Doniaga

DONIAGA of Donjegea, ook wel Donyagea, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 1/2 u. Z. Z. O. van Sneek, kant. en 1 1/4 u. N. ten O., van de Lemmer, aan den weg van de Lemmer op Leeuwarden, nabij het Tjeukemeer.

Men telt er 120 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Tjerkgaast-St._Nicolaasga-Doniaga-Idskenhuizen-en-Legemeer. Zij hebben hier eene kerk zonder toren. - De R. K., welke men er aantreft, behooren tot de stat. van St. Nicolaasga. - Ook is er eene dorpschool.

In het jaar 1498 werden hier 27 h. door de Saksen afgebrand.

DONIAGAWERSTAL, of Doniawerstal, oudtijds Dodingawerstal en Doniagawerstal, in het Oud-Friesch Dodingwerstal, griet. prov. Oud-Friesland, kw. Zevenwouden, arr. Sneek, kant. de Lemmer (3 k. d., 12 m. k., 7 s. d.); palende N. aan Wymbritseradeel en voor een klein gedeelte aan Rauwerderhem, N. O. aan Utingeradeel, O. aan Haskerland, Z. O. aan Schoterland, Z. aan Lemsterland en het Tjeukemeer, Z. W. aan de stad Slooten en aan Gaasterland, W. aan het Slootermeer en Wymbritseradeel. Zij is de derde griet. van Zevenwouden, en ontleent haren naam, even als het in het Z. gelegen d. Doniaga, alwaar oudtijds de openbare teregtzittingen werden gehouden, van het adell. geslacht Donia, dat hier vroeger woonde en veel gezag had, en van warstal of werstal, regtstoel of regtsgebied. Voorheen was deze griet. met Lemsterland verbonden, maar zij schijnt reeds vroeg daarvan te zijn afgescheiden.

Zij bevat de volgende 14 d.: Langweer, de hoofdpl. der griet.; Boornzwaag; de Broek; Doniaga; Goingarijp; Idskenhuizen; de Dyken; Legemeer; St. Nicolaasga; Oldouwer; Ouwsterhaule; Ouwster-Nyega; Teroele en Tjerkgaast, die de volgende 4 Herv. gem. uitmaken: Goingarijp-en-de-Broek; Langweer-en-Teroele, Ouwsterhaule-Oldouwer-en-Nyega; Tjerkgaast-St-Nicolaasga-Doniaga-Idskenhuizen-en-Legemeer, welke tot de klass. van Heerenveen, ring van de Lemmer behooren, 12 kerken hebben, door 4 Predikanten bediend worden en ruim 7100 zielen tellen.

De R. K., van welke men er een tiental heeft, worden tot de stat. van St. Nicolaasga en Joure gerekend.

Doniawarstal heeft van het N. naar het Z. eene lengte van 3 1/2 u. en van het W. naar het O. eene breedte van 3 u., beslaat eene oppervlakte van 12,561 bund., telt 382 h., bewoond door 475 huisgez., uitmakende eene bevolking van ruim 7100 inw., die meest hun bestaan vinden in den vee- en houtteelt en een weinig landbouw. De grond dezer griet, is hier zand- en daar veenachtig, en moet van tijd tot tijd behoorlijk bemest worden, om goede vruchten vort te brengen. Over het algemeen is er de grond meest geschikt tot weideen hooiland. Hoewel er omtrent Langweer, St. Nicolaasga, Legemeer en Tjerkgaast ook hooge korenlanden gevonden worden, waarop in den herfst, na de inoogsting der granen, smakelijke knollen worden geteeld, zoo behoort zij toch onder de minst vruchtbare streken van Friesland. Ook liggen de meeste landen, vooral in het N. en O., gedeelte, zeer laag, zoodat zij nog in het begin der vorige eeuw weinig waarde hadden, daar zij, reeds in den herfst onderloopende, eerst laat in het voorjaar weder droog werden en dus weinig vee konden voeden.

Doch hierin is eene groote verandering ten goede gekomen, sedert Heer Johan Vegilin van Claerbergen, die er van 1722 tot 1772 Grietman over was, is begonnen de landen, welke hij er bezat, in te polderen en de polderdijken met boomen te beplanten, hetwelk spoedig door andere voorname grondeigenaars gevolgd is, zoodat tegenwoordig zeer groote streeken lands in deze griet. onder poldermolens zijn gebragt, en daardoor in tijds van het overtollige water kunnen ontlast worden, waardoor een groot gedeelte dezer grietenij, vooral in de omstreken van Langweer, een vruchtbaar, boschrijk en zeer aangenaam oord is geworden.

Ook heeft men in Doniawarstal eenigen houthandel en scheepvaart, maar men treft er geene fabrijken of trafijken aan.

Een groot gedeelte deze griet. wordt doorsneden met een aantal groote en kleine wateren; als: het Sneeker-meer, het Koevoeter-meer, het Groot-Idskenhuister-meer, het Klein-Idskenhuister-meer, de Langweerder-wielen, de Goingarijpster-poelen, en een gedeelte van het Slootermeer, alsmede van het Tjeuke-meer. Weleer waren deze water ongemeen vischrijk, doch dit is thans aanmerkelijk verminderd; eveneens zijn de eenden, waarvan hier vroeger ook een overvloed aangetroffen werd, zeer afgenomen, zoodat men er van de menigvuldigen eendenkooijen, welke vroeger gevonden werden, nog maar drie heeft.

Door Doniawarstal loopt de algemeene rijweg van de Joure naar St. Nicolaasga en verder over de Woudsloot bij Follega naar de Lemmer. Van dezen weg scheidt zich te St. Nicolaasga een andere, die, zich meer zuid-westwaarts uitstrekkende, door Slooten naar Gaasterland loopt.

Het wapen dezer griet. is een veld van goud, beladen met eenen arm van keel, komende van den regter kant des schilds, en houdende in de hand eene omgekeerde wereldkloot van azuur, waarvan het kruis zwart is. het schild gedekt met eenen gouden kroon.

Bron: vanderaa.tresoar.nl

Van: Wikipedia


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.