LE: 71-80

● a= ansjovis, b=bot, g=geep, h=haring, ha=hoekaal, kv="kustvisscherij", p=paling of aal, sn=snoekbaars, sp=spiering, zz="op de Zuiderzee"


LE 71

  • Naam schip: LE 71 Twee Gebroeders
  • Type: blazer
  • Vergunn.periode: 1912-1934
  • Eigenaar: Bijl, Arend v/d
  • vis: a,b,h
  • Verhaal: LE 70: voor Jan R. Visser,... Siebe Kooistra, heeft dit schip later gekocht. De laatste die er mee viste was A. Riemersma (Reade Aant), nu vaart het nog als jacht de 'Munzerklif'. De LE 71, was een zusterschip, gebouwd voor A. S. Rottiné, in 1913 gekocht door Wouda, (vader van wijlen Jan Wouda) voor de som van f 1250,-. De aak is nu het jacht 'De Breehorn' van mr. Carp. Het waren 40 voets aken en gefinancierd door Hangbaas de Rook. De Aken van Croles komen het meest overeen met 'De Boer Aken'.
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 71: (Eerder 171, vanaf 1913 LE 37) Eigenaar: Jan Visser. Woonplaats: Lemmer. Soort: IJzeren aak vt 41. Naam Schip: "De Zes Gebroeders" Bouwjaar: 1899. Werf: Croles te IJlst. - LE 71: Eigenaar: In 1913 -Wouda.

LE 72

  • Naam schip: LE 72 Jonge Klaas
  • Type: halfgedekte platbodem
  • Vergunn.periode: 1911-1918
  • Eigenaar: Koornstra, Jelle
  • vis: a,b,h
  • Opm: v/a 1918 H.N.56 (Hoorn)
  • Verhaal: Jelle Koornstra, woonde op de Nieuwedijk en zijn later ook naar Makkum vertrokken. Er was eens een debat bij de haven, het ging in hoofdzaak tussen Andries de Blaauw en Jelle Kalsbeek, het ging over het geloof en Jeruzalem, toen zei Jelle "Here mijn God, nu dacht ik altijd dat Jeruzalem in de hemel lag" en liep hoofdschuddend weg. Jelle van Betsje zoals hij altijd werd genoemd had als oudste zoon Klaas (dove Klaas), deze was gehuwd met een Van der Meer, dan kwam Ymkje, getrouwd met Andries Bakker, dan Andries getrouwd met een Postma, dan Sietske die was getrouwd met Piet Visser, ze gingen al gauw naar Hilversum, dan kwam dochter Akke getrouwd met Jan Visser en dan Sake, deze was getrouwd met Klaske Thijsseling, dan kwam Janus, dan Jan, zijn vrouw was ook een Van der Meer dus een dubbele familie. Hun vader Van der Meer woonde aan het Turfland naast of in het huis met de kogel bij de brug.
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 72: (Eerder LE 126) Eigenaar: Jelle Koornstra. Bijnaam: Jelle van Betsje. Woonplaats: Lemmer. Soort: Botter. Naam Schip: "Jonge Klaas"

LE 73

  • Naam schip: LE 73 Vrouw Aaltje
  • Type: halfgedekte platbodem
  • Vergunn.periode: 1911-1934
  • Eigenaar: Zandstra, Sake
  • vis: a,b,h
  • Opm: {=aak, Huitema>; {=Sake W. Zandstra, archief Wed. S.J de Vries, Debiteurenboek 1921-1927}
  • Verhaal: Sake, kwam uit de Schans en was een zwakke man. Zijn vrouw kwam uit Urk en werd "Urker Aaltje" genoemd. Ze hadden ook een winkeltje. Omdat vader veel ziek was moest zoon Leeuwke, die later in de Parkstraat woonde, al op 15 a 16 jarige leeftijd optreden als schipper met als knecht broer Jan. Sake is niet oud geworden, maar Aaltje die altijd klaagde werd 84. In 1924 visten ze op haring en ansjoop. Sake was een broer van Siebe Zandstra, van de LE 24.
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 73: Eigenaar: Sake Zandstra. Bijnaam: Toet toet en Sake van Oate. Woonplaats: Lemmer. Soort: Houten aak. Naam Schip: "De Vrouwe Aaltje" Bouwjaar: 1897. Werf: Gebr. de Boer

LE 74

  • Naam schip: LE 74 Vijf Gebroeders
  • Type: halfgedekte platbodem
  • Vergunn.periode: 1911-1934
  • Eigenaar: Visser, Steven St.
  • vis: a,b,h Opm. {=ijzeren aak, gebouwd door Pier de Boer in 1900 voor "Steven van Koosje" of "Grote Steven" Visser, Huitema, Lemsteraken, 243}
  • Verhaal: De LE 74 was de tweede aak door Gebr. de Boer gebouwd. Het was de aak waarmee Steven en zijn maats in 1906 de mensen hebben gered van een wisse dood uit de mast van de gezonken stoomboot "De Leeuwarden II" Steven zijn vrouw was Koosje ten Veen. Haar vader had een smederij aan de Lijnbaan, later Jan Gort. In 1910 is ten Veen, met zijn gezin naar Hilversum verhuisd. Steven was nogal zwaar op de hand, en een hele slechte slaper. Liep soms halve nachten langs de haven en als ze achter het anker lagen bij de ansjoop beug, ging Steven nooit slapen. Dat is wel een grote handicap voor een man. Ze woonden in 1908 aan de Weverswal, later woonden ze aan de Zeedijk, Steven en Frans de twee zonen bleven in Lemmer, dochter Jansje is met Eelke Rippen getrouwd.

Foto van Anneke Koehof: Het zijn van links naar rechts mijn moeder Boukje Visser, haar jongste zuster Clara en 'tante' Koosje zoals ze werd genoemd.

  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 74: (Eerder LE 174) Eigenaar: Steven Visser. Bijnaam: Grote Steven en Steven van Koosje. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak vt 40. Naam Schip: "De Vijf Gebroeders" Bouwjaar: 1900. Werf: Gebr. de Boer. - 1900 - LE 74 - 't Kan Verkeren.

Aanvulling. Deze 'Vijf Gebroeders' van Steven Visser (Steven van Koosje) was het tweede ijzeren schip van Pier de Boer. Het model was al beter, zodat we moeten aannemen dat hetzij Dirk z'n tekening heeft verbeterd, hetzij het 'oog' en de ervaring van de oude Pier z'n invloed deed gelden.

Steven Visser, ook nu nog in alle Zuiderzeehaventjes herinnerd als 'Grote Steven', had opdracht gegeven voor 'een handzaam aakje 'om met m'n jongen te kunnen varen'.
En jaarlijks komen velen bij de huidige eigenaar langszij, om te vertellen dat zij nog op 'die aak van Steven' gevaren hebben, naast jonge Steven en Frans Visser, die na 1935 eigenaar waren.

Frans Visser schreef over hem. "In 1906 heeft mijn vader met nog zes vissersknechten, vijf mensen gered met de schuit, bij een zware septemberstorm. Vader was vroeg in 't donker op de haven, toen hij vuurpijlen zag afschieten, en ging andere vissers kloppen, en zorgvuldig de schuit voorbereiden. Gereefd, en onder halve fok, gingen ze met de grote haringvlet er achter aan, zeewaarts. Na anderhalf uur zeilen vonden ze van het wrak van de stoomboot Leeuwarden II nog het topje van de mast, 3 meter boven water, met 5 mensen er in. Er stond toen nog geen motor in de aak, en ze zijn boven het wrak ten anker gegaan, en hebben toen de vlet boven het schip laten vieren, en zodoende mochten ze het genoegen beleven de vijf mensen te redden. 'Zwarte Jan' stond al gloeiend in de roef, en ook de machinist, die alleen een hemd aanhad kwam weer bij van de kou. Natuurlijk zijn getuigschrift en medaille van deze redding een gewaardeerd familiebezit!"

Voor Grote Steven gaat het verhaal dat hij midscheeps in de aak staande beide zwaarden gelijk kon optrekken! In 1959 besloot de familie, onder andere omdat de motor voor het soort visserij niet groot genoeg meer was tegenover de concurrerende kotters, het schip te verkopen. We zagen het schip aan het havenhoofd in de sneeuw, zo schrijft de heer F. Schreuder uit Bloemendaal, opvallend met z'n hoge kop en sterke zeeg, gaaf op alle spanten, en in de roef was zelfs het zout droog!

Begin april ging de aak bij de Boer op de helling. 'Hij is onder water nog mooier dan er boven,zo glad als een aal' zei de Boer. Die laatste aal werd uit de bun gespoten, en onder het schip zie je hoe direct achter de bun de scheg van hout, met ijzeren slof erop, begint.

Ook de stevens zijn nog steeds (na 80 jaar!) van hout tussen de ijzers. Maar het houten berghout hebben we laten vervangen. 't Was de tweede aak die de Boer van ijzer bouwde, het eerste zusterschip werd door Steven Visser niet genomen, hij wilde een hogere kop.
5 April'59 voeren we met dit stuk van het hart van Lemmer weg, in 7 uur naar het Buiten IJ, aldus Schreuder. '59 Was een mooie zomer, we genoten van de ruime kuip,3% x 5 m, en van de nog origineel beschilderde roef, met het zwarte schouwtje waar 'Zwarte Jan' zijn warmte geeft, en we besloten dit mooie interieur niet te veranderen.

Ook nu blijkt de oudste in originele staat gehouden ijzeren aak van de Boer al een paar maal als voorbeeld voor nieuwbouw gediend te hebben, en ook voor gebruik op de oude manier, zij het niet met een diesel die na indraaien van lontjes met handkracht op het 400 kilo zware vliegwiel moet worden aangeslingerd.

Ook wij hadden belevenissen genoeg: De Gouwzee eens uitzeilend vraagt een opstapper waar hij alzo op moet letten. Toen ik zei dat alles wat hij rondom in het water zag mogelijk van belang was, keek hij eens rond en zei: dus die bal daar zou een hoofd kunnen zijn? Hoewel een ander schip er net vrij dicht langs gevaren was, verlegden we dus koers en zien een kleine zwemmende Volendammer naast een eigen geknutseld volgelopen kano-tje met de wind de Gouwzee uitdrijven. Kano-tje aan dek, 'en' zeggen we 'wou jij alleen gaan varen?' terwijl we koers Volendam gaan liggen. 'Daar liggen er nog twee' zegt 't joch, en jawel een groter, even lek bouwsel met nog twee 9-jarige Volendammers.

Allemaal aan boord en in een Waddenzeetrui. Wat bleek? De weg was vernieuwd, en van wat afval hout en een rest teer in een vat hadden ze snel twee kano's gebouwd! Ineens duiken ze weg als er een bootje langs komt: 'hem z'n zus zit er in' zegt de grootste! In de haven laten we 't kano-tje te water en zeggen nou spring er maar naast, je kan toch zwemmen! 'Maar ik kan niet springen' huilt de kleinste.
Mooier nog zijn de verhalen van onze vissers zelf, en ook die zijn waar gebeurd!

Zo gingen Frans en Steven in de jaren '30 met de LE 74 richting Urk voor een lange trek met de dwarskuil, maar al gauw woei 't zo hard, dat ze voor het kleinste puntje fok al te hard lensden. Maar ze zagen kans om Oost van 't Vormt en Urk te komen.
Min of meer In 't oppertje lag daar een grote aak al voor anker, maar hij lag zo te slingeren, en 't oppertje was zo smal, dat ze geen zin hadden daar met kans op een schiftende wind te gaan liggen. Dus werd het tweede rif gestoken, wat maar héél zelden gebeurde!, en met twee ringen fok gekruist naar de haven van Urk toe.

Voor ons onbegrijpelijk, maar ze kwamen bij het havenhoofd, waar veel volk stond. Het tegen wind gooien van een lijn lukte niet, dus de haven uit, en opnieuw er weer naar toegekruist, en aangelegd. Nou lagen de vissers van Lemmer en Urk bepaald niet bij elkaar over de vloer, maar dit had gemaakt dat de bekende reder Lankhorst naar ze toe. kwam en zei: 'daar neem ik mijn hoed voor af, en hij deed het ook. Daarna vroeg hij ze om mee te gaan naar zijn huis, en bood ze droge kleren aan.
'Nou meneer, graag wat droge sokken', zeiden ze, verder was 't niet nodig. Ze hebben koffie bij hem gedronken, en gingen kijken hoe het verder er buiten uitzag. De schepen die geankerd waren, waren tot bij Nijkerk weggezet, en èr was veel averij maar vergaan is er niemand'.

Hier is er nog één: 'een vijf jaar geleden liggen we in Makkum voor de steiger, waar een oude visserman met hoedje, naast onze LE 74 komt staan. Na een tijd veert hij rechtop, schopt met z'n klomp bij de mast tegen het boeisel, en roept: Daer, jong, daer zat ik er bovenop, op het Krabbersgat! en Steven skreeuwen jong!' Het was de oude Poepjes, die in de jaren '30 met z'n botter de Enkhuizer haven uitkruisend, de aak van Steven niet onder de fok had gezien', en nu de oude deuk in het boeisel weer herkende.

Steven Visser, bijgenaamd “Grote Steven”, kreeg in 1906 de Groote Bronzen medaille van de K.Z.M.R.S., inzake de redding der equipage van het ss “LEEUWARDEN II”

Er waren nog 8 andere redders betrokken bij de redding, t.w. Harmen Woudstra / Hermanus Woudstra/ Teade Woudstra/ Jan Scheffer / Andries Scheffer / Wiebren Scheffer / Rinse Hoekstra en Meye Bootsma.

Deze kregen ook een beloningsmedaille en krijgen/hebben allemaal een pagina op scheepvaartpenningen.

De details staan op www.scheepvaartpenningen.nl

Zie voor Leeuwarden II: www.oudleeuwarden.nl

Foto van: Jaap Smit, uit Volendam.


LE 75

  • Naam schip: LE 75 De jonge Schelte
  • Type: halfgedekte zeilboot
  • Vergunn.periode: 1913-1928
  • Eigenaar: Wouda, Hermanus
  • vis: a,h
  • Opm: 1911-1913 halfgedekte zeilboot "Jonge Martinus" van Hendrik Bosma; {aak, in 1913- voor fl 1250 gekocht van A.S. Rottiné, Huitema, Lemsteraken, 239}
  • Verhaal: De aak is in 1899 gebouwd voor Anne Schelte Rottiné. De 5e juli 1913 heeft Hermanus Wouda (in de wandeling Manus van Mette (vader van Jan Wouda, de schrijver van vele artikelen in de Lemsterkrant) hem gekocht. Werd toen de LE 70. Het was een slechte zeiler en laveerder. Een echte platbodem. Manus liet er een mast opzetten, die één meter langer was, een kleed aan de fok en een schel of kiel van 15 cm. en toen zeilde de aak goed en met het laveren viel de kop ook niet meer weg. In 1928 zijn Manus en zijn vrouw met de hele ploeg naar Medemblik vertrokken. Ze waren met zijn zessen als broers, Jan, Sake, Teade, Leeuwke, Harmen en Manus. Manus en zijn vrouw zijn respectievelijk 89 en 73 jaar geworden en waren beide van 1878
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 75: In 1899 gebouwd bij Croles te IJlst in opdracht van A. Rottiné, genaamd : Jonge Schelte". In 1913 verkocht aan Hermanus Wouda. Werd toen de LE 70. - LE 75: (Eerder LE 70) Eigenaar: Hermanus Wouda. Bijnaam: Aliene wol dwaan. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak vt 41. Naam Schip: "De Zes Gebroeders" Bouwjaar: 1899. Werf: Croles IJlst.

Hermanus Wouda.


LE 76

  • Naam schip: LE 76 Jonge Jan
  • Type: halfgedekte platbodem
  • Vergunn.periode: 1911-1925
  • Eigenaar: Coehoorn, Janus
  • vis: a,b,h
  • Opm: (in 1906 D. Coehoorn, Oudheidkamer Lemmer, mp a}, vanaf 1925 L.E.97
  • Verhaal: Zijn vrouw was Jansje van Hielk, zij was een tenger vrouwtje. Janus was altijd goedgemutst. Hij had meestal pretoogjes en kon smakelijk lachen en kon dan zo schalks kijken, kortom een fijne man. Hij had drie zonen en een of twee dochters. Ze woonden in de Schans met een steeg tussen nettenhandelaar Jan Pen later Libbe Bouma.
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 76: Eigenaar: Janus Coehoorn. Bijnaam: Ahamats en de Jammerhoutsjes. Woonplaats: Lemmer. Soort: Houten aak. Naam Schip: "Jonge Jan" Hij kocht later nog een botter en een kotter.

Hier is de familie Coehoorn te zien, met de LE 76 en de LE 3 in Dordrecht. De familie had zeven broers en een zuster. Janus en Lubbert Coehoorn, stelden hun schepen beschikbaar en gingen met de hele familie op bezoek bij hun enige zus in Dordrecht. Die zus uit Dordrecht staat derde van rechts op de foto. Tweede vrouw rechts op de voorplecht is Setske (Settie) Coehoorn, getrouwd met Harm Krekt.

LE 76 in Enkhuizen

Zie meer foto's van Auke Coehoorn


LE 77

  • Naam schip: LE 77 Friesland 
  • Type: klipper
  • Vergunn.periode: 1912-1930
  • Eigenaar: Zee, Gerrit v/d
  • vis: a
  • Opm: vracht en visserij gecombineerd
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 77: Eigenaar: Gerrit v.d.Zee (Groningen). Soort: Klipper. Naam Schip: "Friesland" - LE 77: Eigenaar: Joh. Postma (Groningen). Soort: Sleepboot. Naam Schip: "Anna Jacoba" (alleen-ansjoviskuilder)

Foto van Dirk Blom


LE 78

  • Naam schip: LE 78 Seis Broers
  • Type: halfgedekte platbodem
  • Vergunn.periode: 1917-1922
  • Eigenaar: Koornstra, Jelle
  • vis: a,b,g,h,p
  • Opm: {seis=6}; 1911-1917: halfged. platbodem "Zes Gebroeders" van Jan Poepjes, v/a 1917 in IJmuiden
  • Verhaal: Een broer van Jelle de Blaauw, Andries was feitelijk geen visserman, maar had een visrokerij. Hij was een pientere man, waar het slecht mee debatteren was, want hij was goed onderlegd. Alleen in de ansjoop visten ze met de aak. Dan was Seerp de schipper en Hendrik, de latere arm-meester, de knecht met nog een derde man. Seerp is lang raadslid geweest voor de SDAP. Toen het Wouda-gemaal geopend is door de koningin, was Seerp locoburgemeester. Iedereen gniffelde hoe zo'n rooie rakker dat er af zou brengen, want in die tijd waren de verhoudingen niet zo soepel als met de latere PVDA. Maar Seerp sloeg zich er goed doorheen. Hendrik was getrouwd met Bonsje Poepjes en zus met Tiese de Rook. Hendrik woonde eerst aan het Turfland en had voor het eerst een tuin, hij zou radijsjes zaaien en vroeg aan de buren 'commies Romkema', hoe of dat moest. Die zei "Je moet maar een kuiltje maken en daar flink wat zaad in doen, dan in de rondte een touwtje leggen, dan heb je als ze volgroeid zijn, kant en klare bosjes". (Lemster humor) Seerp was een eerste klas Trompettist bij Excelsior.
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 78: Eigenaar: Jelle Koornstra. Bijnaam: Jelle Esje. Woonplaats: Lemmer. Naam Schip: "Sêis broers" - LE 78: (Later LE 21) Eigenaar: Andries de Blaauw. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak. Naam Schip: "De Zes Gebroeders" Bouwjaar: 1901. Werf: Bos Echtenerbrug. - LE 78: Eigenaar: Jan Pilon Jr. Woonplaats: Lemmer. Soort: Tjalk tn 160. Naam Schip: "Zeemeermin" - LE 78: IJzeren aak, gebouwd in 1901 bij Bos in Echten, in opdracht van Klaas Poepjes. In 1946 te Vollenhove, gekocht door Andries Fleer.

LE 79

  • Naam schip: LE 79 Twee Gebroeders 
  • Type: halfgedekte platbodem
  • Vergunn.periode: 1913-1917
  • Eigenaar: Pilon, Jacob
  • vis: a,b,h
  • Opm: "Amsterdam bericht: A.M.32= LE 79" {z.j., voor 1917}, v/a 1917 als vrachtschip; 1917-1918: open zeilboot "Zeemeeuw"
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 79: Eigenaar: Jacob & Jan Pilon. Woonplaats: Lemmer. Soort:Tjalk. Naam Schip: "De twee gebroeders" Alleen ansjovis.

LE 80

  • Naam schip: LE 80   
  • Type: open boot
  • Vergunn.periode: 1912-1918
  • Eigenaar: Deinum, Klaas
  • vis: a,h
  • Opm: 1918-1922: open roeiboot z.n. van B. Bruin (aal en baars)
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: LE 80: (Eerder LE 183) Eigenaar: Jan of Hendrik Bijma. Bijnaam: De Generaal. Woonplaats: Lemmer. Soort: Botter.

Azen van het botwant aan boord van de LE 80. Van links naar rechts: Jan, Jeen (met strohoed) Hendrik Bijma. Het zeil is omhoog gezet om het aas te beschermen tegen de zon.


De schepen kregen hun LE Nr toegekend door de gemeente, nadat er internationale afspraken waren gemaakt voor de zee en kustvisserij per 1 augustus 1882. Maar als een visser zijn schip verkocht..mocht hij zijn eigen nr meenemen op zijn volgende aangekochte schip. Dit hield in dat er meerdere schepen waren met hetzelfde nr. In 1911 werd bij het visserijbesluit besloten om via een vernummering (de) ontstane lege nummers op te vullen, die ook waren ontstaan.