Home » Lemmer » Panden in 'De Lemmer' » Pottenbakkerij, Lemmer » Pottenbakkerij, Lemmer (1)

Pottenbakkerij, Lemmer (1)

1928: Het stopzetten van de Lemster aardewerkfabriek.

Een klein, maar oud en karakteristiek bedrijf. — Zal het voor Lemmer behouden kunnen blijven?

LEMMER, 25 Oct. Er ging een kort berichtje door de pers: de fabriek van Lemster kunstaardewerk, welke reeds tevoren enkele weken had stilgestaan, daarna nog even had gewerkt, was nu voor goed stopgezet.

De eigenaar had reeds elders arbeid gevonden; het personeel was ontslagen; de fabriek stond te worden verkocht. En hiermee zou dan het einde zijn gekomen van een zeer oud- industrie, welke bij Lemmer behoorde en als een van de karakteristieken van de plaats werd beschouwd.

Geen wonder, dat zich verschillende vragen voordeden naar aanleiding van deze gebeurtenis, in de eerste plaats de vraag, welke de aanleiding is tot deze stopzetting. Is er geen vraag meer naar het Lemster handaardewerk? Kan dit tusschen het vele, wat vooral den laatsten tijd op 't gebied van
luxe aarde- en glaswerk uit binnen- en buitenland op de markt wordt gebracht, zijn plaats niet meer handhaven? Is het misschien tengevolge van verandering van smaak van het publiek?

En waarom kan de fabriek als pottenbakkerij — want de vervaardiging van kunstaardewerk was immers niet het belangrijkste deel van het bedrijf — niet meer blijven bestaan? Moet nu inderdaad Lemmer, wat toch al zoo arm is aan industrie en in verband met de afsluiting van de Zuiderzee voor een belangrijk deel van zijn inwoners een ander middel van bestaan moet zoeken, nu ook nog deze industrie missen?

Een en ander gaf ons aanleiding om eens in de plaats zelf poolshoogte te nemen, om iets te weten te komen omtrent de oorzaak van het verdwijnen van deze eigenaardige en merkwaardige industrie en er de vraag eens op te werpen of ze niet voor Lemmer behouden kan blijven.

Veel beteekenis had het bedrijf de laatste jaren niet meer. Met den patroon werkten er een volwassene en twee of drie jongere krachten. Toch moet ook de productie van deze betrekkelijk kleine fabriek niet onderschat worden. Zoo zijn b.v. een kleine veertien dagen geleden nog een 50.000 bloempotten afgeleverd. Per dag kon de fabriek een paar duizend bloempotten leveren, dank zij de machinale fabricatie dezer voorwerpen door middel van een pers.

Maar deze bloempotten-fabricatie was niet het karakteristieke van het bedrijf en zij vereischt ook slechts weinig vakkennis of vakkundige handigheid. Die is wel noodig voor het maken van verschillende andere voorwerpen voor huishoudelijk gebruik of voor luxe. Het draaien is een kunst, die de leerling zich slechts na jaren van opleiding kan eigen maken.

Daar komt bij, dat degeen, die zich met dezen arbeid bezig houdt, niet alleen de noodige technische vaardigheid moet bezitten, maar ook moet kunnen beschikken over voldoenden kunst- zin en smaak voor het ontwerpen van verschillende modellen. Nog te meer geldt dit voor het kunstaardewerk met snijwerk. Dat snijwerk is iets zeer persoonlijks in het Lemster kunstaardewerk; 't was de patroon zelf, de heer Steenstra, die het vervaardigde.

De fabriek van den heer Steenstra was de eenige pottenbakkerij, welke nog te Lemmer was overgebleven. Vroeger waren er meer en de Pottenbakkerssteeg heeft er zelfs haar naam aan ontleend. Het bedrijf werd steeds zoo interessant gevonden, dat meermalen belangstellenden kwamen om het in oogenschouw te nemen. Menige klas schoolkinderen kwam naar Lemmer om de zee en de pottenbakkerij te zien.

Tientallen van jaren heeft zich het bedrijf in Lemmer kunnen handhaven. Waarom kon dat dan nu niet meer? Voor een buitenstaander is het natuurlijk moeilijk om die vraag te beantwoorden. Voor een ingewijde trouwens misschien ook wel. Er wordt te Lemmer gesproken, dat er te weinig reclame voor het product zou zijn gemaakt. Gereisd is er met het artikel nimmer. En buiten reclame kan tegenwoordig zelfs niet het beste artikel. De tijd van „goede wijn hehoeft geen krans" is voorbij.

Speelde gebrek aan bedrijfskapitaal een rol? Dat het publiek het Lemster kunstaardewerk niet meer wenscht, gelooft men te Lemmer niet. Menigeen, die er een bezoek bracht, nam als souvenir een aardig vaasje of kleurig potje mee. Dat de afname van het ruwe aardewerk voor huishoudelijk gebruik verminderd is, moet ongetwijfeld worden toegeschreven aan de concurrentie van het emaille-werk.

We hebben een kijkje genomen in de fabriek, 't Was er nu doodsch en stil. Het lied van den arbeid klonk er niet meer. Het spinrag aan de lage zoldering der magazijnen scheen het symbool van het noodlot, dat over de fabriek is gekomen.

De voorraden grondstoffen, klei en pijpaarde zijn op kleine hoeveelheden na verwerkt. In de fabriek zijn een tweetal draaischijven, waarvan één vroeger ook machinaal in werking kon worden gesteld en waaraan de pottenbakker zijn modellen fabriceerde.

Voorwerpen van verschillenden aard en vorm werden hier ontworpen. Het ruwe Friesdce aardewerk voor huishoudelijk gebruik, potten, komforen, grootere bloempotten, inmaakkruiken, drink- en voerbakken voor kippen, schoorsteenpotten, dit alles en nog veel meer kreeg hier het aanzijn.

Behalve de voorwerpen, die alle uit de hand gedraaid moeten worden, is er nog heel veel vormwerk, waarbij dus de grondspecie in een houten vorm wordt gedaan, waarna het bakproces kan volgen. Bij dit vormwerk behooren b.v. spaarpotten, stootjes, vaasjes en tal van andere voorwerpen, zoowel in het ruwe als in het fijnere kunstaardewerk.

De fabriek heeft twee ovens, één groote, waarin b.v. een 13,000 bloempotten tegelijk kunnen worden gebakken, en een kleine. Hierin werden de te bakken voorwerpen, na al of niet van glazuur voorzien en al of niet gekleurd te zijn, aan een temperatuur van een 900 graden blootgesteld.

Achter de ovens bevindt zich een pers voor de vervaardiging van bloempotten. Een bal klei wordt gelegd op een ronde schijf ter grootte van den bodem van den bloempot. De ronde wand sluit zich daar omheen, terwijl een draaiende pasvorm voor gelijkmatige verspreiding van de klei langs den
binnenwand en den bodem zorg draagt. In weinige oogenblikken is alzoo de bloempot gevormd, zoodat per dag een paar duizend kunnen worden vervaardigd. Aldus ontstaan de meest gangbare grootten van den bloempot. Bij de pers behooren een zestal vormen, zoodat ze in evenzoovele grootten de potten kan afleveren.

We namen verder nog een kijkje in de verschillende magazijnen; de aanwezige voorraden waren trouwens niet groot meer na de groote aflevering van bloempotten, welke dezer dagen nog heeft plaats gehad.

We troffen ook nog een kleinen voorraad kunstaardewerk, waaronder verschillende keurige voorwerpen, artistiek van lijn en kleur. Het is voor het grootste deel handwerk; er is bij met snijwerk (bloempotten, vazen, enz.) en er zijn zonder. Het snijwerk, op de wijze van het gewone houtsnijwerk, wordt erop gebracht, als de pijpaarde nog week is. Is het ontwerp gesneden en nagenoeg droog, dan wordt het uit de hand gekleurd, gewoonlijk met drie kleuren, groen, blauw en bruin. Doordat er dus veel tijd aan besteed wordt, kan dergelijk werk niet goedkoop zijn.

We hoorden, dat de fabriek met den inventaris en de aanwezige magazijnvoorraden dezer dagen zullen worden verkocht. De vraag is nu: zal deze industrie voor Lemmer verloren gaan? Er zijn ingezetenen van Lemmer, die grooten prijs zouden stellen op het behoud van het bedrijf. Is daar kans op? Kan misschien een combinatie van kapitaalkrachtige personen dit bereiken? Nog is het tijd.

De fabriek met toebehooren kan ieder oogenblik weer in werking worden gesteld. Men zal daarvoor noodig hebben een vakkundige en die zou van elders moeten komen. Maar er zijn toch zulke vakkundige personen nog te vinden, in onze provincie, waar het pottebakkersbedrijf ook in andere plaatsen nog uitgeoefend wordt.  Zou er niet iemand te vinden zijn, die voldoende koopmanschap paart aan technische vaardigheid en kunstzin, om het bedrijf weer op gang te brengen?

Het is zeker waard om ernstig overwogen te worden, want Lemmer zal de industrie, die het heeft, zooveel mogelijk moeten zien te behouden en uit te breiden.

Dit is vooral ook hierom gewenscht, omdat Lemmer binnen betrekkelijk korten tijd voor het feit komt te staan, dat het de zeevisscherij als middel van bestaan zal moeten missen, zoodat een groot deel van de inwoners dezer plaats op andere wijze dan thans zijn brood zal moeten verdienen.


Onderstaande krantenknipsels over tentoonstellingen 1892-1912 waaraan Cornelis Steenstra, meedeed zijn ingezonden door de heer Jo Steenstra, uit Lemmer.

Zo stond in het "Nieuws van de Dag" van 20 april 1992 te Lezen:

Tentoonstelling van oude en nieuwe Kunstnijverheid. uitgeschreven door de Vereeniging: „Voor Vak en Kunst 81," te Dordrecht. (Geopend tot 1 Mei.) Dat verteld "Dat er op den corridor, verscheidene uitstallingen een plaats hadden. " In den eenen hoek, bij de Hindelooper kamer, vinden wij eene fraaie expositie Makart-bouquetten, schilden met Makartgrassen en bloemen-voorwerpen met kunstbloemen in was en stof, benevens eene groote collectie bloemenmanden.

Vooral de rozen in was verdienen de aandacht; deze worden vervaardigd naar papieren modellen. Al verder vindt men op den corridor verscheidene paneelen hout- en marmer-imitatie van den Heer C. Lary, te Dordrecht, en drie decoratieve paneelen van den Heer Jos. Amiabel, te 's-Gravenhage.

Draaien wij ons nu om, dan zien wij rechts en links, omhoog, omlaag, de belangrijke inzending der School voor Kunstnijverheid te Haarlem (directeur de Heer E. von Saher): eene zeer uitgebreide verzameling, die men onwillekeurig gaat vergelijken met de inzending harer zuster te Amsterdam. Wij zien hier tal van proeven der leerlingen in het decoratievak, in het beeldhouwvak, tal van werkstukken der graveurs en stempelsnijders, teekeningen, graveerwerk op koper, staal, zink en stempels — de werkstukken der kunstnaaldwerkklasse.

Men kan hier uitnemend den gang van het onderwijs volgen. Eene overstelpende hoeveelheid teekeningen, over het geheel met zeer veel zorg gekozen en een zeer goeden indruk gevend van het onderwijs aan de school. In het midden eene inzending versieringen in kurkschors van de heeren Becker en Scalongne, te s-Gravenhage. Links vindt men nu de bovenvermelde haarschilderingen van den Heer Dufrenne, te Arnhem, die niet in mijn smaak vallen, en daaronder eene collectie, net uit de hand gesneden, gedreven en geponst lederwerk voor prachtbanden, albums en schrijfportefeuilles met familiewapens, meubelbekleedingen, enz., van den Heer J. W. N. Merkelbach. fabrikant te Utrecht.

Men weet, dat deze tak van nijverheid in de middeleeuwen een hoogen trap van bloei bereikte, maar in de 17e eeuw verloren ging. Reeds op de Haagsche tentoonstelling trok de inzending zeer de aandacht. In deze buurt ook ontwerpen van tuinen van den Heer Jongstra, te Leeuwarden, een model deurpaneel van Mej. Van Staveren, te Gouda, geëtst in glas verguld en met parelmoer.

In het midden vindt men eene groote tafel met eene groote inzending houtsnijwerk. Inzender is het Departement Leeuwarden der Nederl. Maatschappij ter bevordering der Nijverheid. Tusschen dit alles staat een versierde vaas van aardewerk, gemaakt door den 18-jarigen Cornelis Steenstra te Lemmer. Het is een pot, voor den klassieken Frieschen drank: „boerenjongens" bestemd.


Nieuws van de Dag. -21 mei 1894.

De Tentoonstelling te Harlingen.

Harlingen, de havenstad van Friesland, waar handel en scheepvaart in de provincie haren zetel hebben opgeslagen, is in deze dagen de plaats waarheen honderden zich begeven ter bezichtiging van de tentoonstelling van kunstnijverheid, welke door de Commissie van volksvermaken aldaar is tot stand gebracht.

De Buiten-Sociëteit, nabij het spoorwegstation gelegen, met haren fraaien en met vlaggen en Onder de voorwerpen door timmerlieden, houtsnijders, meubelmakers, draaiers, smeden, machinemakers, lood- en zinkwerkers, koper- en blikslagers, metaaldraaiers, modelleurs, metselaars, steenhouwers, molenmakers, stucadoors, stoffeerders, enz. ingezonden, zijn vele fraaie en degelijke werkstukken aanwezig, die getuigen van eigen vinding (…) blijkbaar groote zorg is besteed. (…)

Belangrijk is de inzending gesneden Friesch aardewerk van C. Steenstra en F. Hoekstra, te Lemmer, alsmede de tegelschilderingen en muurversiering van Folkert Park, te Harlingen; de stalen marmer van R. S. Groot, te Amsterdam, en de inzendingen van T. van Stralen, te Leeuwarden, en J. Nielsen te Harlingen.


Nieuws van de Dag. -26 mei 1894.

TENTOONSTELLING TE HARLINGEN.

Door de jury voor den wedstrijd tusschen handwerkslieden en de tentoonstelling van kunstnijverheid zijn de volgende onderscheidingen toegekend : Groep I. Handwerkslieden (…) Groep III Kunstnijverheid. Steenstra en Hoekstra, dipl. 1e kl; S. en H. Dijkstra, Sneek, dipl 2e kl.


Rotterdamsch Nieuwsblad. -20 juli 1906.

Een reisje over de Zuiderzee met bezoek aan Lemmer.

(…) Er wonen hier (Lemmer) ongeveer 3000 zielen, deelde onze bezoldigde gemeenteveldwachter-gids mede. Nu gaan we naar de pottenbakkerij van Steenstra, daar breng ik wel méér vreemdelingen.

Daar wordt dat gesneden aardewerk vervaardigd, dat in de laatste jaren zoo beroemd is. Langs een smal voetpad kwamen we er. — Wat is dat voor een huisje? — Dat is vroeger een bruggewachtershuisje geweest, mijnheer, nu werkt er een schoenmaker, die er ook barbiert. — Wat blieft u . — Ja, hij scheept de menschen ook. En omdat hij daarvan niet alleen kan bestaan, maakt hij schoenen. Scheren kan hij best. — Zeker met een schoenmakersmes... Onze gids protesteerde, 't Was een flinke baardenschrapper. — Hij zou met zijn pikhanden van mijn gezicht afblijven. — Hier zijn we aan de pottenbakkerij.

Een vijftal knechts waren ijverig bezig. Ze kneedden de grijze klei, schoven het nieuw vervaardigde in den oven. In den hoek bij het raam werd ons door den patroon C. Steenstra, die zich met zijn leerling speciaal met 't Lemster-kunstenaardewerk bezighoudt, een oude man gewezen, die reeds 40 dienstjaren achter den rug heeft. Zijn naam is Pier Hoekstra en hij toonde zich een knap werkman.

Allerlei voorwerpen tooverde hij uit de klomp klei, die hij liet draaien, door met de voeten over een schijf te trappen. En de patroon toonde ons een prachtige collectie Lemster-kunstaardewerk, bestemd voor de tentoonstelling te Leeuwarden. — Ja, er is nog Sneeker werk, maar dat is namaak, mijnheer. Wij vervaardigen hier 't echte. Het Sneeksche goed is grover van afwerking, harder van kleur. De kleurmenging is 't geheim. Vindt u het niet mooi. Duur? Ach, mijnheer... 't is als met zoovéél dingen. Als de winkeliers er niet zooveel op wilden verdienen, dan zouden zij meer verkoopen en wij meer kunnen vervaardigen. Maar dat doen ze niet. Een stukje werk, dat zij voor 3 gulden van ons koopen, wordt voor 7 a 8 gulden verkocht. Dat is te duur.


Nieuwe Rotterdamsche Courant. -21 mei 1912.

Avondblad, B. Letteren en kunst. Kunstentoonstelling ten bate van Herems-State.

Men schrijft ons uit Leeuwarden: Heden is in het Friesch Museum te Leeuwarden, in tegenwoordigheid van vele genoodigden, een tentoonstelling geopend van kunstwerken, welke zullen worden verloot ten bate van het Volkssanatorium Herema-State te Joure. (…) De catalogus bestaat uit ruim 200 nummers. Vooral de Friesche schilders — tot wie men zich in de eerste plaats gewend heeft - zijn zeer volledig vertegenwoordigd op deze zeer bezoekwaardige en veelzijdige tentoonstelling. (…)

Ook onder de beeldhouwers zijn er bekende Friezen. Pander gaf een gipsreliëf, een prachtig stormbeeld van angstig over de golven vliegende paarden; Tjipke Visser een pleisterbeeld ”berusting". Alma Tadema zelfs toonde belangstelling door werken met reproducties van zijn kunst te zenden.(…) De Friesche plateelfabrlek van Gebr. Tichelaar te Makkum, reeds bestaande sedert de tweede helft der zeventiende eeuw, zond o.a. een verdienstelijken geriefden pot met polychroom decor. Een nieuw product is het onverglaasde kerfsnee aardewerk van Steenstra te Lemmer, in tegenstelling met het verglaasde werk van de Boer te Workum.

De Oudheidskamer Lemster Fiifgea, zie: www.museumlemmer.nl aan het Nieuwburen te Lemmer. Tot de verzameling behoort in de eerste plaats een collectie kunst-aardewerk van de voormalige Lemster aardewerkfabriek van Cornelis Steenstra. Dit aardewerk is voorzien van versieringen in de zogenaamde Friese kerfsnee-techniek.

 

De dochters van Cornelis Steenstra zagen ook eigen werk.

Cornelis -dochter, mej. Foekje Antje Steenstra, (later werkzaam als graveur bij een edelsmid in Sneek) waarvan op de expositie een spaarpot in de vorm van een huisje staat, is door haar vader ter gelegenheid van haar geboorte, op 19 oktober 1920, evenals een kinderserviesje, in 1925 gemaakt als verjaardagsgeschenk, wijst ons een der vroegste producten aan die haar vader als 16-jarige jongen maakte: een buldog, waarvan de kop los op de romp zit en welke als tabakspot kon worden gebruikt.

Ze toont ons (de heren J. Postma en I.D. Koffeman van het Stichtingsbestuur van de Oudheidskamer "Lemster Fiifgea") onder het glazuur de nagelafdrukken die haar vader bij het boetseren achterliet. Ze zijn bijzonder onder de indruk van de rijke collectie aardewerk, waaronder ook door hen zelf gemaakt, o.m. in de bezettingsjaren 1942-1943, toen zij thuiswerk verrichten voor de aardewerkfabriek van R. de Boer in Workum.

Noppert's bazar in Lemmer was, o.m. een afnemer van dit aardewerk, dat dank zij de dochters van Cornelis Steenstra, toen nog de specifieke kenmerken van het originele Lemster kerfsnee-aardewerk had: een fijne snede, en zachte stemmige, toch ook wel vrolijke kleuren. Trouwens, Cornelis Steenstra heeft, getuige ook de omschrijvingen in de uitvoerige catalogus, wel enkele malen met die kleuren geëxperimenteerd en ook in later aardewerk wat sterkere kleuren groen en geel gebruikt.

Zijn dochters weten met grote kennis van zaken het kaf van het koren te scheiden, al blijkt de expositie gelukkig voor het merendeel uit het koren d.w.z. het originele Lemster kerfsnede-aardewerk te bestaan.

Kunst afgezien van ouders.

De dames Steenstra leerden het vak van hun vader en moeder, want de laatste heeft ook veel met kleuren gewerkt. We krijgen een uiteenzetting hoe vroeger dit aardewerk werd gemaakt, waarbij aan de hand van de eveneens tentoongestelde, zeer simpele gereedschappen: zakmesjes, passer, pennetje, e.d. waarmee in de werkstukken de kerven werden gezet. het is bijzonder fascinerend te ervaren hoe met zeer eenvoudige middelen, maar met een grote dosis liefde voor het ambacht én met veel kunstzin een grote serie kunstaarde-werkproducten van uiteenlopende vormen de fabriek in Lemmer hebben verlaten.

Gereedschap, gebruikt door Cornelis Steenstra, voor het aanbrengen van siermotieven op het aardewerk.

I.D. Koffeman en J. Postma, Foekje Antje Steenstra en haar zuster Siepke de Jong Veenstra. "Dat is van my en dat hat myn suster makke, dat stik komt út é fabryk fan Snits en út dizze groffe snede kinne jou sjen dat it gjin Lemster ierdewurk is".

Hier bekijken Foekje en Siepke samen met de voorzitter de heer Jan Postma, de antieke pot, een product van de voormalige Lemster aardewerkfabriek Cornelis Steenstra.

1880

1928

 Bron: www.flickr.com 


TOP