Home » Lemmer » Mast en blokmakerij de Vries » Kurk, kokoszakken en kompassen

Kurk, kokoszakken en kompassen

De vissers, vrachtschippers en stoombootkapiteins die de soms woeste Zuiderzee bevaren, hebben reddingsmateriaal nodig voor het geval dat er een man overboord gaat, het schip in nood raakt of een ander schip in nood zich in de nabijheid bevindt.

De winkel van de weduwe is dan ook voorzien van reddingsboeien, -lijnen en -vesten. Reddingsboeien koopt Rinsje in bij Werner in Den Haag, N.V. Vermeulen & Co. te Waddinxveen (Zuid-Holland) en N.I. Jakobs in Zwartsluis.

Afbeelding: Archief De Vries, rekeningen 1902, Jakobs 26 sept, fragm. Voormalig
scheepswerf Holtman aan de Hoofdkade/Brugkade is thans industrieel monument
in Stadskanaal. Jakobs verkoopt aan Rinsje 1 zwemgordel nieuw opgeschilderd en met zwarte letters ONDERNEMING voor schipper F. Muthart; de 'Onderneming' ligt op dat moment op de werf H. Holtman in Stadskanaal

Jan Siebold heeft in 1926 2 Kapok Zwemvesten voor 50 cent per stuk in voorraad, evenals 3 gebruikte reddingsboeien (voor ƒ 1,-) Het woord 'gebruikt' hoeft niet heel letterlijk te worden opgevat.

Twee nieuwe Groote reddingsboeien verkoopt hij voor ƒ 6,50 per stuk aan Johannes Grijpsma, de kapitein van de nachtboot op Amsterdam die in de hongerwinter in moeilijkheden zal raken, waarover straks meer.

Diens collega D. Jonker (S/S Amsterdam) wordt eigenaar van een Reddingsboei hoefmodel, het nieuwste van het nieuwste, ook voor ƒ 6.50. Eveneens voor noodsituaties bedoeld zijn vier vuurpijlen met bijbehorend vuurpijlstanders ad ƒ 1,– (= vuurpijlstandaards).

149-2.jpg

 

 

 

Een vat bruinteer en een reddingsboei uit Den Haag

Tenslotte levert de Lemster firma ook dreggen, los of voorzien van dreggetouw. In de winkel ligt een reddingsdregje (inkoopwaarde ƒ 1,50) op een klant te wachten*

Archief De Vries, inventarisboek 31 dec. 1926 z.p. (voorraad touwwinkel, ƒ3.628,58). ‘Er is een subtiel verschil tussen een reddingsdregje en een gewone dreg. Deze laatste heeft vier gemene punten, maar aan de rijkspolitie te water verkocht ik ze met koperen knopjes. Half rond met een gat erin. Deze sloeg ik op de punt, zodat er nog maar een klein puntje boven het koperen knopje uitstak.
Dat voelt prettiger als je als drenkeling word opgevist,’ Carol de Vries, e-mail 14 april 2005.

De fa. Wed. S.J.de Vries & Zoon verkoopt talloze dregstokken aan de gemeente Lemsterland en zal ze later ook aan de publieke werken en politie van Amsterdam afzetten*

Dregstokken, later reddingshaakstokken genoemd, hingen vroeger aan vele bruggen in Amsterdam, maar wegens baldadigheid zijn de sluis-, brug- en havengelddienst daarmee gestopt,’ Carol de Vries, e-mail 14 april 2005.

De heer de Vries stelt als Vierde Prijs een verrekijker beschikbaar.

Maar voorkomen is beter dan dreggen. Er is een keur aan navigatie-instrumenten en weermeters te koop. Instrumenten die het weer in de gaten houden, kunnen een schipper helpen bij de beslissing om al dan niet uit te varen.

In de winkel liggen vier windpijltjes (waarde ƒ 0,05) en voor de winkel hangt een windzak van 75 cm, die door wind wordt volgeblazen en zo de windrichting aangeeft. Hij kost drie kwartjes. Weerglazen zijn een ander instrument om het weer te meten. Ze kosten ƒ 6,- *

Archief De Vries, inventarisboek 31 dec. 1924, z.p., (Winkel ƒ 6.732,61). Een weerglas is een ‘instrument om gegevens over het weder te meten, zoo genoemd omdat het […] voorzien was van een peilglas, gevuld met een vloeistof aan het peil waarvan men vaststellingen kon doen over de weersgesteldheid,’ Van Dale8 (1961), 2354.Thermometers komen in het archief niet voor.

Barometers importeert Rinsje uit Hamburg. In 1909 komen er 11 stuks binnen. Bruin, 8½ cm. in doorsnee, van Heinrich Fröbels Holosteric-Barometer-Fabrik, voor 41 Mark (=ƒ 24,20!) Barometers zijn kostbare en kwetsbare instrumenten en Jan Siebold bewaart ze dan ook in het kantoor, evenals een koperen scheepsklok van ƒ 12,- 

Ook onder zijn beheer is de winkel van het modernste instrumentarium voorzien. Er is echter niet voor alle artikelen even veel belangstelling. De enige koper van een barometers bijvoorbeeld is, voor zover bekend, de Lemster schipper Franke Pasveer. Bij een aankoop in 1926 van ƒ 11,50 is later in potlood toegevoegd: Kompa Barometer

Omdat Jan Siebold weinig barometers verkoopt, gebruikt hij ze maar als promotiegeschenk: de heer S.J. de Vries, mr. Blokmaker (!) te Lemmer, nam bij de schitterend geslaagde hardzeilerij van 1915 het loffelijk initiatief om een prijs beschikbaar te stellen voor de vierde plaats in elke zeilkategorie. Dat waren resp. een nationale vlag, een barometer en nog een nationale vlag. Daardoor wordt de mooie hardzeilsport wel zeer bevorderd

Het gaat om de zeilwedstrijden op de Zuiderzee bij Lemmer, waarvan alleen in de klasse Houten Platbodem Visschersvaartuigen met zijzwaarden en open bun tot en met 40 ton metende de eerste vier bekend zijn. Jilling Kingma wint met de LE 9 (Margaretha) de eerste prijs van ƒ 40, - vlak voor Hidde Koornstra LE 50 (Zes Gebroeders). Hij krijgt een medaille. Derde is Rienk Coehoorn met de LE 20, De Jongejan.

Het zijn bijna altijd Lemster vissers die de wedstrijden winnen! De vierde prijs, dus de barometer of de nationale driekleur van Jan Siebold, wordt door Andries Scheffer in de wacht gesleept. Ook hij is een Lemster visser, vaart met de aak LE 44, Zuiderzee*

Visscherijcourant, 21-8-1915. Huitema (1982), 269; Naam: Zuiderzee; Eigenaar: A. Scheffer: 1912-1918, Visserijreg Vlaardingen, LE 44.

Andries Scheffer is een veelzijdig man. Behalve goed zeilen kan hij ook goed schaatsen en … zingen: Er was toen een mooie operette waarin Andries Scheffer de hoofdrol (Geertemoei) zong en die had zo’n prachtstem. Scheffer is ook klant van Jan Siebold, net als de andere drie winnaars.

Afgezien van de uitslag brengt het berichtje van augustus 1915 in de Visscherijcourant over de race in twee opzichten nieuws. Het vertelt dat Jan Siebold belangstelling voor de zeilsport heeft en dat hij een sportevenement als promotiemiddel gebruikt. Hij is 'sponsor'.

Kurk, kurkzakken en kokoszakken

Rinsje koopt kurk bij de kurkenfabriek van Korthals in Dordrecht. Korthals verwerkt Catalonisch kurk tot ansjovisnet- en boeikurken en verzendt die als barrelgoed per Spoor tot A’dam en vervolgens per vrachtschip van W. Scheffer naar Lemmer. Het is onbekend hoeveel van die kurk Rinsje aan vissers afzet.

In Jan Siebolds tijd komt visserijkurk in de boeken niet meer voor, wel kurk dat de scheepshuid tegen stoten en schavielen beschermt. Die verkoopt hij los of in stootzakken (later aanvaarzakken geheten). Opvallend veel van die zakken komen uit Zwartsluis waar ambachtelijke bedrijven ze vol stoppen met riet- en kurkafval. Riet is er in overvloed in de moerassige Kop van Overijssel.

Een van die bedrijfjes is Jalink. Rinsje bezit rond de eeuwwisseling een prijscourant van Jalinks deugdzame cocoskurkzakken. De Zwartsluizer maakt ze van 70 tot 125 cm en verzekert dat mijne zakken van binnen voorzien zijn van zuiver kurkafval en getaand zeildoek, terwijl de mat [=hoes] van prima cocostouw wordt vervaardigd, ... het beste wat er op dit gebied bestaat.’

Zijn zeildoekkurkzakken zijn omwonden met geteerd henneptouw en vormen een duurdere variant. Het goedkoopst zijn de rottingcocoszakken, waarin rotan is verwerkt. (Rotan , een koloniaal product, is goedkoper dan het Mediterrane kurk). Wellicht uitgenodigd door deze prijscourant bestelt Rinsje 17 kokoszakken in de maten no. 1 t/m no. 8 en 1 rottingzak no. 4.

Jan Siebold doet zaken met drie bedrijven uit Zwartsluis: H. Flarte & Co., Fabriek van aanvaarartikelen, J. Kragt & Co., Cocoskurk- en Rottingzakkenfabriek en J. van der Stouwe, Groothandel in hooi, handel en fabriek in matten, die stootzakken vult met oud touw en riet*

RAO-Handelsregister Zwolle, 1921-1929, inv. 0226-doss. 07571. Van der Stouwe zal later samengaan met J. Beld. Weer later zullen ze zich Besto noemen en zijn ze een van de grootste reddingsmaterialenfabrikanten van Europa, mededeling Carol de Vries, e-mail 13 nov. 2003.

Een kijker van het type Liverpool en een boterdooskompas.

Barometers en andere meteorologische instrumenten zijn niet het enige gereedschap dat de veiligheid aan boord bevordert. Ook verrekijkers dragen bij aan een behouden vaart. M.A.M. Cornets de Groot in Rotterdam verkoopt Rinsje een dag- en nachtkijker van het type Liverpool (ƒ 10,50).

Die is bestemd voor kapitein Pepping wiens kustvaarder op een helling in Stadskanaal ligt. De 18 Scheepsglazen prismatiek, breed 7 cm /20 van 65 cent per stuk, die de Sneker glasfabriek van M.J. Houwink levert, zijn vermoedelijk ook voor een kijker of telescoop bestemd.

Ze liggen in het stro in een kist aan boord van een stoomboot die van Sneek naar Lemmer vaart. (Om de verkoop te bespoedigen houdt Houwink vrijdags van 12 tot 1 uur zitting in het Friesch Koffiehuis Leeuwarden)*

Archief De Vries, rekeningen 1899, Houwink 22 febr. Rinsje heeft Houwink overigens om prijsvermindering gevraagd, en krijgt die ook: Mej., Ik sta Ued 5% korting toe wanneer u [er]bij minstens 20 stuks besteld [!], doch lager kan ik de prijs niet stellen.

De voorraad van Jan Siebold bevat verder een octant (inkoopwaarde ƒ 2,-) en een sextant (inkoopwaarde ƒ 1,-). Een octant is een astronomische gradenboog die door hoekmeting de positie van het schip bepaalt. De sextant is een gradenboog met spiegels om met behulp van de weerkaatsing van het zonlicht de positie te bepalen.

Een breed aanbod uit Den Haag

Een kompasmaker uit Enkhuizen.

Voor de positie- en routebepaling is ook het kompas onontbeerlijk. Rinsje koopt haar compassen bij F. Smeding in Enkhuizen. Kapitein Van der Veen ruilt 1 Oud Compas in voor een nieuw kompas, bestemd voor zijn stoomscheepje Telegraaf dat de beurtdienst Sneek-Lemmer onderhoudt.

In 1927 verkoopt Jan Siebold vier kompassen (samen ƒ 75,-), tegenover slechts vier aanvaarzakken en geen enkele barometer. Verder geeft hij 1 Houten Boterdooscompas in bruikleen aan schipper Philip Westers uit Eernewoude (bijnaam: Doove) en ruilt hij met schipper J. Hof uit Gaastmeer een kistkompas tegen een boternap. Met dit laatste wordt wellicht boterdoos bedoeld, de vorm aangevend van een type kompas. Ook verkoopt Jan Siebold een kompasnaald (voor ƒ 1,-) en enkele Compasroozen (vrachtkosten ƒ 0,50)

Een kleine briefwisseling.

Een kleine briefwisseling tussen kompasmaker F. Smeding uit Enkhuizen en de weduwe geeft interessante informatie over hoe zij een vakman van buiten inschakelt ten behoeve van haar verkoopactiviteiten. De briefwisseling werpt licht op haar manier van zaken doen. Rinsje vraagt in oktober 1901 aan Smeding een prijsopgaaf, want er is op dat moment veel vraag naar kompassen.

De kompasmaker die vanuit zijn Handel in Visscherij- en Scheepsmaterialen in de haringstad werkt, antwoordt: Op U schrijven van dd. 29 dezer bericht ik U dat het regeleeren van Kompassen hier in de haven ƒ 10,- kost. Wat den prijs der Kompassen betreft: die zijn zeer verschillend, ik heb onlangs schipper Groenhof een kompas erbij geleverd van ƒ 12,- en schipper J. Tromp een van f 8-, dat gaat naar verkiezing. U begrijpt zelf wel de duurste zijn de beste.

Kompassen van Smeding voor Waterberg en Pronk

De prijs van het kompas wordt vastgesteld op ƒ 30,-. Het instrument is bedoeld voor het schip van schipper E. Pronk dat in de Amsterdamse haven ligt. In opdracht van de weduwe brengt Smeding het kompas zelf naar Amsterdam om het aan boord van Pronks schip te installeren zodat ook bij hoge zee het stabiel staat en te reguleren zodat de naald precies naar het noorden wijst en ver afstaat van alle grote ijzermassa’s aan boord.

Vlak voor zijn vertrek vraagt Rinsje Smeding in Amsterdam nog een tweede kompas te leveren, en wel aan schipper Waterberg. Smeding schrijft vanuit Enkhuizen aan de weduwe in Lemmer: Ik maak hierbij nogmaals de opmerking dat ik voor één schip ƒ 30 noteer; heeft U er twee schepen te gelijk zal ik ze beide voor ƒ 50,- in orde maken. U kunt zelf wel begrijpen als U mijne geleverde kompassen beziet, daarbij mijn regeleeren en materialen, èn reis- èn verblijfskosten voor 2 personen, wat bagatel er dan voor mij overschiet. Werkelijk ik kan het niet minder doen. Inmiddels met achting, F. Smeding. (Heeft Rinsje ook bij hem op prijsverlaging aangedrongen?).

Smeding reist dan met een knecht per trein naar Amsterdam, waar hem een teleurstelling wacht: Inmiddels maak ik U attent dat ik in plaats van twee schepen te regeleeren er maar een aanwezig was. Als ik in ‘t vervolg weer komen moet voor een schip doe ik het niet minder als ƒ 30,-. Op zoon manier zou ik er nog schade bij hebben in plaats van voordeel, daar het op moment zeer druk is bij mij met reguleere en met verstellen van kompassen. Dit is nu juist de tijd dat ieder gaarne geholpen wil zijn; dat het zulk slecht weer is geweest kan u natuurlijk niets aan doen, maar dat schipper J. Waterberg den geheelen dag juist moest laden, te midden van zooveel ijzeren schotten, was voor mijn werk zeer ongeriefelijk. Inmiddels hoogachtend.

Rinsjes reactie.

De kompasmaker laat elke opdracht op deze manier van een knorrig briefje vergezeld gaan. Hij maakt er een gewoonte van achteraf te mopperen, in plaats van dat hij vooraf duidelijke afspraken maakt. Smeding wekt zo een minder zakelijke indruk dan de Lemster weduwe. Dit blijkt uit een brief van haar hand uit december 1901, waarvan men in Lemmer gelukkig een afschrift heeft bewaard:

Brief van Rinsje aan kompasmaker Smeding.

Ze benut de kantlijn ten volle. Daar ik eenige dagen van huis was, werd ik verhindert U de gelden of eenige letteren te doen toekomen. [...]. Bij mijn thuiskomst vond ik schrijven van den scheepsbouwer voor wie ik het regeleeren der Compassen bevorderde, dat de schippers of een dier schippers had geschreven dat het Compas niet in orde was. Dit speet mij zeer, daar ik gaarne ook met U zoude afrekenen. Ook te meer daar ik voor een ander dat bewerkstelligde, terwijl ik er zelfs niets mede nodig had.

Gaarne zoude ik van U eenige letteren terugontvangen, of weten of U van hem ook een bewijs heb dat het regeleeren der Compassen goed, en hem naar genoegen was. Om reden het lastige luitjes zijn. Heeft U dat, welnu dan hebben wij er niets meer mede nodig, en zend ik U per eerste gelegenheid het bedrag der rekening. Excuseer late beantwoording. In afwachting teken ik, hoogachtend, UE wed SJ. de Vries enz..

Smeding ontkent vervolgens op hoge toon dat hij de klus niet goed heeft uitgevoerd. Maar hij is de pineut. Er volgen geen aanvullende betalingen.

Rinsjes bedrijfsvoering.

Rinsjes brief licht een tipje van de sluier van haar bedrijfsvoering op. Ze toont zich ongevoelig voor Smedings gelamenteer en schuift de verantwoordelijkheid voor de minder gelukkige kompasinstallatie geheel op de Enkhuizer af. Tegelijk grijpt ze de onvrede van de twee klanten aan om de betaling van Smedings factuur op te schorten. En hoewel ze van enige invoeling blijk geeft (om reden dat het lastige luitjes zijn), verlangt ze garanties van kwaliteit en tevredenheid alvorens een cent te betalen. Verstandig en handig.

Tekening: Van Kampen, De zeilsport 1924, 412; ‘De zes naalden liggen drie aan
drie parallel naast het hart van de roos.’ Kompasroos met zes magneetnaalden

Ankerlantaarns, toplichten en vier witte vleermuisbollen.

Een Lantaarne. Gesleepen Bol En Geklonken ƒ 6.-, maar de Dordtse lantaarnmaker Van den Bosch moet weinig vertrouwen hebben in de fa. Wed. S.J. de Vries & Zn.: ScheepseBoeften’

Bij nacht en ontij zijn schippers van vracht- en vissersboten en kapiteins van stoomboten verplicht tot het voeren van boordlicht, voor hun eigen en andermans veiligheid.

De firma Wed. S.J. de Vries & Zn. in Lemmer verkoopt alle petroleumlantaarns en het assortiment is ruim. Elke lantaarn heeft zijn eigen plekje op het schip en zijn naam geeft aan waar dat is. Er zijn kompas-, ruim-, boord- en ankerlantaarns, top- en achterlichten en zijlantaarns (die gaan per stel)* De fraaie bollantaarns zijn vooral geschikt voor in de mast.

‘Later heten ruimlantaarns schotlantaarns, voor de binnenverlichting. Achterlichten zijn de heklichten en zijlantaarns boordlichten (bakboord en stuurboord). Men kan daadoor altijd zien of een ander schip een kruisende koers heeft, voor je uit vaart of naar je toe komt,’ Carol de Vries, e-mail 14 april 2004.

Bollantaarn ‘voor petroleum ingericht’

De knecht is bezig ze te maken.

Rinsje koopt maar liefst 48 koperen lantaarns bij B.Hartelust, IJzerwaren, Staaf- en Plaatijzer, Steenkolen in Leeuwarden, waarbij ze met succes afdingt: De 48 koperen lantaarns heb ik tot de door U gestelde prijzen geaccepteerd. Daar 't nogal groote quantum I, [is] 't mij gelukt eenige reductie af de prijs te krijgen. Morgen wordt u een gedeelte toegezonden, Hoogachtend, B. Hartelust.

Een andere leverancier uit Leeuwarden is de Friesche Metaalwarenfabriek voorheen Y. Molenaar, Kunstlakkerij, Fabriek van Geijkte Blikken Maten, Turfbakken, Doofpotten enz., die Rinsje zes zeelantaarns verkoopt, met de toevoeging: M!. De koperen bollantaarns zend ik u met 14 dagen.

De knecht is bezig ze te maken, Achtend. Ph. Zock uit Dordrecht is een Fabrikant van scheepsseinlantaarns en machinekamerlantaarns. Hij verzendt koperen bollantaarns en 1 stel gegalvaniseerde zijlantaarns prisma naar Lemmer, goed verpakt in een mand met hooi.

Een uit Duitsland afkomstige grote lantaarn is de of Fledermaus, vleermuis of zelfs: Fledermuis. Rinsje haalt vleermuis-stormlantaarns uit Groningen*

Archief De Vries, rekeningen 1902, Wortelboer 7 juli. ‘Dit zijn de bekende stormlantaarns in diverse maten. Op sommige papieren zakken stond de naam van de fabrikant: “Fledermaus”,’ Carol de Vries, e-mail 14 april 2005.

Voor haar zoon zijn de lantaarns ook goede handel. Hij heeft met de jaarwisseling van 1924-1925 42 lantaarns in stock.

Tussen al die petroleumlantaarns in de winkel staan twee flambouwen opgesteld. Een flambouw is een toorts waarvan de brandbare kop bestaat uit losgedraaid touw dat in een mengsel van hars en terpentijn gedoopt is, daarna geperst en met kardoespapier omwikkeld. Voor de zekerheid heeft Jan Siebold ook nog een brandweerlantaarn staan.

Jan Siebold koopt zijn lantaarns met name bij de fa. W. Homeijer Jr., Scheepskoperslager en Lantaarnmaker in Amsterdam. In 1927 zet hij zeven lantaarns af en repareert hij er zes. 1 echte fledermuis verkoopt hij aan Gosse Wierda, die in Lemmer kolen vent. Als hij de vleermuis aan z’n kar hangt, kan hij ook 's avonds kolen rondbrengen*

Archief De Vries, inventarisboek 31 dec.1924, z.p., (Winkel, ƒ 3.770,76, resp. ƒ 4.189,16) en Idem, verkoopboek, 110., rekeningen 1906, Wortelboer 21 sept. en debiteurenboek 1921-1929, 541 (1926); ‘Gosse Wierda, die was brandstoffenhandelaar,’ Judith Schirm-de Rook, vraaggesprek 12 febr. 2004.

Verlichting en verduistering.

Onder Jan Siebolds klanten is kapitein Haije Bouwman van de Groningen-Lemmer Stoombootmaatschappij, die voor ƒ 5,75 een nieuwe ruimlantaarn voor zijn Groningen V koopt, dubbel noodzakelijk wanneer het stoomschip als nachtboot op Lemmer vaart*

Archief De Vries, rekeningen 1902, Wortelboer 7 juli. ‘Dit zijn de bekende stormlantaarns in diverse maten. Op sommige papieren zakken stond de naam van de fabrikant: “Fledermaus”,’ Carol de Vries, e-mail 14 april 2005. en boek 1921-1929, folio 142 (1923).

Zijn collega’s Johannes Grijpsma, s/s Lemmer, en R. de Jong, s/s Groningen IV, zijn eveneens goede klanten van de mastmaakster, van wie zij hijsdraden, manillatouw, lantaarns en reddingsmaterialen betrekken. Grijpsma zal in 1928 de eerste kapitein van de Jan Nieveen worden, het vlaggenschip van de GLSM.

In de Hongerwinter varen de Jan Nieveen en de Groningen IV hun route over het IJsselmeer onverlicht vanwege de door de Duitse bezetter verplichte verduistering. In veel diensten liggen de twee zusterschepen op tegenkoers: de Groningen IV is dan onderweg naar Amsterdam en de Jan Nieveen naar Lemmer. Op zekere nacht naderen ze elkaar ter hoogte van Urk. Het zicht is slecht. De navigatieverlichting is gedoofd. Met een enorme klap varen de schepen op elkaar in. De ravage, vooral op de Groningen IV is enorm. Het voorschip wordt door de machtige steven van de Jan Nieveen opengereten. Snel begint het schip te zinken. De passagiers in de voorpiek zijn niet meer te bereiken. Zij gaan met het schip ten onder. Veertien mensen laten het leven. Die nacht wordt de zwartste bladzijde geschreven van de geschiedenis van de NV Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij.

De in Lemmer gekochte lantaarns hebben op de getroffen zusterschepen geen baat kunnen brengen, evenmin als de twee groote reddingsboeien met naam geschildert.

Lammeglazen en witte glaasjes voor de Fledermuis.

Bij enige zeegang vallen of stoten petroleumlampen al gauw kapot. Ik heb nog nooit een bollantaarn gezien die het op de Zuiderzee in een masttop van een klein slingerend jacht op den duur uithoudt. De glazen omhulsels zijn dan ook los verkrijgbaar en Rinsje houdt ze ruim in voorraad. Lantaarnglazen koopt Rinsje o.a. bij Houwink in Sneek, Zock in Dordrecht, en Wortelboer & Co. in Groningen, En Gros Petroleumlampen, Galanteriën, Nikkelwaren en Luchttrekpetroleumgaskooktoestellen.

De meeste lampenglaasjes zijn transparant, sommige wit, groen of rood geverfd. De meeste vleermuisbollen zijn wit. Er is ook een koperen Tweekleurlantaarn. Groen en rood?. De kostbaarste lantaarns zijn voorzien van prismaglas.

Ook Rinsjes zoon heeft een rijk assortiment aan glazen, die hij een paar keer, vermoedelijk voor de grap, als lammeglazen spelt. Jan Siebold verkoopt in 1927 in totaal 56 glaasjes (waaronder 1 Fledermuisglas). De schippers kopen 2 tot 6 glaasjes per keer. Een Seinlichtbuikglas kost een dubbeltje.

Stevig glas voor op de brug, patrijspoorten en glazen voor scheepslantaarns zijn te koop in Sneek. Houwink is ook befaamd om zijn geëtste deurglazen

Roep- en motormisthoorns.

In mist en bij dichte neerslag werken zelfs de vleermuizen niet meer. Wanneer het zicht nihil is, zijn de scheepslui aangewezen op hun gehoor. Misthoorns ontbreken niet in Rinsjes winkel. Ribbens, in Bergen op Zoom, levert ze voor ƒ 1,05 per stuk. De Gebr. Hollander die zijn ijzersmederij in Lemmer met een stoom-metaaldraaierij, koper-, blik-, zink- en kachelmakerij combineert, fabriceert als zinkmaker veertien misthoorns à 80 cent.

Daaruit valt af te leiden dat de misthoorns die Rinsje een paar jaar eerder in voorraad heeft genomen, al op zijn. Het gaat om 100 hoorns die ze toen, ook voor 80 ct per stuk, bij Werners Zwemvestenen Reddingsboeienfabriek in ‘s-Gravenhage heeft gekocht. (Werner beweert hofleverancier van H.M. de Koningin Moeder te zijn, maar aan haar zal hij geen misthoorn kwijt kunnen!*

Archief De Vries, rekeningen 1899, Werner 5 jan. Emma van Waldeck-Pyrmont is koningin-regentes van 1890-1898 en wordt na de troonbestijging van Wilhelmina in 1898 Koningin-Moeder genoemd.

Honderd hoorns is een grote hoeveelheid. De zinken toeters zijn natuurlijk betrouwbare handel in een land waar mist een gast is die, hoewel ongenood, maar al te vaak op bezoek komt. Elk schip is bovendien verplicht een misthoorn aan boord te hebben om er de diverse 'seinen' op te blazen bij het naderen van een brug: attentie, ik sla achteruit of ik passeer aan bakboord, enz.

In de scheepswinkel op de Polderdijk zijn onder Jan Siebolds beheer de volgende mist en roephoorns in voorraad:

Hoorns op 31 december 1924

Een pompmisthoorn wordt handmatig, met een blaasbalg, aangeblazen, een motorhoorn met stoom.

Jan Siebold verkoopt een Esschen Misthoorn Model 6½ x 32 cM 1 Gr. Br aan de Gebr. Hollander en een gewone zinken aan visser Hidde Koornstra (LE 27)  Een motorhoorn gaat naar Gerrit Hoff & Co. die heeft dan ook een motorvrachtboot.

Hoff is een bekende figuur in Lemmer. Hij vaart als beurtschipper naar Urk heen en weer. Op dat eiland vindt hij, net als Jan Siebold, zijn vrouw. Op 25 mei 1909 trouwt hij met Aafje Gerssen. In die tijd is hij nog compagnon van Auke v.d. Veen, een aardappelhandelaar. De twee Lemster schippers onderhouden dan een wekelijke dienst met tjalk vanuit Lemmer op Urk*

Brief 16-9-2004 van Henk Brouwer, Museum Het Oude Raadhuis, Urk. Auke van der Veen vaart later ook met stoomboot, namelijk op Sneek, Oudhk. Lemm., map K1, info J.W. de Jong. het lijkt erop dat de wegen van Hoff en Van der Veen scheiden inde periode dat beiden motoriseren.

Van Sinkel naar de specialist.

Het nautische instrumentarium dat de mastmaakster te koop aanbiedt, is rijk gesorteerd en lijkt zelfs flamboyant. In de jaren twintig blijft veel ervan echter onverkocht. Jan Siebold mag dan nog wel eens motorhoorn, sextant of bollantaarn verkopen, het houdt niet over in vergelijking tot de tientallen die Rinsje hoogstwaarschijnlijk aan de man brengt.

De reden van de dalende omzet, afgezien van het economisch tij, zou kunnen zijn dat schippers hun technisch hoogwaardige benodigdheden niet meer bij de Lemster scheepswinkel van Sinkel bekomen, maar liever bij een specialist. Alleen de accessoires die sneller vervanging behoeven en goedkoop zijn, blijven het goed doen, zoals lantaarnglaasjes, kralen en kurk. En ook kompassen zet Jan Siebold naar verhouding goed af*

In 1927 verkoopt hij vier kompassen (samen voor ƒ 75, -), tegenover bijvoorbeeld maar twee kokoszakken en geen verrekijkers en barometers.


TOP