Home » Lemmer » Oorlog Lemmer - Lemsterland » Straatnamen zijn ook Monumenten » Straten zijn ook..... Monumenten

Straten zijn ook..... Monumenten

Oorlogsslachtoffers verleenden hun naam aan straten gebouwen.

"Maar éénmaal per jaar is de stilte
tot de hemel toe van U vervuld
en belijden wij zonder woorden
onze dankbaarheid, onze schuld".

(Ed Hoornik)

"Straten houden uw namen voor heden en morgen in stand"
en dat niet meer gezegd kan worden:
"Maar onze kinderen brengen ze niet meer met u in verband"

Samengesteld door W.A. Brug. (Secretaris van de "Stichting Oranjehotel" en redacteur van het maandblad "Terugblik '40-'45" van de "Documentatiegroep '40-'45")


Uit de Lemster Raadszaal:

Onderwerp naamgeving straten.

In de Raadsvergadering wordt zonder' commentaar aanvaard dat in Echtenerbrug een straat vernoemd wordt naar Jantje Jacobs - 'Zuster Jacobsstraat'.

Uit Lemster Raadszaal: vergadering van 29 maart 1962.

Aan de Raad,

De Culturele Raad, aan wie wij advies vroegen omtrent de straatnaamgeving in het Rienplan, heeft in het weekblad 'Zuid Friesland' aan de burgerij hieromtrent suggesties gevraagd. Op dit verzoek is door een 14-tal belangstellenden gereageerd. De Culturele Raad heeft naar aanleiding van één der ingekomen suggesties geadviseerd de straten te noemen naar de in de oorlog 1940-1945 omgekomen verzetsstrijders.

Het van de Culturele Raad ingekomen advies luidt als volgt:
Naar aanleiding van het in Uw schrijven van 13 december 1961, no. 3921 vervatte verzoek hebben wij ons nogmaals beraden omtrent de naamgeving van de straten in het Rienplan te Lemmer. Wij menen, dat het zinvol is de nagedachtenis aan hen, die in de bezettingsjaren 1940-1945 tengevolge van hun verzetsdaden zijn omgekomen, in ere te houden.

Wij geven er daarom de voorkeur aan, zoals reeds in vele andere gemeenten is gebeurd, de straten in dit uitbreidingsplan te noemen naar die gemeentenaren, die tengevolge van hun verzetswerk het leven moesten laten. In ons advies van 2 oktober 1961 werden alleen genoemd de slachtoffers, die afkomstig waren uit Lemmer. Bij nader inzien lijkt het ons juister, hierbij de slachtoffers uit de gehele gemeente te betrekken. Naar onze mening kan hierbij ook worden gerekend Roelof Knol, afkomstig uit Meppel, die onder de naam Wim Reinders de centrale figuur in het verzet in Lemsterland was. Genoemde Roelof Knol is in deze gemeente gearresteerd en in verband met zijn verzetsdaden in deze gemeente te Doniaga gefusilleerd.

Het verdient wellicht aanbeveling, de datum van overlijden en indien mogelijk de geboortedatum op de te plaatsen straatnaamborden te vermelden.
Wij kunnen ons met dit advies verenigen en stellen u daarom voor, conform bovenstaand advies te besluiten.

Lemmer, 21 maart 1962
Burgemeester en Wethouders van Lemsterland,
De Burgemeester, De Secretaris,
Brouwer. G. Dijk.


Christiaan De Vriesstraat te Lemmer.

bb753153f20344f0a008639e344a40e2.jpg

 Christiaan De Vriesstraat te Lemmer, in 1995.

Christiaan de Vries.

Christiaan de Vries, geboren op 16 januari 1911 in Lemmer. Hij sneuvelde tijdens de meidagen op 12 mei 1940 te Achterveld. Begraven op de (oude) algemene begraafplaats te Lemmer, vak A, rij 4, nr. 15.

Christiaan was van beroep drukker, begonnen in Lemmer later vertrokken naar Voorburg. Hij behoorde tot het gezin van H. de Vries hetwelk 6 kinderen telde.

Op de grafsteen staat vermeld geboren 16 januari 1911, gesneuveld te Achterveld 12 mei 1940. Ps. 90:12

In het buurtschap 'De Kieftkamp' waar Christiaan sneuvelde is een rood bordje geplaatst met als tekst:

Gevallen
maar zijn roeping vervuld
J. Aantjes, huzaar
C. de Vries, korporaal
gesneuveld in De Kieftkamp
13 mei 1940.

Op 12 mei 1940 was de 227ste divisie van de Duitse troepenmacht doorgedrongen op de Veluwe. Vervolgens werden door de bezetter vanuit Barneveld verkenningen uitgevoerd richting Amersfoort. Bij de weg van Terschuur naar Achterveld kwam het 1ste Regiment Huzaren in botsing met de bezetter. In en rondom het dorp werd door verschillende groepen huzaren fel gevochten. Het was een ongelijke strijd, waarbij ongeveer zestig huzaren krijgsgevangen werden gemaakt. Enkele huzaren wisten te ontkomen en hebben de regimentscommandant bereikt.

Op 16 mei 1990 is een gedenksteen in het centrum van Achterveld onthuld met 14 namen van de gevallen militairen van het 1e Regiment Huzaren. De namen luiden:

Vrijwillig huzaar J. Aantjes (geb. 2-8-1920), wachtmeester Joh. F. van Heumen (geb. 3-1-1907), dienstplichtig huzaar A.P.A. Janssen (geb. 5-9-1914), opperwachtmeester J.H. van Melick (geb. 2-7-1892), dienstplichtig huzaar P. Nijdam (geb. 26-1-1914), wachtmeester H. Reijerse (geb. 12-2-1909), kornet P. Rink (geb. 10-8-1917), reserve 1e luitenant H. Simon Thomas (geb. 12-12-1907), dienstplichtig huzaar J.W. te Sligte (geb. 7-12-1907), ritmeester A.L.F.J. de Vries (geb. 4-10-1900), korporaal C. de Vries (geb. 16-01-1911) Mil. onderdeel 8 E.W. dienstplichtig huzaar A. Velema (geb. 3-3-1912), reserve 1e luitenant van het 16e Regiment A. Vreeken (geb. 15-1-1910) en dienstplichtig huzaar C. Zaal (geb. 10-1-1917).

www.erelijst.nl

1949


Folkert van der Gaaststraat te Lemmer.

 Folkert van der Gaaststraat te Lemmer.

Folkert van der Gaast is de matroos op de voorgrond met zijn collega 's en vrienden aan boord van HLM.S. 'Tromp'.

Folkert van der Gaast, geboren op 10 april 1910 in Eesterga, gewoond hebbende op de Rijksstraatweg 22A te Eesterga. Korporaalmonteur Kon. Marine onder marinenummer 7899 aan boord Hr. Ms. Tromp, beroepsmilitair. Folkert is gesneuveld op 20 februari 1942 tijdens een gevecht met twee Japanse torpedobootjagers. De kruiser werd door elf Japanse voltreffers geraakt. Het gevecht duurde ca zes minuten, waarna Hr Ms Tromp naar Soerabaja terugstoomde. Daar werden de doden en 17 ernstig gewonden naar het hospitaal afgevoerd.

Op 5 mei 1942 ontvingen de ouders via het Nederlandse Rode Kruis mededeling van zijn overlijden. Op 13 mei 1942 kwam het definitieve doodsbericht binnen via de Commissaris voor de belangen van de voormalige Nederlandsche Weermacht. Begraven op het Nederlandse ereveld Kembang Kuning, Karel Doormanhof te Surabaya (Ind), vak D 67/77. Zijn naam is ook vermeld op een gedenkplaat aan boord van Hr. Ms. flottieljeleider Tromp. Op 11 juli 1950 werd hem postuum het Oorlogsherinneringkruis met de gespen Krijg ter Zee 1940-1945 en Javazee 1941-1942 verleend.

19 Februari 1942 ..... ook Folkert van der Gaast sneuvelde.

Zeeslag om Bali, door de Luitenant ter Zee der 1ste klasse A.N. baron de Vos van Steenwijk.

De moeder van gebroeders W. en H. Huitema, was een zuster van Folkert van der Gaast.

Het was dezer dagen vijf jaar gelden dat wij in Straat Badoeng, den slag om Bali streden. Vele trouwe vrienden lieten dien nacht hun leven, niet alleen op de 'Piet Hein', doch ook op de 'Tromp'.
Te hunner nagedachtenis een enkel woord van één, die gelukkig genoeg was, te kunnen na vertellen hoe zij hun plicht deden en op hun posten vielen!

Het is 19 Februari 1942.

De Tromp zal dien nacht met de 58e Amerikaansche jagerdivisie als derde aanvalsgolf door Straat Badoeng gaan, waar een Japansche invasievloot gesteund door kruisers en jagers ten anker ligt.

Het is middernacht als wij de Tafelhoek, Bali's zuidpunt aan bakboord dwars hebben. Om 1 uur behooren we volgens plan op het terrein van actie te zijn. We draaien om de Noord de straat binnen en zetten aan tot 30 mijl. Het is een stikdonkere nacht. Niets is ons bekend, van wat zich daar voor ons heeft afgespeeld. Geen bericht van het vuurgevecht van de 'Java', van de ondergang van de 'Piet Hein', van het werk van onze Amerikaansche collega's, heeft ons bereikt. Met een onzekere toekomst voor oog en jagen we voort. Een ding weten we zeker. De vijand is gealarmeerd. Op verrassing behoeven wij niet meer te rekenen.

Ik sta op de brug naast den commandant, als plotseling op 2 streken aan bakboord een schip begint te toplampen. 'Wat seint hij?' vraagt overste de Meester. Ik antwoord dat het Japansche morsetekens zijn. Onze kanonnen richten zich op dit doel. 'Langzaam bakboord' beveelt de commandant. Wegdraaien naar het vijandelijke schip toe. De afstand vermindert snel, elf duizend, tien duizend, negen duizend.

Toch zal niet dit schip onze partij worden. Het gevaar dreigt uit andere richting. Ook aan stuurboord meenen onze uitkijken iets te bespeuren. Van die zijde is het, dat plotseling verblindend fel een zoeklicht ontvlamt en ons vangt in zijn bundel. Met onze batterij over bakboord, staan we er wat men noemt gekleurd op.

De vijand, een onappetijtelijke kruiser met drielingtorens deelt dan ook de eerste klap uit. Dat zoo'n eerste klap een daalder waard is, merken we alras, want met zijn tweede salvo is hij ingeschoten en begint de kleine Tromp systematisch te doorzeeven. Doch dan is ook bij ons met donderend geweld het eerste salvo eruit gegaan. Afstand 4000 meter, heeft de officier van artillerie, luitenant ter zee Kempees opgegeven.

De commandant laat thans wat naar stuurboord draaien teneinde de voorste kanons beter in het vuur te kunnen brengen. We hebben den ander thans aan stuurboord dwars. Na het eerste salvo laat de officier van artillerie den afstand nog eenigszins corrigeeren, dan barsten we los met alles wat we hebben. Koortsachtig werkt het heele schip in dezen korten strijd op leven en dood.

Onafgebroken ratelen tusschen het gedreun der 15 centimeters en de vijandelijke treffers, onze zware mitrailleurs. Het brugcomplex krijgt het zwaar te verduren. Daar sneuvelt bij S.B. torpedo-richttoestel de jonge officier Kriesfeld, en de korporaaltelegrafist Van der Linden, daar vallen bij een voltreffer op de commandotoren de luitenant ter zee S. Ritsema van Eck, de seiner Wiersma en anderen.

De artillerieofficier is gewond, de centrale vuurleiding ligt in duigen, de kanons gaan door met persoonlijk vuur, vooruit beginnen de cocosmatten te branden. Als ook kaartkamer en radiostation doorzeefd worden, is mijn taak als verbindingsofficier min of meer geëindigd, de telegrammen zijn bovendien uit en kan ik me aan de gewonden wijden.

Naast mij is de tweede navigatieofficier kreunend ineen gezegen. Hij heeft een diepe wond in de hals en een bloedstreep boven het oor. Ik leg hem een snelverband aan, heb geen idee of de wond ernstig is. Het lichtnet is uitgevallen, wij werken bij het licht van lantaarns. Om uitschijnen van licht door de doorzeefde wanden tegen te gaan, hang ik er enkele vlaggen tegen aan. Een vreemde decoratie in deze omgeving van scherven en bloed.

We krijgen een treffer beneden de waterlijn, die gelukkig explodeert in een olietank. Een voltreffer in de monteur-werkplaats doodt o.a. mijn onvolprezen medewerker, den majoor monteur Van der Waay en den korporaal monteur Van der Gaast. Dan dooft het vijandelijk zoeklicht, getroffen door ons wel gericht vuur. We geven nog een salvo af; doch ook onze lichtbronnen zijn reeds lang bezweken. De duisternis en stilte van den tropennacht vallen over het strijdtoneel.

Zwaar gehavend, met defecte kompassen, tast de 'Tromp' haar weg om de noord. Bij daglicht, bij Zwaantjesdroogte trachten 9 bommenwerpers het schip alsnog den genadeslag toe te brengen, doch voor H.M. 'Tromp' is een langer leven weggelegd.
 Het is den volgende dag dat we onze gevallenen ten grave dragen. En als we hen de laatste eer bewijzen, rijzen ons onwillekeurig de laatste strofen van het adelborstenlied naar de lippen:

'Wordt nog' eens in later dagen,
Neerlands vlag ten strijd ontplooid.
Stervend zullen wij haar schragen,
Maar die vlag verlaten ... nooit!'

De gedenkplaat aan boord van Hr. Ms. "Tromp".

Door de Tromp werden van mei 1940 tot februari 1942 konvooidiensten uitgevoerd, daarna werd het schip ingedeeld bij de ABDA-vloot. Het schip nam onder meer deel aan de Slag bij Kangean, Actie bij Banka en Billiton, en de Slag in de Straat Badoeng. Na het verlies van Nederlands-Indië week de Tromp uit naar Australië.

In Australië werd de bewapening van de Tromp uitgebreid met 2 x 7,6 cm kanonnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is door de Japanse strijdkrachten vijfmaal gemeld dat de Tromp tot zinken was gebracht, daarmee was de Tromp een van de schepen die het meest gezonken gemeld werden, maar die wel de Tweede Wereldoorlog overleefden.

 Ereveld Kembang Kuning.

Berichten welke binnenkwamen bij de heer en mevrouw H. v.d. Gaast-Huitema te Eesterga, Lemsterland.

Role: Militair
Geslacht: M
Date of birth:
10 Apr 1910

Date of death:
20 Feb 1942

City: Eesterga
Country: Nederland
Profession: Korporaal monteur bij de KM
End: Overleden 20 februari 1942
Other information: Gesneuveld aan boord van de HR MS Tromp in de Straat van Bali of in de Strat Soenda. Van der Gaast ligt begraven op het Nederlands Ereveld Kembang Koening in Soerabaja, op het Karel Doormanhof.


Jacob de Rookstraat te Lemmer.

 Jacob de Rookstraat te Lemmer.

Jacob de Rook.

Jacob de Rook, geboren op op 12 juli 1899 te Lemmer. Gehuwd met Boukje Visser. Visroker in familiebedrijf. De Rook was jarenlang raadslid van de gemeente Lemsterland voor de communistische partij. De Rook was één van de meest uitgesproken linksocialisten en werd mede daardoor één der grondleggers van het communisme in Friesland. Met zijn acht broers maakte hij deel uit van het Rookorkest.

Hij hield zich vooral bezig met de redactie en de verspreiding van het ondergrondse blad Het Noorderlicht. Na zijn arrestatie door de SD in Groningen op 28 mei 1941 werd De Rook overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen en vervolgens naar het concentratiekamp te Buchenwald. Waar hij op 13 april 1942 is overleden.

Naast de SDAP was er een in verhouding tot andere plaatsen in Friesland toen al een grote en actieve afdeling van de Communistische Partij Holland met een heel eigen gebouw. Een inspirerende figuur voor de communisten was de visroker en musicus Jacob de Rook, die hen in de gemeenteraad vertegenwoordigde. Een scheuring in de socialistische gelederen leidde tot een groepering van onafhankelijke socialisten (OSP) en ook de Christelijke Democratische Unie, een christelijke partij van anti-Colijngezinden en antimilitaristen schoot in de nogal bewogen Lemster en Lemsterlandse politiek behoorlijk wortel.

Het Noorderlicht was een illegale communistische krant die werd gestencild in een oplage van 100-300 exemplaren en een paar maal tijdens de oorlogsjaren 1940-1941 werd verspreid in Noord-Nederland.

Hoofdartikelen werden in Amsterdam geschreven onder verantwoordelijkheid van de centrale leiding van de CPN en via koeriers en koeriersters door het hele land verspreid, waar de tekst ter plaatse op stencil werd gezet en verspreid.

Van de wederwaardigheden van het Noorderlicht in Friesland is het volgende bekend: Voor de verspreiding het Noorderlicht in Friesland werden drie groepen gevormd. De eerste bestond uit Martin Beuving, bouwvakker en gemeenteraadslid in Leeuwarden voor de CPN; Jan Weistra, 25 jaar, CPN-er en loodgieter uit Leeuwarden; Dirk Faber, 41 jaar, christelijk en timmerman uit Leeuwarden, Fedde de Groot uit Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlands Jeugdfederatie; Corrie van der Meulen uit Leeuwarden, 20 jaar en lid van de Nederlandse Jeugdfederatie; Eds van der Heide, 32 jaar, monteur uit Leeuwarden, partijloos, en zijn vrouw Klaaske, lid van de CPN.

Een twee verspreidingsgroep bestond uit Jacob de Wacht, 42 jaar, bouwvakker en CPN-er uit Leeuwarden; Foppe Schipof, 42 jaar, vrijbuiter en negotieverkoper uit Leeuwarden; Harry Tulp, 32 jaar, lid van de CPN en vertegenwoordiger; Jacob de Rook, 51 jaar, visroker uit Lemmer en lid van de CPN.

Tot de derde groep, de zogenaamde Houtigehagegroep, behoorden Frans Dalstra uit Surhuisterveen, 39 jaar, transportarbeider en lid van de CPN; Piet Keverkamp, 33 jaar, kapper in Houtigehage, katholiek (die bij zijn arrestatie in 1941 tegen zijn vrouw zei: “Nee ik hoef mijn jas niet aan, ik ben zo terug.”); Siebe Bos, 32 jaar, voerman en lid van de CPN.

Toen de Noorderlichtgroep in Groningen in februari 1941 werd opgerold werd het Noorderlicht op 5 maart 1941 voor de eerste en laatste maal in Leeuwarden gemaakt in de Insulindestraat bij Eds en Klaaske van der Heide en van daaruit verspreid. Kort daarna werden vrijwel alle medewerkers gearresteerd.

In Groningen werden ongeveer 55 mensen van de Noorderlichtgroepen gearresteerd en naar concentratiekampen gevoerd. Slechts een klein deel daarvan heeft het er levend van afgebracht.

Het monument in de N.H. kerk te Lemmer (gemeente Lemsterland) is een bronzen reliëf van een knielende mannenfiguur die een duif vrijlaat. De tekst op het reliëf luidt: 'HAR DEA US FRIJDOM

1940 - 1945'. De duif symboliseert vrijheid en vrede. Sinds Noach een duif uitliet om te verkennen of de wereld, na de grote vloed, weer bewoonbaar was, is de duif een symbool geworden voor goede tijdingen. Met goede tijdingen wordt meestal het tot stand komen van de vrede bedoeld.

Geschiedenis.

Het monument in de N.H. kerk te Lemmer (gemeente Lemsterland) is een eerbewijs aan hen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de strijd voor vrijheid en vrede zijn omgekomen.

Het monument is onthuld op 4 mei 1955 door de weduwen van Jacob de Rook en Fokke van der Wal.


Zuster Jacobstraat te Echtenerbrug.

Zuster Jacobstraat te Echtenerbrug.

Zuster Jantje Jacobs te midden van het bestuur van het Groene Kruis - Echten, café K. Huisman.

Verder op de foto van links naar rechts: L. van Eyck, timmerman en caféhouder Otterweg. H. de Graaf, kapper Echten. Dokter Schothorst, arts wonende in Echten. Zuster Jantje Jacobs, wijkverpleegster Echten & omgeving. G.M. Postma, boer in Bantega. Joh. Zijlstra, boer en bakker Middenweg, CHU-raadslid van Lemsterland en lid v.h. veen-polderbestuur. A. Koopman, opzichter van de veenpolder Echten, bij dit gezin was zuster Jacobs in de kost. U. Dijkstra, vrachtrijder Oosterzee. A. Bijstra, eerst bakker in Echten, later boer in Bantega.

Jantje Jacobs; geboren op 6 november 1883 te Lemmer, overleden op 19 november 1942 te Auschwitz. Ze was van Joodse afkomst. Jantje was de dochter van Heiman Jacobs en Duifje van Dam. Het echtpaar Jacobs woonde in het Achterom te Lemmer. Ze hadden drie kinderen: Mette, Jantje en nog een kind. Heiman Jacobs was veehandelaar. Hij stierf in december 1923 en Duifje in december 1934.

Jantje Jacobs bleef ongehuwd. Lange tijd was zij wijkzuster bij de afdeling Oosterzee-Echten van het Groene Kruis. Op 21 december 1940 werd na een dienstverband van 22 jaar in een buitengewone ledenvergadering afscheid van haar genomen. De toenmalige voorzitter van de afdeling, Johs. Zijlstra, prees haar voor haar inzet in al die jaren. Daarna werd zij door nog zeventien sprekers geprezen. Bij dit afscheid is haar een fiets aangeboden.

Tijdens de oorlog heeft ze, in haar functie van Groene Kruis (wijk)verpleegster veel voor de inwoners van Echten, Echtenerbrug en omgeving gedaan, hoewel ze eigenlijk al gepensioneerd was. Burgemeester M. Krijger van Lemsterland en anderen hebben nog geprobeerd haar over te halen om onder te duiken, maar ze weigerde.

Toen ze later geconfronteerd werd met de werkelijkheid van de harde gevangenschap, heeft ze de burgemeester nog per brief voor zijn bemoeiingen bedankt. Ze werd naar het concentratiekamp Auschwitz getransporteerd waar ze op 19 november 1942 is omgekomen. Haar zuster Mette, (geboren op 22 september 1881 te Lemmer, overleden op 9 april 1943 te Sobibor) werd naar Sobibor getransporteerd. Hun beider namen staan vermeld op het herdenkingsteken dat geplaatst is op de Joodse Begraafplaats te Tacozijl.

De Joodse begraafplaats werd in 1801/1802 gekocht en lag aan de voet van de Zeedijk. De oudste grafsteen is van 1817. In 'Pinkas' wordt verteld dat vanwege de overstromingen besloten werd de doden elders te begraven en dat in 1876 de burgemeester van het nabij gelegen dorp Tacozijl , jonkheer (Jan Hendrik Frans Karel) van Swinderen, een stuk land voor dit doel schonk. Het kadaster van 1832 geeft echter al een perceel aan op de huidige plek (BLK C 532, 620 m², begraafplaats , eigenaar de Israëlitische Gemeente) dat ook in 1930 op de topografische kaart nog als begraafplaats wordt omschreven; het bleek dat het stuk land van van Swinderen aansluitend aan de bestaande begraafplaats lag, maar hoger gelegen.
Zo kent de huidige begraafplaats een hoger en een lager gelegen gedeelte.
De Leeuwarder Courant van 14 augustus 1876 laat over het aanbod van Jhr. Van Swinderen geen twijfel bestaan:

"Lemmer: De Israëlitische begraafplaats alhier was ten eenenmale geheel onbruikbaar geworden, hetgeen voor de kleine gemeente reden van bezorgdheid gaf om daarvoor een nieuw terrein aan te schaffen, terwijl een zoodanige aankoop een niet te gering te schatten uitgaaf vereischte. Goede raad was duur. Na vergeefse pogingen te hebben aangewend vervoegde het kerkbestuur zich tot Jonkheer van Swinderen, burgemeester van Gaasterland, die ons niet alleen met financiële raad bijstond, maar bovendien ons een groote uitgestrektheid lands ten geschenke gaf, dat ons een begraafplaats verschafte, trots het beste onder de begraafplaatsen in ons vaderland. Aangezien wij geheel buiten de kom der gemeente van dien edelen gever woonachtig zijn, vragen wij ieder weldenkend mensch, of genoemde heer te vergeefs met aardsche goederen is gezegend. De Israëlitische gemeenteleden betuigen jonkheer van Swinderen daarvoor dan ook hunnen duizendvoudigen dank".

Jonkheer van Swinderen bracht het tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, en was Lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, en ook Lid van de Tweede Kamer voor het kiesdistrict Dokkum. Voorts was hij dijkgedeputeerde van het waterschap Zeven Grietenijen en de stad Sloten, voorzitter van de Grote Noordwolder polder en voorzitter van de Vereniging van burgemeesters en gemeentesecretarissen van Friesland.

Ook was hij lid van de Provinciale Staten van Friesland voor het kiesdistrict Sneek. Bij zijn overlijden op 64 jarige leeftijd in 1902 te Rijs vermeldt de Leeuwarder Courant ook nog dat de overledene gedurende zijn gehele leven een weldoener van honderden geweest was , en in zijn gemeente waar hij geboren en getogen was zich een grote mate van populariteit had weten te verwerven. In ieder geval zullen ook de Friese Joden hem ten goede hebben herdacht.

De begraafplaats Tacozijl werd omstreeks 1989 van de totale verloedering gered, door een groep Lemsters onder aanvoering van mevrouw M. Bastian-Pen. Zij richtten daartoe de 'Stichting Joodse Begraafplaats Tacozijl' op.

Deze Stichting zorgde voor de totale restauratie van de begraafplaats. Zo’n honderd donateurs uit Lemsterland, maar ook van ver daar buiten, steunen de Stichting financieel. De Stichting zorgt nog steeds voor het onderhoud van dit markante stukje Lemsterland, in samenwerking met de gemeente Lemsterland en Werkvoorzieningschap Caparis (voorheen Waghenbrugghe).

Aantal bewaard gebleven grafstenen: 29 tot 1938.
Aantal overleden Joden: ca 123.
Het aantal Joden geboren in Lemsterland en Gaasterland, omgekomen in concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog, bedraagt 5523.

Links: Catharina, de vrouw van Albert Koopman en rechts: Zuster Jacobs. Vanaf begin jaren '20 is Zr. Jacobs in onze omgeving wijkverpleegster geweest. Ze was in de kost bij de fam. Albert Koopman in Echtenerbrug. Daar is ze tot 1942, toen ze via Westerbork naar een concentratiekamp in Duitsland is gedeporteerd, geweest. Zuster Jacobs wilde haar Joodse landgenoten niet in de steek laten en vond dat ze bij hen behoorde te zijn. Daarbij kwam ook nog, dat ze nog wel vertrouwen had in de Duitse bezetter. Ze heeft de oorlog helaas niet overleefd. Deze fam. Koopman was een oom van Albert Koopman(straat)

Joods Monument - Jantje Jacobs

TOP