Harich

HARICH, ook wel eens Harig gespeld, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Gaasterland, arr. en 4 u. Z. ten W. van Sneek, kant. en 3 u. N. W. van de Lemmer.

De naam van dit d. is waarschijnlijk afgeleid van Heaegh-Raeg of Haeghe-Raeg, dat is hoogrug of hooge rug, omdat het dorp zich uit de Flieussen voordoet als op eenen bergrug gelegen. Ook ligt het zeer schoon en hoog, en levert daardoor een heerlijk gezigt op de bosschen naar het Oosten en op de vlakke weiden en meeren naar het Westen.

Dit d., bestaat uit vier buurs., als: Vrisbuurt, Kerkburen, Lorreburen en Westeinde. men telt er 47 h. en 320 inw., die meest hun bestaan vinden in landbouw en veeteelt.

De Herv., die hier 240 in getal zijn, onder welke 80 Ledematen maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Sneek, ring van Slooten, behoort. Volgens staatsbesluit van 7 September 1816, is het oude dorp Ruigahuizen met Harich kerkelijk vereenigd.

De eerste, die alhier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Hendrik Wellink, die in het eerste jaar 1583 hier in dienst was. Destijds was Harich eene combinatie met Balk, doch in het begin der zeventiende eeuw daarvan afgescheiden zijnde, verkreeg het tot eersten afzonderlijken Predikant Hendrik Jochems, die na het jaar 1610 derwaarts kwam, en in 1618 naar Hindeloopen vertrok.

De kerk, ten O. van den weg, welke niet bestraat is, had eene rijke pastorij, met eene vikarij en twee prebenden. De pastorij was jaarlijks 130 goudgulden (195 guld.) waardig en de vikarij 100 goudgulden (150 guld.). De eene prebende plagt 90 goudgulden (135 guld.) en de andere 55 goudgulden (82 guld. 50 cents) op te brengen.

De goede en ruime kerk, welke in het jaar 1663 vernieuwd is, prijkt met eenen schoonen antieken, zeer hoogen spitsen toren, geheel van steen opgetrokken,en bevat eene fraaije marmeren grafnaald van het geslacht Rengers. Op eenen grooten steen boven de kerkdeur leest men:

Dit huis was eerst geveld,
Door storrenwind ter neer:
Maar nu is 't dus hersteld,
Tot Gods eer en leer
Zijns volks, door Scheltinga,
Den Grietman van deez' kust,
Hoort! volgt Godswoord nu na,
Op dat uw ziele rust. 1663

In de kerstnacht van 1979 werd de kerk getroffen door een grote brand. De toren bleef ook dit keer gespaard. De muren van de kerk bleven intact, maar het interieur ging verloren. De kerk werd volledig hersteld en kreeg een nieuw orgel, dat werd gebouwd door het Leeuwarder bedrijf Bakker & Timmenga. De kerk is erkend als rijksmonument.

Bron: vanderaa.tresoar.nl


Bron Wikipedia: Harich is een dorp in de gemeente De Friese Meren, in de Nederlandse provincie Friesland. Het ligt ten noorden van de bossen van Gaasterland en ten noordwesten van Balk. Het telt 490 inwoners (2012). Tot 1 januari 2014 behoorde Harich tot de gemeente Gaasterland-Sloten.

-In 1718 lag bij Harich rond Minnemastate een 'plantagie'. Het 16de-eeuwse Piere Epes Minnemahuys, was in het begin de 17de eeuw eigendom van diens nazaat Sjirkje Agges en haar man Lubbert Lyckles, wier erven het in 1650 verkochten aan de legerofficier Jacob van Cramberringh.

Een volgende bewoner was de muntmeester Daniël Valkenier. (Mr. Daniel Pietersz Valckenier, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1698, afkomstig uit Keulen (1648), ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Harderwijk 27-4-1648 ("Daniel Valckenier, Coloniens." muntmeester van de Staten van Friesland in Leeuwarden (1659), wordt geref. lidmaat te Leeuwarden 1660 met attestatie van niet vermelde plaats, (tegelijk met zijn moeder), hopman, afkomstig van Leeuwarden (1670), vermeld als stemgerechtigde te Harich 1698 (Oud-muntmeester Daniel Valckenier, eigenaar, Jan Jetses, gebruiker), muntmaker (1671, 1673), otr./tr. Leeuwarden gerecht/geref. 3/11-9-1670, tr. Harich 19-9-1670 Amelia van Grandprijn (Gramprich, de Gramberringen), wordt als Jr. Amelia de Gramberge geref. lidmaat te Leeuwarden 16-11-1670 met attestatie van niet vermelde plaats.

Zijn stiefdochter en haar man, de Harichster predikant ds. P. Reinalda (04-11-1732-02-01-1757) bewoonden vervolgens de state, die in 1728 eigendom werd van grietman Regnerus Annaeus Lycklama van Wyckel.

(Regnerus Annaeus Lycklama van Wijckel (geboren op 9 september 1689 in Leeuwarden, gedoopt op 11 september 1689 in Leeuwarden, overleden op 10 april 1756 te Leeuwarden, begraven te Wyckel, zoon van Hendricus van Wyckel en Doeth van Lycklama. In 1728 was Regnerus Annaeus Lycklama van Wyckel, eigenaar van Obbema State. Regnerus volgde zijn vader op als grietman van Gaasterland op 10-2-1710 en bleef dat tot 1756. (Zijn naam staat als grietman in 1727 op de kerkklok van Balk en in 1729 op die van Wyckel) In 1748 werd hij lid van de Staten van Friesland. Gehuwd met Elisabeth Bosman. Toen Elisabeth in 1722 overleed werd Regnerus eigenaar van een groot deel van haar bezittingen)

  • 15 juni 1712: Regnerus Annaeus van Wijckel, grietman van Gaasterland koopt voor 1560 goudgl. 2 zathen te Harich, groot 51 pondem. benevens 13 akkers en 4 vennen zaad- en grasland.

Later deed het oude bouwwerk tot 1850 dienst als pastorie. Nu staat op de plaats daarvan de villa 'De Stins' Het ook in Harich gelegen Titemastate, was nog in 1640 in bezit van dit geslacht. In het begin van de 18de eeuw werd het bezit van Epeüs van Hylckama, die het in 1732 verkocht aan de weduwe van David de Wildt.

In 1865 verkocht de familie Van Swinderen, het huis met stalling op die plaats aan predikant Frederik Zacharias Reneman, die er het nieuwe herenhuis 'Vredestein' liet bouwen. Hij verliet het al weer in 1873 en omstreeks 1910 werd het afgebroken. Het toegangshek bleef bewaard en staat nu voor de pastorie.

Hillemastate bij Harich, werd in 1494. Op de plaats van de state werd in 1850 de pastorie gebouwd. Die werd in 1870 verbouwd en uitgebreid.

Ten zuidwesten van Harich bestond een uithof van de abdij van Stavoren, die bekend was onder de naam Spitaal of Hospitaal. Na de opheffing ervan in de zestiende eeuw- maar waarschijnlijk ook eerder- werd hier in de buurt de Wildemarkt gehouden. Als veldnaam vinden we 'Wilde merckt' (1664) te Harich. In 1664 wordt deze plaats op de kaart van Gaasterland aangeduid als Hospitael Capel.

  • Gaasterland werd in 1290 Harichsteradeel genoemd.
  • In 1336 is sprake van dominus Petrus de Harich, deken van Wagenbrugge. Mogelijk was hij pastoor alhier.
  • Bontke Frieskesz, van 1517/8 tot 1525 is hij bekend als vicarius te Harich.
  • Lickle Haukes, van 1544 tot 1545 is hij bekend als pastoor te Harich.
  • Reyn Ulckesz, vicarius te Harich*, verklaart 29 februari 1556 nadat hij vijf jaren aldaar te hebben gestaan te zijn verkozen te Hindeloopen (een functie geeft hij niet aan) maar na een half jaar weer naar Harich te zijn teruggekeerd waar hij nu weer driekwart jaar vica- rius is.34 Hij moet dus van ca november/december 1554 tot ca mei/juni 1555 hier zijn geweest.
  • Lolle Philippus, in 1565 wordt hij vicarius te Harich.
  • Wyncke Romckes, overleed vóór 1569 als prebendaat te Harich.

In 1571 wordt door de bisschop van Leeuwarden de vicarie te Harich getransfereerd tot de pastorie van balcke; op 14 november 1571 eist de grietman van Gaasterland van pastoor en kerkvoogden te Harich als meijers van de vicarie aldaar overgifte van de achterstallige pachten en renten ten behoeve van de capelle alsmede van de ornamenten.

Nadat de eiser is opgelegd zijn kwaliteit te bewijzen wordt de zaak in december d.a.v. vervolgd; op 19 december 1571 wordt provisioneel uitvoering van de beschikking van de bisschop gelast.9 Nog in 1575 (9 augustus) is sprake van de pastoor te Harich als questie hebbende van St. Anthonysleen; hij verzoekt dan vrijdom van land.

Wyncke Romckes, overleed vóór 1569 als prebendaat te Harich. Jettye Claesz, is in 1580 pastoor te Harich.

  • 4 januari 1792: Verkoop van de heerlijke zathe, met heerenhuizinge, bosschen, cingels enz. genaamd 't Hospitaal te Harich, bewoond door J. D. Hanekamp van Harinxma thoe Heeg (geboren op 24 januari 1762 te Heeg, overleden op 9 november 1830 te Leeuwarden. Gehuwd met Geertruid Tieboel, wedr. van Albertina Grootholtman, zoon van Jan Cornelis Hanekamp & Magdalena Catharina van Harinxma thoe Heeg).

www.fryske-akademy.nl

Herenhuis 'Vredestein' te Harich.

Predikanten in Balk, Harich en Sondel.

Sondel is hiervan ten minste in 1613 al afgescheiden. Deze gemeenten behoorden onder de klassis Zevenwouden ?.

  • 1583. Henricus Wellink, wordt, in de synodale Acten van 1583, dienaar hier genoemd.
  • 1592. Lambertus Levini Semink, was hier in 1592 en toen lid der synode te Leeuwarden; hij is verroepen naar de Lemmer ca. omstreeks 1597.
  • 1597. Johannes Cornelis Sijlvius, is beroepen van Tjummarum in 't genoemde jaar. en verroepen naar Minnertsga in 1598 met consent der Synode, waar tegen de klassis Zevenwouden zich wel opponeerde, doch vruchteloos. Hij was nog lid van de synode te Leeuwarden in 1598, van wegen de klassis Zevenwouden, en werd dienaar te Sondel genoemd.
  • 1599. Johannes Johannis Balk, is hier in genoemd jaar beroepen zeer waarschijnlijk van Foudgum ca. Hij moest op last der synode eene gemaakte verzoening tusschen een dienaar van Slooten en eenige lidmaten op den 14 October 1599, na gedane predikatie, van den predikstoel te Slooten afkondigen. Ook onderteekende hij, den 24 April 1613, het testament Obbe Obbes, Grietman van Gaasterland, voegende bij zijnen naam „Dienaar des Goddelijken woords in den dorpe Harich" ; misschien woonde hij daar, en overleed hij welligt omtrent 1624. Na 1613 en voor 1618 is Harich hiervan afgescheiden.
  • 1624. Johannes de Brune, beroepen van Sondel, geapprobeerd den 6 April, was in 1643 legerpredikant, en overleed in 1653.
  • 1653. Petrus Vogelsang, is als kandidaat geapprobeerd den 7 Juni, lid der klassis geworden den 21 Junij, verroepen naar Witmarsum, en gedimitteerd den 5 Junij 1666.
  • 1666. Johannes Kingma, misschien zoon van Hero, te Oosterwierum, broeder van Petr. te Nieuwland, kandidaat en rector der Latijnsche school te Sluis in Vlaanderen, is geapprobeerd den 7 November, lid der klassis geworden den 16 April 1667, en overleden in 1683.
  • 1684. Rombartus IJtsma, beroepen van Heeg, geapprobeerd en gedimitteerd den 6 Mei, overleed in 1690.
  • 1691. Joliannes Lespière, beroepen van Jorwerd, geapprobeerd den 2 Junij, lid der klassis geworden den. 21 Julij, overleed in 1700.
  • 1701. Abdias Noordbeek, geboren te Tjalbert, zoon van Elb., broeder van Joh. te Jacobi-Parochie en Gerbr. te Jinnertsga, is als kandidaat geapprobeerd den 4 October, lid der klassis geworden den 25 April 1702, vierde den 14 November 1751 zijnen 50-jarigen dienst. Emeritus verklaard, nam hij afscheid den 18 Junij 1752 en overleed hier den 14 Mei 1760, oud 52 jaren 6 maanden. Bij 't collegie emeritus 1 Junij 1752.
  • 1752. Johannes Stoter, zoon van Joh., geboren den 20 Maart 1728. Zijn vader had niet gestudeerd en trad in dienst te Logumervoorwerk in 1737. J. S. is als kandidaat bevestigd den 8 October, overleden den 26 April 1771, en hier begraven. Zijne weduwe disponeerde over 't traktement gedurende 't annus gratiae in dezer voege , dat de predikanten daarvan een behoorlijk defroyement zouden genieten, en 't overige voor de diaconie-armen zoude zijn.
  • 1772. Cornelis Jongsma deed, beroepen van Rijperkerk, zijn intreerede den 14 Junij en nam, verroepen naar Appingedam, afscheid den 13 October 1776.
  • 1778. Pieter Bouwes Cramer, deed, beroepen van Hiaure ca., zijn intreerede den 23 Augustus, en overleed den 15 Augustus 1815.
  • 1817. Joachim van Broekhuizen, geboren te Veenendaal den 18 Februarij 1765, was als kandidaat te Ingen in 1791, te Wijk in 1795, te Bleiswijk in 1801, te Opheusden in 1810; na zeven vergeefsche beroepingen gedaan te hebben, werd hij eindelijk van daar beroepen, deed zijn intreerede den 9 November en overleed den 4 October 1826.
  • 1829. Herman Neelen ter Haar, broeder van Nic. Neelen, stond vroeger te Gaastmeer, is beroepen van Hamswerum in Oost-Friesland, deed zijn intreerede den 12 April, en overleed den 14 Julij 1829.
  • 1831. Hendrik Gann Dun, deed als kandidaat bevestigd, zijn intreerede den 30 Januarij, en nam, verroepen naar Veenendaal, afscheid den 13 October 1833.

Er ontbreken: J. R. de Bruine 1834—43; J. C. Eijkman 1844—46; J. A. Ruijs 1848—51; T. J. Jansen Schoonhoven 1851 — 57; F. J. G. Schook 1861—77, na 4 jaren vacature, waarin 22 vergeefsche beroepingen werden gedaan. J. J. van der Weijde 1878—82; R. Jaarsma 1883— *);

Bron: Tresoar.nl/wumkes/pdf

Ds. H. van Eyck van Heslinga, die zijn gehele ambtstijd in Friesland werkte, waarvan te Harich van 1888-1892.

Onderwijs en schoolmeesters te Harich en Ruigahuizen.

De eerste schoolmeester die we hier aantreffen is mr. Klaas Jans Fogtelo. Hij trouwde op 2 feb. 1743 te Balk met Ytje Wijbrands Haanstra. Hij stond in 1749 nog in Harich, maar werd in 1755 of 1756 te Witmarsum beroepen.

  • In 1772 stond hier Roelof Lambertus Cremer, schoolmeester. Zijn vrouw heette Maike Douwes. Hij was hier in 1777 nog.
  • In 1782 komt voor Timen Roelofs, schoolmeester te Harich. Hij was getrouwd met Janna Jans.
    De Gaasterlandse schoolmeesters te Balk, Wijckel, Oudemirdum, Mirns-Bakhuizen en Harich werden in 1796 afgezet, omdat zij weigerden de "Verklaring volgens publicatie der Representanten van het Volk van Friesland" d.d. 11 maart 1796 van alle ambtenaren geëist, te ondertekenen. Aangifte [voor een nieuwe schoolmeester] kon vóór 12 mei plaatsvinden; het traktement voor Harich bedroeg 90 c.g.. 6 st.; met vrije woning en verdere emolumenten. Roelofs, werd dus blijkbaar ook afgezet. Hij bleef echter in Harich wonen, want in okt. 1807 haalde hij alhier op 60-jarige leeftijd de 4e rang.
  • In 1796 kwam als nieuwe schoolmeester Sijger Yges Lijklema. Zijn vrouw heette Sijtske Hisses. Hij was rond 1741 geboren en is te Harich overleden op 21 feb. 1820. Het traktement bedroeg in 1804 ƒ 99 en in 1810 ƒ 197.
  • Op 12 mei 1820 werd Johannes Folkerts Schootstra, tijdelijk benoemd; op 30 aug. van dat jaar kreeg hij een vaste aanstelling. Het traktement bestond toen uit ƒ 84 van de grietenij, plus ƒ 75
    van het rijk, plus schoolpenningen en vrij wonen. Hij was de zoon van Folkert Johannes Schootstra, schoolmeester te Ouwsterhaule (Don.). Hij trouwde op 8 juli 1831 met Simkje R. Baukema. In 1848 werd een nieuwe school gebouwd. Op 1 juli 1865 werd hem op 67-jarige leeftijd eervol ontslag verleend. Hij is op 11 aug. 1874 overleden.
  • Op 28 juni 1865 werd Halbe Schievink, tot dan hulponderwijzer te Bolsward, benoemd aan deze school in Harich. Het salaris bedroeg toen ƒ 475, plus 20% van de schoolgelden (ca. ƒ 50,-) en vrij wonen. Hij werd in 1891 ontslagen.
  • In dat jaar werd K. van der Meer, onderwijzer te Warga, aangesteld. Deze werd in 1895 overgeplaatst naar Mirns-Bakhuizen.Toen werd Jan Pelsma, als zijn opvolger aangesteld. In 1903 werd hem eervol ontslag verleend en in 1904 ging hij met pensioen, omdat hij "zielsziek" was geworden.
  • In 1903 werd B. Kouwenhoven, aangesteld. Vermoedelijk is hij een jaar later overleden; in 1904 werd toen J. Felkers, benoemd. Bij raadsbesluit van 10 aug. 1933 werd deze school opgeheven en aan het hoofd van de school eervol ontslag verleend m.i.v. 1 okt. 1933. In 1934 werd dit door

       Gedeputeerde Staten goedgekeurd. Felkers is in 1936 vertrokken naar Almelo. In 1951 is de
    voormalige school verkocht aan de kerkvoogdij van de Nederlands-hervormde gemeente.

    Bron: www.fryske-akademy.nl

Watermolen, Harich-Gaasterland.

Landhuis Kippenburg


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.