 17 c.g. 10 st. traktement, dus ook 70 c.g. per jaar. Totdat in 1797 de administratie weer aan de armenvoogden kwam en wij deze inkomsten niet langer kunnen traceren. Op 16 sept. 1792 was hij te Lemmer getrouwd met Pietertje Rommerts, "beide van Lemmer". En op 8 mei 1796 werd te Idskenhuizen, hun zoon Namle, geboren, die we reeds als "Onderwijzer der Jeugd" te Goingarijp hebben ontmoet (van 1820 tot 1830). In febr. 1802 werd "master" Rintje beroepen te Stavoren, waar het traktement ƒ 200 bedroeg, plus natuurlijk (evenals te Idskenhuizen) de schoolpenningen van de leerlingen en een vrije woning.

De stemgerechtigde landeigenaren van Idskenhuizen, stemden toen in 1802 Jan Gerrits
Krol, (geboren op 6 april 1785 te Idskenhuizen, overleden op 4 juli 1836 te Sneek) tot hun schoolmeester. Hij maakte de vernieuwing van het onderwijs mee (gevolg van de
Onderwijswetten van 1801, 1803 en 1806) en was er een voorstander van. Geen wonder, dat
hij zich aan de studie zette om de bij de wet van 1806 ingestelde rangen te behalen. Direct
reeds in aug. 1806 behaalde hij de 3e rang en in okt. 1811 de 2e rang; hij was toen 26 jaar. Hij
is hier in 1809 getrouwd met Djuke Klazes (Dieuwke Klazes de Vries, geboren op 11 juni 1781 te Sint Johannisga, overleden op 8 december 1839 te Sneek) In het begin van 1812 vertrokken ze naar Hindeloopen.

De school werd toen provisioneel waargenomen door Marten Doedes Simonides, (geboren op 8 februari 1790 te Stavoren, overleden (43 jr) op 15 april 1833) een zoon van de Hindelooper meester Doede Simonides. (Te Hindeloopen, waren namelijk twee scholen) Opgeleid door zijn vader, die hij weldra als ondermeester bijstond, behaalde hij in april 1812 de 4e rang en in okt. van dat jaar de 3e rang. Toen was hij 22 jaar en nog ondermeester te Hindeloopen. Spoedig daarna moet hij te Idskenhuizen, gekomen zijn, waar hij eerst op 10 april 1814 zijn vaste aanstelling kreeg. Ofschoon hij de 2e rang nimmer verwierf, noemde de schoolopziener in de meergenoemde lijst zijn gedrag en vlijt beide goed en meende ook, dat hij verhoging van traktement verdiende. In de Franse tijd was hij namelijk "gaarder" van een of andere belasting in zijn dorp geweest, wat ƒ 100 in het laatje bracht. Later mocht dat niet meer en heeft het dorp zijn traktement op ƒ 150 gebracht, plus de schoolgelden van de leerlingen en een vrije woning. Ook sleepte hij als ijkmeester van de botervaten jaarlijks nog ƒ 20 in de wacht. In 1817 gingen hier ca. 40 kinderen naar school, die ook zo'n ƒ 40 aan schoolgeld opbrachten.

In 1823 besloot de dorpsadministratie tot de bouw van een nieuwe school en een onderwijzerswoning, die in aug. werd aanbesteed, met het afbreken van de oude. Na 1828 ontvingen deze meesters van Idskenhuizen, ook ƒ 3 per jaar voor voorzingen in de kerk. In het voorjaar van 1833 is "master" Simonides hier overleden.

  • Op 15 nov. 1833 werd Jacob Loffelt de Mol Moncourt, (geboren op 5 augustus 1813 te Woudsend, overleden (44 jr) op 5 september 1857 te Idskenhuizen) hier als schoolmeester aangesteld, nadat hij de school enige maanden provisioneel had waargenomen. Hij was in 1813 geboren en verwierf in okt. 1829 als kwekeling te Woudsend de 4e rang. In okt. 1832 behaalde hij, als ondermeester aldaar, de 3e rang. Zo kwam hij te Idskenhuizen, waar hij in okt. 1842 ook nog de 2e rang behaalde. Het aantal schoolgaande kinderen was inmiddels gestegen tot ca. 90. Het traktement bedroeg nog steeds ƒ 150 van het dorp, plus de schoolgelden en vrije woning. De meester had soms hulp van kwekelingen, die hij in het vak opleidde. Op 5 sept. 1857 is de meester hier op 44-jarige leeftijd overleden.
  • Met ingang van 1 sept. 1858 werd Ate Linzes de Jong, van Doniaga naar de school van Idskenhuizen overgeplaatst. Hij vertrok op 1 mei 1864 naar Nijehaske. Aan de school werd ook nog avondschool gegeven.

Bij de nieuwe regeling, ingevolge de Wet op het Lager Onderwijs van 1857, was per 1 jan. 1861 het traktement op ƒ 450 plus vrije woning gesteld, terwijl de gemeente een kwekeling bezoldigde (met ƒ 25 per jaar!). De gemeente betaalde de jaarwedden; de dorpsadministratiën de bouw en het onderhoud van de scholen, schoolhuizen, schoolmeubelen, licht en vuur. Legemeer en Teroele, die zelf geen school hadden, droegen voor resp. 1/8 en 1/7 bij in de kosten van het onderwijs te Idskenhuizen. In 1862 waren hier ca. 70 leerlingen. Omstreeks 1875 gingen de dorpsadministratiën over aan de gemeente.

  • Na het vertrek van A.L. de Jong, in 1864, is de school provisioneel waargenomen door Theunis Meines Bergsma, onderwijzer te Koudum.
  • Op 3 jan. 1865 trad Pieter Hanzes van den Berg, in functie. Hij was hulponderwijzer te Sloten en was na vergelijkend examen op 20 sept. 1864, uit 6 sollicitanten benoemd. Hij trouwde op 20 dec. 1867 met D.A. Walstra. Het traktement werd m.i.v. 1 jan. 1873 op ƒ 525 gebracht; in 1886 werd het verhoogd tot ƒ 700.
  • In 1877 werd hier voor het eerst een hulponderwijzer aangesteld; van 1883 tot 1893 was Pieter Geerts Bleeksma, als zodanig in functie. In 1883 werd hier een nieuwe school met 2 lokalen en een woning gesticht; de kosten bedroegen ƒ 8.344. (De oude school had maar één lokaal!). In 1887 was meester Van den Berg, ziek en werd de school waargenomen door Hendrik Bouma.
  • In 1888 werd Pieter Hoogland, onderwijzer te Grijpskerk, tot zijn opvolger benoemd op ƒ 700 traktement. In 1900 verleende de gemeenteraad hem eervol ontslag als hoofd van de school, klokluider en boekhouder van het Burgerlijk Armbestuur te Idskenhuizen wegens vertrek naar Stavoren in mei van dat jaar.
  • Tot zijn opvolger werd in mei 1900 aangesteld: J.B. Kreeft, onderwijzer te Beilen, die tevens boekhouder van het Burgerlijk Armbestuur en klokluider in Idskenhuizen werd.
  • In 1904 werd hij opgevolgd door J. Waijer, die van Tjerkgaast overgeplaatst werd, en in 1905
    weer vertrok uit Idskenhuizen.
  • Zijn opvolger werd toen M.H. Visser, die in 1912 hoofd van de school te Baard werd.
  • In 1912 kwam S. Dijkstra, onderwijzer te Akkrum, die in 1919 hoofd van de school te
    Joure werd.
  • In 1920 kwam zijn opvolger W. de Vries. Deze was eerder onderwijzer te Langezwaag (1912) en te Drachten. Op aandringen van de minister van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen heeft de gemeenteraad ook deze school bij besluit van 14 sept. 1933 opgeheven, met ingang van 1 jan. 1934. Gedeputeerde Staten keurden dit besluit goed. Het hoofd W. de Vries, werd per 1 okt. 1933 overgeplaatst naar de school te Scharsterbrug.
  • De laatste maanden werd de school nog tijdelijk waargenomen door L. de Jong. De gebouwen zijn later ingericht tot een kantoor voor de armmeester van het Algemeen Burgerlijk Armbestuur.

Bron: www.fryske-akademy.nl

Kleine Buren, Idskenhuizen.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.