Akmarijp

AKMARIJP, bij sommigen Ackmarijp of Eckmarijp, d., prov. Friesland, kw. Zevenwolden, in den Z. W. hoek der griet. Utingeradeel, arr. en 3 u. N. W. van Heerenveen, kant. en 2 u. Z. W. van Akkrum, 3 u. Z. O. van Sneek, 4 1/2 u. N. van de Lemmer, was voorheen vrij aanzienlijk, nu echter van kleinen omvang, bevattende slechts 13 h. en 110 inw., die allen van de veeteelt leven en onder welke 80 Herv. 20 R. K. en 10 Doopsg. De Herv. behooren tot de gem. Terkaple-en-Akmarijp, de R. K. tot de statie van Heerenveen, de Doopsg. tot de gem. Terhorne. Van de kerk bestaat hier niets meer, dan de toren. Vroeger stond hier de sterke stins Galama; thans ziet men er nog een oud Kerkhof van St. Jansga.

Bron: vanderaa.tresoar.

Bron Wikipedia: Akmarijp (Fries: Eagmaryp) is een dorp in de gemeente De Friese Meren in de Nederlandse provincie Friesland. Het dorp telt ongeveer 115 inwoners. Tot de gemeentelijke herindeling in 1984 maakte Akmarijp deel uit van de voormalige gemeente Utingeradeel. Tot 2014 lag de plaats in de voormalige gemeente Skarsterlân. Bij Akmarijp bevindt zich het ooievaarsdorp Earrebarredoarp De Graverij. Op de begraafplaats staat ook één van de Klokkenstoelen in Friesland.


Akmarijp.

Akmarijp, komt voor in 1460, dit mede door Agge Donia, Van der Aa schrijft hierover:

DONIA (Agge). Het geslacht Donia was een der oudsten van Friesland. Reeds in 1182 ontmoeten wij eenen Tjaling Donia, als de stichter van het klooster Oudendale bij Lidlum, en in 1248 eenen Tjaerd Donia, die in dat jaar aanvoerder schijnt geweest te zijn van zijne landgenooten, aan wien Graaf Willem II, later Roomsch Koning, het bezit van de stad Aken te danken had, en door wiens bemiddeling bij den vorst, de Friezen, die op pauselijke uitnoodiging in zijn leger dienden, verlof kregen naar hun land terug te trekken.

De hier volgende personen waren evenwel van de eerstgenoemden geene afstammelingen; maar wel van Tjerk of Sierk Harinxma, die, toen hij de stins Donia te Oosterend in bezit kreeg, den naam van Donia voor den zijnen aannam, die dan ook op zijn zeven zonen is overgegaan, welke het geslacht hebben voortgeplant. Zes daarvan hebben zich in de geschiedenis van Friesland bekend gemaakt, door hun aandeel aan de, in de tweede helft der vijftiende eeuw, gevoerde burgertwisten aldaar, en is alzoo het tijdvak van hunne deelneming daaraan met regt de Donia krijg genoemd geworden.

Agge Donia, de oudste zoon van Tjerk Harinxma Donia en van Auck Donia, gaf de voornaamste aanleiding tot dien krijg. Hij was heerschzuchtig van aard en niet kunnende dulden dat zijn neef Watse Harinxma in Slooten meer gezag uitoefende dan hij, verlict hij de zijde der Schieringers, tot welke partij hij met zijn geheel geslacht behoorde, en vereenigde zich met de Vetkoopers.

Op den 10den Julij 1458 werd door hem en de zijnen, aangevoerd door Janke Douwma, de stad Slooten in brand gestoken, en de stins van Harinxma belegerd. Doch door de Schieringers ontzet, was Donia na een hevig gevecht genoodzaakt te vlugten. Zijn eigen huis in Slooten werd in bezit genomen. Hij zelf keerde daar nimmer weder, en toen hij later weder tot de Schieringers overging, erlangde hij slechts eene schadeloosstelling in geld.

Ondanks dezen eersten tegenspoed zette Donia zijne geweldenarijen voort, en veroverde in 1459 de stins van Jouke Galama te Akmarijp in Utingeradeel. Van hieruit beroofde en plunderde hij het omliggende land en werd te vergeefs belegerd. Wat er verder in den zoogenaamden Donia-krijg door hem verrigt is, wordt niet bepaald aangewezen, en behoort ook hier niet vermeld te worden. Genoeg zij het te melden dat Donia zich door wreedheid onderscheidde, en daarom de straf verdiend had die hem later te beurt viel.

Op last van Jarich en Hero Hottinga, werd hij op den 16den Mei 1491 op de voorvaderlijke stins te Oosterend, waar hij toen zijn verblijf hield, door twee in geestelijk gewaad vermomde gezellen verrast; hij zelf zwaar gewond naar Hottinga huis te Wommels gevangen gevoerd, en zijn slot onder den voet gehaald. Wat er verder van hem geworden is wordt niet vermeld. Misschien is hij op Wommels gestorven.

Schotanus zegt van hem: gelijk hij menig een had arm gemaakt en mishandeld, alzoo leed hij dat in zijn uitersten ouderdom wederom. Hij was gehuwd met Tieth Albada en had bij haar zes kinderen. Zijn zoon, Doetze Donia, maakte zich later beroemd door zijne dappere verdediging van de stins te Tjerkwerd en door zijn verder aandeel aan den gevoerden burgeroorlog.

  • Het oude kerkhof staat ook ingetekend op zowel de grietenijkaart in de atlas van Schotanus (1718) als die in de atlas van Eekhoff (1849), op de laatste net ten noorden van de boerenzathen Molla en Unia... zo was er ook eene state of oud-adellike hofstede de Bavema-state.

De Nederlands Hervormde kerk is in 1722 gesloopt. In 1844 is de resterende toren gesloopt en vervangen door een klokkenstoel. In de klokkenstoel een klok uit (1545) van J. ter Stege.

Naamlijst Predikanten: Terkaple en Akmarijp.

Terhorne was hier eerst mede gecombineerd tot 1615.

  • 1600. Mr. Douwe Rinses, zie klassis Zevenwouden
  • 1619. Abraham Spillerii, welligt de opvolger van bovengenoemde, stond hier bij de onderteekening der formulieren in 1619, overleed den 6 Februarij 1621, en is in de kerk te Terkaple begraven.
  • 1622. Poppius Bootsma. Uit de onderteekening der formulieren, waar hij onmiddelijk volgt op bovengenoemden , besluit men dat hij hier omstreeks 1622 beroepen is, hij is afgezet in 1639, weder verkiesbaar verklaard in 1655, overleden 19 November 1672, en te Terkaple begraven.
  • 1640. Adolphus Klinkhamer, beroepen van St. Jansga, geapprobeerd en gedemitteerd den 10 April, overleed den 29 October 1657.
  • 1659. Nicolaus Wielstra, kandidaat, geapprobeerd den 13 April, lid der klassis den 4 Mei, is hier overleden den 5 Januarij 1665.
  • 1666. Johannes Steenhovius, kandidaat, geapprobeerd den 10 Maart, lid der klassis den 16 Mei, is verroepen tot conrector te Sneek, gedimitteerd den 5 Mei
  • 1676. Rombartus Tos, geboren te Harlingen, kandidaat, geapprobeerd den 4 October, lid der klassis den 29 Maart 1677, is vertrokken naar Oost-Indië, gedimitteerd den 21 Maart 1681.
  • 1682. Michaël van Doem, afgezet predikant van Augsbuurt, is weder hier beroepen, en zulks op attest van de klassis Dokkum en den kerkeraad van Damwoude, waar hij zich welligt, buiten bediening zijnde, opgehouden heeft; zijne beroeping is geapprobeerd den 14 October, en hij daarna bevestigd door Ph. Koëller en Abr. Poutsma, predikanten te Akkrum en Haskerhorne; hij werd lid der kl. den 3 Maart 1683, en emeritus den 31 Mei 1718 bij het collegie.
  • 1718. Allardus Fennema, geboren te Sijbrandaburen en daar gedoopt den 17 Junij 1688, Nic zoon, broeder van Boëtius, te Sijbrandaburen en Ibertus, te Leeuwarden, is kandidaat geworden bij de klassis Sneek in 1712, geapprobeerd den 5 October, lid der kl. den 4 Mei 1719, en overleden den 22 Januarij 1742.
  • 1742. Rombertus Edema, Joh. zoon, kandidaat, bevestigd den 2 December, deed, emeritus geworden, zijn afscheidsrede den 8 October 1797. Het verzoek, om het stipendium emeriti aan de commissie van Gedeputeerden uit het Provinciaal Bestuur , werd geweigerd. Hij overleed te Wolvega den 9 October 1808, oud bijna 91 jaren.
  • 1798. Geert Jan van den Broek, geboren te Leeuwarden, Gijsbert. broeder te Jelsum, kandidaat, deed, na bevestiging, zijn intreerede den 4 November, en nam, verroepen naar Wapserveen, (Drenthe), afscheid den 4 November 1804, ging naar Opwierda in 1810, en overleed daar den 18 Mei 1814, oud ruim 39 jaren.
  • 1805. H. Breijl, afgezet te Ursem?, is hier beroepen, door de klassis geapprobeerd den 4 December 1805, maar door de deputaten Synodi gedisapprobeerd den 8 Jannarij 1806; de uitspraak der deputaten is door de Synode den 23 Julij 1807 vernietigd, en Breijl verklaard niet bezwaard te zijn bij de dispositie van de klassis van Zevenwouden; haar verzoek aan den koning o in de sententie der Synode te vernietigen was gewezen van de hand.
    Synode 1808. Bij dispositie van den Min. v. Eeredienst 13 Februari 1809 No. 9 werd aan deze Gemeente vergund om voor ditmaal, zonder consequentie voor het vervolg, eenen pr.ed. te mogen beroepen.
  • 1809. Horatius Arents Ferf, geboren te Leeuwarden den 16 Maart 1790, kandidaat, bevestigd en intreerede den 4 November, nam, verroepen naar Wommels c. a., afscheid den 26 October 1810.
  • 1811. Murk Hotzes Ringnalda, geboren te IJlst den 28 September 1785, als kandidaat te Aduard in November 1809, deed, van daar hier beroepen, zijn intreerede den 9 Junij, en nam, verroepen naar Harlingen , afscheid den 19 Junij 1815.
  • 1816. Hans IJnsonides, geboren te Oldeboorn den 14 October 1791, kandidaat, bevestigd en intreerede den 28 Jannarij, overleed den 9 Junij 1820.
  • 1822. Cornelius Broersma, beroepen van Molkwerum, deed zijn intreerecle den 13 Januarij, en nam, verroepen naar Zunderdorp, afscheid den 25 Maart 1827.
  • 1828. Jan Hingst, geboren te Oosterend in October 1804, Alb. zoon, kandidaat, bevestigd en intreerede den 21 October, nam, verroepen naar Goënga ca., afscheid den 25 September 1831.
  • 1832. Roelof Witzenborgh Vinckers, geboren te Winschoten, kandidaat, bevestigd en intreerede den 10 Mei.

Er ontbreken: G. van Roggen 1874 — 75. M. B. Kim 1876-78. H. W. A. van Ake 1880-1887.

Bron: Tresoar.nl/wumkes/pdf

Foto van: wikipedia.org Chr. school Terkaple-Akmarijp.

Onderwijs en schoolmeesters te Akmarijp.

Oudtijds hebben deze beide dorpjes ieder hun eigen schooltje en hun eigen schoolmeester gehad. Alleen maar, men moet zich zoiets in kleine dorpjes niet al te officieel voorstellen in die oude tijd.

's Zomers was er aan geen school of schoolmeester behoefte en "meester" ging bij de ouders van zijn leerlingen in 't hooi of in deze waterrijke streken misschien ter visvangst.

's Winters was er dan wel een of andere boer of ambachtsman, die tegen een karige beloning "winterschool hield". Natuurlijk staan die mannen dan niet als "schoolmeester" te boek in de diverse akten, zodat van zulke dorpen nimmer een aaneensluitende lijst van schoolmeesters is op te maken, als tenminste de kerkvoogdij-rekeningen niet bewaard gebleven zijn. Zijn die er nog, dan weten we het, want de kerk betaalde ze.

Dit nu is van bovengenoemde dorpen niet het geval. Dat we niettemin van Akmarijp en Terkaple toch nog enkele schoolmeesters kunnen noemen, is te danken aan het feit dat hier de oude doop-,
trouw- en lidmatenregisters vanaf 1641 à 1660 bewaard gebleven zijn.

Dat van Terkaple meer bekend is dan van Akmarijp, komt hiervandaan, dat van de kerkelijke
combinatie Terkaple de zetel van de predikant was; daar was dus een vaste schoolmeester, die
tevens bij de godsdienstoefening in beide dorpen voorzong en kostersdiensten verrichtte, terwijl in Akmarijp occasioneel schoolgehouden werd door wie daar lust voor gevoelde en door de kerkvoogdij daarvoor werd aangesteld.

Akmarijp.

  • Op 14 aug. 1642 was Johannes Obbesz "schoeldiener Tecumarijp" (= te Akmarijp); zijn vrouw was Iebel Feyckedr. Hij komt in jan. 1663 nog onder de lidmaten voor, doch er staat dan niet bij "schoolmeester", wat niet zeggen wil, dat hij misschien niet nog steeds 's winters het schooltje waarnam.
  • In juni 1674 wordt Sicke Oeges "schooldienaer in Ackmarijp en Imck Jellis, zijn wijf, het H. Avondmaal ontzegd, omdat ze de E[dele] Opsienders van onse gemeente [= predikant en
    ouderlingen] gelastert ende belogen hadden, en haar absenteerden van de predicatie des woords". Op 18 nov. 1695 is overleden "Sicke Oeges, voormaals geweest schoolmeester tot Eckmarijp, oud sijnde in sijn 83e jaar en is op de Jouwer begraven". Reeds in mei 1654 was hij hier met Imck, zijn vrouw, tot lidmaat aangenomen, maar er staat dan niet bij "schoolmeester".

We zien dus duidelijk dat een der inwoners af en toe als schoolmeester optrad. Verder worden er geen speciale schoolmeesters van Akmarijp meer vermeld. Wel kunnen we enige noemen, die hier dorprechter en ontvanger geweest zijn, baantjes welke dikwijls door de schooldienaar werden bekleed, maar of ze inderdaad ook schoolmeester geweest zijn, weten we niet.

Op 27 jan. 1684 zijn te Akmarijp, getrouwd: Claas Gerrijts, ontvanger en dorprechter te "Egmarijp", en Attie Pieters, aldaar. Hij was in 1690 nog ontvanger. Op 26 juni 1697 overleed
Claas Gerrijts, dorprechter en ontvanger van "Eckmarijp".

Op 14 jan. 1700 zijn te Akmarijp getrouwd: Riemer Clasen, dorprechter en ontvanger te "Eckmarijp", en Lutske Dirks, van Oudeboorn. In 1705 was hij diaken. Hij vertrok in jan. 1715 met attestatie naar Terhorne.

In 1713 was Marten Gerckes, ontvanger en dorprechter te Akmarijp.

Bron: www.fryske-akademy.nl

Wipmolen met vijzel, onderkant watermolen.

De zuivelfabriek "de Lege Wâlden" 1896 tot 1988.

De zuivelfabriek "de Lege Wâlden"

De ophaalbrug tussen Terkapele en Akmarijp.

Boven en onder foto's van: Gerben D. Wijnja

11-11-1932: Hoog water, boven en onder; In de omstreken van de „Lege Walden" is het water buitengewoon hoog. Er zijn polderdijken, die al lang zwak zijn, zoodat de eene vracht plankhout na de andere per auto wordt aangevoerd, om het dan op de dijken te Zetten door middel van paaltjes in den grond. Zoodoende kan met het water nog meester blijven, zoolang het weer kalm blijft. Mocht evenwel de wind naar het Noorden gaan. dan zijn er verscheidene polders, die niet meer zijn te houden.

Gister sloeg een groot gat in den dijk van den polder van den heer F. Veldstra. Men is er in geslaagd met vereende krachten het water te stuiten.

2 juni 1933

9 januari1927: Schaatsen van J. van Dijk.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.