Home » Lemmer » Verhalen van en over Oud-Lemsters » Leeuwke Sakes Bootsma

Leeuwke Sakes Bootsma

Leeuwke Sakes Bootsma, herinneringen van een Zuiderzeevisser.

Door K. Verbeek: De Zuid - Friesland. (mei 1969)

Lemmer. De in 1883 in Lemmer geboren Leeuwke Sakes Bootsma {Leeuwke van Jette) hoopt bij gezondheid deze maand zijn 86ste verjaardag te vieren.

Als vader van 12 kinderen (8 jongens en 4 meisjes), heeft hij het niet gemakkelijk gehad in de strijd om het bestaan. Op zee was zijn leven meermalen in groot gevaar en bij een tyfus epidemie haalde hij het net op het kantje af.
Het leven van deze robuuste rasechte Lemster was zoals van velen van zijn tijdgenoten, soms bijzonder moeilijk.
Voor de ouderen als herinnering aan vroeger en voor de jeugd als beelden uit een voorbije periode, geven wij hieronder een schets uit het leven van een Zuiderzeevisser.

Voor 50 cent de hele week op zee.

Direct van de lagere school was het al aanpakken. Op 11 jarige leeftijd stapte Leeuwke Bootsma bij visserman Wiebe Urk aan boord, waar hij zeebenen kreeg voor slechts 50 cent per week rondzwalkend op de oude Zuiderzee.

Later werd het "loon" verdubbeld, Leeuwke kreeg toen bij visserman Teade Wouda een gulden. Als de visserij slecht was moest ook wel iets anders worden aangepakt, en zo werkte Leeuwke met zijn vader Sake Bootsma die 94 jaar oud is geworden, ook nog aan de tramlijn Lemmer - Joure.
Het was zwaar werk maar Bootsma was een gezonde sterke jongeman. Hij kwam echter in de kracht van zijn leven oog in oog met de dood te staan toen ook hij slachtoffer werd van een tyfus epedemie welke Lemmer teisterde. Mte meer dan 41 graden koorts lag hij in de ziekenbarakken, die toen op de Gedempte Gracht stonden.
Dankzij zijn ijzeren gestel kwam Bootsma er weer boven op. Zijn moeder Jette Bootsma-Turksma, was toen een van die liefdevolle verpleegsters in de ziekenbarakken.

10-57.jpg

Jette Bootsma-Turksma

Op de nachtboot.

Zoals vroeger met vele Lemsters het geval was, heeft ook Leeuwke Bootsma gevaren op de nachtboten. Eerst was hij echter nog in de huwelijksboot gestapt met Johanna Visser, die vorig jaar is overleden.

Deze zomer zouden ze 60 jaar getrouwd geweest zijn. Het waren niet altijd gemakkelijke reizen met de tramboot. Dagenlang hebben ze eens vastgezeten in het ijs voor Hoorn , en eenmaal met de Lemsterhaven in zicht verspeelde de tramboot wegens ijsgang haar schroef en dreven ze helemaal af tot voor Blokzijl.

Met assistentie van de sterke sleepboot "Jantje Goedkoop" kwamen ze weer in veilige haven.
Bij vliegend weer van Lemmer naar Amsterdam, toen een grote baggermolen voor Enkhuizen verging, en diep geladen met melk, stond" Koppebaas" in Amsterdam op de steiger: 'Jongens ik ben blij dat jullie er zijn", het was ook geen pretje geweest, alles in het kombuis lag door elkaar.

Je leven riskeren voor zes gulden.

Ook fungeerden de Lemsters vaak als loods. Bootsma was eens op een diep geladen vrachtvaarder, die rapen en wortels vervoerde. Met open luiken kreeg het schip in de val van Urk moeilijkheden door overslaande zeeën. Men kon het niet bolwerken, het schip zonk. De tramboot heeft ons er toen afgehaald verteld Bootsma.

Door vaak je leven te riskeren, kreeg je zes gulden voor zo'n reisje. Maar ja, je moest wel want thuis moest er met meer dan tien kinderen wel wat op tafel komen. Later had ik een eigen schouw de LE 4.

Op zee stond je altijd voor verrassingen. Eens kwam ik nu wijlen Jan van Sake tegen op zee en deze riep ons toe : je mag wel naar huis gaan, want je vrouw is ernstig ziek geworden. Zo moest je het roer weer omgooien. Mijn vrouw bleek een maagbloeding te hebben gekregen.

De oorlog '40 - 45.

Toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen, was Bootsma net op zee. Hij viste daar met hoekwant. De Duitsers hadden de Lemsterhaven later geblokkeerd door een aantal schepen te laten zinken. Er was echter nog net een gaatje open waar de schouw van Bootsma door kon.
Toen kwam het vorderen van vissersschepen, de Duitsers zaagden de masten er af en wilden gaan varen naar Engeland. Met fietsbanden om als reddingsvest waren een aantal van die "zeelui" al zeeziek nog voor ze de haven uit waren.

Naar Gaasterland lopen om eten.

Ja die oorlog mijmert Bootsma nog eens een pruimpje nemend, (daags gaat er een pakje tabak doorheen). Een van mijn jongens liep te voet helemaal naar Gaasterland om olie van onze motor te ruilen voor etenswaren. En andere zoon weigerde eens te werken voor de Duitsers, de S.S. kwam hem ophalen en hij werd op transport gesteld, eerst naar Leeuwarden.
Toen een van mijn dochters hem daar wat kleren zou brengen, was hij al weg, waarheen? Dan gaat er wel wat in je om nietwaar, maar hij kwam later gelukkig toch weer levend terug.

Eens zaten we thuis met zijn allen om de tafel en zouden eten, toen er vlak bij Lemmer bommen vielen. De helft schrok geweldig en zocht een goed heenkomen. Als je honger hebt vergeet je alles en de andere helft aan tafel profiteerde er van en verorberde de stamppot.
Dingen zegt Bootsma, die je nooit vergeet.

Rattenplaag.

In de bevrijdingsnacht werd ons huis getroffen. We hebben toen nadien negen maanden gewoond in een houten keet bij het z.g. Patrimonium. Daar aten de ratten je haast op. Toen ik op een morgen mijn trui wilde aantrekken, vloog er een rat uit de mouw. Het zal je gebeuren, zegt Bootsma lachend.
Zijn dochter die ons thee inschenkt huivert er nog van.

Achterom was vroeger geen Lemstervaart.

We hebben vroeger ook in het visserskwartier het Achterom gewoond, zo vertelt hij verder. Heel wat anders dan nu in de nieuwbouw Lemstervaart. In het Achterom heeft zich heel wat afgespeeld in en rondom de kleine woningen, waar vijf grote gezinnen samen gebruik moesten maken van een toilet.

Een grote regenton buiten vaak vol met ongedierte, was onze waterleiding. In een vochtige kleine kamer met acht man in een bedstee, vier boven en vier onderin, met oude jassen over je heen boven een vochtige vloer. Door de kieren van het houten schot op zolder kon je zo een praatje maken met de buurman of buurvrouw.

Trouwens er gebeurde ook nog wel eens iets anders dan een praatje maken.
Mijn vrouw had eens een grote appeltaart gemaakt, en toen ze even haar handen ging wassen en weer terug kwam was de appeltaart verdwenen, wie .... ?

Het werd toen brood zonder boter eten. De boter is er in gebakt zei mijn vrouw, eten maar! Even " Bona in het kuipje" halen was er niet bij. Er kon niet zo nauw gekeken worden, want ook een maaltje bevroren aardappelen betekende eten waar heel wat voor gedaan moest worden aldus Bootsma.

We liepen eens naar Leeuwarden om spiering uit te venten voor een voor een paar centen, het rijmt waarachtig ook nog. Onderweg bij een familie op een boerderij, had men nog wat , , potstro" staan.

Er zitten ook nog krenten in zei de boerin. We hebben toen lekker gesmuld. Het bleken achteraf geen krenten te zijn, maar muizenkeutels zegt Bootsma gnuivend.
In de crisistijd hadden de kinderen voor een gulden een nieuw pakje kleren aan, vaak van papierstof. Een mei regentje er over en het kind stond weer naakt.

Meelzak als hemd.

Kleren, dat was vroeger wat. er kon niet zo precies gekeken worden naar wat men droeg, getuige ook het volgende voorval wat zich achter het Achterom op de Weverswaf ( nu vissersburen ) afspeelde. Bij het lossen van een boot met vaten met brandbaar materiaal, ging een van de arbeiders na afloop wat te dicht bij de kachel staan.

Zijn kleren raakten in brand, de man liep als een hazewind naar buiten waar men probeerde met emmers water de brandende kleren te blussen. In de algehele consternatie raakte de man van de Weverswal in de Lemster Rien. De vlammen waren geblust, en hij stond letterlijk en figuurlijk in zijn hemd : een verknipte Wouda,s meelzak .

Weten wat er te koop is in de wereld.

Lachend nemen we afscheid van Leeuwke Bootsma, die thuis een uitstekende verzorging geniet. Bij zijn verjaardag straks zal hij ongetwijfeld weer in het middelpunt van de belang¬stelling staan in zijn grote familie. Bootsma leest elke morgen het ochtendblad nog van A tot Z. Hij moet weten wat er in de wereld te koop is.

Hij is nog bijzonder vitaal, al heeft hij wat rugklachten. Als het wat zomer wordt, gaan we weer op het bankje zitten onder de hoek. Het is veel drukker dan vroeger, Lemmer gaat met de tijd mee, aldus deze rasechte vertegenwoordiger van het oude gilde der Zuiderzeevissers.

Reactie plaatsen

Reacties

Tjitske de Blaauw
18 dagen geleden

Dit is mijn grootvader van moeders kant. Een markante man. Prachtig verhaal. Mijn moeder heeft ook deze verhalen wel verteld.