Straten zijn ook..... Monumenten (1)

Fokelinus van der Walstraat.

Fokelinus van der Walstraat.

Fokelinus van der Wal.

Fokelinus van der Wal, geboren op 28 november 1899 te Stedum, overleden op 18 april 1943 in Kamp Vught. Fokelinus is een kind uit een groot gezin. Fokelinus zit maar korte tijd op school omdat hij mee moet helpen het gezin te onderhouden. Al op jonge leeftijd werkt Fokelinus dan ook voor een boer in de omgeving. Fokelinus wil meer. Hij gaat in zijn vrije tijd studeren en komt als douanier aan de grens terecht. Later wordt hij belastingambtenaar.

In 1924 trouwt Fokelinus op zijn verjaardag, 28 november, met Alke van Steenwijk, geboren te Haren op 14 oktober 1902. In het gezin Van der Wal worden vervolgens tien kinderen geboren, de jongste op 4 januari 1942.
Fokelinus van der Wal wordt na zijn huwelijk lid van de gereformeerde kerk. Hij is al snel lid van de kerkenraad, als diaken en later als ouderling. In deze jaren is Fokelinus tevens bestuurslid van de christelijke bouwvereniging Patrimonium.

In 1943 wordt Fokelinus gevraagd de namen te geven van mensen die voor de bezetter zouden kunnen werken. Fokelinus weigert dit. Een politieagent geeft dit door aan de SD in Leeuwarden en al snel doorzoekt de SD de woning van het gezin Van der Wal. Fokelinus wordt meegenomen. Hij zit eerst in Leeuwarden vast, daarna in Groningen en wordt van daar naar Kamp Vught gebracht. Na zijn arrestatie kwam een hechte samenwerking tussen alle belastingambtenaren in het Friese verzet tot stand.

In Kamp Vught wordt Fokelinus ziek en overlijdt aan de ontberingen. De officiële lezing maakt melding van hart- en vaatproblemen.

Op 22 april 1943 krijgt het gezin Van der Wal van het Rode Kruis en een predikant het bericht dat Fokelinus op 18 april 1943 in Kamp Vught is overleden.

Monument in het Reeburgpark in Vught ter nagedachtenis aan de 1400 Nederlandse slachtoffers van het concentratiekamp in het Duitse Sachsenhausen. Onder de vele namen ook Fokelinus van der Wal. Onthulling Monument 6 september 1994.

In de Zuid-Friesland van april 1947.

Herdenking.

Men schrijft ons: Wij leven in gedachten in de bevrijdingsroes van twee jaar geleden, groot is de dank van ons hart voor wat God ons daarin gaf.
Doch weet gij mijn lezer(es), dat God ook in de bezetting grote dingen deed, want daaraan denken wij op 18 april 1947.

Voor vier jaren is onze plaatsgenoot en pionier der verzetsbeweging Fokelinus van der Wal in Vught bezweken; met hem is heengegaan een strijder van groot formaat, onkreukbaar van karakter, begaafd met een helder inzicht, wiens geloof was de stuwkracht van zijn handelen. Hij wist zich door God geroepen tot strijd, want reeds voor de oorlog bekleedde hij met grote liefde en toewijding functies, op kerkelijk en maatschappelijk gebied.

Toen hij dit alles bedreigd zag, gaf hij zich met de volle inzet van zijn persoonlijkheid, omdat hij wist dat juist daar de vijand zijn haat en wraak heen trok. Dapper stond zijn vrouw hem terzijde, zij waren gehoorzaam aan Gods bevel dat riep tot strijd. Groot is het gemis voor zijn groot gezin, doch dit is hun troost, hun man en vader stierf voor Gods zaak.
Wij missen hem met zijn scherp inzicht en grote trouw zo node. Maar God vergist zich nooit, laten wij getrouw zijn in de strijd, waarin hij ons voorging.


Luitjen Mulderstraat te Lemmer.

Luitjen Mulderstraat te Lemmer.

Luitjen Mulder

Luitjen Mulder, geboren op op 25 juli 1918 te Follega. Daar was hij administrateur van het waterschap "De Brekkenpolder" Onder de schuilnaam "Louis Molenaar" was hij aangesloten bij de KP en hield zich vooral bezig met de berging en verdeling van door de, Geallieerden afgeworpen wapens en munitie. Daarnaast verspreidde hij illegale bladen en was hij medewerker van de LO in de gemeente Lemsterland.

Samen met Roelof Knol (schuilnaam: "Wim Reinders") was hij ondergedoken in Echtenerbrug. Wegens bijzondere omstandigheden moesten de onderduikers hun onderduikadres voor korte tijd verwisselen voor de boerderij van Wiepke Hof in Echtenerbrug. Toen de SD op 3 januari 1945 een inval deed in huize Hof, vonden ze daar de onderduikers.
De drie arrestanten werden overgebracht naar het beruchte "Crackstate" in Heerenveen.

Daar werden ze zwaar mishandeld. Mulder werd letterlijk kapotgeslagen, omdat hij geen namen van medestanders wilde noemen. Dat gebeurde op 8 januari 1945. Om voor de buitenwereld verborgen te houden hoe ze in "Crackstate" te keer waren gegaan, verzwaarden de SD-ers het stoffelijk overschot van Mulder en gooiden het in het water, in de hoop dat het nooit gevonden zou worden.

In juli 1945 ontdekte een schipper het stoffelijk overschot onder de brug over de Fammensrakken in de weg van Sneek naar Joure.
Het werd met militaire eer ter aarde besteld op de Algemene Begraafplaats in Lemmer. Men had grote moeilijkheden gehad met de identificatie.

Dokter Verdenius uit Noordwolde, die ook in de gevangenis in Heerenveen zat opgesloten, heeft de martelgang van zijn medegevangenen niet kunnen verdragen en pleegde zelfmoord.

Begrafenis Luitjen Mulder.

LEMMER. Dinsdagmiddag werd, onder groote belangstelling, het stoffelijk overschot van Luitjen Mulder, ter aarde besteld. De in de gereformeerde kerk gehouden rouwdienst werd geleid door Ds. L.W.Wessels, die sprak naar aanleiding van 2 Sam. 1 het slot.

Hierna begaf zich de stoet, door de N.B.S. voorafgegaan, naar de begraafplaats. De baar was gedekt door een drietal kransen en de Nederlandsche driekleur. Onder de vele aanwezigen bevonden zich o.a. de burgemeester Mr. M. Krijger, benevens een aantal personen uit de illegale beweging. Nadat door de N.B.S. schoten waren gelost, sprak Ds. Wessels nog een kort woord, waarna hij in gebed voorging.

Aandenken aan Luitjen Mulder: 4 augustus 1945.


Gerben Bootsmastraat te Lemmer.

48077e15ccc948278788041e747b0d3f.jpg

Gerben Bootsmastraat te Lemmer.

Gerben Bootsma

Gerben Bootsma, geboren op 21 februari 1894 te Lemmer, overleden op 2 april 1945 te Butzbach (Duitsland), gewoond hebbende op de Lijnbaan 73 te Lemmer. Hij was kapitein op de vrachtboot "Holland Friesland IV" van de rederij "Stanfries" in Leeuwarden. Zoon van Gerben Bootsma en Oeke van der Kamp. Gehuwd met Sjoerdje de Boer.

In de nacht van 23/24 maart 1943 heeft hij de vliegers van een neergeschoten Engelse bommenwerper, die in een rubberboot op het IJsselmeer ronddreven, opgepikt en aan boord genomen.

Die Engelsen moesten twee Nederlandse geheime agenten (Gerbrands en Bergman) in de omgeving van Koudum of Workum droppen. Het vliegtuig, waarschijnlijk een Halifax nr. 138 (Special Duties Squadron), dat was opgestegen van de basis Tempsford, werd bij Enkhuizen door Duitse nachtlagers neergeschoten en kwam tussen Stavoren en Enkhuizen in het IJsselmeer terecht. Eén lid van de bemanning en geheim agent Bergman kwamen om het leven. Kapitein Bootsma heeft Gerbrands laten ontsnappen.

Gerben werd door het hoofd van de contraspionage van de SD in Den Haag Joseph Schreieder en diens Nederlandse handlanger Antonius van der Waals samen met zijn driekoppige bemanning gearresteerd op 3 april 1943.

Nog dezelfde dag werd hij overgebracht naar de gevangenis in Leeuwarden. Op 5 mei 1943 werd Bootsma naar de gevangenis in Scheveningen gebracht en vervolgens naar het huis van bewaring in Utrecht. Na veroordeeld te zijn tot levenslange gevangenisstraf is hij op 20 mei 1944 overgebracht naar een tuchthuis te Kleve (Dsl). Tien dagen later naar Rheinbach, op 12 september 1944 naar Dietz am Lahn en aansluitend naar Butzbach. Halverwege februari 1945 kreeg hij geelzucht en ontving daarvoor geen medicijnen en verpleging.

Drie dagen voor zijn dood werd hij bevrijd door Amerikaanse troepen, maar hij overleed alsnog ten gevolge van de geelzucht en de ondergane ontberingen. Oorspronkelijk begraven te Butzbach. Herbegraven op het ereveld Waldfriedhof Frankfurt/Oberrad (Dsl), vak E, rij 2, nr. 15.

Bij Koninklijk Besluit van 29 december 1980, nr. 104, staatsblad 715 werd hem postuum het Verzetsherdenkingskruis toegekend. In 1946 ontving hij, eveneens postuum, een Engelse onderscheiding wegens hulpverlening aan en het redden van vliegeniers en varend personeel van het Britse Gemenebest.

Posthume onderscheiding.

LEMMER. Aan wijlen den heer G. Bootsma is dezer dagen een onderscheiding posthuum toegekend wegens het verlenen van hulp aan en het redden van vliegeniers en zeevarend personeel van het Britse Gemenebest.
Zoals U wellicht weet overleed de heer Bootsma in April verleden jaar, vlak na zijn bevrijding, in het concentratiekamp Bûtzbach.

Uit: Zuid Friesland 1946

PDF
bootsma
PDF [671.3 KB]
Download (2 downloads)

De heer F. Bootsma uit Zwolle schrijft de Stichting Oranjehotel: www.oranjehotel.org


Wiepke Hofstraat te Lemmer.

 Wiepke Hofstraat te Lemmer.

Wiepke Hof

Wiepke Hof, geboren op 8 september 1916 te Echten. Was winkelier/zadelmaker in Echtenerbrug. Was aangesloten bij de KP Echtenerbrug. In de avond van 13 juni 1944 hadden KP-ers het distributiekantoor van Kuinre leeggehaald. De buit zat in een brandkast, die de KP-ers ter plaatse niet open konden krijgen. Ze brachten de brandkast daarom op een bakfiets, die door een personenauto gesleept werd, naar Echtenerbrug. Wiepke Hof bestuurde de bakfiets.

Verder werkte Hof mee aan het verspreiden van gedropte wapens die van het afwerpterrein in het Katlijker Schar kwamen (Bij dat droppingsveld staat een herinneringsbord).
Op 3 januari 1945 deed de SD een inval in het huis van Hof. Daar waren ook nog twee KP-ers ondergedoken. Die werden uiteraard ook gearresteerd.

De drie mannen werden naar Heerenveen gebracht, waar in "Crackstate" zware verhoren volgden.
Wiepke Hof werd op 17 maart 1945, samen met één van de andere twee KP-ers (Roelof Knol; schuilnaam: Wim Reinders ) en acht anderen als represaille doodgeschoten op het erf van de veehouder Schotanus in Doniaga. Wiepke Hof ligt begraven op de Hervormde begraafplaats in Echten.

De Heerenveensche koerier: 17-03-1947

TOP