Home » Lemmer » Visserij en schepen » De Jachten » De Jachten (1)

De Jachten (1)

15. 1929 - De Boer Lemmer - Markab - 17.50 m.

Op 12 juni 1929 werd de 'Dolfijn', gebouwd in opdracht van M. Sanders te Amsterdam in Lemmer te water gelaten. Van 1939-1962 eigendom van Mr.J.P. Carp te Amsterdam, naam gewijzigd in 'Neerlandia'.

Na beslagname na de oorlog kwam het schip onder berusting van een bank, lag jarenlang in een Amsterdamse gracht en werd voor bewoning verhuurd. Heeft daarna een tijdlang te Monnickendam gelegen, waar het Stichtingsbestuur met de beeldhouwster Mevrouw Schouten het ontwerp voor de roerversiering van 'De Groene Draeck' op het roer van de 'Neerlandia' probeerde.

Het schip heeft een bijzonder fraaie betimmerde salon en met de hand ingelegde monogrammen van de vier windstreken. In 1962 is het verwaarloosde schip gekocht en gerestaureerd door H.W. Grimm te Leverkussen, met ligplaats Medemblik en Kudelstaart.

De naam werd gewijzigd in 'Markab' (2 VA). De 'Markab' heeft een waterverplaatsing van niet minder dan 65 ton. Pub!. Watersport 1932-3, Waterkampioen 1929-494; 1931-494; 1934-717; 1939-867.

Markab - gebouwd in 1929 bij De Boer.


16. 1900- HD 82 - Op Hoop van Zegen - A. van der Zee

Ook deze houten aak is in Joure gebouwd, maar het juiste jaar heb ik ondanks intensief speurwerk niet met zekerheid kunnen vaststellen. Vroegere eigenaren menen dat de aak in of omstreeks 1894 gebouwd zou zijn voor de visserman Rayer in Hoorn. Dan zou dit dus de oudste aak zijn. Maar de Jouster werfboeken vermelden in die jaren geen enkele aak van deze afmetingen, terwijl een inschrijving in het visserijregister van Wieringen uitdrukkelijk 1900 als bouwjaar aangeeft.

Daar houden we het voorshands dan ook op, hoewel. .. er ook voor dat jaar niets in de werfboeken staat. De vissersfamilie Rayer, was in ieder geval een bekende afnemer van de Jouster werf en reeds in 1888 kochten ze een kleine, zogenaamde Friese aak van 25 voet. Ook viste R. Rayer met de aak HN 53, maar of dat ons schip is?

Na de Hoornse visserij periode werd de aak op een gegeven moment voor de visserij uitgeschreven. Misschien was dit in 1929. Toen R. P.H. Rayer, van de Zuiderzee steunwet gebruik maakte en de visserij er aan gaf.

De aak werd daarna respectievelijk gebruikt voor de visserij-inspectie, voor groente- en turfvaart en voor opslag van visserijbehoeften. De bun werd er daarbij uitgehaald. In 1935 wordt de aak vervolgens opnieuw ingeschreven als W.R. 215 door Hendrik de Boer uit Anna Paulowna.
Naam: Drie Gebroeders. De aak 'havent' - zo zegt de kaart - in Den Helder en krijgt dan ook in 1939 de registratie HD 82.

Dan zijn de broers Hendrik en Pieter de Boer eigenaar die de aak grondig laten opknappen bij Douwe Wybrands in Hindeloopen ('6 weken hard werken'). In 1970 wordt de dan ongetuigde aak gekocht door de marineofficier Oldenboom. Een nieuw grenen dek wordt geplaatst en de beschieting in het vooronder vernieuwd. Een oud tuig van de botter de 'Jonge Jaap' werd aangeslagen. Tijdens ijsgang in de haven van Den Helder gezonken. Nadat daarna J. van Baaien te Utrecht, nog kort eigenaar werd behoort deze oude aak van Aukebaas thans toe aan H.J. Jansen te Schiedam.

HD 82 - Op Hoop van Zegen - in 1900 (?) gebouwd door A.v.d. Zee te Joure.


17. 1909 - EH 64 - De Gouden Engel - Apello Zwartsluis

De Enkhuizer visserman Jan Goos was de opdrachtgever van deze aak, waarvan het model, en met name de kop, afwijkt van de normale Lemsteraak.

De koopprijs was rond f 3.300,-, naam: 'De Drie Gezusters', naar de drie dochters van Gaas. Uit het dagboek van Jan Goos (1877-1950), bewerkt door K. Boonenburg en uitgegeven door P.N. van Kampen & Zoon, blijkt dat Goos niet alleen met de 'Drie Gezusters' op haring, ansjovis en bot viste, maar het schip ook verhuurde en tochten met gasten maakte.

Daartoe werd eerst een soort overkapping van zeildoek over het ruim gemaakt en later zelfs een vaste roef aangebracht. De andere vissers vonden dat maar gek, doch Goos schrijft: 'Wat zou het dat er een roef op staat? Op een tjalk staat ook een roef en er wordt toch ook mee op ansjovis gevist!'

Eind 1915 wordt de aak als pleziervaartuig gekocht door O.M. Fürst te Amsterdam, die de naam wijzigde in Razende Bol. In 1920 wordt de transportondernemer W.H. Kersken uit Gendringen eigenaar, maar in 1927 koopt O.M. Fürst, het schip terug en laat de roef van Jan Goos, verbouwen tot een royale salon, drie slaaphutten en een - niet erg fraaie - dekhut. Tevens wijzigt hij de naam in 'Vlieland'.

In 1939 wordt vervolgens P. Schoen, eigenaar. Na diens overlijden gaat de aak in 1968 naar Zuid-Frankrijk en vaart onder de naam 'Adagio 11' en 'Loleil'.

Eigenaren respectievelijk Bouchier, Mangematin en Sevestre. In 1981 terug in Nederland en gekocht door F. de Vos in Amsterdam; de naam gewijzigd in De Gouden Engel. (29 VA). Publ.: Ons Element 1920-328, 437; Waterkampioen 1927-304,339: 1939- 564; 1950-164.

Jan Goos uit Enkhuizen.

EH 64 - De Drie Gebroeders - gebouwd in 1909 bij Appelo in Zwartsluis.

Martin Dielen, vertelt: 1909 EH64 Lemsteraak DRIE GEZUSTERS / VLIELAND / GOUDEN ENGEL...De geplaatste foto toont niet de VLIELAND maar het tweede door Jan Goos in opdracht gegeven schip, de BRIES, te herkennen aan de andere kop en de drietal wanten aan weerszijden. (zie Chroniek Enkhuizen)

De Vlieland is - ook op oudere foto's altijd goed te herkennen aan de patrijspoortjes tussen stokklamp en berghout. (zie bijgaande foto's van omstreeks 1948 en 1960)

Ik weet niet, of er foto's van de VLIELAND in de oorspronkelijke visserman uitvoering bestaan omdat het schip al door de tweede eigenaar als jacht werd verbouwd. (zie waterkampioen 1927) Sinds 2008 zijn we eigenaren van het schip en nog met de restauratie bezig.

Waterkampioen 1927: De "Razende Bol"is verdoopt in "Vlieland. Op de afdruk de "Vlieland"(ex-"Razende-Bol" na de verbouwing.

1948

Vlieland voor Enkhuizen, 1960.

Bovenstaande vier afdrukken van Martin Dielen.


18. 1910 - EH 69 - Tweestrijd - Gebr. de Boer

De visserman Willem Lub in Enkhuizen, werd de eerste eigenaar van deze 45-voet aak voor de somma van f 2.160,- zeilklaar. Later werd de aak overgenomen door Piet Lub, die hem in 1934 verkocht aan drie broers Teunis, Klaas en Riewert Goos te Enkhuizen.

Op hun beurt verkochten deze de schuit in 1946 aan Gerke Mulder te Hindeloopen (HI 6). Deze herkende vele jaren later de aak onmiddellijk hoewel er een kajuit op zat en de kleuren anders waren. In 1955 gekocht door H.W. Tilanus te Geervliet, die in 1956 bij de Boer de deken liet weghalen en een kajuit plaatste.

Voor zover mij bekend is dit het enige geval dat bij de Boer zelf een vroeger gebouwde vissersaak tot jacht werd verbouwd. De naam van het schip is thans 'Tweestrijd'.

EH 69 - Tweestrijd - gebouwd in 1910 bij De Boer.


19. 1910? - Elck syn sin - Gebr. de Boer

De geschiedenis van deze aak is (nog) niet met zekerheid bekend. Als bouwjaar is wel 1904 genoemd en als opdrachtgever Maarten Blauw. Maar deze naam komt niet in Lemmer voor en in 1904 is de bouw van een 42-voet aak nergens terug te vinden.

Gezien deze maat van 42-voet zou het de aak kunnen zijn die in 1910 werd afgeleverd aan L. van der Veen te Urk. Later was Symen Brouwer te Urk eigenaar.

Het schip is in opdracht van G.L. van Iterson te Landsmeer, tot jacht verbouwd door Stofberg. De huidige eigenaar is L.C. de Groot te Arkel.


20. 1912? - Wybigjen - Gebr.de Boer

Vermoedelijk, maar zekerheid daaromtrent is er niet, is dit het 'kleine aakje' dat in 1912 werd afgeleverd aan J. Steenstra (te Lemmer?)

Naar model is het een typisch binnenaakje. Het schip heeft lang in de Heerengracht te Leiden gelegen als eigendom van kleermaker Blesot.
De huidige eigenaar, P.J. Nobel te Leiden heeft de aak grondig doen restaureren.


21. 1913 - PI 37 - Avontuur - Stapel

Als bouwnummer 90 werd deze aak van 13.36 m. op de werf 'Vooruit' te Enkhuizen gebouwd voor Gustave Rammeloo-de Zutter in Philippine (Zeeland) en begin januari 1914 afgeleverd.

In 1923 kocht deze visser een grotere 16 m lange aak in Enkhuizen en kwam de Avontuur in handen van Th. Rammeloo onder het registratienummer PI 31. De omschrijving van het soort vaartuig is bij de eerste inschrijving wel merkwaardig, namelijk 'motorbunsloep (vischaak)'!

Zoals zovele Zeeuwse schepen werden ook beide schepen van de familie Rammeloo, door de Duitsers in het begin van de bezettingsjaren gevorderd. In juli 1945 aan de Belgische kust teruggevonden en aan de rechtmatige eigenaars teruggegeven.

De Zeeuwen gaan jaarlijks naar de Wadden om mosselzaad te halen en dat verklaart dat in februari 1945 de aak werd gekocht door J.P. Visser, een garnalenvisser uit Moddergat.
En als herinnering aan de vroegere vloot van Paessens Moddergat, werd de aak toen als motorblazer ingeschreven onder nummer WL 18. In hetzelfde jaar werd het schip echter al weer verkocht en wel aan Giljam Verkamman, bijgenaamd 'De Pelgrim' uit Tholen: TH19. Naam 'Drie Gebroeders'.

Nadat ook diens broer Arie, enige jaren met de aak had gevist werd zij in februari 1967 als pleziervaartuig verkocht en in het visserijregister doorgehaald. Na een jaar gebruikt te zijn voor de sportvisserij vanuit Bruinissewerd in 1968 de aak door de Machinehandelaar Maaskant verkocht aan D. Kloos te Leiden. Deze - zelf werkzaam bij een werf - verbouwde het schip in eigen beheer eerst tot motorjacht, maar in 1972 weer tot zeiljacht onder de naam Lady Jane (82 VA).

In 1982 werd de aak gekocht door de Koninklijke Nederlandse Zeil en Roeivereniging te Muiden om als begeleidingsschip te worden gebruikt bij de zeilopleiding van jeugdigen van eigen en bevriende verenigingen. De oude naam Avontuur werd in ere hersteld.

Kotterfoto.nl

PI 37 - Avontuur - met links eigenaar G. Rammelo, gebouwd in 1913 bij Stapel in Enkhuizen.

VL 77 "Drie Gebroeders"

De VL77 is omstreeks 1948 gebouwd op de RAL werf van de gebr. Nugteren te Amsterdam, als een professioneel vissersvaartuig. Volgens prof. Gerritsen en volgens 'Spiegel der Zeilvaart' artikelen is het schip typerend voor de wederopbouw van de kleine vissersvloot na de oorlog en tevens typerend voor de overgang van hout naar staal.

Eerst gevaren als visserman HK10 op het IJsselmeer, later verkocht aan de Tholense visser 'Verkamman' en als de TH19 tot 1977 gevist op de Oosterschelde en het Grevelingenmeer. Verkammam wilde later met z'n 2 zoons een groter schip en kocht de Wieringer 23. Hij wilde graag z'n eigen reg.nr. behouden zodat ik het schip het nr. VL77 gegeven heb.


22. 1914 - KP 10 - de Kamper van Goor - Kampen

In 1914 werkte E. van Goor nog alleen (kort nadien tezamen met B. Schepman) en bouwde toen onder meer twee aken van 45 voet. Een daarvan was voor de visser Sybren Reumer, een opkoper van paling. Deze liet een grote bun aanbrengen om z'n voorraad paling te bewaren.

De aak bleef tot 1967 in bezit van Reumer en werd toen verkocht aan T. Jansen. Deze zag tegen de verbouwingskosten op en deed het schip nog hetzelfde jaar over aan G.A van der Sluis te Kampen. De verbouwing werd uitgevoerd door Y. de Jong te Durgerdam. De opstaande kuiprand die de Jong (overleden in augustus 1981) bij al zijn schepen aanbracht vinden we ook bij 'de Kamper' (55 VA)terug.

KP 10 - De kamper - in 1914 gebouwd bij Van Goor te Kampen.


23. 1917 - WL 18 - De Boer

Deze 50-voet aak is voor Belgische rekening gebouwd, maar was in 1919 al weer terug in Nederland en eigendom van Leon Wijnen te Philippine: PI 48 'Drie Gebroeders'. In 1924 ging de aak over in handen van Aug. van Hurck (PI 47) waarna in 1928 de Gebr. de Rooy in Yerseke eigenaar werden: YE 50.

In 1940 werd de aak gevorderd, in 1942 naar Duitsland afgevoerd en in 1945 weer teruggegeven aan de oude eigenaars. Dan verhuist het schip van de Zeeuwse stromen naar de Wadden en wordt in 1951 S. Kroeze te Delfzijl de nieuwe eigenaar: DZ 78. Drie maanden later wordt de inschrijving in het visserijregister echter gewijzigd, eigenaar wordt Ekkert de Vries, terwijl S. Kroeze, als schipper vaart op z'n vroegere schip. Dat duurt tot 1956, wanneer de aak wordt verkocht aan Jan P. Visser te Nes in de gemeente West-Dongeradeel: WL 18. Dan wordt nog één keer - in 1959 - een andere garnalenvisser eigenaar, Monte Post die de aak verkoopt aan Stof berg in Leimuiden. Via G. Portengen en H. Smit/P. Dekker, komt het schip tenslotte in 1980 in bezit van de huidige eigenaar J.P. van Lohuizen te Weesp.

WL 18 - gebouwd in 1917 bij De Boer.


24. 1919 - Schokland - G. de Vries Lentsch

Tot op zekere hoogte hoort deze aak niet in dit overzicht thuis, want het is immers van origine geen vissersschip maar een 'rijksvaartuig' dat in opdracht van Rijkswaterstaat de verbinding onderhield tussen het eiland Schokland en de vaste wal, met name Kampen.

Daarvoor gebeurde dit met een botter, maar toen deze na vele jaren dienst op was, werd door Rijkswaterstaat aan Thiebout opdracht verleend tot het ontwerpen van een ijzeren aak met hulpmotor. Van deze ontwerper is bekend dat hij de opvatting koestert dat ook in een tot perfectie uitgegroeid scheepstype nog veranderingen kunnen worden aangebracht en dienovereenkomstig week het ontwerp enigszins af van het gangbare model Lemsteraak.

Op Schokland had men dan ook nogal wat kritiek toen de aak voor het eerst de haven binnenvoer. Het lijkt wel een varken, zei de schipper van de botter - Gait de Bok - minachtend, vooral doelend op de zware kop. En dat werd zelfs de onofficiële naam van de aak: 't Vèrken.
Schipper Gáit (Gerrit Huisman) liep in 1927 bij een brand aan boord een' derdegraadsverbranding op en de aak werd sindsdien weinig meer gebruikt.

Het schip werd later tot jacht verbouwd en vaart thans onder de toepasselijke naam 'Schokland' als eigendom van F.J. ten Berge, Heemstede - 68 VA. De tekening van deze aak was niet te achterhalen, maar bevindt zich wellicht in het archief van de werf (1910- 1926) dat bij het Maritiem Museum Prins Hendrik te Rotterdam berust. Publ. Waterkampioen 1977 pag. 4356 ev.

-De Lemsteraak de 'Schokland' is in 1919 gebouwd door de G. Vriesch Lentsch te Nieuwendam naar een eigenzinnig ontwerp van Thiebout. De opdracht tot de bouw werd gegeven door Rijkswaterstaat. Dit 'Rijksvaartuig' (RWS 416) onderhield de verbinding tussen het toenmalige eiland Schokland in de Zuiderzee en de vaste wal (voornamelijk Kampen).

Lemsteraak de 'Schokland' is een geregistreerd varend monument (Reg.Nr. A 1242).
De ligplaats is Makkum, is onder nr. 918 ingeschreven in het stamboek voor rond- en platbodems en is te huur voor enthousiaste ervaren zeilers en liefhebbers van varend maritiem erfgoed.

Afmetingen en maten van de Schokland (zeilnummer VA 68):

Lengte 13,50 m; breedte 4,00 m; diepgang 1,10 m. De hoogte van de mast boven water is 15,00 m. De waterverplaatsing is 18 ton en de rompsnelheid is 7-8 knopen. De dieseltanks hebben een inhoud van 300 liter en de watertanks zijn 200 liter groot. Het zeiloppervlak aan de wind is 85 m² (ex. de halfwinder, die is 75 m²). De motor is een 80 pk Lister diesel met een PRM keer-koppeling (2:1). De rompsnelheid vraagt 1700 omw./min., het maximum aantal toeren 1900 omw./min.. Elektra is 24 volt.

Zeilen:

Grootzeil, Fok en Kluiver. Bij windkracht 4/5 kluiver weghalen. Bij windkracht 5 en 6 eerste/tweede rif in het grootzeil en bij windkracht 7 derde rif in het grootzeil en eerste rif in de fok. Bij windkracht 7 is het niet raadzaam om uit te varen. Bij windkracht 8 of meer is het niet toegestaan om uit te varen. De aak is uitgerust met bakstenen; vanaf windkracht 3 en te allen tijde met de halfwinder, is het verplicht deze te gebruiken.

De Schokland - gebouwd in 1919 bij G. de Vries Lensch, te Nieuwendam.


25. 1924 - Stapel- PI 66 - Hilda

Op de werf 'Vooruit' van Stapel te Enkhuizen (thans Spaarndam) werden sedert 1910 verschillende visaken en mosselaken gebouwd. De aanvankelijke lengte van 12.60 m groeide allengs tot 16.30 m. De op een na laatste aak was de PI 66, bouwnummer 181, die op 31 Mei 1924 te water werd gelaten voor Emile F.A. Abroscheer te Philippine.

Schipper op de aak werd Omère Muytinck. De naam was 'Hilda'. Bekend is dat het schip in 1940 door de Duitsers werd gevorderd en naar IJmuiden vervoerd. Pas in 1946 weer vrij gegeven.
Op 27 juli 1953 werd de aak verkocht aan de visser J. Nachtigall te Husum (D). In de zeventiger jaren tot jacht verbouwd en thans eigendom van Th. Vermeulen te Ilpendam (80 VA).

 PI 66 - Hilda - gebouwd in 1924 bij Stapel te Enkhuizen.


26. 1930- ZZ 4 - Saeftinge - A. de Boer.

Reeds in 1887 'exporteert' Pier de Boer een aak naar Enkhuizen en in 1891 wordt de eerste mosselaak naar Bruinisse geleverd. Deze 'Bruinisser jachten' waren snelzeilende schepen, iets breder, achter iets voller en iets minder diepstekend dan de aken van de Lemster vissers. Wanneer in 1925 de Gebr. de Boer uit elkaar gaan, blijven Dirk de Boer en zoon Arie op de werf. Een enkele aak wordt gebouwd.

Op 12 oktober 1929 wordt een aak van 15.25 x 14.50m voor P.J. Blommaert te Zierikzee aangenomen. Het werk begint op 28 februari 1930, de tewaterlating volgt op 2 mei en de oplevering op 13 mei. Naam: 'Op Gods vertrouwen'. Uitvoerige berekeningen, pagina's vol, zijn gemaakt betreffende de waterverplaatsing van de aak in verband met het te vervoeren gewicht aan mosselen.

Op 8 mei, vlak voor de overdracht verzekert Arie de Boer, dat met een lading van 30 ton mosselen het schip 'een gelijklastige diepgang van plusminus 1.33 m zal hebben of 12 cm beneden onder het berghout'.

Petrus Blommaert, die, zoals de oude vissers zeggen, 'geen school heeft gehad', stond bekend als een zeer slim en onderlegd iemand. Hij maakte zijn eigen zeekaarten zo, dat hij bij mist en donker de weg kon vinden. Hij was bovendien financieel een zeer succesvol visser en kreeg in Zierikzee de bijnaam: De Paus. Hij viste vooral mosselen op de Oosterschelde.

Toen een nieuw schip aan de orde kwam moest Blommaert 'een capabel' schip hebben. Het zou een kotter of een Lemsterjacht worden. Na principiële bespreking heeft Arie de Boer zelf toen de vraag gesteld: Wat moet ge hebben, buiswater of pompwater? waarop Blommaert heeft geantwoord: dan maar liever buiswater.

(Met dat pompwater werd bedoeld water in hét ruim dat moet worden uitgepompt; algemeen werd aangenomen dat die kleinere kotters wel eens gemakkelijk onder de golven doken). Er zijn toen twee Lemmeraken gebouwd van dezelfde afmetingen; één voor Heine Baay uit Tholen, die eind maart 1930 klaar was en een tweede voor P. Blommaert. Op het eind van de bezetting is het schip gevorderd in Vlissingen. Met een paar kogelgaten in de romp is het teruggevonden in Flensburg.

Een sleepbootkapitein, die de ZZ-4. heel goed kende en het schip toevallig zag liggen in Flensburg heeft het meteen maar aangepikt en meegebracht. In 1957 verkocht Blommaert, het schip aan zijn zwager Jan de Rooy uit Paal (in heel Z-Vlaanderen bekend als Jantje Patat) voor f 15.000,-. Van toen af voer het schip onder de letters GRA-2 (Graauw-2).

Omdat Jan geen mosselenpercelen in de buurt had toegewezen gekregen door de Coöperatie (alleen de naam van deze instelling maakt hem nog van streek) moest er op mosselen en mosselzaad gevist worden op de Waddenzee, een heel eind van huis dus. Er werd continu dag en nacht gevaren. Intussen waren er krachtige motoren op de markt gekomen. Om mee te kunnen, werd dan een schroevendraaier tussen de regulateur gestoken zo dat de motor enkele klappen meer maakte. Dat kostte elk jaar een zuiger maar de prijs hiervan woog niet op tegen een nieuwe motor.

Toen de bekende parasieten, de wormpjes, in de mossel kwamen werd overgegaan op de garnaalvisserij, maar het ongelukkig toeval wil dat er twee jaar geen garnaal zat - zo dat ook deze activiteit een verlieslatende zaak was. In 1961 werd de GRA-2 dan verkocht aan een oesterteler uit Yerseke - Jac. Kreyger - voor f 16.000,-. Het kreeg de letters YE.85 en werd uitgerust voor de oesterkwekerij.

Toen de oesters hier grotendeels vernield werden, is ook het bedrijf van Kreyger gesaneerd en in 1964 werd de aak verkocht aan de huidige eigenaar O.P.C. Werkers te Nieuw-Namen, die er de naam 'Saeftinghe' aan gaf.

In Terschelling werd van Jan Doeksen, gekocht al het rondhout, zwaarden, zeilen en verdere tuigage van de botter 'Zomerland', die een paar dagen daarna in opdracht van de eigenaar tot zinken werd gebracht. Op de werf van Verras te Paal, werd de aak vervolgens tot jacht verbouwd in zijn huidige vorm.

De GRA-2

ZZ4-Saeftinge - gebouwd in 1930 bij de Boer. Van te water lating via de 'korven' tot jacht.

Saeftinge, met het embleem van het bouwjaar.


Zie hier dus het overzicht van de vóór 1930 gebouwde Lemsteraken, die thans nog in Nederland als jacht in de vaart zijn. Zij vormen een kostelijk bezit, dat verdient met zorg en liefde in stand te worden gehouden.

Dit overzicht heeft geen andere pretentie dan datgene dat van de oude aken bekend is te hebben verzameld en vastgelegd. Naar volledigheid is daarbij gestreefd, maar of dat is gelukt?. In ieder geval heb ik niet de levensloop kunnen achterhalen van de in een advertentie in de Waterkampioen van juli 1981 aangeboden 50-voets aak.

De informatie in de advertentie zelve is in ieder geval voor een deel onjuist. Afgaande op de werfboeken van de Boer ben ik geneigd aan te nemen dat we hier te doen hebben met de aak die in 1910 werd geleverd aan G. Buis te Enkhuizen en waarvan het werfboek zegt: gelijk aan J. Blauw (= de twee jaar eerder gebouwde LE 8, thans Vrouwe Antoinette Elizabeth).

Het aantal nog varende oude Lemsteraken, zo blijkt uit het bovenstaande, is verrassend groot.
Niet minder verheugend is het feit dat in de laatste jaren een zo sterk belangstelling voor dit fraaie scheepstype valt te constateren. Daarbij wedijveren enkele bekwame scheepsbouwers als het ware met elkaar in het bouwen van fraaie en snelle jachten waarin zij als vanouds iets van zichzelf van hun eigen kunnen tot uitdrukking brengen.

Onafhankelijkheidsfeesten 1913 te Lemmer. Voorop de snelle zeiler LE 47, die tijdens de wedstrijden een zijden 'jager' voer. Daarachter de LE 37 (later opgeknapt en nog zonder zwaarden = huidige Murnzer Klif).

Elsemoer - gebouwd in 1974 bij Y. Blom te Hindelopen. 'De nieuwe generatie'

Deze prachtige (jacht) Lemsteraak "Louise" is in bezit van Peter Plönes. Het jacht is in 1982/83 gebouwd door 'De Nieuwe Kielkade' te Bolsward (ontwerper Tj. Brinksma).