Home » Lemmer » Verzamelingen: Lemmer » Verzameling van Sleat Eartiids » Verzameling van Sleat Eartiids (1)

Verzameling van Sleat Eartiids (1)

LEMSTER SKUTSJE OM !

Felle windstoten hebben zaterdag ravage veroorzaakt bij het “Skûtsjesilen" in Grouw. Wat in tien jaar tijds niet is voorgekomen, geschiedde op deze voor Friesland nu gedenkwaardige 21ste juli. Niet minder dan twee skûtsjes' verloren de strijd van de stormachtige zuidwester. Eerst was het de Sneker Pan (onder), die omsloeg, waarna het Lemster skûtsje (boven) kort daarop ook in de woeste golven van de wijde Ee ten onder ging. Het was echter aan de snelle hulp van de rijkspolitie te water te danken, dat er zich geen persoonlijke. ongelukken hebben voorgedaan.

VOOR EERSTE AUTO OP DE ZUIDERZEE GAF LEMMER EEN HAVENBRIEFJE AF

Morgen is 't 34 jaar geleden

(Van één onzer verslaggevers)

LEMMER - De heer Reinder Knol uit Lemmer vertelt met foto's over zijn leven als havenmeester (bijna 40 jaar), over zijn broers in Amerika en ook over de strenge winter van '28-29. Als de dia's van de farm in Montana en de oude vergeelde foto's van de bevroren Zuiderzee op tafel komen, dan vliegt de tijd om.

Morgen is het precies 34 jaar geleden, dat het er net als nu op leek, dat het nooit weer voorjaar zou worden. Het werd maart 1929, de Zuiderzee lag geheel dicht en iedereen was “schaatsmoe". Toch liep, morgen 34 jaar geleden, bijna heel Lemmer „op ien ein".
De eerste auto kwam vanaf Kampen de Zuiderzee overgestoken. De heer Knol laat ons oude platen zien van de sensatie. De „grote helden" waren een journalist van de Arnhemse Courant en „ien of oare ambassadeur". Het was niet zomaar een stuntje, doch een gedurfde, goed voorbereide „ontdekkingsreis".

Toch was de opluchting groot, toen het duo in de toen zo moderne automobiel de haven van Lemmer binnenpufte. Op Urk, dat door al het ijs tijdelijk een schiereiland was geworden, had men een gids bereid gevonden de rest van de reis mee te gaan. Maar toen het tussen Urk en Lemmer mistig was geworden, was de gids geen gids meer, maar een doodsbenauwde jongeman, achter in de open kofferruimte van het vehikel...., in de dickey-seat zoals dat toen heette. In de veilige haven van Lemmer kreeg het gezelschap voor de formaliteit een havenbriefje van de heer Knol. In ieder geval een bewijs, dat zij er geweest waren. De terugreis verliep meer in een Willem Barendzsfeer. Via het autospoor in de sneeuw, dat gevormd was tijdens de heenreis, bleek de weg terug gemakkelijk te vinden. Toen kon men ook zien, welke bochten er vergeefs waren gemaakt.

Foto: Morgen precies 34 jaar geleden: sensatie in de Lemster haven. De eerste auto, die de Zuiderzee overstak, kwam na een eenzame tocht over het toen nog zout bevroren water van winter 1929 in Friesland aan. Nog dezelfde dag werd de terugweg naar Elburg ondernomen.

TELEFOONTJE REDDE ELKE WEDSTRIJD

Ingezonden stukken:

Lemmer niet in middenmoot met 16 beste hardrijders

Ik ben door het lezen over de beste hardrijders uit het boekje van fa. N. Miedema en Co uit Leeuwarden in de pen geklommen, omdat ik het met de beslissing niet eens ben, dat Lemmer in de middenmoot staat in de jaren 1800-1940 met 16 hardrijders. Want in deze jaren had Lemmer de volgende toprijders: L. Poepjes Sr., A. Poepjes, L. Poepjes Jr., K. Poepjes, Hendrik Dijkstra, Lammert Dijkstra, Cornelis Dijkstra, Jacob Stienstra, M. Stienstra, Eelke de Vries, Janus Coehoorn, Gerben Bootsma, Jacob Beninga, E. Visser, B. de Wrede en A. Zijlstra.

Zoals men kan zien, zijn het zestien toprrjders. Daar komen nog een paar vrouwen bij, die in parenrijderijen aan de top stonden. Ik ben dan ook van mening, dat Lemmer in die jaren de meeste hardrijders heeft geleverd. Ja, hier zaten zoveel knappe rijders, dat, als er in de buurt plaatsen waren waar geen genoeg deelname was en de wedstrijd zou moeten worden afgelast, er een telefoontje naar Lemmer ging en dan werden er zoveel mensen heen gestuurd, dat de wedstrijd door kon gaan.

Vissers en bootslui

Hoe kon het, dat Lemmer toen zoveel rijders had? Dit kwam, omdat er veel vissers en bootslui waren. Deze vissers gingen dan op het ijs vissen en reden dagelijks in alle weer en wind een 20 of 30 km, achter een slede met netten. En gingen ze niet uit vissen, dan was het altijd krijgertje spelen op het ijs. Als je bij winteravond bij de brug stond en de Heerenveense krant kwam binnen, dan kon je er vast van op aan, dat er een man of tien Lemsters bij de prijswinnaars waren. Na 1945 heb ik er geen Lemster meer bij gezien. Was het voorheen een top, nu is het een flop.

Zeven leven nog

Van bovengenoemde rijders zijn naar ik weet nog zeven in leven. Eelke de Vries, met wie ik in de rokerij gewerkt heb, ging op een morgen om half elf naar huis te koffiedrinken, zich verkleden, op de schaats naar Staveren, aangeven, hardrijden, hij won de eerste prijs, weer terug rijden en toen weer naar zijn werk. Als ik een schrijver was, dan kon ik er wel meer over vertellen maar aangezien ik niet veel de school bezocht heb en geen schrijver van formaat ben, laat ik het hierbij.

Met sportgroeten, Lemmer, EVERT DE VRIES Mz. Nieuweburen 4.

Uit: Friese Koerier dd 15-01-1964.

DE NIEUW BRUG BIJ TACOZIJL

Maandagmiddag om één uur is de 36 ton zware brug bij de nieuwe sluis te Tacozül op zijn plaats bevestigd, nadat in de loop van de morgen het eerste paar sluisdeuren door de grote bok Liberty in de hengsels was gebracht. In de loop van deze week hoopt men nu de hoge opritten van de nieuwe brug zover klaar te krijgen, dat de brug volgende week in gebruik genomen kan worden door het wegverkeer. Van de brug heeft men dan een prachtig gezicht over de Brekken en het IJselmeer. Daarna zal de oude weg op de voorgrond van de foto doorgebaggerd worden, zodat de schepen met de andere sluisdeuren de sluiskolk in kunnen varen en ook deze deuren opgesteld kunnen worden.

Bij de oude sluis van Tacozijl ligt nog altijd als een herinnering aan de oorlog de betonnen brug half in het water. Aan de Lemster kant leunt de ruïne nog op de wal. Een noodbruggetje dient daar nu al vijf jaar het verkeer. De reiziger, die hier langs komt kan zich geen groter tegenstelling denken.

Ondertussen is vanmorgen een begin gemaakt met het laatste werk aan de nieuwe spoorbrug te Grouw. De brug is dezer dagen op een paar bergingsvaartuigen van Werkspoor aangevoerd. Ook daar hoopt men deze week de overspanning te leggen.

HAVENMEESTER KOOL VEERTIG JAAR “OP ‘E LEMMER”

Morgen gaat hij met pensioen.

Havenmeester Kool van Lemmer zal morgenavond (bij wijze van spreken) zijn unilorm aan de wilgen hangen: morgen zal hij voor 't laatst officieel zijn gezag uitoefenen over alles wal er met de Lemster haven annex is. Veertig jaar lang op een paar maanden na heeft hij daar z’n werk gehad; de eerste veertien jaar als onderhavenmeester, sedert 1926 als havenmeester. Overmorgen en alle andere dagen zal hij alleen nog als ambtloos burger bij de haven staan, de schippers een joviale groet toezwaaien en zijn opvolger, de heer W. Kingma. die tot nu brugwachter was, wegwijs maken in de boeken en paperassen, die nu eenmaal bij het havenmeesterschap horen.

Met Rein Kool heeft de Lemster haven opnieuw een verlies geleden, want de markante verschijning van de havenmeester en “de Lemmer'' waren voor het varend volk een. Wat een wonder! Veertig jaar lang stond hij daar op z’n post, niet alleen als ambtenaar, die moest zorgen, dat de gemeente aan haar trekken kwam, maar ook als vriend en raadsman van de schippers en de vissers. En hij had een grote klantenkring: Jaarlijks deden tussen de tien- en twintigduizend schepen z’n haven aan. En men moet al een Isegrim zijn, wil men na zoveel jaar niet op een uitgebreide vriendenkring kunnen bogen.

Het was havenmeester Kool menens met zijn liefde voor de schipperij; daarvan getuige zijn (in '23 met succes bekroonde) actie om in Lemmer een reddingboot gestationneerd te krijgen en zijn „krewarjen" voor de schippersschool, die in de jaren van '20 tot '30 zulk voortreffelijk werk deed. De motor, die de schippers vleugelen gaf, betekende (in 1951) het einde van de school, waarvan hij mede-oprichter en jarenlang voorzitter was, maar menige schipper en schipperszoon zal met plezier terugdenken aan de scholing, die hij op 'e Lemmer kreeg.

Rein Kool had eigenlijk vorig jaar Juli al met pensioen zullen gaan, maar toen was de Prinses Margrietsluis nog niet geheel en al klaar en hem werd verzocht, nog een paar maanden in dienst te blijven om het verkeer via de oude sluis op te vangen. Het werden er tien en die waren niet de plezierigste voor havenmeester Kool. Het loopt nu namelijk met de kleine binnenschipperij — het grootste deel van zijn klantenkring — hard achteruit, al betekende het vrijgeven van het kanaal door de Noordoostpolder een belangrijke compensatie voor het verlies, dat de nieuwe sluis bij het Ir. Wouda-gemaal de Lemsters berokkende. Havenmeester Kool is niet optimistisch: de grote schepen van zo’n duizend ton snoepen de kleinere bazen de vrachten af en dat proces zal sneller gaan. naarmate de verladers zich de mogelijkheden van deze grotere schepen realiseren. En Rein Kool kan 't weten, mag men veronderstellen, want hij heeft in die veertig jaar op de Lemmer zo wel een en ander meegemaakt. De opgang van de schipperij na de vorige oorlog, de bloei omstreeks 1920, de crisisjaren, de toeneming na de tweede oorlog, de nieuwe, huidige crisis en het langzaam inschrompelen van de vissersvloot (van 130 toen hij kwam tot een 40 nu).

Ja, er heeft zich zoveel in en om de Lemster haven afgespeeld in die jaren: bouw van de Afsluitdijk, die een grote invloed had, het droogmaken van de Noordoostpolder, de beschietingen en bombardementen en de ellende met de Duitse bezetting, de strandingen — havenmeester Kool was bij de reddingen vaak zelf aan boord van de reddingboot - de strijdvraag over het eindpunt van het grootscheepsvaarwater en nu weer de “Lemstersluis” want ook daar is de heer Kool zeer nauw verwant als stroom-sluiswachter. Bij het opkomen van al die problemen herft Rein Kool in al zijn bescheidenheid een rol gespeeld, 't zij klein, 't zij groot, want hij was een man met een klaar verstand en een grote deskundigheid. Dat weten de schippers maar ook zijn superieuren, getuige de (zeldzame) gouden medaille, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau, die hem verleden jaar Juli is uitgereikt.

KUNSTGEBIT INGESLIKT

LEMMER, 22 Febr. Een Lemster ingezetene werd in de afgelopen nacht wakker met het benauwende gevoel dat er iets niet in orde was. Hij bleek zijn kunstgebit, bestaande uit enkele tanden en een beugeltje, te hebben ingeslikt. Onmiddellijk gewaarschuwde geneeskundige hulp achtte overbrenging naar een ziekenhuis in Sneek noodzakelijk. Hier slaagde men er in het gebit te verwijderen. De patiënt moet echter voorlopig nog onder behandeling blijven.

MARTHA WIERINGA OP HET IJSELMEER WEER ONBETWIST DE STERKSTE

Tjitske Hartoog-Minkema won met gemak de B-rijderij

Martha Wieringa heeft gisteren bij Lemmer bewezen dat haar nederlaag van Woensdag in Spannenburg zeker niet te wijten is geweest aan „verval van krachten". Op de uitgestrekte ijsvlakte, die de rand van het IJsselmeer bedekte, heeft zij opnieuw triomfen gevierd. Weliswaar trof zij het ditmaal dat haar zwaarste concurrentes — Tine de Vries en Annie v. d. Meer — in Lemmer verstek lieten gaan en Genemuiden hadden gekozen, maar toch bleek ook thans weer dat Martha onmiskenbaar tot de topklasse behoort. Schier zonder enige tegenstand kon zij beslag leggen op de eerste prijs van 95 gulden.

Het was daar gisteren in Lemmer zeker geen pretje. De wedstrijdbaan lag zonder enige beschutting bloot voor de ijskoude straffe Zuidwester, die genadeloos van het IJsselmeer kwam aangieren. Een kille motregen maakte het verblijf op de baan nog onaangenamer, terwijl bovendien, naarmate de wedstrijd vorderde, ook nog grote plassen water op 't ijs kwamen. Maar desniettegenstaande heeft deze wedstrijd toch wel goede ijssport geboden. Want al stak dan Martha Wieringa met kop en schouders boven haar vijftien mededingsters uit, onder de „mindere godinnen” werd er fel om de overige prijzen gestreden.

VIER LEMSTER JONGELUI

Vier Lemster jongelui, vijftien, zestien en zeventien jaar oud, zijn op het IJselmeer, toen ze per schaats op weg waren van Urk naar huis, in de mist verdwaald. Enkele uren aaneen schaatsten zij door, zonder te weten in welke richting zij gingen. Er kwam geen land in zicht, het werd nacht en zij waren juist tot de conclusie gekomen, dat zij wel genoodzaakt zouden zijn, de nacht op het üs te moeten doorbrengen, toen zij een hond hoorden blaffen. De vier knapen reden op het geluid af en stapten even later aan wal te Andijk bij Enkhuizen.

Ondanks de waarschuwing voor wakken besloten de jongemannen, A. Visser, Tj. Bijma, H. de Jong en H. Visser, Donderdagmiddag zo omstreeks vier uur nog even heen en terug naar Urk te rijden over het IJsselmeer. Zij hadden het voormalige eiland vrij spoedig bereikt en aanvaardden toen de terugtocht. Het was evenwel inmiddels zo mistig geworden, dat zij hun koers kwijt raakten. Zij schaatsten maar voort op de dolle roes, zo nu en dan moed puttend uit „aanwijzingen", die de vogels hun gaven; zo volgden zij een troep spreeuwen in de verwachting, dat die wel landwaarts zou vliegen. Edoch: het werd donker en nog steeds was er geen land te zien. De jongemannen begonnen al te vrezen, dat zij de nacht op het IJsselmeer zouden moeten doorbrengen, toen de reddende hond zich opponeerde. Omstreeks halfacht klauterden rij bij Andijk de wal op en vandaar zijn zij te voet naar Enkhuizen doorgewandeld.

De jongens meldden zich bij een familielid van een hunner, waar zij het relaas van hun tocht over het IJsselmeer deden en vertelden, dat het over het algemeen goed ijs was geweest met hier en daar een kistwerk, doch zonder wakken. De familie stelde de ongeruste ouders in Lemmer in kennis met de behouden aankomst van de drieste vier. Het avontuur had de knapen echter in het geheel niet timide gemaakt: 's avonds hadden ze de grootste pret op de verlichte ijsbaan van Enkhuizen en daarna kropen ze gedwee gevieren in één ledikant.

Gisteren zijn de vier jongelui, die geen cent op zak hadden toen ze vertrokken, liftend van Enkhuizen naar Lemmer teruggekeerd. „Als er geen sneeuw had gelegen, waren we vast zó niet terug gekomen", verklaarden ze.

Vijfentwintig jaar geleden, dat was in de strenge winter van '29, was er een zeer druk verkeer op het IJsselmeer. Toen reden er zelfs auto's tussen Urk en Enkhuizen.

De nog vrijwel nieuwe luxe wagen van de Lemster vee-arts, dr. F. Mach, voelde zich gistermorgen zo vrij als een onbemande, niet aan remmen gekluisterde auto zich maar enigszins kan voelen. Hij gebruikte z’n vrijheid echter op een verkeerde manier, want toen hij op eigen houtje ging rijden hield hij zich niet, zoals een goede auto betaamt, aan de gebaande wegen, maar dook pardoes in het donkere water van het Dok.

Dat was heel onplezierig, vooral voor de eigenaar. Om wegdrijven te voorkomen, waardoor de kwestie ook voor de scheepvaart onprettig zou worden, bonden de omstanders de wagen met touwen aan een paal. Een paar uur later takelde een kraanwagen de ondeugd op het droge. In de toekomst zal dr. Mach de wagen wel weer op de handrem zetten. Hij is de vrijheid beslist niet waard.

ER HEERST DRUKTE IN DE LEMSTER OVERSLAGHAVEN
Snel werken om oogst veilig te stellen

(Van een onzer verslaggevers)

Er wordt in Lemmer thans alles op alles gezet om de 15000 ton bieten die hier nog uit de Noord-Oostpolder moeten worden aangevoerd, zo spoedig mogelijk uit de binnenschepen over te hevelen in de ruimen van de grote aken. Het feit, dat Lemmer het hier druk mee heeft, is een gevolg van de omstandigheid dat de Beetwortelsuikerfabriek te Vierverlaten thans drukte genoeg heeft en de fabrieken in het Zuiden van het land best wat meer werk kunnen hebben, omdat uit Zeeland nog niet weer dat kwantum wordt aangevoerd, waarop men normaal wel mag rekenen.

De afgelopen week lag hier de Gredoriet van de heer A. Bakker uit Nijmegen te laden, die in één keer maar even 1400 ton voor zijn rekening kon nemen. Het was voor de heer Bakker een ongewone lading en hij zag dan ook wel een beetje verwonderd naar de grote hoeveelheid aarde die hij op deze manier mee te vervoeren krijgt. Want ook de bieten die uit de polder komen, zijn verre van schoon. De heer Bakker had een lading ijzerslakken van Duisburg naar Friesland vervoerd, benodigd voor de aanmaak van de grote weg bij Heerenveen.

Nu er vorst in de lucht zit, zal men in de polder zeker nog met meer interesse naar Lemmer kijken, in de hoop, dat men ook daar „het onmogelijke" zal willen doen om de oogst veilig te stellen, de kalme zee maakte snel vakwerk mogelijk. Een houten schot werd voor het gat in de romp gesjord, de krachtige pompen van de Holland maakten de ruimen wat holler en navigerend op de radar bracht de Holland de Irak in veiliger wateren.

Zondagmorgen arriveerde de zaak in Harlingen en gisteren was men, met de pompende Holland steeds opzij, druk bezig de ruimen te lossen. Vaten terpentijn, vaten wijn, kistjes sardines, allemaal producten, die wel een beetje zeewater kunnen verdragen. Verder nog kurk en wol -— het laatste product houdt men anders liefst zo droog mogelijk. Wanneer de Irak de ruimen hol heeft, brengt men het schip naar de helling „Welgelegen", waar de gaten en beschadigingen weer hersteld zullen worden.

Foto: De overslag in Lemmer gaat in snel tempo. Grote schuiten worden hier thans geladen met bieten, die zowel met binnenschepen als vrachtauto's worden aangevoerd.

Reactie plaatsen

Reacties

Sjoerd de Haan
7 dagen geleden

Veearts Mach heel goed gekend, potige kerel was ook dierenarts bij mijn vader, sprak slecht Nederlands. Paar uitspraken, als hij warm water moest hebben zei hij; jij warm water halen, moest eerst water op het vuur en dat duurde wel even voor het warm was, dan jij zeep halen, weer in huis om zeep. Mijn vader had eens een koe verkocht en later kreeg hij bericht dat de koe had para tbc en hij moest geld terug betalen.Vader vertrouwde het niet en ging met de brief naar Dr Mach. Koe hing in een slachthuis in Bolsward dacht ik, ook Mach vertrouwde het niet en toen zijn wij naar slachthuis gereden, vader mee, en daar hing de koe met het vel er nog op een plaats aan vast om te zien of het wel de koe was die vader verkocht had . Mach sneed er een stukje af, heeft dat opgestuurd, kwam week later langs met de boodschap voor mijn vader: boer geld in zak houden geen para.