Herdenking van de jaren 40-45

Februaristaking.

Door: H.L.H. van der Molen.

Amsterdam dankt haar devies vooral aan de houding van de bevolking bij de Februaristaking in 1941. Deze staking was de reactie op twee razzia's, waarbij 425 joodse mannen tussen 18 en 35 door de Grüne Polizei waren opgepakt. Dat konden de Amsterdammers niet over hun kant laten gaan. "Staakt!!! Staakt!!! Staakt!!!", riepen de communisten Kraan en Nak hun medearbeiders toe. "Weest solidair met het zwaar getroffen Joodse deel van het werkende volk! !! Onttrekt de Joodse kinderen aan het Naziegeweld, neemt ze in uw gezinnen op!!!". Dat klonk indrukwekkend. Diverse andere zinnen in de op grote schaal opgevolgde stakingsoproep steken er merkwaardig bij af. Het rooie bloed kroop waar het niet gaan kon. "Stelt ook overal uw eisen voor verhoging van loon en steun!!".

ORGANISEERT IN ALLE BEDRIJVEN DE PROTESTSTAKING ! ! !
VECHT EENSGEZIND TEGEN DEZE TERREUR  ! ! !
EIST DE ONMIDDELLIJKE VRIJLATING VAN DE GEARRESTEERDE JODEN ! ! !
EIST DE ONTBINDING VAN DE W.A-TERREURGROEPEN ! ! !
ORGANISEERT IN DE BEDRIJVEN EN IN DE WIJKEN DE ZELFVERDEDIGING ! ! !
WEEST SOLIDAIR MET HET ZWAAR GETROFFEN JOODSE DEEL VAN HET WERKENDE VOLK ! ! !
ONTTREKT DE JOODSE KINDEREN AAN HET NAZI-GEWELD, NEEMT ZE IN UW GEZINNEN OP ! ! ! !

B E S E F T D E E N O R M E K R A C H T V A N U W E E N S G E Z I N D E D A A D ! ! ! ! !

Deze is vele malen groter dan de Duitse militaire bezetting! Gij hebt in Uw verzet ongetwijfeld een groot deel van de Duitse arbeiderssoldaten met u ! ! ! !

STAAKT !!! STAAKT !!! STAAKT !!!

Legt het gehele Amsterdamse bedrijfsleven één dag plat, de werven, de fabrieken, de ateliers, de kantoren en banken, gemeentebedrijven en werkverschaffingen ! !

Dan zal de Duitse bezetting moeten inbinden! Dan hebt gij een slag toegebracht aan het monsterachtig plan, Mussert aan de macht te helpen! Dan verhindert ge een verdere leegplundering van ons land!! Dan krijgt ge de kans Woudenberg uit het N.V.V. te jagen ! ! !

STELT OOK OVERAL UW EISEN VOOR VERHOGING VAN LOON EN STEUN ! !

W E E S T E E N S G E Z I N D ! ! W E E S T M O E D I G ! ! !

STRIJDT FIER VOOR DE VRIJMAKING VAN ONS LAND ! ! ! !

KAMERADEN,
Geeft dit manifest na gelezen te hebben verder door!
Plakt het op waar gij kunt doch
d o e h e t v o o r z i c h t i g !

REEDS TOONDEN DE GEMEENTE- EN ANDERE GROTE BEDRIJVEN HOE HET MOET ! ! !

VOLGT  ALLEN  HUN  VOORBEELD ! ! ! !

Pieter Frederik Willem (Piet) Nak (Amsterdam, 28 december 1906 - Haarlem, 16 december 1996) was een Nederlands verzetsman en politiek activist. Hij, een vuilnisman, en Willem Kraan, een stratenmaker, waren de aanstichters van de Februaristaking in Amsterdam in 1941. Hij ontving hiervoor in 1966 de Israëlische onderscheiding Yad Vashem.

Van de Amsterdammers maakte zich een euforie meester. "Toen Werkspoor leegliep, stonden de mensen op Wittenburg en Kattenburg te dansen. Dat klinkt nu natuurlijk vreemd. Maar ze dansten omdat iedereen staakte, omdat de werkende klasse aan de Duitsers liet zien dat ze met hun poten van onze mensen af moesten blijven", herinnert zich een communistische staker de uitgelaten stemming van 25 en 26 februari. Alle onderdrukte ergernis van bijna een jaar bezetting barstte eindelijk massaal en in alle openheid los.

Een joodse socialist schreef een dag later in zijn dagboek: "We zijn opgewonden, vreemd en ver van ons zelf en we lijken te zweven ... Op straat vlogen mensen die elkaar tevoren nog nooit hadden gesproken, elkaar om de hals. De vreugde was evenwel slechts van korte duur. Trouwens -en dat lijken velen vergeten te zijn- de oproep was niet verder gegaan dan het bedrijfsleven zegge en schrijve één dag plat te gooien. Zouden Piet Nak en z'n kameraden echt hebben gemeend dat de stakers "een verdere leegplundering van ons land" zouden verhinderen? Dat zij "een slag zouden toebrengen aan het monsterachtige plan, Mussert aan de macht te helpen"? Dat beweerden zij in hun oproep. Als zij de nazi's inderdaad nog maar zo slecht kenden, moeten hun de schellen snel van de ogen gevallen zijn. Op de morgen van de tweede dag werd net volgens de autoriteiten tijd om genadeloos toe te slaan.

De staat van beleg werd afgekondigd en Himmler, het opperhoofd van de' SS,gaf machtiging tot derdegraadsverhoren en de arrestatie en deportatie van duizend stakers. Overvalwagens met zwaar bewapende Polizisten veegden de straten schoon en schoten op alles wat op een samenscholing leek. Zeven burgers lieten het leven en tientallen werden gewond. Het was duidelijk: een voortzetting van de staking zou tot veel bloedvergieten leiden. De werkgevers rieden hun mensen dringend aan, weer aan het werk te gaan. En dat gebeurde. Een spontane actie - meer was de staking niet geweest.

De Februaristaking vormde een les die we ook in de thans aan de gang zijnde discussie in rekening moeten brengen. De bezetter was zo rücksichtlos dat openlijk verzet gewoon onmogelijk was. "Dit inzicht vormde één van de redenen, waarom hierna in Amsterdam geen algemene demonstraties van grote omvang meer hebben plaatsgehad. In de tweede plaats vermocht de staking het Duitse bestuur niet af te brengen van zijn anti-joodse politiek. Zij had alleen tot gevolg dat de autoriteiten hun maatregelen tegen de joden met wat minder vertoon openbaar maakten. Maar de Februaristaking vormde ook een les voor rijkscommissaris Seyss-Inquart: op enige sympathie van de Nederlanders voor de Nieuwe Orde behoefde hij niet te rekenen.

Niet zwart-wit.

Historici zullen de bezettingsjaren steeds weer tegen het licht moeten houden. Niet om uiteindelijk vast te stellen "wie es eigentlich gewesen ist", zoals de grote Duitse historicus Von Ranke (19e eeuw) van de geschiedwetenschap meende te mogen verwachten. Geschiedenis zal altijd geschiedbeeld zijn, zelfs voor hen die de geschiedenis mee-beleefden. Maar het moet mogelijk zijn van de bezettingsjaren een beeld te schetsen dat de betrokkenen recht doet wedervaren. Dat kan nooit een zwart-witbeeld zijn. De periode waarin de Nederlanders van-toen werden onderscheiden in goeden en fouten is definitief voorbij. Tegenover de "zwarten" (de NSB-ers in hun zwarte hemden) stonden weinig "witten". De meeste Nederlanders waren "grijzen". Het is de verdienste van dr. J.C.H. Blom dat hij dit in zijn inaugurele oratie op 12 december 1983 aan de Universiteit van Amsterdam met klem naar voren heeft gebracht.

De jaren '40-'50 waren voor de overgrote meerderheid van het Nederlandse volk geen jaren van collaboratie, maar van accommodatie, van aanpassing. Zonder heldenmoed maar met krachtige overlevingsdrang probeerden de mensen "door de tijd te komen". Zo goed en zo kwaad als het ging. Met een beetje geven en een beetje nemen. Slechts weinigen namen het daadwerkelijk op tegen de bezetters die tijdens de Februaristaking hadden getoond dat hun bruutheid geen grenzen kende. Ook de (oudere) joden blijven het antwoord schuldig op de vraag hoe de niet-joodse Nederlanders de deportatie en het massale joodse sterven -dat ook zij niet had den voorzien!- hadden kunnen voorkomen. Maar er had wel veel meer voor hen gedaan moeten worden!

Bij de herdenking op 4 mei is er weinig om trots op te zijn. De meeste mensen zijn nu eenmaal geen helden. Maar des te meer eren we hen -en blijven wij hen eren- die wel heldhaftig en vastberaden verzet hebben gepleegd. Voor hen geldt wat Churchill na de Slag om Engeland van de RAF zei: "Nooit hadden zovelen zoveel te danken aan zo weinigen". Zij vertegenwoordigden het beste dat Nederland te bieden had en heeft.

Herdenking Februaristaking, met Koningin Wilhelmina, 1957.


Berichten in De Zuid-Friesland ten tijde van de oorlog.

LEMMER IN ROUW. 3 augustus 1940.

Het weekeinde van vorige week heeft voor onze plaats een diep tragisch verloop gehad. Door een noodlottig gebeuren zijn Zaterdagmiddag op het haventerrein acht menschen in de kracht van hun leven weggerukt uit hun werk en hunne gezinnen. Toen de mare van bet noodlottig ongeval als een loopend vuur door onze plaats ging en de namen van de slachtoffers geleidelijk aan bekend werden was men algemeen diep onder den indruk van het gebeurde. Diep was het medeleven met de zoo zwaar getroffen gezinnen en het laat zich niet onder woorden brengen wat er toen is omgegaan.

In al die menschen, die hier en daar het gebeurde bespraken en hun familieleden of vrienden en, kennissen zoo plotseling uit hun midden zagen weggerukt. Rouw is over onze plaats gekomen en diepe deernis vervult onze harten. Wij leven mee met de zoo zwaar getroffen gezinnen uit wier midden de man en vader is genomen. Innige deelneming voelen we met de achtergebleven betrekkingen, maar hoe gaarne we ook woorden van troost zouden zeggen, het valt moeilijk woorden te vinden tegenover dit zoo zware verlies van acht onzer zonen.

Diepe deernis, innige deelneming en een hartelijk gevoel van meeleven is deze dagen door heel ons dorp gegaan. Deze uiting van menschelijk medegevoel moge de nagelaten betrekkingen tot troost zijn en het weten dat heel onze plaats met hen deelt in het zware verlies moge hen schragen in het zware leed, dat ze zoo plotseling hebben te dragen gekregen. Met weemoed staren we de getroffenen na.

De namen van de slachtoffers zijn:

J. Dirksen, gem.-veldwachter, 34 jaar.
C. B. Koole, hoofdopzichter waterschap "Zeven Grietenijen en Stad Sloten" tevens hoofd van de plaatselijke luchtbeschermingsdienst, 50 jaar.
Jan Koopmans, bakker, 36 j.
Jac, Leijenaar, fitter bij het waterleidingbedr. 46 jaar.
O. Nieuwenhuis, werkman bij het waterleidingbedr., 34 j.
TJ. Roosien, werkman bij de Zuiderzeewerken, 38 jaar.
KL. W. Verhoeff, werkman bij het waterleidingbedr., 31 j.
M. Westerveld, hoofdmachinist bij het gemaal N.O.. polder, 39 jaar.


De ramp op 27 juli 1940. 1 mei 1970.

Door: H. Vlig, IJmuiden.

Op zaterdag 27 juli 1940 liet een Engels vliegtuig, dat waarschijnlijk in moeilijkheden verkeerde, een bom vallen op het Werkhaventerrein (de huidige Sluisweg). De bom was niet ontploft, maar had een waterleidingbuis beschadigd. Tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte de bom, waarbij acht mensen het leven verloren. Hun namen zijn: Klaas Verhoeff (31) werkzaam bij het waterleidingbedrijf; Jan Koopmans (36) bakker; Cornelis Barthelomeus Koole (50) hoofdopzichter Waterschap Zeven Grietenijen en stad Sloten; Geert Nieuwenhuis (34) werkzaam bij het waterleidingbedrijf; Jacob Dirksen (34) gemeenteveldwachter; Jacob Leijenaar (46) chef-fitter waterleidingbedrijf, Michiel Westerveld (39) elektricien; Tjasso Roossien (38) betonwerker.

Deze zo rampzalige dag heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten op de heer H. Vlig, thans wonend in IJmuiden, die ternauwernood aan de dood ontsnapte. We laten nu de heer Vlig aan het woord:

Wij waren als Lemsters bij het baggerbedrijf van de M.U.Z. Behalve ikzelf voeren op de baggerbakken o.a. Jan Atsma (de vakman), Marius Visser, Steven Visser, Theunis Bootsma, Gauke Bootsma, Johannes Hoekstra, Teade Woude, Andries Scheffer, Wiebren Scheffer enz. Er voeren daar een hoop sleepboten van Leen Smit's, sleepdienst uit Rotterdam. Dat waren 'De Noord', 'De Gouwe', 'De Regge' en "t Veergat', die bij het maken van de Afsluitdijk is gekanteld. De machinist is toen verdronken. Zijn zoon voer als machinist op dezelfde sleepboot in de tijd waarover ik nu schrijf.

Op donderdag 25 juli voeren we met een onderlosser met zand naar dorp A, het huidige Emmeloord. 's Middags 2 uur lagen we daar te lossen, het was wat mistig. De sleepboot 'De Noord' lag opzij van onze baggerbak KLK London no. 10, toen er opeens een Engelse jager op ons afdook. Ik stond in de gangboord met mijn schipper Jan Atsma. We schrokken geweldig en ik riep tegen Jan: 'Plat Jan, het is onze dood'. 'Blijf staan', zei hij: 'hij doet ons niks'.

De jager vloog drie ronden om ons heen en de piloot wuifde naar ons. Ik kon er gewoon niet bij en was verstomd. De zaterdags daarop, 27 juli, werden we in Lemmer laat van boord gehaald door 'De Gouwe' eveneens van sleepdienst Smit uit Rotterdam. Ter hoogte waar nu de volkstuinen liggen van Zuiderzeewerken, tegen het voetbalveld van de v.v. Lemmer aan, stapte ik met mijn tas van boord, in gezelschap van Jan Atsma.

Ik zag wat mensen bij elkaar staan bij een klein borrelend kuiltje in de grond, tussen de huizen, even voorbij de huizen van het personeel van het Bumagemaal en de Friese sluis (het gemaal was er toen nog niet en de sluis was nog in aanbouw). Ik moet daar nog vaak aan denken, want 't had ook mijn dood kunnen zijn. Jan Atsma en ik gingen bij het groepje mensen staan. Klaas Verhoeff zou de schop in de grond steken, toen zijn chef Leijenaar, zei nog even te wachten. Dat was mijn geluk en ook dat van Jan Atsma. Veldwachter Dirksen kwam er ook bij staan, evenals Roossien, die ijzervlechter was bij de sluisput. Ik vroeg Dirksen om een vuurtje en stak een sigaret aan. Jan Atsma zei toen tegen mij: Kom Hans, we gaan hier weg, het kan wel een rare bom zijn. Ik lachte wat en ging met Jan mee. Nog geen minuut later ontplofte de bom en wij sloegen tegen de grond. Nog geen halve meter van mij af lag een groot stuk bomijzer.

Ik trilde als een blad en keek om. De ravage was ontzettend. Er kwamen drie Duitsers aanrennen. We moesten wachten en zaten bijzonder in de rats. Er moest hulp komen en ik ging mee terug. We troffen een verschrikkelijke toestand aan.

Bakker Koopmans had mij net tevoren nog gevraagd: Waar ligt 't Veergat', daar moet ik brood brengen. Zijn fiets lag er verwrongen bij en hemzelf zag ik nergens. Even later bleek dat hij op het dak van een der huizen (waar ik later zelf heb gewoond) was geslingerd. Ik had het erg benauwd, mijn hart klopte als een wilde en ik weet nog precies hoe laat het was gebeurd: kwart over vier.
Dirksen en Roossien die vlak bij mij hadden gestaan, waren op slag dood. Roossien had tien kinderen. Opzichter Koole lag dood boven de bomkrater en naast hem lag een zoon van Leijenaar.
Hij had een shock opgelopen. Alle anderen waren dood. De slachtoffers zijn later met een vrachtauto van de houtmolen opgehaald.

Ik mag gerust zeggen dat ik mijn leven heb te danken aan Jan Atsma.
Nu loop ik dan op de sluizen van IJmuiden en zulke herinneringen komen dan nog vaak in je op.
Hier heb ik enkele weken geleden meegemaakt, dat een grote granaat voor de Noordersluis lag, dicht bij de benedendeur.

Mijn collega, T. Spierenburg, duiker van beroep, zat op 16 meter water en deed daar zijn onder-waterlamp aan. Het water was helder en er zwommen bliek en botjes. Het was een prachtig gezicht. Hij keek nog eens om zich heen en zag toen een grote granaat dicht bij hem tussen de mosselen staan.

's Middags vertelde hij het aan mij en de hoofdopzichter. Ik zei dat ze dat ding er direct uit moesten halen, en vertelde toen wat ik zelf in 1940 had meegemaakt. Ze keken me aan en wilden het eerst niet geloven. 't Is ook een bijzonder trieste herinnering die je je hele leven bij zal blijven.

Naar aanleiding van de ramp op zaterdag 27 juli 1940.

Uit: Zuid-Friesland 10 augustus 1940.

Rouwe.

De rouwe, wrede oarloch hat ek ús doarp net sparre:
Acht minskelibbens gyngen troch 't helsk moardtuch forlern.
Oant nou ta wieme wy for ûnk en leed biwarre,
Nou treure we om ús deaden, nou skrieme mem en bern.

O, nea scille wy 't forjitte de tryste, droeve dei,
Do't de swier forminkte liken plak founen yn de ierde.
De hiele Lemmer libbe yn 'e djippe rouwe mei,
Al mochten op heech bifel de klokken ek net liede.

Ho stil wier 't yn ús doarp, ho swijden drokke mûlen!
Ja, sels de berntsjes tochten nou om gjin boartsjen mear.
En do't it sielleas oerskot waerd birgen yn 'e kûle,
Do gyngen yn greate smerte hjir en dêr de hannen gear.

Wy winskje sterkte ta oan hwa't der efterbliuwe,
Oan miich en sibben en oan frouljue en oan bern.
O, mei de bittere smerte hjar net ta wanhoop driuwe,
Mar meije hja hjir yn ek Gods wei en wille sjen!

En dou, o wrede oarloch, ho lang noch scilstou rove
Us hawwen en ús goed, ja sels ús bloed?
Mei in Heger Hân dochs gau it ûnhillich fjûr wer dove,
En oan de útputte folken jaen frede, krêft en moed!

Zuid Friesland woensdag 1 januari 1941.

Weer is een jaar in der tijden schoot verdwenen, en staan we op de grens van oud en nieuw, eenerzijds met tal van herinneringen aan hetgeen het afgeloopen jaar ons bracht en anderzijds het oog naar de toekomst gericht, die in mist en nevelen is gehuld.

Het afgeloopen jaar is een jaar geweest van onzekerheid, zorg, spanning, emoties en offers. Als een plotseling opstekende storm is de oorlog over onze hoofden gegaan en zijn we aanvankelijk van de eene emotie in de andere gevallen. Een onnoemlijk leed hebben velen onzer te dragen gekregen, rouw is in menig gezin gekomen en onder ons allen leeft de onzekerheid over veel wat onze gedachten bindt, voort.

Moge echter uit de donkerte van het heden een toekomst van een beter begrijpen en een meer wederzijds waardeeren geboren worden. Moge het ons gegeven zijn dragers te zijn van het onverwoestbare geloof, dat uit deze duisternis, het licht van een betere tijd zich baan zal breken en moge de menschheid een tijd van diepe bezinning, met oog voor recht, waarheid en rechtvaardigheid deelachtig worden.

En als we ons dan neerzetten oudergewoonte in dit nieuwjaarsnummer een overzicht te schrijven van wat er het afgeloopen jaar 'rond den ouden toren' voorviel, dan zijn het wel de oorlogsdagen geweest, die ons het meest hebben bezig gehouden.

Onze ingeboren aard van aanpassen heeft mogelijk gemaakt, dat het leven zijn rechten kon hernemen. Gelukkig hij, die in zijn werk bevrediging vindt, want het draagt hem heen door de zorgen en onzekerheid van dezen tijd.

Het afgeloopen jaar kwam met vorst, welke periode tot in Maart aanhield. De ijspret was niet in verhouding tot de koude, omdat het ijs reeds vrij spoedig door sneeuw bedorven werd. Een ongekende hoeveelheid sneeuw is gevallen en als gevolg van vorst en wind werd dit zoodanig in en op elkaar gejaagd, dat het verkeer hiervan groote last ondervond. Het verkeer per tram en auto naar Joure werd gestremd, evenzoo dat door Delfstrahuizen naar Heerenveen en langs den Zeedijk naar Kuinre.

IJswedstrijden waren aan de orde van de dag en ook 's avonds werd meerdere malen onderling een wedstrijd door de plaatselijke ijsvereeniging georganiseerd. Vooral de verlichte baan oefende een zeldzame aantrekkingskracht uit en van dit soort schaats rijden is een veelvuldig gebruik gemaakt.

Een Elf-merentocht werd op 13 Jan. gehouden, waar onze plaatsgenoot H. Bijlhout, eerste werd, terwijp op 30 Jan. de traditioneele Elfstedentocht plaats vond, met een aantal deelnemers als nooit te voren, maar ook onder een weergesteldheid zoo koud, dat velen halverwege moesten opgeven.

13 februari, bracht de strengste koude; toen daalde de thermometer tot 24°C beneden het vriespunt. IJsongevallen kwamen eenige malen voor, doch de getroffenen zijn hiervan alle hersteld. Op 6 Jan. verdronken 2 Urkers op het IJsselmeer tusschen Lemmer en Urk en de tochten per schaats van hier uit naar het vroegere eiland zijn vele malen ondernomen. Urk kreeg door de langdurige vorst spoedig gebrek aan levensmiddelen en vele moeitevolle tochten die aanvankelijk per slede, later per auto en naderhand per bakfiets langs den meerdijk zijn verricht, zullen velen jaren later nog heugen.

Het ongeval met het s.s. 'Friesland' in het ijs, waarbij dit schip door het in beweging gekomen ijs als 't ware werd gekraakt, alsook het ongeval naderhand aan het s.s. 'Jan Nieveen' overkomen, zal ieder zich nog herinneren. het eerste gebeurde op 16 Jan. het andere op 7 Maart.

Een baanvereeniging werd opgericht in Lemmer en ook te Delfstrahuizen-Echten, kwam een soortgelijke vereeniging tot stand, beide vereenigingen met het doel bij vorst een net van ijswegen over vaarten en meren te leggen.

Op 16 Jan. brak brand uit in de bovenwoningen van de heer v.d. Neut, doch door spoedig ingrijpen kon erger worden voorkomen; op 11 Febr. werd een binnenbrand ontdekt in het R.K. vereenigingsgebouw 'Us Thûs' en op 20 April ten huize van L. Schothorst. In alle gevallen bleef de brand tot een binnenbrand beperkt.

De boerderij bewoond door J. Vochteloo, onder Tacozijl brandde op 9 Sept. als gevolg van hooibroei tot den grond toe af.

Een doodelijk ongeval had op 27 Maart plaats te Blokzijl, waarbij J. de Boer uit Lemmer verdronk. Op 20 Juni geraakte de 11 -jarige B. de Graaf te Oosterzee onder een auto en overleed eenige oogenblikken later. Dien zelfden dag, viel de jeugdige Bouke de Vries, aldaar van een hooiwagen en overleed naderhand aan de gevolgen. Een schippersknecht afkomstig uit Millingen, verdronk op 25 Juli in de werkhaven, terwijl op 27 Juli, onze plaats in rouw werd gedompeld door een zeer noodlottig ongeval, waarbij 8 personen het leven verloren.

In het kerkelijk en burgerlijk leven kwamen weinig mutaties voor. De onderwijzeres H. W. Bangma, werd benoemd aan de Bijz. school te Echtenpolder. Mej. Breider, werd benoemd tot directrice van de Bewaarschool, de heer B.J. Bergsma, technisch ambtenaar van de waterleiding werd overgeplaatst naar Leeuwarden, waarmee dit kantoor alhier werd opgeheven. De heer A.J. Koopman, opzichter van de Veenpolder van Echten, werd per 1 Jan. eervol ontslag verleend, in wiens plaats de heer K.U. Koopmans is benoemd en de ontvanger der directe Belastingen de heer P. Ensingh vertrekt naar Hilversum.

Het politiekorps ter plaatse werd versterkt met de benoeming van de heeren L. Eskens te Sloten en S. van den Berg te Franeker, terwijl aan rijksveldwachter majoor Kliphus per 1 Oct. j.l. eervol ontslag is verleend.

Kapt. Joh. Grijpsma vierde zijn 40-jarig jubileum in dienst van de Gron-Lemmer Stoomboot Maatschappij; de heer J. Douma was 45 jaar op de scheepswerf van fa. Gebr. de Boer werkzaam, de heer Bron, 25 jaar als bode van de begrafenisvereeniging te Echten en de heer J.H. v.d. Velde herdacht den dag waarop hij voor een kwarteeuw in dienst trad van de stoomzuivelfabriek Lemsterland te Oosterzee.

Op visscherijgebied was 1940 een goed jaar. De gemaakte besommingen waren buitengewoon goed, en er is dan ook zeer druk gevischt. Ook de veehouders ging het goed. De vee-prijzen waren hoog en ook de zuivelproducten brachten goede prijzen op. Daarnaast was er goede grasgroei. Het gebrek aan krachtvoer kan voor een deel gecompenseerd worden door het drogen van gras, waartoe zelfs een tweede drogerij te Oosterzee is gebouwd.


Teruggekeerd - Blijde thuiskomst.

Lemster Courant _zaterdag 25 augustus 1945.

Teruggekeerd.

LEMMER,Na een achtjarig verblijf in het buitenland is onze plaatsgenoot Sake Visser in het begin van deze week teruggekeerd, Visser, die in 1937 als vrijwilliger naar Spanje was vertrokken en in de burgeroorlog heeft gevochten.

Lemster Courant _september 1945.

Thuiskomst Lemmer.

LEMMER,Tot grote verrassing van zijn familieleden arriveerde hier zondagmiddag de heer L. Stroband, kapitein van het M,S, 'Helena', die die dag precies 5½ jaar geleden vertrokken was, De heer Stroband, die tijdens de oorlog steeds voor Engeland gevaren heeft, was vergezeld van zijn Engelse vrouw en zijn dochtertje.

Lemster Courant _24 november 1945.

Goed bericht.

ECHTENPOLDERD, De familie J. Dekker had sedert het uitbreken van de oorlog van haar zoon Frans Dekker, die mede naar Engeland was uitgeweken, nimmer iets vernomen. Er is thans door de familie bericht ontvangen, dat de zoon zich in goede welstand in het geallieerde leger bevindt.


Blijde thuiskomst _1946.

ECHTEN 2 sept. Maandag arriveerde in ons dorp onze oud-plaatsgenote mej. W. Kalsbeek, die met het SS 'Bloemfontein' uit Indië repatrieerde. Zij heeft daar enkele jaren van spanning en ontbering doorgemaakt, doch na jaren van honger en ellende is ze thans in de ouderlijke woning teruggekeerd. Aangezien ze in
Indië in de verpleging dienst doet, is deze thuiskomst van tijdelijke aard, doch enkele maanden verlof na zoveel doorstaan lijden, zijn haar van harte gegund. heel ons dorp leefde met deze blijde thuiskomst mee.

April 1946

Hoewel wij wegens tijdsomstandigheden nog geen courant kunnen uitgeven, hebben wij, gezien de wilde geruchten die er rondgaan, besloten om voorlopig het dagelijks radio-nieuws uit te geven, totdat er weer geregeld couranten verschijnen. Het eerste nieuws bulletin verscheen zaterdag 21 april 1945 onder de naam 'Frontnieuws' de laatste zaterdag 2 juni 1945. Dit laatste bulletin eindigt met: 'Hiermede menen wij de uitgave van 'Frontnieuws' te kunnen staken, aangezien de bedoeling om in de eerste nieuwsbehoefte te voorzien thans is vervallen, nu weder diverse nieuwsbladen verschijnen.

 

Blijde thuiskomst _15 december 1945.

LEMMER. Nadat voor enkele weken de familie E,
de Roos alhier verrast werd met de thuiskomst
van twee zonen, die tijdens de oorlog in Engeland verbleven, arriveerde voor kort ook nog de oudste zoon der familie met zijn Engelse echtgenote. De beide jongere broers, waarvan er een eveneens met een Engelse vrouw getrouwd was, moesten al spoedig weer vertrekken, de oudste heeft echter het plan hier voorlopig in Lemmer te blijven.


Blijde thuiskomst _29 juni 1946.

LEMMER, Na een afwezigheid van ruim 6 jaren
is zaterdagavond onze plaatsgenoot Christiaan de Vries onverwacht thuisgekomen. In het begin van de oorlog is hij met de Nederlandse vloot, waarbij hij diende, naar Engeland uitgeweken. Ook daar werd hij weer bij de marine ingedeeld.
Gedurende de oorlog heeft hij op een onderzeeër actief aan de oorlog deelgenomen en mede verschillende Duitse schepen in de grond geboord, Het spreekt vanzelf dat zijn moeder en de andere huisgenoten blijde door deze thuiskomst waren verrast. Er viel wederzijds veel te vertellen. Nadat deze thuiskomst zondagmorgen bekend werd, wapperden al spoedig de vlaggen uit de huizen op het Turfland.

Minderwaardig gedoe _ Zuid Friesland _9 november 1946.

Een van de Lemster jongens in Indië schrijft dat hem en andere kameraden de mededeling heeft bereikt, dat hier in Lemmer geruchten zijn verspreid als zouden zij op Java gesneuveld zijn. Hij verzoekt ons deze geruchten tegen te spreken en door middel van ons blad aan de verspreiders van dit minderwaardig gedoe bekend te maken dat ze springlevend zijn.

Het betreft hier de personen:
L. Poepjes, G. v.d.Gaast en B. Frankema.

Uit Indonesië terug _3 juli 1948.

Na een verblijf van ruim 14 jaar is de heer W. Luiking maandagmorgen in het ouderlijk huis aan de Kortestreek alhier, uit Indonesië teruggekeerd. Wat dit weerzien voor de familie en in de eerste plaats voor de hoogbejaarde moeder is geweest, laat zich beter begrijpen dan beschrijven, vooral als men daarbij in aanmerking neemt de jaren van grote en bange onzekerheid, toen het contact tussen moederland en Indonesië was verbroken. De heer Luiking, die in 1934 vertrok, is met enige maanden verlof overgekomen en het zal
hem tot grote blijdschap en dankbaarheid stemmen dat hij zijn oude moeder nog in zo goede welstand heeft mogen ontmoeten. Wij wensen hem vanaf deze plaats van harte welkom en hopen dat de maanden, die hij en zijn jonge vrouw tussen familie en kennissenkring zullen mogen doorbrengen van de meest aangename aard zullen zijn.


Zuid Friesland _28 september 1946.

Uit Amerika terug.

Vrijdagavond was de 1e Parkstraat geheel in vlaggentooi. Bijna uit iedere woning werd het
dundoek ter ere van de thuiskomst van de heer A. Kossen, die bij het uitbreken van de oorlog
naar Amerika vertrok en thans naar zijn gezin alhier terugkeerde. De heer Kossen, die Amerikaans staatsburger is, moest in 1939 vertrekken om moeilijkheden te voorkomen. Donderdag reisden zijn vrouw en dochter hem tegemoet en vrijdagavond arriveerde men hier in Lemmer, luide toegejuicht door de oude buren. Ook de woning was versierd en de buren hadden voor deze gelegenheid gemeend deze oude buur eens ouderwets in de bloemetjes te moeten zetten. Voorwaar een aardig idee, dat ongetwijfeld door Kossen ten zeerste op prijs is gesteld.


● EERSTE LEGERBERICHT VAN DEN NED. OPPERBEVELHEBBER.

De Ned. opperbevelhebber deelt mede:

Duitsche troepen hebben hedennacht de Nederlandsche grens overschreden en zijn in aanraking gekomen met onze grenstroepen. Deze grenstroepen hebben de hen opgedragen taak vervuld en bruggen en wegen vernietigd. De bruggen bij Arnhem en Nijmegen zijn vernietigd.
De Duitsche troepen bevinden zich slechts ten Oosten van Arnhem op een afstand van 15 K.M. van de Nederlandsch-Duitsche grens.

Duitsche vliegtuigen hebben landingspogingen ondernomen, waarvan slechts enkele zijn gelukt. Duitsche vliegtuigen wierpen ook parachutisten af, die voor een deel in Nederlandsche uniform gekleed waren. Zij zijn omsingeld en werden vernietigd. Boven sommige steden zijn Duitsche strooibiljetten uitgeworpen, die onware mededelingen en holle bedreigingen bevatten. Het opperbevel waarschuwt het geheele volk geen geloof aan dergelijke uitingen te hechten, die slechts ten doel hebben verwarring te stichten. Nederlanders, vertrouwt uitsluitend op de standvastigheid van uw eigen weermacht, die aangespoord en bezield door de daden en woorden van onze Koningin, haar taak vervult.

● DE DUITSCHERS SCHENDEN NEDERLANDSCH GRONDGEBIED.

Het algemene hoofdkwartier deelt mede:

Van 3 uur af hebben de Duitsche troepen de grens overschreden. Vliegaanvallen op enkele vliegvelden werden gedaan. De inundatie voltrok zich volgens plan. Wantrouwt alle radioberichten en strooibiljetten, die spreken van een staken van ons verzet, hoe geloofwaardig of officieel ze ook mogen klinken. Heb alleen vertrouwen in den u bekenden omroeper. Nooit zullen opperbevel en regeering zich inlaten met onderhandelingen met den vijand. Alle berichten dienen slechts om verwarring te stichten. Beslag is gelegd op de volgende bladen, die dus niet meer uitkomen:

Het Nationale Dagblad
Volk en Vaderland
Het Volksdagblad

Verboden verspreiding van vlugschriften, pamfletten e.d. De handhaving van dit verbod treedt onmiddellijk in werking.

● DE DUITSCHE GEZANT BIJ MINISTER VAN KLEFFENS.

De Duitsche gezant heeft de volgende verklaring aan den Minister van Buitenlandsche Zaken overhandigd:

Wij kondigen u de inzet aan van een geweldige Duitsche troepenmacht. Duitschland garandeert het bezit van onze Koloniën. Zoo gij u niet overgeeft, bestaat de mogelijkheid van een vernietiging van staat en land. Wij manen U aan de bevelen van de Duitsche militairen stipt op te volgen. We hebben bewijzen omtrent een onmiddellijken inval van Frankrijk en Engeland in Nederland, teneinde het Duitsche Roergebied te overvallen en dat Nederland een overeenkomst met Engeland en Frankrijk had gesloten. De Minister van Buitenlandsche Zaken heeft hierop met verontwaardiging geantwoord: Er bestaat geen overeenkomst met eenige vreemde mogendheid tegen Duitschland.

Wegens de meedoogenlooze aanval van Duitschland in Nederland beschouwt de regeering zich in oorlog met Duitschland.

● NEDERLAND BESCHOUWT ENGELAND EN FRANKRIJK ALS ZIJN BONDGENOOTEN.

Nadat de Duitsche inval is geschied is de Nederlandsche gezanten te Londen en Parijs opgedragen de regeeringen aldaar mede te deelen dat geallieerde hulp welkom zou zijn. Deze hulp is toegezegd.

● ONZE MINISTERS ONDERHANDELEN MET LONDEN.

De Nederlandsche ministers van Buitenlandsche Zaken en Koloniën hebben contact met Londen.

23 aug. '39 - Duitschland sluit een non-agressiepact met Sovjet- Rusland. Het is tien jaar geldig. Britsche garantie aan Polen.

26 aug. '39 - Pres. RooseveIt dringt in boodschap aan Hitler aan op.' een vreedzame regeling met Polen.' De gehele wereld bidt, dat ook Duitschland die aanvaardt'. Hitler's antwoord is negatief.

28 aug. '39 - Duitsche troepen trekken Warschau binnen.

1 sept. '39 - Hitler verklaart voor den Rijksdag, dat hij het veldgrijs niet weer zal aantrekken vóór de overwinning.

3 sept. '39 - Engeland en Frankrijk verklaren Duitschland den oorlog.

8/9 apr. '40 - Duitschland valt Denemarken binnen en overmeestert Noorsche havens.

10 mei '40 - Duitschland valt Nederland binnen.

14 mei '40 - Capitulatie van het Nederlandsche leger.

9 juni '40 - Italië verklaart Engeland en Frankrijk den oorlog.

15 juni '40 - Rusland bezet Lithauen, Estland en Letland.

22 juni 40 - De wapenstilstand tussen Frankrijk en Duitschland geteekend. 'De voorwaarden zijn hard, de eer is gered'. (Pétain)

22 juni '41 - Oorlog tussen Duitschland en Sovjet-Unie.

7 dec. '41 - Japan opent de oorlogshandelingen tegen de Ver.Staten en Engeland.

11 dec. '41 - Duitschland verklaart den oorlog aan de Ver.Staten.

3 febr. '43 - Strijd om Stalingrad geëindigd. Begin van, den Duitschen terugtocht.

5 mei '45 - Capitulatie der Duitsche strijdkrachten in Nederland, N.W. Duitschland en Denemarken.

7 mei '45 - Algeheele capitulatie van het Duitsche leger.

15 aug. '45 - Onvoorwaardelijke capitulatie van Japan. De dag van den vrede.

11-14.jpg

De overgave van Japan vond officieel plaats op 2 september 1945 in de baai van Tokio, aan boord van het Amerikaanse slagschip "Missouri". Namens de Nederlandse regering ondertekent Lt.-Admiraal C. E. L. Helfrich het capitulatieakkoord. Links op de voorgrond Generaal Mac-Arthur.

Proclamatie

Landgenooten,

Het uur der bevrijding is thans ook voor U aangebroken. Het ogenblik, waarop ik en U met zoveel spanning en ongeduld gewacht hebben, is daar. Ik weet van de bittere beproevingen waaronder Gij, afgesneden van een deel van ons Vaderland, deze laatste maanden hebt geleefd. Die druk heeft thans een einde genomen.

Ik weet ook van den bovenmenschelijken moed, waarmede Gij de zwaarste ontberingen hebt gedragen. Talrijke handen zijn uitgestrekt om het einde Uwer nooden zoveel mogelijk te bespoedigen, maar veel zal daarbij afhangen van Uw rustige en eendrachtige houding in de komende dagen. Werkt allen mede deze een rustig verloop te geven.

Gehoorzaamt stipt de bevelen van het Geallieerd Opperbevel, waarmede de Regering een regeling heeft getroffen. Luistert naar de aanwijzingen van Uw Nederlands Militair Gezag, dat krachtens die regeling onder leiding en verantwoordelijkheid der Nederlandse Regering zijn taak in overleg met het Geallieerd Opperbevel verricht.

Ik hoop spoedig op Nederlandse bodem terug te keren, om met mijn verantwoordelijke raadsgevers de leiding van landszaken weer op mij te nemen.

Dat Gods zegen op U allen ruste.
Nederland herrijst.
Leve het Vaderland.