Home » Lemmer » Mast en blokmakerij de Vries » De kleding en de vlaggen

De kleding en de vlaggen

De firma De Vries tuigt niet alleen het schip, maar ook de zeeman op. De winkel op de Polderdijk heeft een basisvoorraad zeewaardige kleding. De voorraad bevat eind 1924 6 zuidwesters, 3 jumpers, 7 broeken, 5 jekkers, 6 voor de helft dubbelgevoerde oliejassen, 6 olieschorten en 1 kort jakje (ƒ 4,70 voor 't jakje). Het filiaal in Amsterdam is ook goed voorzien*

Archief De Vries, inventarisboek 31 dec. 1924, z.p., resp. filiaal Amsterdam [ƒ 0,00]. Jan Siebold heeft achter 8 paar slobkousen tussen haakjes 4 paar? met een vraagteken geschreven omdat er maar vier paar berekend zijn.

Een pijpen is hier een losse overbroekspijp van zeildoek. Een slobkous is een sok zonder zool, onder de voet met een riempje bevestigd en aan de zijkant toegeknoopt, inz. gedragen als men langs slijkerige wegen moet gaan, en in de steden ‘s winters tegen koude voeten.

De schipperskleding, die prijzig is, zorgt voor slechts een klein deel van de omzet. Slechts een- of tweemaal per jaar worden er kledingstukken verkocht. Schipper Popke Steigenga uit Sneek schaft een oliejekker aan (ƒ 6,-) en visser en snelzeiler Wiebren Scheffer (LE 91) een jumper (ƒ 3,-)*

Archief De Vries, debiteurenboek 1921-1929, 255 (1926), 546 (1927) en 255 (1926); Post (1993), 91; Visserijregister Vlaardingen: Siemen Scheffer LE 91, 1927; W. Scheffer wordt met de ijzeren aak Zuiderzee (LE 44) 3e in de "18 zeemijlen"- kategorie (houten en) ijzeren vissersvaartuigen op het Buitenij in 1903, en 4e in 1904, Huitema (1982), 268; Archief De Vries, verkoopboek 1927, 10.

Scheffer, een schilderachtige figuur, draagt die jumper niet op de wal: Er was in 1902 in Bunschoten een botter te koop. Daar voer Wybrand Scheffer op, die was als jonge kerel naar Bunschoten verdaagd en daar getrouwd; hij liep in de Bunschoter dracht (Willem Toering)

162-3.jpg

Advertentie in het programmaboekje voor een zeilwedstrijd op het Buitenij (1917). Scheffer eindigt daar als derde.

Een zeeduffels pak en een dikke oliejekker.

Scheffers collega, visser Douwe Thijsseling, bijnaam Bels of Oude Bellouw, schaft een oliejekker aan die hij bij zeilmaker M.F. de Vries laat vermaken. Deze jekker is dikker dan normaal en zal hem op een dag in 1927 een grote dienst bewijzen.

Hij is dan uit vissen met zijn vader Jacob Thijsseling en Obbe Poepjes in de schouw LE 1*

*Bijnaam De Bels, brief Henny Kingma, jan. 2005, en Oude Bellouw: Archief De Vries, debiteurenboek 1921-1929, folio 15. LE 1: Visserijreg. Vlaard.

 Het was ruim drie weken na ons trouwen en wittebroodsweken waren er vroeger niet bij. Wij voeren bij vliegend weer met zeeën bijna zo hoog als een toren, in onze schouw naar Lemmer. Ik ging in ons roeivletje achter de schouw om water te hozen. Opeens sloeg het bootje om en daar lag ik in de kolkende golven met de dood voor ogen, vlak boven het Vrouwenzand. Toevallig droeg Thijsseling die dubbelgevoerde jekker: De wind kwam eronder en zo bleef ik in de hevige storm met het hoofd boven water.

Zijn vader en Poepjes moeten dan met de schouw eerst draaien en door de wind om bij Douwe te kunnen komen. Twintig minuten lang vecht de jongen in het ijskoude water voor zijn leven totdat de schouw hem bereikt. Zo wordt hij gered door zijn vader, Obbe Poepjes en de oliejekker van De Vries*

‘Hachelijke onderneming van Lemster vissers,’ Weekblad Zuid-Friesland, 2 februari 1968. Het is niet zeker bij welke De Vries de jekker is gekocht: die van de touwwinkel of die van de zeilmakerij.

Werkmansbroeken voor de knechten.

De verkoop van kleding aan schippers verloopt meestal indirect, via collegawinkeliers. Voormalig filiaalhouder Fernhout in Hoogeveen verwerft voor ƒ 7,- een lange oliejas, ½ gevoerd. Joh. Feenstra heeft in 't Heidenschap een winkel in kruidenierswaren en voerartikelen. Het gehucht 't Heidenschap (It Heidenskip) ligt aan het Hofmeer bij het Fluessen. Het is de thuisbasis voor diverse schippers*

RAF-Handelsreg., inv. 9197. ‘Voor de schippers is Heidenschap altijd een geschikte plaats geweest. Niet alleen vanwege de meestal hogerwal, maar ook om dat de Heidenschapster boeren heel wat terpmodder nodig hadden’, Speerstra

Feenstra voorziet hun van victualiën en ook van kleding. Hij neemt van de firma Wed. S.J. de Vries & Zoon vier oliejassen (ƒ 6,25 per stuk) en zes broeken (ƒ 4,50) af, maar al na een week stuurt hij, om welke reden dan ook, één jas en twee broeken terug.

Rinsje en Jan Siebold kopen de werkkleding voor hun personeel. Ze droegen van die bruine werkmansbroeken en met de kermis kregen ze altijd een nieuwe. Want als de lui voor de deur zaten en er kwamen allerlei mensen langs voor de kermis, moesten ze netjes zijn. Mijn grootmoeder [Rinsje] zei daarover heel hatelijk tegen mijn moeder [Karolina]: Die naaien we altijd zelf. Mijn moeder dacht: Ik zal je wel krijgen en haalde een oude broek uit elkaar, legde de delen op de nieuwe stof en maakte zo een mooie nieuwe.

Het is dus niet altijd koek en ei tussen Rinsje en de vrouw van haar zoon Jan Siebold, - althans in de herinnering, later, van de schoonfamilie.

163-2.jpg

Foto Karolina: collectie Carol de Vries, Amsterdam. Er is enige twijfel of het echt
Karolina is die op de foto staat.

Een koe met de broek aan.

Maar de weduwe naait en verhandelt niet alleen herenbroeken. Er zijn in de havens heel bijzondere broeken nodig voor het in- en uitladen van stoomschepen. Want daar kon van alles gebeuren. Soms sprong een koe overboord. In Harlingen zwom er dan wel eens een dier de Kleine Voorstraat in. De koe werd in dat geval door het water naar de boot teruggedreven en met een zogenaamde broek aan boord gehesen. Aan boord moesten de koeien in de volgepropte ruimen ook nog worden gemolken.

De melk werd meestal aan boord tot boter gekarnd en mocht worden gehouden. Weduwe De Vries en haar zoon verkopen die broeken voor koeien en paarden in Lemmer, alsook het hijstuig waarmee het paard of de koemet- de-broek-aan op het dek of de kade wordt gezet. Voor kapitein Schaafsma van een van de Lemmerboten zijn 2 Paardebroek-boomen 1 M lang, 7 cM ø, 2½ uur werkl. bestemd, ze kosten   ƒ 6,-  Onder zo’n boom hangt het paard-inpaardenbroek in een strop aan het hijstouw*

‘Het zal een vergrote uitvoering zijn van een hijsbroek die mijn vader in ongeveer 1960 heeft laten maken bij de zeilmaker. De paardenbroek zal een dubbel stuk canvas zijn geweest van 100 cm breed en 300 cm lang, met brede zomen in de korte uiteinden, waar stukken rondhout van 7 cm. in gestoken werden. Aan beide zijden werd een touwstrop gesplitst van ongelijke lengte, zodat de lange strop door de korte strop heen gestoken kon worden. (eerst onder de buik van het paard langs) Uiteindelijk werd het paard of de koe aan één strop opgehesen, Carol de Vries, e-mail 11 april 2005.

Twee bobbed hoedjes voor mevrouw Bos.

Voor het Lemster bedrijf is de scheepskleding bijzaak, maar de mastmaakster houdt die wel op voorraad, want aan de klant wordt geen nee verkocht. Kleding voor op de wal en zondagse pakken komen in de verkoopboeken echter niet voor. Laat staan de laatste mode. Daarvoor moet de klant naar de gewone klerenwinkel, zoals het kledingmagazijn van Schirm op de Schulpen.

Maar Jan Siebold maakt wel eens een uitzondering. Machinist J. Bos van het stoomgemaal in Tacozijl plaatst in mei 1927 een bijzondere bestelling: 2 Bobbed hoedjes, elk een gulden. In de jaren twintig van de vorige eeuw hoort het kort geknipte (bobbed) haar bij de mode van de beau monde. De dames dragen er een hoedje bij dat als een dop om hun hoofd past, tot vlak boven de ogen. Deze cloche wordt in de hele wereld bekend wanneer filmsterren hem gaan dragen* 
Gaat mevrouw Bos met haar tijd mee? Of is het een dochter die het ding wil?

De mode van het kort geknipt, golvend haar onder een nauw sluitend hoedje, gecombineerd met ruim vallende stropdas,rok tot boven de knieën en een sigaret in een lang pijpje is afkomstig uit Parijs (ca. 1910). Het hoedje kan van verschillende stoffen worden gemaakt: wol, raffia, katoen, linnen, sisal. Na de eerste wereldoorlog slaat de mode over naar de V.S. De haardracht en het hoedje zijn gedurende het interbellum in heel Europa populair waarbij het haar steeds korter
wordt geknipt.

Hoe dan ook, Jan Siebold verkoopt de twee nauwsluitende hoedjes aan Bos. Waarschijnlijk heeft hij ze zelf op Bos' verzoek uit Amsterdam meegenomen; hij maakt dit jaar vele reizen met de Lemmerboot naar de hoofdstad. Dat wufte modeartikel verkopen moet toch een stap zijn voor een man die steil gereformeerd genoemd wordt. De vrouwen in zijn eigen -minder mondaine- familie zullen zo’n duivels dopje wel niet over de oren hebben geschoven.

Ansjovisgalen voor mijn vriendin.

De mastmaakster handelt een paar maal in ansjovisgaal. Gaal is een (uitstulpende) strook van een net. In sommige jaren zijn de ansjovisvangsten zo enorm, dat behalve vissers jan en alleman een netje uit gaat werpen*

1899, het jaar van Rinsjes bestellingen, is niet een zeer goed ansjovisjaar, 1890 en 1902 bijv. wel, Dorleijn (1996), 5-251.

Rinsje tracht daarop in te spelen. Ze koopt de galen bij de nettenproducent van Lemmer, Jurjen (later Jan) Pen.

164-2.jpg

1899, het jaar van Rinsjes bestellingen, is niet een zeer goed ansjovisjaar, 1890
en 1902 bijv. wel, Dorleijn (1996), 5-251.

Pen is op 24-jarige leeftijd, ca. 1882, vanuit de veenderijen naar Lemmer getrokken, zoals veel binnenvissers. Maar hij verlegt zijn werkzaamheden. Na enige jaren heeft hij een winkel aan de Schans, een garenbaan aan ‘t Leeg en een taanschuur vlakbij de Vissershaven. Op die baan buiten op straat breit Pens personeel zijn netten. Maar het bedrijf blijft groeien en Jan Pen wordt rond de hele Zuiderzee een succesvol handelaar nadat hij het landelijk verkoopmonopolie van in Apeldoorn machinaal gefabriceerde netten heeft verworven* 

De Apeldoornse nettenfabriek is rond 1882 door K.G. von Zeppelin gesticht, Dorleijn (1996), 5-188, 226, 227.

Archief De Vries, rekeningen 1899, Pen 17 jan. (afgebeeld) en 25 jan., 13
maart, 17 mei.

De voorraad gaal is nog gering.

Jan Pen noemt zijn dorpsgenote: Vriendin!
Niettemin is hij niet heel vriendelijk: De prijs u opgegeven is de laagste die er genoteerd word[t]. Voor grote getallen te verkopen moet u, u eerst vergewissen of u ze kan bekomen.

Wanneer de weduwe een nieuwe bestelling doet, reageert hij kortaf. Rinsje schrijft: Geef svp brenger deezer 50 bovenstaande galen meede: 1 pak 30, 1 pak van 20 stuks. Dit pak van 30 stuks hebben wij het noodigst, de Vries.

En Pen antwoordt pinnig: Nu kan ik voor half Februari niets meer afstaan.
Vindt de nettenverkoper het niet prettig dat Rinsje zich tussen zijn handel en zijn klanten manoeuvreert?

Vlag en wimpel en een franje rood-wit-blauw.

Deel van een prijscourant van na de oorlog van de fa. De Vries in Amsterdam.

Het laatste onderdeel van het tuig dat nog onbesproken is, is veelkleurig. Vlaggen verkoopt de fa. Wed. S.J. de Vries & Zn. aan klanten op de wal zowel als aan vissers en schippers.

Wij leveren dus het dubbele van wat u vraagt.

Wed. De Vries koopt haar vlaggendoek in Zuid-Holland bij Van Mels en vooral bij Le Poole. De firma W. H. van Mels, Eerste Ned. Vlaggenfabriek, uit Rotterdam verzendt in 1901 3 Holl. Vlaggen ƒ 2.25 x 4.20 = 6 El en 3 Lichtbl[auwe] standaards zonder letters 2 x 5,60 = 8 El, samen ƒ 52.50, incl. 5% korting.

De firma J. en A. Le Poole te Leiden verkoopt haar in datzelfde jaar 1 Rol franje Rood Wit Blauw en 1 Rol franje Wit, beide voor ƒ 1,85 met de brutale toevoeging: 1 Franje wordt bij ons niet minder dan [per] 70 Meter of 100 El verkocht, wij zenden U dus het dubbele van wat u vraagt, vertrouwende zulks naar genoegen zijn zal, met achting J & A le Poole. Het genoegen zal wel twijfelachtig zijn. Niettemin blijft de Leidse vlaggenmaker vlaggendoek leveren, in 1906 o.a. 1 dubb ¾ fijnsmal blauw en 2 Pl franje wit.

De frisse wind van de concurrentie waait kennelijk door de branche, want beide fabrikanten geven forse kortingen op hun wapperende waar. Ze zijn daar ongetwijfeld door Rinsje toe aangezet, die, zoals eerder bleek, bij leveranciers op prijsverlaging pleegt aan te dringen. Le Poole gaat tot 15% en meer: Zooals U ziet is de prijs ƒ 1,00 per stuk lager. Vertrouwende alles naar genoegen zal zijn, met achting J.A. le Poole.

De meeste vlaggen zijn van wol, maar ook katoenen komen voor. Jan Siebold koopt af en toe vlaggekatoen bij zijn buurman zeilmaker De Vries. De ingekochte rollen vlaggendoek en tientallen meters lange franje moeten nog geknipt en genaaid worden om ze voor de verkoop geschikt te maken.

Dat doen Rinsje en haar schoondochter Karolien zelf. Mijn moeder heeft veel vlaggen en vleugels voor de schippers genaaid. Daar moest aan twee kanten een zoom in van soms wel zeven el, allemaal op de trapnaaimachine. Sommigen wilde er ook franje aan, rood-witblauwe franje.

Trapnaaimachine uit 1902

In de voorraad in de winkel bevinden zich op 1 januari 1925:

• 2 effen blauwe vlaggen van elk 2 el
• 1 sleepvlaggetje
• 2 seinvlaggen
• 3 Hollandse vlaggetjes
• 50 Mtr Vlaggedoek (ƒ 40,-)

Met de sleepvlag waarschuwt de sleepbootkapitein voor de lengte en geringe wendbaarheid van zijn sleep. Het is een verplichte vlag voor wie sleept en gesleept wordt.

Heeft filiaalhouder Fernhout een feestje?

Seinvlaggen volgens voorschrift van het Internationaal Seinboek uit 1934

Ook Jan Siebold koopt zijn vlaggendoek vooral bij Le Poole in Leiden. Voor kleine hoeveelheden kan hij in Lemmer terecht bij Hendrik Siebe van Schoot, die in Lemmer op de Nieuwburen een winkelbedrijf heeft in manufacturen, herenconfectie, bedrijfskleding, bedden, ledikanten, dekens, matrassen en woningstofferingsartikelen.

Eind augustus 1925 haalt Jan Siebold er 5 Mtr Vlaggedoek voor ƒ 3,-. De vlag die hij eruit laat naaien, stuurt hij per vrachtauto naar Hoogeveen. Voor de verkoop in het filiaal of geeft filiaalhouder Fernhout een feestje*

Archief De Vries, kasboek 1925-1927, 26 aug 1925 (vier maanden voor de sluiting van het filiaal). Hendrik Siebe v.d. Schoot en later zijn zoon Siebe H. hebben op Nieuwburen 37 tevens een woning-stoffeerdersbedrijf en matrassenmakerij. De beddenwinkel bestaat van 1875 (door mijn vader opgericht) tot 1964, RAF-Handelsreg., inv. 2610.

In 1927 zet Jan Siebold in totaal 14 vlaggen af, exclusief een complete set seinvlaggen, verder 15 el vleugels en 11 el franje. Totale omzet ƒ 136,33. In dat jaar gaan er een Hollandse en een Friese vlag over de toonbank. De nationale driekleur is voor schipper G. van der Meer, die (niettemin) uit Heeg komt.

De Friese vlag gaat naar Jan Bos, de hoofdmachinist, trots dat zijn stoomgemaal tenminste een Provinciaal Stoomgemaal is. (Dat de Friese vlag (ƒ 4,00) een stuk goedkoper is dan de nationale driekleur (ƒ 6,50),- daar zit verder niets achter: het zal de maat zijn of het materiaal.

170-2.jpg

Vlag van de gemeente Lemsterland

Ik heb de lichtste blauwe kleur genomen die ik had.

De vlaggenfabriek snijdt uit het sierend dundoek niet alleen vlaggen. Ook wimpels en franje tooien de mast en de vlaggenstok. Onder een wimpel verstaat men een driehoekige vlag met een verhouding 1 : 3 of meer. Er zijn seinwimpels, oorlogswimpels, naamwimpels en vleugels.

Franje is de feestelijke rafelige garnering van een wimpel. De palinghandelaar en rederij W.A. Visser & Zonen uit Heeg wordt eigenaar van een Vleugel met franje van 9 el voor ƒ 7,50 

Naoorlogse bouwtekening van een ‘woonschip-tjalk-jacht’, een ontwerp van
 Henk Tingen, Amsterdam

Een wimpel hemelsblauw met de letters 'Stad Meppel'

Naamwimpels, ook wel standaards genoemd, zijn op sportjachten en vrachtschepen een goed gebruik. Ze worden hoog in de top gehesen.

Aan E. Beijer in Meppel, eigenaar van de schroefstoomboot Stad Meppel levert Rinsje in 1901 een wimpel hemelsblauw, lang 5 el, breed 1 el met de letters Stad Meppel erop met lijn en wervel voor ƒ 12,50*  Die letters zijn er door de vlaggenfabrikant op aangebracht.

De wimpel is geleverd door Stoomspinnerij Holland in Edam, Archief De Vries, rekeningen 1901, Zeilmaker 28 oktober. De Stad Meppel is in 1870 in Kinderdijk gebouwd en in 1891 aan Beijer verkocht, Bottema (1984), 2-55.

De Eerste Nederlandsche Vlaggenfabriek van Van Mels in Rotterdam sluit in hetzelfde jaar bij een factuur een prijscourant ... in waaruit U kunt zien dat standaards met letters zeer goedkoop worden geleverd. Ik…vond het vreemd dat U deze [lichtblauwe standaards zonder letters] bestelde, doch vreesde met heen en weer schrijven teveel tijd te verliezen… Daar ik reeds zeer veel zeil-, vlaggemakers in 't geheele land … tot hun volle tevredenheid bedien, twijfel ik niet of ik zal in het vervolg van U wel meerdere bestellingen bekomen..., WH v Mels.

In deze tijd kan men zich arrogantie jegens de klant goed veroorloven. In 1906 mag de Rotterdamse fabriek nog 1 lichtblauwe Standaard 2 x 7 meter [met de letters] Concordia, vervaardigen. Jan Siebold heeft een proeflapje met de gewenste kleur gestuurd. Van Mels schrijft: Ik heb de lichtste blauwe kleur genomen die ik had, denk dat verschilt maar weinig. Met de bijkomende franje, 20 el voor ƒ 1,.-, de korting en de contantzegel komt dat op ƒ 11,65. Met Concordia kan een schip bedoeld zijn of misschien de werf Concordia van (Wed.) Seijmonsbergen op Oostenburg in Amsterdam*

Tel. N9115 Seijmonsbergen, S., Scheepsbouwer, Oostenburgervoorstr. 41 (huis: Nassaukade), Tel.Gids 1915. De werf verhuist later naar Amsterdam-Noord: ‘Met deze scheepswerf aan de Korte Papaverweg in Noord deden we vroeger wel zaken, Carol de Vries, email 13 nov. 2003.

Vlaggenfabrikant Van Mels heeft Jugendstil briefpapier laten ontwerpen zodat de vorm van zijn facturen aan de inhoud is aangepast

Een liggend kruis, een palmboom of een treurwilg.

Vleugels zijn wimpels, meestal zonder betekenis, die dienen om de windrichting aan te geven. Maar niet elke vleugel is betekenisloos. Voor A. Kuperus, rustend schipper, is op 15 maart 1922 een rouwvleugel van 6 el bestemd. Een rouwvleugel is een driehoekige vlag die achterop het schip bij het roer aan de vlaggenstok hangt en signaleert dat iemand in de kring van de schipper of de schipper zelf overleden is.

In dit geval gaat het in ieder geval niet om A. Kuperus zelf, die in het archief steeds als 'rustend schipper' wordt aangeduid maar nog niet de eeuwige rust had gevonden, want vijf jaar later koopt hij nog slagpompen voor op zijn motorboot.

Wellicht geeft de rouwvleugel een sterfgeval van een familielid buiten Friesland aan. Jan Siebold valt de familie Kuperus niet lastig met de kosten van de rouwvleugel. Die ƒ 1,75 boekt hij op de laatste dag van het jaar af*

De RAF-overlijdensregisters geven in maart 1922 geen overleden A. Kuperus. Een maand eerder stierf wel een Gosse Kuperus, 80 j., uit Gaasterland, RAFOverijdensreg., Gaasterland 1922, 18 februari, akte 15. Ter ere van hém zal de aankoop van die vleugel, een maand later!, niet kunnen zijn. De verkoopboekhouding vermeldt nog een rouwvleugel, gekocht door M.F. de Vries op 28 maart
1924, wellicht voor een klant van de zeilmaker, Archief De Vries, debiteurenboek 1921-1929, folio 170.

Evenals de vlaggen worden ook de rouwvleugels door Rinsje en haar schoondochter zelf genaaid: Die moesten er dan meteen komen. Het stukje bovenaan was zwart-wit-zwart, en er zat ook een zwart-witte franje aan. Als er een sterfgeval was in de schipperij was alles halfstoks gevlagd.

Er zijn twee soorten rouwvleugels, want bij een sterfgeval schrijft de verzuiling zelfs op zee de omgangsvormen voor. In de rooms-katholieke rouwvlag prijkt een liggend wit kruis, in de protestantse een palmboompje.

Vissersschuiten kunnen achterop geen vlaggenstok hebben, vanwege het binnenhalen der netten. Bij hen wappert de rouwvleugel aan het scheerhoutje onder de masttop, met een eigen afbeelding. In een klein wit veld is een zwarte treurwilg geborduurd. De gelovige en niet gelovige vissers voeren die*

Het scheerhout, waar de vleugel aan genaaid is, vormt een stompe hoek met de mast omdat anders de vleugel naar beneden wijst of treurt, Huitema (1977), 212. 43, 44.

Rouwvleugels

Jan Siebold laat overigens vijfentwintig rouwvleugels vóór de winkel hangen of liggen. Is dat een enigszins morbide reclame voor zijn dundoek-assortiment of het uitdragen van memento mori?

Ook op 28 mei 1932, tenslotte, is er rouw in Lemmer, en niet alleen daar. Het laatste basaltblok is gestort: de Afsluitdijk is dicht. Rond het hele IJsselmeer hangen aan masten en gevels vlaggen halfstok. Met de Zuiderzee is een periode afgesloten.

Vooroorlogse vlaggenkist van Jan Siebold is door Van der Neut bewaard