Haskerhorne

HASKERHORNE, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Haskerland, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Heerenveen, ter wederzijde van den rijweg tusschen Heerenveen en de Joure, en Z. W. van de Overspitting.

Men telt er 22 h. en ongeveer 150 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. het land ten Zuiden van den rijweg, tusschen Heerenveen en de Joure, is hoog bouwland en van eenen hoog veenigen aard, doch het noordelijk gedeelte, is, gelijk dat der overige dorpen van de griet. Haskerland, laag, venig, zeer uitgebreid, en weinig bewoond.

De Herv., die men hier aantreft, behooren tot de gem. Haskerhorne-en-Oude-Haske, die hier eene kerk met eenen stompen toren heeft. - De R. K., die er wonen, behooren tot de stat. van Joure. - De dorpschool, welke in het jaar 1837 aanmerkelijke verbeteringen heeft ondergaan, wordt door een gemiddeld getal van 40 leerlingen bezocht.

HASKERHORNE-EN-OUDEHASKE, kerk. gem., prov. Friesland, klass. Heerenveen, ring de Lemmer. Men telt er 690 zielen, onder welke 150 Ledematen, en heeft er twee kerken, ééne te Haskerhorne en ééne te Nyehaske.

De eerste, die hier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Johannes Jelles Schotanus, die in het jaar 1602 herwaarts kwam, en in het jaar 1605 naar Longerhoud vertrok.

Bron: vanderaa.tresoar.nl


Bron Wikipedia: Haskerhorne (Fries: Haskerhoarne, lokaal ook wel De Hoarne) is een dorp in de gemeente De Friese Meren in de Nederlandse provincie Friesland en telt ongeveer 490 inwoners (2004). Tot 1 januari 2014 behoorde Haskerhorne tot de gemeente Skarsterlân.

Haskerhorne ligt ten zuidoosten van Joure, ten zuiden van de A7. De naam zou verwijzen naar de hoek ("horne") van Haskerland, waar het dorp ligt. Haskerhorne behoorde in de middeleeuwen tot de grietenij Haskerfiifgea. Tot de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1984 behoorde Haskerhorne tot de gemeente Haskerland.


WUMKES:

  • 1715: Juli 21 Ds. Ulricus Pecama te Haskerhorne (van 1697-1731) (Gedoopt op 12 september 1656 te Leeuwarden, overleden op 13 maart 1731 te Haskerhorne) doet de eerste predicatie in een huis op de Schansterwal te Nijehaske, wijl de kerk te zeer door ouderdom was vervallen. Daar dit huis te klein wordt voor de aangroeiende schare, moet men het vergrooten en is het van een kansel voorzien, waarin ds. H. W. Couttis uit Haskerhorne op 12 Dec. 1734 de eerste predicatie doet met Jes. 2 : 2.

 

  • 1718: Aug. 10 Grietman P. J. Vegelin v. Claerbergen geeft aan Gedept, een rapport over de Oude Slachte (bestaande reeds in 1543) en loopende van ouds van de Zijl te Joure (bij 't Tolhuis) over Snikzwaag, Akmarijp, Terkaple (waar ook een zijl was, die werd onderhouden door de Compagnons van Heerenveen), door Terhorne naar de Schouw en vandaar door Akkrum, Oldeboorn aansluitend bij Aengwirden en Opsterland, maar dat deze vervallen schijnt te wezen, dit door het afgraven der hooge bouwen van Oudehaske en St. Jansga, doch meest door verval der Terkaplesterzijl, waarover de naburige grietsluiden lange jaren hebben geprocedeerd.
  • De Zomerdijken op de uitenden van de Hasker-,Hornster-, Westermeerder- en Jouster bouwen, die zich aansloten bij de hooge bouwen van St. Jansga en Rottum, zijn altijd door de grietsluiden van Haskerland onderhouden om daardoor de landen tot aan de rijweg toe voor het
    oppersend water te behoeden, zoodat ze het zeewater van 1703, maar niet van 1701 en 1702 hebben gekeerd. „Ik heb de zomerdijken van Joure, Westermeer en Haskerhorne sedert 2 jaar doen verzwaren ter breedte van 60 voeten, en daarenboven alle bouw-, weilanden en verre de meeste mieden van die dorpen in een aeguale dijk begrepen en daarvan een polder van over de 4000 pondem. gemaakt.
  • 1763: Ds. Frederik Witteveen te Haskerhorne (van 1759-1764) ziet zijn prijsverhandeling over de eigenschappen, die uit het bestaan van een noodzakelijk Weezen noodwendig voortvloeien, bekroond met een gouden medaille vanwege het Stolpiaansch legaat.
  • (WITTEVEEN (Frederik), zoon van Hermannus Witteveen, te Purmerend, waar zijn vader predikant was, den 23sten Mei 1736 geboren, genoot het onderwijs van Herm.Phocillides, D.E. Tol, predikant te Lemmer en Wynjeterp en van J.H. Muller, rector te Dokkum, studeerde te Groningen, zette zijne studien te Utrecht voort, werd proponent in 1759, predikant te Haskerhorne en Oudehaske, overleed in 1764. Petrus Nota, predikant te Oldehorn, vervaardigde bij die gelegenheid een Latijnsch gedicht. Hij behaalde in 1763 den prijs bij het Stolpiaansch-legaat voor zijne Verhand. over de eigenschappen, dewelke uit het bestaan van een noodzakelijk weezen, noodzakelijk voortvloeit.)

www.reliwiki.nl Haskerhorne Ned. Hervormde Kerk, gesloopt in 1913

Foto van: Kerken in beeld

Predikanten: Haskerhorne (1593)

1593-1594 Henricus Tammerus
1602-1605 Johannes Gelii Schotanus
1612-1634 Theodorus Klinkhamer
1634-1636 Johannes Klinkhamer
1637-1640 Johannes Petri Bechius
1641-1654 Abrahamus Oberti Miederhuis
1655-1663 Johannes Gerardi Samplonius
1664-1697 Abraham Tammes Poutsma
1697-1731 Ulricus Pecama
1731-1736 Henricus Wilhelmus Couttes
1737-1743 Carel Kutsch
1744-1751 Jacobus Petrejus

www.theologieportaal.nl

Naamlijst Predikanten Haskerhorne en Oudehaske.

  • 1751. Henricus Hoornstra, geboren te Leeuwarden den 13 September 1727, zoon van den deurwaarder Jarig Hoornstra, genoot het leen van Marssum, is als kandidaat bevestigd den 7 November,' en stierf aan eene uitterende ziekte in 't ouderlijke huis te Leeuwarden den 14 November 1758, oud 31 jaren.
  • 1759. Frederik Witteveen, geboren te Purmerland den 23 Maart 1736, Herm. zoon, die anderhalfjaar na Frederiks geboorte overleed, kandidaat, bevestigd den 13 Mei, overleed den 17 Januarij 1764.
  • 1764. Jacobus Vedder, geboren te Franeker, broeder van Herm. en Izaak, kandidaat, bevestigd den 18 November, overleed den 15 Augustus 1770.
  • 1771. Tjepke Fennema, geboren te Franeker den 1 Januarij 1744, Riemer Jelles, broeder te Molkwerum, kandidaat, bevestigd den 5 Mei, nam, verroepen naar Oldeholtpade, afscheid den 18 Maart 1798.
  • 1799. Petrus Christianus Koentz, beroepen van Oldelemmer, deed zijn intreerede den 2 Augustus, en nam, verroepen naar Oosterzee, afscheid den 16 April 1809.
  • 1809. Johannes Karsten, stond vroeger te Goïngarijp, is beroepen van Roswinkel, deed zijn intreerede in December en nam, verroepen naar Westerbork, afscheid den 6 Mei 1810.
  • 1811. Jelto Hermanus Dijkhuizen, Henr. zoon, beroepen van Veenwouden, deed zijn intreerede den 14 Julij, werd emeritus 1 Julij 1829, nam afscheid den 28 Junij, en overleed te Sloten den 24 Augustus 1830.
  • 1830. Jurjen Heeren, beroepen van Steggerda, deed zijn intreerede den 14 Maart, werd emeritus in 1877, en stierf in 1884 te Grevenbicht in Limburg.

Er ontbreken : G. G. J. W. Wierts van Coehoorn 1878—82. H. D. Ouwersloot 1883—.

Bron: tresoar.nl/wumkes/pdf

Onderwijs en schoolmeesters te Haskerhorne.

Reeds zeer vroeg heeft Haskerhorne een eigen schoolmeester gehad. Kerkelijk was het dorp sedert de reformatie gecombineerd met Oude- en Nijehaske, maar in 1746 is Nijehaske bij Haskerdijken gevoegd en bleven dus Haskerhorne en Oudehaske gecombineerd.

De pastorie stond te Haskerhorne. Daardoor waarschijnlijk vinden we vroeger dan in Oudehaske, in Haskerhorne geregeld van schoolmeesters melding gemaakt.

  • De eerste die we kennen, mr. Aesge Thijsz., was hier reeds op 22 jan. 1613.
  • En in maart 1649 was Gosse Jansz, schooldienaar in Haskerhorne en Auck Sioerdsdr. zijn huisvrouw.
  • Daar van de Haskerlandse dorpen de bewaard gebleven doop- en trouwboeken, evenals de oude kerkvoogdij-rekenboeken niet ver teruglopen, kunnen de oudste gegevens, zo hier en daar meest toevallig gevonden, niet anders dan fragmentarisch zijn. Zo kennen we uit de 17e eeuw nog slechts op 17 dec. 1677 mr. Cornelis, schooldienaar in Haskerhorne.
  • In het begin van de 18e eeuw was Dirk Gerrits Mastenbroek, hier schoolmeester, die in aug. 1720 vertrok naar Broek in Doniawerstal. In 1703 was hij nog te Nijehaske en woonde op de Heerewal. Wanneer hij te Haskerhorne gekomen is, is niet bekend. Van 1723 af zijn hier de kerkvoogdij-rekenboeken bewaard gebleven.
  • De schoolmeester Wijbren Ulbes, die we hier in maart 1725 aantreffen, ontmoeten we ook in de kerkvoogdij-rekeningen van 1728 tot 1732. Het blijkt, dat hem 20 c.g. traktement per jaar
    gegarandeerd was, maar dat de Kerk jaarlijks steeds 4, 5 of 6 c.g. moest suppleren om tot die 20 c.g. te komen. Het blijkt uit andere bronnen dat een omslag over de verschillende plaatsen land werd geheven voor de schoolmeester van 1 c.g. per plaats. Bovendien had de schoolmeester de schoolgelden van de leerlingen en vrije woning, meestal met de school onder één dak.
  • In 1728 was Andries Molma, executeur van Haskerland; hij komt hier in 1741 nog voor.
  • In juni 1732 trouwden te Makkinga: Harmen Jans, schoolmeester te Haskerhorne, en Jebbegjen
    Teunis, van Langedijke. Hij komt ook voor op 26 sept. 1735. Hem wordt in mei en in nov. telkens 6 c.g. 5 st. uitbetaald wegens kerkdienst (als koster en voorzanger nl.); dit geschiedde tot mei 1736. Van aanvullingen van het traktement leest men nu niet meer.
  • In mei 1736 werd Lourens Lourens, (weldra Hornstra) hier tot school- en kerkdienaar aangesteld; zijn traktement van 2 x 6 c.g. 5 st. werd met 10 c.g. per jaar verhoogd. Deze Lourens L. Hornstra, was in 1733/34 en waarschijnlijk ook in 1734/35 winterschoolhouder te Eestrum geweest. De school was nog een simpel gebouwtje, met riet bedekt, want in 1736 werd voor 100 bossen "reijd tot de schole" 1 c.g. 13 st. betaald; in 1752 weer "reyd voor de school". Hornstra, was in mei 1740 te Haskerhorne, lidmaat geworden. Uit posten in de rekeningen blijkt, dat de meester ook de klok luidde en het kerkpad en kerkhof onderhield en wiedde; ook dat leverde hem nog een paar gulden op. Ook gaf de kerk jaarlijks 1 c.g. 5 st. voor het onderwijzen van een of meer arme leerlingen, die ondersteuning van de kerk genoten. Mr. Lourens Lourens, vertrok omstreeks mei 1744 naar Joure.
  • Nu werd zijn zoon Durk Lourens Hornstra, hier tot schoolmeester gestemd door de eigenaars van de contribuerende plaatsen. Ook hij ontving telkens in mei 16 gl. 5 st. en met Allerheiligen 6 gl. 5 st., evenals zijn voorganger. (Het gerecht van Haskerland benoemde in okt. 1738 een curator voor een weeskind, i.p.v. de overleden curator Jacob Lourens; diens weduwe was Jeltje Obbes; zij is in 1752 overleden. Het is de vraag of deze personen familie waren van de eerder genoemde Hornstra.) Ofschoon op kleine dorpen de schoolmeester dikwijls als dorprechter fungeerde, was dat in Haskerland, niet het geval. Boeren vervulden hier deze functie, bijvoorbeeld Evert Hendriks, tot 1748, Ids Rijckels, van 1748 tot 1754, Cornelis Feddes, in 1754 en G. Obbes, in 1755. Er was nog een kerkdienaar (behalve de schoolmeester), die in de rekeningen "Honde Giesler" genoemd wordt; hij ontving 8 c.g. traktement per jaar. In 1764 was dit Ulbe Wiebrens, natuurlijk nog een zoon van bovengenoemde schoolmeester. (In 1733 hadden Jan Rienx en in 1749 Broer Douwes deze functie vervuld.) Op 5 nov. 1758 is mr. Durk Lourens Hornstra, hier in de kerk getrouwd met Jeltje Cornelis, van Heerenveen, nadat hij zijn eerste vrouw Antje Hotzes (met wie hij op 17 dec. 1752 te Oudehaske getrouwd was) verloren had. Nu moest de schoolwoning worden verbeterd; dit is in 1760 geschied. Op 10 april betaalde de kerk 14 st. voor jenever voor de menners van de materialen aan het schoolmeestershuis; Hinne Bonnes, kreeg 19 c.g. 6 st. voor 22 "fiem reydt" aan het huis van de schoolmeester; Abram Jans, 51 c.g. van arbeidsloon; Nanne Dirx, 78 c.g. 4 st. wegens materialen; Auke Douwes, 12 c.g. 19 st. 14 penn. van "verwen" en geleverde verf en Aldert Tjerks mr. smid, 12 c.g. 4 st. 12 penn. van geleverd ijzerwerk. Met nog wat kleine uitgaven kwam het hele gebouw dus op zo'n 200 c.g.! Voor zo'n gunst, hem betoond in de bouw van dit nieuwe schoolhuis, moest mr. Durk, natuurlijk zijn offer plengen: hem werd voortaan 10 c.g. in zijn traktement gekort wegens huishuur! Intussen was in de loop der jaren het traktement iets verhoogd, hij ontving de laatste jaren in mei 17 c.g. 10 st. en in nov. 6 c.g. 5 st. en jaarlijks 4 c.g. voor onderhoud van kerkhof en kerkpad-wieden. De 10 c.g. extra in mei was feitelijk voor de schooldienst, die alleen 's winters gehouden werd. 's Zomers ging mr. Durk, turfgraven of bij de boeren in het hooi. Soms vinden we gewag gemaakt van een extra verdienste, bijv. op "20 May 1788 mr. Durk Lourens, 6 st. voor 't teren van 't huyske bij de school". In de laatste jaren, omstreeks 1792 werd de oude man door de grietman nog begunstigd met een ontvangerschap van het reëel (een personele belasting). Zo heeft hij hier 60 jaar lang 's winters de jeugd onderwezen. In 1803 moest hij nog een aktie beginnen om aan zijn traktement te komen; twee boeren hadden nl. sedert 1796 hun bijdrage tot de school (toen 1 gl. 5 st.) niet willen betalen. Hij eiste die over 6 jaren, dus tot een bedrag van 15 gl. gerechtelijk op (9 maart 1803). In mei 1804 deed de oude meester afstand van de school; het ontvangerschap bleef hij nog waarnemen. In het begin van 1810 is hij overleden; op 26 febr. werd door de kerk ontvangen 1 gl. 2 st. wegens "begravinge" van Durk Hornstra. Mr. Lourens Durks Hornstra, te Joure was zijn zoon.
  • In mei 1804 werd tot school- en kerkdienaar te Haskerhorne aangesteld mr. Antonie Biesterbos. Hij trouwde hier op 10 mei 1807 met Anna Jacobs. In 1806 is de school geheel vernieuwd en de oude afgebroken. Jacob Caspers ontving van materialen en arbeidsloon ruim 195 gulden. D.L. Hornstra, wegens thee- en koffiedrinken van de timmerlieden 12 gl. 13 st. 8 penn. Ook deze school was nog met riet gedekt. Het traktement was ook vrijwat verhoogd: in 1809 ontving mr. Antonie, 82 gulden; ook nog 1 rijksdaalder per jaar van klok-smeren. Ook hij betaalde 10 gulden huishuur per jaar. In 1806 e.v. moest de klok geluid worden op de verjaardag van Lodewijk Napoleon, de koning van Holland. Harm Feddes, c.s. ontvingen 2 gl. 2 st. voor dit luiden en jenevergeld. In 1810 werd geluid voor de jonge Koning van Rome (Napoleons zoon); we waren toen ingelijfd bij Frankrijk. Meester Biesterbos, heeft de school bediend tot 1821, toen hij afstand van zijn post deed. Ook hij bekleedde een ontvangerspost, wat hem ƒ 110 opbracht.
  • De school, die nu het hele jaar door gehouden werd, is tijdelijk (1821-1822) waargenomen door Klaas Tjalles Hijlkema, die later te Eernewoude stond.

De kerk van Oudehaske, droeg ook bij tot het traktement van de onderwijzer te Haskerhorne, zoals blijkt uit een het oude kerkvoogdij-rekenboek van Oudehaske, 1733-1765. Jaarlijks werd 15 gulden wegens kerkdienst en 10 gulden van schooltraktement (sedert 1737) uitbetaald. Aan mr. Lourens Lourens, telkens in mei 17 c.g. 10 st. en met Allerheiligen 7 c.g. 10 st.; sedert mei 1744 aan Dirk Lourens dezelfde bedragen; na nov. 1754 : 2 x 8 c.g. 15 st. en 2 x 3 c.g. 15 st. = 25 c.g. Dit was in 1765 nog zo.

Ook in het kerkvoogdij-rekenboek van 1790-1801 werd deze bijdrage aan mr. Dirk Lourens Hornstra, verleend voor zijn kerkdienst. Van ruim 27 gulden jaars (1790) klom het op tot 35
c.g. 10 st. (1797 e.v.; 1801 nog.) In het rekenboek van kerk- en armvoogden van Oudehaske 1803-1809 lezen we: op 8 febr. 1803 aan Dirk Lourens Hornstra, 11 gl. 15 st. van ¼ jaar schooltraktement; in mei 1803 weer; met Allerheiligen 1803 12 gulden, enz. tot mei 1804. In nov. 1804 aan Antoon Biesterbos, 12 gulden wegens ½ jaar schooltraktement; in febr. 1805 11 gl. 15 st.; in mei weer. Dus 's winters 2 x 11 gl. 15 st. en 's zomers 12 gulden ofwel 35 c.g. 10 st. tezamen per jaar. Zo was het in mei 1809 nog en ook in het volgende rekenboek van 1815-1822 werd jaarlijks 35 gl. 10 st. betaald. Blijkbaar zijn deze bijdragen in 1822 geëindigd.

  • Op 1 aug. 1822 kwam de nieuwe meester: Lijkele Sakes Poutsma, van Appelscha, waar hij in okt. 1820, op 21-jarige leeftijd reeds winterschool hield en toen de 4e rang behaalde; in april 1822 kreeg hij de 3e rang. Ook te Haskerhorne studeerde hij nog, totdat hij in okt. 1829 ook de 2e rang verkreeg. Dat was in die dagen het summum van schoolmeesterlijke geleerdheid: de 1e rang werd haast nooit behaald (slechts twaald Friese schoolmeesters hebben die rang bezeten). Het inkomen bedroeg nu: ƒ 150 plus de schoolpenningen van 25 à 30 leerlingen à 65 ct. per 3 maanden plus vrije woning. Ook nu was de meester nog koster en voorzanger. In 1832 trouwde mr. Poutsma, met G.IJ. Holtrop. De school werd in 1837 vernieuwd. In 1846 werd de school bezocht door 55 à 60 leerlingen. Nadat hij in 1857 zijn 25-jarig huwelijk en in aug. 1862 zijn 40-jarig jubileum als hoofd van deze school had herdacht, kreeg hij tegen 1 mei 1865 eervol ontslag, na volbrachte 65-jarige leeftijd. Na de Wet op het Lager Onderwijs van 1857 was het traktement op ƒ 400 gebracht (zonder schoolgelden verder). Steeds had hij alleen voor de hele school gestaan, slechts nu en dan met de hulp van een kwekeling, die hij opleidde; in 1846 bijv. Lucas Bogtstra, die we in 1858 te Joure ontmoetten. Poutsma, nam de school waar tot zijn opvolger kwam.
  • Op 1 sept. 1865 trad Jan Sjoerds de Jong, in functie als hoofd van deze school; hij was hulponderwijzer te Makkum geweest. Zijn vrouw heette R.C. Jurgens. Het traktement was nog ƒ 400 plus vrije woning. In 1873 is hier een nieuwe school gebouwd; de kosten bedroegen ca. ƒ 3000.
  • Verder hebben nog aan het hoofd van deze school gestaan: Aebe Mebius, van 1 aug. 1873 (was onderwijzer te St. Annaparochie) tot 1885 (naar Ried waar hij op 29 nov. 1903 overleed).
  • Vervolgens Halbe Kuperus, van 1885 tot 1925, dus 40 jaar lang, toen hij met pensioen ging. Hij is op 23 nov. 1930 alhier , op bijna 70-jarige leeftijd overleden.
  • In 1899 werd de school uitgebreid en kreeg 2 lokalen. Zijn opvolger was S. Smit, van 1925 tot heden.

In 1933 werd een voorstel van B. en W. tot opheffing van deze school, door de gemeenteraad
verworpen. Gedeputeerde Staten gelastten toen bij besluit van 28 dec. 1933 opheffing van de
school per 1 april 1934. De raad en de ouders gingen in beroep bij de Kroon. Bij Koninklijk Besluit van 18 mei 1934 werd dit beroep gegrond verklaard met vernietiging van het besluit van Gedeputeerde Staten. Zo bleef de school bestaan, die toen nog 53 leerlingen telde.

Bron: www.fryske-akademy.nl

Tussen Westermeer en Haskerhome lag voorheen een weggedeelte, dat „Sewei" heette. Het was een stuk weg met een paar haakse bochten, waarlangs ook het stoomtrammetje naar Heerenveen reed. In de eerste bocht lag (en ligt nog) links over de wijk een brug naar de hooiweg de Wildehorne polder in. Voorbij de tweede bocht, al weer gekomen op de weg naar Haskerhorne, heeft heel vroeger de Lycklamastins gestaan, maar daar heeft niemand meer weet van.

In de dertiger jaren is deze dubbele bocht, de Sewei, afgesneden en uit het verkeer genomen, als ware 't 'n blindedarm, die gemist kon worden. Dat was al vóór de grote snelverkeersweg werd aangelegd. De tram reed sindsdien met een soepele, glijdende bocht van Westermeer naar Haskerhome, over een nieuw stuk weg, waar ook het publieke verkeer van kon profiteren. Deze weg ligt er nog, evenals de rails, waarlangs sporadisch eens een goederentram rijdt. De Sewei is een dood landweggetje geworden, alleen gebruikt door eigenaren van daar gelegen landerijen.

Nu

n Haskerhorne waren volgens het boek 'Doarpslibben Haskerhorne' 4 molens. Twee ten noorden van de Grintweg, deze is afgebroken in 1896, een Rode Molen in het Polderbos en een in de Wilde Horne stond een watermolen.

In 1897 werd in het dorp een coöperatieve zuivelfabriek gesticht. Deze werd in de jaren zeventig gesloten.

1958

Jacobus Vedder, pred. Haskerhorne.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.