Home » Lemmer » Oorlog Lemmer - Lemsterland » Straatnamen zijn ook Monumenten » Oorlogsherinneringen 1940-1945 van Wiebe Feenstra

Oorlogsherinneringen 1940-1945 van Wiebe Feenstra

Dagboek van een Lemster jongen in oorlogstijd.

Dit dagboek verscheen als deel V in het Herdenk-Gedenkboek.

Wiebe Feenstra, geboren 2 november 1928 te Lemmer (Lemsterland) samengesteld uit door hem in deze periode gemaakte aantekeningen.

-Hierbij willen wij Wiebe hartelijk bedanken, dat hij zijn dagboek beschikbaar heeft gesteld voor spanvis.

203da2eb8fe64b8fbcc7066d76f1d32e.jpg

 Wiebe Feenstra in 1943 (15 jaar)

De Eerste Parkstraat (het was hier ook echt de eerste). In deze straat woonde de samensteller van het dagboek in oorlogstijd.

Beknopte levensbeschrijving van Wiebe Feenstra.

Geboren op 2 november 1928 te Lemmer. Zoon van Wiebe Feenstra en Grietje Berentje Zandstra, beide geboren en overleden te Lemmer.

Hij bezocht de openbare lagere school te Lemmer van 1 april 1935 tot 2 augustus 1941 en de Mulo-school aan de Korte Streek te Lemmer van 1 september 1941 tot juli 1945.
Na zijn schooljaren werkte hij tot 15 maart 1948 op een kantoor in de Noord-Oost-Polder.
Als dienstplichtig Sergeant-majoor Administrateur was hij van 15 maart 1948 tot 1 oktober 1950 in dienst bij de Koninklijke Landmacht.

Op 1 oktober 1950 trad hij als beroepsmilitair in dienst bij de Koninklijke Luchtmacht. Als zodanig werd hij achtereenvolgens geplaatst bij een Navigatiestation te Den Helder, op de Vliegbasis Twente bij Enschede, op de Vliegbasis Deelen bij Arnhem, bij de Supreme Allied Command Europe te Parijs vanwaar hij als Liaison officier werd uitgezonden naar het Strategic Air Command van de US Airforce te Omaha Nebraska USA.

Na terugkeer uit de USA werd hij geplaatst bij de elementaire vliegeropleiding van de KLu detachement, ondergebracht bij de Rijks Luchtvaart School op het vliegveld Eelde. In verband met de plaatsing te Eelde vestigde hij zich met zijn gezin te Heerenveen.
Op 1 december 1983 werd hem op 55-jarige leeftijd eervol ontslag verleend.

Dat de aantekeningen op 19 april 1945 zo abrupt eindigden was het gevolg van het feit dat hij in zijn jeugdige onvoorzichtigheid probeerde een 2cm luchtdoelgranaat te demonteren, tijdens de demontagepoging explodeerde de inmiddels verwijderde voorontsteking van de granaat, waarbij hij aan beide handen verwond raakte en opgenomen moest worden in het St. Antoniusziekenhuis te Sneek.


OORLOGSHERINNERINGEN 1940-1945.

Vrijdag 10 mei 1940.

Mijn moeder riep mij vanmorgen al vroeg het bed uit. Ze vertelde dat Duitse militairen ons land waren binnen gevallen en dat we nu met Duitsland in oorlog waren.
De hele nacht waren er vliegtuigen in de lucht geweest. Ik zelf heb daar niets van gehoord. Toen ik gewassen en aangekleed was ging ik vlug naar buiten.

Bij ons in de straat stonden overal groepjes mensen te praten. Vader praatte met buurman Prins, buurman De Vries en buurman Hielke. Het leek allemaal erg indrukwekkend. Het mocht wel niet van moeder, maar ik ben toch stiekem even Lemmer ingegaan. Nederlandse soldaten waren bezig de sluisdeuren op te blazen. 'Friesland moet onder water worden gezet zodat de Duitsers er niet door kunnen komen' werd onder de Hoek verteld. Ook onder de Hoek stonden al heel wat mannen te praten. Onze soldaten lieten schepen voor de haven ingangen zinken.

Panorama Lemmer.

Vanaf de trambrug kon ik zien dat er minstens vijf schepen al gezonken waren. We (inmiddels had ik mijn vriendjes Willem Gaasbeek en Jan Tenk ontmoet) mochten niet naar de vuurtoren lopen. We mochten niet verder gaan dan tot aan de trambrug, toen ik weer thuis kwam, was moeder bezig de restanten van de wijn en andere dranken, die waren overgebleven van de 12½ jarige bruiloft van mijn ouders op 20 april jongstleden, leeg te gieten in het gootje naar de sloot achter ons huis.

Moeder zei dat ze bang was, dat als de Duitsers ooit in Lemmer kwamen, ze in de huizen naar drank zouden zoeken en als ze dan dronken werden, alles kort en klein zouden slaan of misschien nog wel erger.

In de loop van de dag kwamen er veel joodse mensen naar de buitenhaven van Lemmer. Ze kwamen uit Sneek en Leeuwarden. Sommigen kwamen zelfs helemaal uit Groningen. Zij vroegen Lemster vissers of die ze naar de overkant van het IJsselmeer (Amsterdam of Enkhuizen) wilden brengen, zodat ze de Duitsers konden ontvluchten. Ze boden volgens zeggen hele bedragen aan geld, zelfs hun auto als betaling aan. Ik weet niet of er Lemster vissers zijn die het bod hebben aangenomen.

Ik hoorde bij ons in de Parkstraat dat er Franse militairen in Lemmer zouden zijn aangekomen. De Fransen gaan ons helpen de Duitsers in de pan te hakken. Om elf uur ging ik vlug Lemmer in om naar Franse militairen te kijken.

Toen ik bij het gemeentehuis kwam, zag ik een motorfiets met zijspan staan. Naast de motorfiets stond een militair. Hij had een leren jas aan en een helm op die heel anders was dan de helm van onze eigen militairen. Hij had een stalen wapen scheef voor de borst hangen.
Het is een heel ander wapen dan de geweren die onze militairen droegen. Waar onze militairen zijn gebleven weet ik niet. Er werd verteld dat ze vanmorgen vroeg per auto richting Sondel waren vertrokken.

Al spoedig hoorde ik van Lemsters die op de Gedempte gracht stonden te praten dat de militair voor het gemeentehuis een Duitser was. Het waren dus geen Fransen zoals er bij ons in de Parkstraat werd verteld. Hoe kunnen die Duitsers zo vlug in Lemmer zijn? Konden onze soldaten die paar Duitsers dan niet tegenhouden?

Ik begrijp er niets van. Voor de radioberichten hoorde ik vanmorgen nog dat onze troepen zich overal goed weerden en nu zijn de Duitsers toch al in Lemmer. Allemaal vragen waar ik geen antwoord op heb. Zou neef Sake (Haagsman) die als sergeant bij het 8e Regiment Infanterie aan de Grebbelinie bij Rhenen ligt, ook al door de Duitsers op de vlucht zijn gejaagd? Nee dat bestaat niet Sake is voor de duivel nog niet bang.

In de loop van de middag werd het duidelijk dat de Duitsers in Lemmer zijn. Er kwamen er steeds meer bij. Ze kwamen in een soort open auto met aan de voorkant twee wielen en daarachter rupsbanden. Achter aan deze voertuigen zijn kanonnen vastgemaakt. De meeste Duitsers kwamen echter te paard en daar zijn er ook bij die een wagen of kanon trekken.

We weten nu wel zeker dat het Duitsers zijn want ze hebben het mij zelf verteld.
Ze gaven ons handen vol frambozen zuurtjes. Toen ik er mee thuis kwam moest ik ze van moeder weggooien omdat ze volgens moeder best giftig kunnen zijn.

Tegen de avond zat Lemmer vol met Duitse militairen. De roomse school zit ook vol en in de Parkstraten staan allerlei militaire wagens en pantserwagens. De militairen in de open auto' s met een kanon er achter aan vast, zien er angstwekkend en woest uit. Ze hebben takken met bladeren aan hun helm vastgemaakt en op hun gezicht hebben ze zwarte en groene strepen getrokken.
Bij de roomse school staat een keukenwagen. Duitse militaire koks koken daar eten in voor de andere militairen. Die militaire koks zien er niet woest of angstwekkend uit. Alhoewel wij veel liever Nederlandse en Franse militairen hadden gezien is het al met al toch wel spannend voor mij en mijn vrienden.

Inmiddels zijn Lemster timmerlieden bezig de sluizen zo goed mogelijk te herstellen waardoor het reeds enigszins gestegen water in de kanalen en sloten niet verder kan stijgen.
Duitse matrozen zijn met behulp van een Nederlandse sleepboot bezig de gezonken schepen voor de haveningang weg te slepen. Ze hebben eerst de gaten gedicht en de schepen zoveel mogelijk leeggepompt.

Haveningang.

Bij dit werk zijn ook een paar Duitsers verdronken. Ome Leeuwke (Zandstra) moest ook helpen bij het dreggen naar de verdronken moffen. Waar die Duitse matrozen zo snel vandaan zijn gekomen is ook voor mij een raadsel.

De Duitsers zijn bezig om van aken en botters, die voorzien zijn van een motor, de mast te verwijderen. Men zegt dat het de bedoeling van de Duitsers is om met de aken en botters het IJsselmeer over te steken naar Noord-Holland omdat ze niet over de Afsluitdijk en door de Grebbelinie kunnen komen. Ik heb gehoord dat sommige Duitsers denken dat aan de overkant van het IJsselmeer Engeland ligt. Deze Duitsers hebben op school weinig of niets aan aardrijkskunde gedaan.

Zondag 12 mei 1940

Het is vandaag 1e Pinksterdag. Er kwamen de hele dag nog drommen Duitsers door Lemmer. Ze kwamen vooral via de Straatweg vanuit de richting Follega. De Duitsers die vandaag nog kwamen waren bijna allemaal te paard. Ik heb nog nooit zoveel paarden gezien, ook niet toen vorig jaar bij het begin van de mobilisatie de boeren uit de omtrek hun paarden in Lemmer moesten inleveren.

Truitje Zijlbrug, de brug naar de Schans die sneuvelde onder het Duitse gewicht.

Vanaf de kant van Oosterzee kunnen geen Duitsers te paard of met auto's meer komen omdat in de loop van de dag de brug over de Rien naar de Schans het heeft begeven. De brug ligt er scheef bij. Alleen voetgangers en fietsers mogen nog gebruik van de brug maken.

Er wordt beweerd dat de Duitsers bij de Afsluitdijk zware verliezen lijden en dat de Nederlandse militairen de Duitsers nu weer terug drijven. Het kan best waar zijn, want de Duitsers brengen op diverse plaatsen kanonnen in stelling. Ook naast de gereformeerde kerk aan de Nieuwburen, staat een kanon opgesteld. Het kanon is met takken gecamoufleerd en de loop van het kanon wist in de richting van de Schoolstraat. Ik mag nu niet meer op straat want moeder heeft gehoord dat er spoedig om- en in Lemmer zal worden gevochten.

Oom Pieter (Feenstra) heeft het zekere voor het onzekere genomen en ligt met kleren aan in de kamerbedstee een dutje te doen. Vader heeft late dienst op de gasfabriek, dus die is voorlopig nog niet thuis waardoor moeder en mijn zusje Aaltje erg bang zijn. Ik vind het alleen maar spannend, maar durf dat niet te zeggen.

Maandag 13 mei 1940.

Van gevechten in- en om Lemmer is gelukkig niets gekomen. Wel reden er vrachtwagens vanaf Sondel door Lemmer richting Follega. Men zegt dat deze auto's vol gesneuvelde Duitsers lagen. Ik kon daar echter niets van zien omdat ook aan de achterkant van de auto's het zeildoek naar beneden was gedaan en vastgemaakt. Het waren grote wagens van het merk Mercedes-Benz.
Het kanon naast de gereformeerde kerk is weer weggehaald. Vader heeft wel gelachen toen wij hem vertelden dat oom Pieter gekleed naar bed was gegaan toen hij hoorde dat er bij Lemmer gevochten zou worden. Wij overdreven trouwens wel een beetje door te zeggen dat hij zijn hoed en overjas aan had en ook de schoenen had aangehouden.

Er kwam vandaag nog steeds militair ruitervolk vanaf de Straatweg door Lemmer. Willem Gaasbeek, Cor Kossen, Jan Tenk en ik lagen vanmorgen in de bosjes van de melkjister van boer Agricola, naar de ruiters die voorbij trokken te kijken. Wij vonden in de bosjes een groot pak tussen de struiken. Toen wij het pak open maakten bleek er een spiksplinternieuwe beige regenjas in te zitten. Wij snapten niet hoe die jas daar terecht was gekomen en besloten het pak met de jas naar politie Gerardus Wiersma, te brengen die bij ons in de 1e Parkstraat woont. Toen we het pak afleverden moesten we aan Wiersma vertellen waar we het pak gevonden hadden en wat wij daar deden. Toen we Wiersma alles verteld hadden beloofde hij ons dat hij wel zou zorgen dat het in orde kwam en dat we er maar met niemand over moesten praten.

Dinsdag 14 mei 1940.

Vandaag waren er nog veel Duitsers in Lemmer. Het naarste nieuws van vandaag was dat Rotterdam door de Duitse luchtmacht is plat gebombardeerd. Nederland heeft gecapituleerd omdat de Duitsers ook Amsterdam en Utrecht zullen bombarderen als Nederland zich niet zou overgeven. Wij hebben dus helaas de oorlog verloren.

Donderdag 6 juni 1940.

Vandaag zijn koffie en thee op de bon gegaan. Gelukkig heeft moeder kans gezien om stiekem een paar pakjes thee en koffie te hamsteren. Hamsteren is overigens ten strengste verboden.

Zondag 9 juni 1940.

Nederlandse militairen die door de Duitsers krijgsgevangene zijn gemaakt komen weer naar huis. Er zijn al enige Lemster militairen thuis gekomen voordat deze maatregel door de Duitsers is genomen.
Deze militairen zijn vast niet door de Duitsers als krijgsgevangene afgevoerd geweest. Neef Sake, die voor zover ik weet aan de Grebbelinie heeft gevochten, is nog steeds niet terug.

Zondag 23 juni 1940.

Vader en Betsie de Groot, de verloofde van Sake, zijn op reis gegaan naar Nijmegen om bij de ouders van Sake te informeren of die al wat van Sake hebben gehoord. De posterijen werken nog niet goed, zodat Vader en Betsie, maar voor deze oplossing hebben gekozen.

Donderdag 4 juli 1940.

De Duitsers hebben ons verboden om naar de Engelse radio te luisteren. Bij ons thuis konden we dat toch al niet omdat we radiodistributie hebben en die staat geheel onder Duitse controle. Voor mensen die een eigen ontvangsttoestel hebben wordt het nu wel uitkijken als ze toch naar de BBC of zo zitten te luisteren.

Zaterdag 6 juli 1940.

Vader en Betsie de Groot, zijn vandaag weer in Lemmer terug gekomen.
Ze hebben erg veel geluk gehad. Toen ze via een soort noodbrug de Rijn bij Arnhem overstaken, werden ze aangesproken door een verpleegster die Vader en Betsie, Fries hoorde praten en zelf ook een Friezin was. Toen vader aan de verpleegster het doel van hun tocht vertelde, had ze de handen in de lucht gestoken en gezegd: "Hebben jullie even geluk. Ik ben verpleegster in het militair hospitaal hier in Arnhem en op mijn afdeling lag een sergeant Sake Haagsman, die mij vertelde dat zijn ouders in Nijmegen woonden en zijn verloofde in Lemmer, waar hij als chauffeur bij een busmaatschappij werkte, woonde".

Hij had tijdens de gevechten om de Grebbeberg een schot door zijn arm gehad en was als gewonde naar het militair hospitaal in Arnhem afgevoerd. Toen bleek dat zijn verwonding niet al te erg was, hebben de Duitsers hem met nog enkele lichtgewonden verder getransporteerd naar Duitsland waar zij verder behandeld zouden worden.
Vader en Betsie waren erg blij geweest met dit nieuws en doorgereisd naar Nijmegen, waar ze ome Rijk en tante Roelofje, die ook nog van niets wisten van dit heuglijk nieuws op de hoogte konden stellen.

Op de afdruk zien we links, Jan Zandstra en rechts Sake Haagsman.

Identificatie van gesneuvelden op de Grebbeberg.

Donderdag 25 juli 1940.

Vandaag zijn de schoenen op de bon gegaan.

Zaterdag 27 juli 1940.

We hebben nog geen schoolvakantie en lummelden wat met ons vieren rond op het zandveldje achter de Lijnbaan naast de bewaarschool. De lucht was bewolkt maar het regende gelukkig niet. Plots hoorden we vliegtuiggeronk dat steeds sterker werd. Toen ineens zagen we een tweemotorig vliegtuig uit de wolken komen dat in duikvlucht richting haven vloog. Er volgden een paar scherpe knallen en toen was het weer stil. Later op de middag hoorden we dat er bommen ontploft zijn, niet ver van de huizen die gebouwd zijn bij het nieuwe gemaal in de N.O.P.

Het vliegtuig dat we eerder op de middag hadden gezien, had bommen op de werkhaven gegooid. Eén bom was niet ontploft en had de waterleiding in de buurt van de gemaalhuizen beschadigd. Terwijl personeel van de waterleiding bezig was met graven om de schade te herstellen, was deze bom ontploft, waardoor acht mensen zijn gedood. Onder andere zijn de volgende Lemsters om het leven gekomen. Mhr. Koole, bakker Koopmans, Mhr. Leijenaar en agent Dirksen. Misschien was het wel een tijdbom of heeft men met een schop tegen de bom gestoten. Het is vreselijk wat daar bij de werkhaven is gebeurd en heel wat families zijn nu in de rouw.

Wij jongens rouwen echter niet om agent Dirksen. (Wiebe schreef dit als 11½ jongen, toen ik hem sprak zei hij "nu zou ik dat nooit denken of zeggen") Deze man zat ons altijd achterna. Vorig jaar november toen we bezig waren met het uithollen van voederbieten precies onder een brandende lantarenpaal in de Schoolstraat bij de openbare school, werden we door agent Dirksen en nog een paar agenten opgepakt en in een cel op het politiebureau opgesloten. We waren wel met tien jongens bezig om van de voederbieten doodskoppen te maken om die later met St. Maarten, met een kaarsje erin in bomen op te hangen.

We moesten op het politiebureau één voor één de cel uitkomen en werden dan verhoord door Doede Kok en Gerardus Wiersma. Onze namen werden ingeschreven in een boek dat volgens politie Wiersma het boeven boek was. Als we niet direct antwoord gaven op de vragen die ons werden gesteld, kregen we een optater van agent Dirksen, voor ons een echte sadist. Degenen die nog in de cel zaten om verhoord te worden, hoorden de pijnkreten van de maten die er eerder uit gehaald waren. Ook ik kreeg mijn portie en toen ik thuis kwam had ik nog rode striemen van de klappen op mijn gezicht staan. Thuis kreeg ik ook nog een geweldige uitbrander omdat ik als een boef op het politiebureau had vast gezeten.

Ook had Dirksen kennelijk de pest in op Willem Gaasbeek, die net als zijn broer Douwe rossig haar heeft. Als Douwe wat had uitgespookt, werd Willem prompt als de dader door Dirksen in de kraag gegrepen. Willem had dit al snel in de gaten en iedere keer als Dirksen hem voor het één of ander greep, gaf Willem, Douwe de schuld ook als hij zelf de schuldige was. Deze methode heeft Willem al heel wat pakken rammel bespaard.

Zaterdag 3 augustus 1940.

Neef Sake is weer in Lemmer aangekomen. Hij was al even bij zijn ouders in Nijmegen geweest. Hij heeft een groot litteken op zijn rechter arm, vooral op de plaats waar de kogel of de granaatscherf weer uit de arm is gekomen. Iedereen is blij met zijn terugkomst.
Voor zover mij bekend is er helaas toch een Lemster soldaat gesneuveld.
Vandaag is de textiel op de bon gegaan.

Maandag 26 augustus 1940.

Na alles wat reeds op de bon is, gaan nu ook vet en boter op de bon. Moeder klaagt steen en been over deze alweer nare maatregel door onze bezetters.
Er komen de laatste tijd veel Duitse oorlogsschepen door de Rien die via de Lemmer het IJsselmeer op gaan. Er zijn mooie slanke boten bij. Van een Duitse matroos hoorde ik dat het Schnellbote waren.

Wat dat betekent weet ik van een oud Lemster matroos, die me vertelde dat het zogenaamde motortorpedoboten waren. Ook zijn er veel grijs geschilderde vissersscheepjes bij. Op de voorplecht van deze kotters staat een soort kanonnetje (luchtafweergeschut?). De grote schepen kunnen amper de bocht in de Rien nemen vlak voor de brug naar de Schans. Het gevolg is dat deze brug soms uren lang open staat.

De Rien. De bocht waar Duitse Schnell-boten veel moeite mee hadden. Het gebouw links is nu de Friesland-bank en de kruidenierswinkel rechts nu het nieuwe gemeentekantoor.

Zaterdag 31 augustus 1940.

De hele maand augustus zijn er schepen 'De Rien' afgekomen, met alle gevolgen van dien voor de brug naar de Schans. Ter gelegenheid van Koninginnedag liepen er vandaag heel wat mensen met een goudsbloem of met de strijkkant van een lucifer door het knoopsgat van hun jas.
Men moet wel voorzichtig zijn want als een verkeerde het zou zien kun je goed fout zitten.

 De Rien. Nu van de andere zijde. Het grote huis rechts, was van Jan Steensma en gebouwd door de Fa. Gebr. Frankema. Geheel rechts woonde de melkboer Oppedijk.

Maandag 23 september 1940.

Het passeren van Duitse oorlogsschepen door de Rien gaat nog steeds door. Een enkele keer varen ze ook wel via de Zijlroede. Op diverse plaatsen in en bij Lemmer is luchtafweergeschut geplaatst.

Ook staan er twee zoeklichten. Op het torentje van het tramstation staat luchtafweergeschut. Op de polderdijk van de N.O.P. tussen de kantine en het N.O.P. -gemaal staat luchtafweergeschut, terwijl onder aan de dijk aan de kant van de werkhaven twee groen geschilderde keten zijn geplaatst. In deze keten wonen de Duitsers die het luchtafweer op de polderdijk bedienen. Ook op de dam tussen het voetbalveld en de N.O.P. staat het één en ander, onder andere twee grote bunkers van beton.

Helaas kunnen we daar niet dicht bij komen zodat ik niet weet wat het is. Naar men zegt zijn het twee of drie zware luchtdoelkanonnen, maar dat de Duitsers ze niet kunnen gebruiken, omdat als er mee geschoten wordt de kanonnen scheef zakken, omdat de grond ter plaatse nogal zacht is. Verder staat er een kanon op het gemaaltje bij het sluisje naar het voetbalveld wat in ieder geval zwaarder is dan de luchtdoelkanonnen op het tramstation en de N.O.P. -dijk. De zoeklichten staan respectievelijk opgesteld op de N.O.P.-dijk richting N.O.P-gemaal en bij het hek aan het einde van het Schapedijkje en het begin van de Plattedijk.

Bij het zoeklicht aan het begin van de Plattedijk staat ook een luisterapparaat.
Haast iedere avond vliegen er de laatste tijd Duitse vliegtuigen over. Ze vliegen van Oost naar West. Men beweert dat de vliegtuigen afkomstig zijn van het vliegveld bij Leeuwarden en dat ze op weg zijn naar Engeland.

JUNKERS JU 87 R -Duik -bommenwerpers.

Dinsdag 15 oktober 1940.

Vanmorgen stonden op de hoek van de de Parkstraat en de Straatweg Duitse auto's met afweergeschut en zoeklichten er achter. Na wat gevraag kwam ik er achter dat er op het Tjeukemeer vannacht een Engels watervliegtuig is geland om mensen op te pikken. Ik vraag me af hoe de Duitsers hier dan zo vlug konden zijn. Zou er soms verraad gepleegd zijn? Niemand wist er het ware van te vertellen.

Meer-gezicht nabij Tjeukemeer.

Dinsdag 19 november 1940.

Vader die nachtdienst heeft gehad kwam vanmorgen thuis met zakken vol snoep.
Op de doosjes staan versjes, die op Sinterklaas liedjes lijken. De tekst van de versjes is gericht tegen de Duitsers. Je kunt de versjes zingen op de wijs van: "Zie ginds komt de stoomboot en de maan schijnt door de bomen". Later op de dag hoorde ik dat de snoepjes uitgestrooid zijn door een Engels vliegtuig. Zeker een St. Nicolaas surprise voor ons. De snoepjes (toffees) smaken voortreffelijk.

De tekst van de versjes luidt:

Zie de maan schijnt door de bomen
Makkers hoort het wild geraas
De R.A.F. is weer gekomen
Die is in de lucht de baas
Vol verwachting klopt ons hart
Wie de koek krijgt wie de gard
Hitler heeft de strijd gestart
Maar aan 't eind krijgt hij de gard

Zie ginds komt het vliegtuig uit Engeland weer aan
Het brengt heel wat bommen die naar Duitsland gaan
Hoe vallen die dadelijk op mofrika neer
Als dat nog lang doorgaat dan is er niets meer

R.A.F. kapoentje
Gooi wat in mijn schoentje
Bij de moffen gooien
Maar in Holland strooien.

Oudejaarsavond 31 december 1940.

Het eerste oorlogsjaar zit er op en het lijkt er veel op dat de Duitsers niet meer zijn te verslaan.
We hebben in Lemmer nu een zogenaamde Hafenüberwachungsstelle (Haven Toezichthoudende). De baas daarvan is een hoge Duitse marineman. Het is maar een klein formaat kerel maar hij loopt als een echte mof door ons dorp. De Hafenüberwachungsstelle zetelt in het pand Emmakade 8.

Ook hebben we in Lemmer zogenaamde Grüne Polizei gekregen. Dat geboefte heeft het huis van het Waterschap aan de Korte Streek in bezit genomen.

Dit jaar zijn op de bon gekomen: boter, brood, eieren, koek, koffie, meel, textiel, thee, schoeisel, vet, vlees, vleeswaren en zeep. Iedereen die 15 jaar of ouder is, is verplicht een persoonsbewijs bij zich te dragen.

Mijn vrienden en ik hebben de laatste tijd veel gekeken naar het oefenen van het afweergeschut op de N.O.P.-dijk. Eénmaal in de maand, meestal op woensdag komt er een éénmotorig Duits vliegtuig van het type Junkers, met een grote zak aan een lange kabel er achter langs de geschutsopstelling vliegen, waar de bediening van het afweergeschut dan op gaat schieten. Ik heb nog maar twee keer gezien dat de zak achter het vliegtuig werd weggeschoten.

Lemmer sluis: Geheel rechts op de Emmakade, was het huis van de Hafenüberwachungsstelle gevestigd.

Nieuwjaarsdag 1 januari 1941.

Het zoeklicht dat de Duitsers vorig jaar hebben geplaatst, naast het veehek bij de trambaan ter hoogte van het eind van het Schapedijkje en het begin van de Plattedijk, is naar men zegt vannacht door een Engels vliegtuig in puin geschoten.
Er zouden ook een paar Duitsers bij gesneuveld zijn, iets wat best mogelijk is, want het zoeklicht werd van zeer nabij bediend. Ik weet niet of het allemaal waar is, maar toen ik na het horen van dit nieuws ter plaatse pols-hoogte ging nemen, stond er geen zoeklicht meer.

Het Schapedijkje.

Donderdag 3 april 1941.

De zoon van stationschef C.L. Grolleman (een echte N.S.B.'er), C.L. Grolleman die naar mijn schatting zo'n 20 of 24 jaar oud is, wordt nu op deze leeftijd al hoofd van het arbeidsbureau te Heerenveen. Het zal wel zijn om zoveel mogelijk arbeiders te werven voor uitzending naar Duitsland. Een typische taak voor die moffenvriend.

Donderdag 10 april 1941.

Afgelopen nacht heb ik veel vliegtuigen gehoord. Die waren zeker op weg naar Duitsland, om de moffen een koekje van eigen deeg te laten proeven. Toen ik uit het dakraam keek, zag ik in noordoostelijke richting een stuk of vier grote lichtkogels in de lucht hangen.

Vrijdag 9 mei 1941.

Vannacht waren er weer massa' s vliegtuigen in de lucht. Er kwam ook op geringe hoogte een vliegtuig over. De Duitsers kregen het vliegtuig in hun zoeklicht en begonnen er op te schieten. Het vliegtuig gooide drie rode en twee gele lichtkogels uit en direct hield het afweergeschut op met schieten en ging het zoeklicht uit.

Woensdag 18 juni 1941.

Alles van koper, lood, nikkel en tin moet worden ingeleverd. Het geeft niet hoe mooi en waardevol de dingen zijn die er van zijn gemaakt. Het moet worden ingeleverd want uitzonderingen worden niet gemaakt.
Als men zijn spullen niet inlevert, loopt men het risico een zware straf te krijgen.
De Duitsers hebben vast en zeker nog meer behoefte aan grondstoffen voor hun oorlogsvoering. Het beste is maar om de voorwerpen die van deze metalen zijn gemaakt, en die men niet kwijt wil goed waterdicht in te pakken en dan ergens te begraven of op een andere manier onvindbaar te verstoppen.

Zondag 22 juni 1941.

Vandaag hebben de Duitsers de oorlog weer verder uitgebreid. Ze zijn namelijk Rusland binnen gevallen. Ik moet toegeven dat ze wel veel lef en zelfvertrouwen hebben. Ik hoop maar dat Hitler net als Napoleon in zijn tijd, zich tegen de Russische beer te pletter loopt.

Donderdag 17 juli 1941.

Vannacht heb ik weer veel vliegtuigen gehoord. Er werd ook hoog in de lucht geschoten. Er was vast een luchtgevecht tussen Engelse en Duitse vliegtuigen.
Vanmorgen om even over zevenen ging ik vader koffie en brood brengen op de gasfabriek. Toen ik in de derde Parkstraat liep, zag ik twee mannen in een voor mij onbekend soort uniform en met grote van bont of iets dergelijks gemaakte laarzen aan op één van de lange stoepen zitten. Ze zaten een sigaret te roken. Ze zeiden niets maar lachten wel tegen me. Toen ik nog eens omkeek stak één van de twee zijn hand op. Wat dit voor figuren waren zal altijd wel een raadsel blijven. Het waren volgens mij geen Duitsers en in ieder geval geen Lemsters.

Maandag 21 juli 1941.

Vandaag ben ik met oom Pieter naar de ansjovisloods geweest om in de Kolk te vissen. Toen ik genoeg van het vissen had ging ik wat om de loods heen scharrelen. Terwijl ik zo aan het sneupen was vond ik een partijtje boeken, netjes in een stuk zeildoek gewikkeld en met touw er omheen. Ik ging er mee naar oom Pieter om hem mijn vondst te tonen. Oom Pieter raakte er nogal van overstuur en bezwoer mij er nooit ofte nimmer met niemand over te praten.

Ook bij ons thuis niet. Toen ik hem vroeg: "Waarom niet?", vertelde hij me na enige aarzeling en naar hij zei in het volste vertrouwen dat de boeken daar verstopt waren door Jacob de Rook, voordat hij enige weken geleden door de moffen was opgepakt. Jacob de Rook is een bekende Lemster en hij werkte net als oom Pieter voor de Fa. de Rook in de ansjovis. Ik vind het heel geheimzinnig en zal er dan ook beslist met niemand over praten.

Donderdag 24 juli 1941.

Vandaag is er een hoge Piet van de Engelse luchtmacht in Lemmer begraven. Hij is niet de eerste gesneuvelde Engelse piloot die op het nieuwe kerkhof van Lemmer begraven is. Zijn rang is volgens buurman de Jong, die samen met mijnheer Gaal altijd bij dit soort zaakjes betrokken is. "Wing Commander".
Volgens het door mij aangeschafte rangen boekje komt de rang van Wing Commander, overeen met de Nederlandse rang van "Luitenant Kolonel".

Dinsdag 19 augustus 1941.

De Engelsen zijn geland bij Dieppe in Frankrijk. Zou dit de zo zeer verlangde invasie zijn, waar zoveel over gesproken wordt?
De Duitsers beweren dat ze de Engelsen zware verliezen toe brengen, maar wie gelooft de moffen.

Maandag 1 september 1941.

Onze grote vakantie zit er weer op en vanaf vandaag zit ik op de MULO-school aan de Korte Streek.

Lemmer binnenhaven.

Dinsdag 12 oktober 1941.

Vanmiddag zijn er Engelse vliegtuigen boven Lemmer geweest. Volgens mij waren het spitfires. Ik heb ook de boekjes over vliegtuigherkenning gekocht, zodat ik al heel wat vliegtuigtypes kan thuisbrengen. De Duitsers namen de spitfires flink onder vuur maar gelukkig hebben ze er niet één geraakt. Ik stond in de steeg naast de winkel van Noppert en had daarom een goed uitzicht op het afweergeschut op het torentje van het tramstation.

Zaterdag 1 november 1941.

Het was gisteravond al vroeg raak. Rond 7.00 uur was de lucht vol vliegtuigen en er werd danig geschoten. Ik hoorde ook een paar extra harde knallen waar ons huis van trilde. Het geluid van de knallen kwam uit de richting Follega.

Follega, met op de achtergrond de trambrug met woning.

Vandaag bleek dat ik de richting van waaruit het geluid van de knallen kwam, goed had vastgesteld, want er zouden bommen gevallen zijn in de buurt van het tweede brugje, ongeveer twee kilometer de Straatweg uit. Mijn vrienden en ik zijn vanmiddag poolshoogte gaan nemen. Eerst vonden we niets, maar toen we in de "Wielen, die we als onze broekzak kennen, gingen zoeken, vonden we niet ver van de Straatweg verwijderd dus dicht bij het 2e brugje, vijf grote kraters tussen de bomen. Heel wat elzeboompjes hadden het loodje gelegd en overal lagen scherven. Er waren ook enige gaten met een doorsnee van 1 tot 1 1/2 meter in het weke (moerassige) gedeelte vlak bij de Straatweg waar geen bomen staan. Het is best mogelijk dat in deze gaten niet ontplofte bommen liggen.