1959

Om dit nieuwe jaar te beginnen is het misschien wel handig om eerst eens te vertellen hoe de Zeebuurt er destijds uitzag. Het is wel zo dat diverse foto’s bij dit verhaal van veel latere datum zijn dan van 1959.

Plattegrond Zeebuurt.

De Zeebuurt was opgebouwd achter de Parkstraat, (bekeken vanuit het oude centrum van de Lemmer)de oude scheidslijn van oud naar nieuw Lemmer zogezegd. Zo had je de Zuiderzeestraat, die parallel liep aan de Parkstraat en bijna even lang was. Hij begon alleen waar de 2e Parkstraat begon. Wat je tegenwoordig eigenlijk niet meer ziet was dat de Zuiderzeestraat toen een stuk hoger lag.

Althans zo heb ik dat vroeger zelf altijd ervaren. Tussen de 1e en de 2e Parkstraat had je een ingang naar de Zeebuurt. Je liep dan via de Pampusstraat. Aan de rechterkant was het Groene-kruisgebouw (16) en aan de linkerkant stond een blokje van 3 of 4 huizen, met een plantsoentje ervoor.

Groene kruisgebouw.

Liep je rechtdoor dan kwam je rechts voorbij de brandweer kazerne (6), met daarboven 2 woningen. In een ervan woonde de familie van der Bijl en in het andere de familie de Jong. Op de bijgaande foto zijn de grote ramen van de woningen reeds dicht gemetseld. Verder lopend kwam je dan bij waar het politie bureau (7) gebouwd ging worden. Rechtdoor kwam je in het weiland terecht wat er toen nog lag tussen Markerstraat en Kerkhof (65). Later zou dat een park worden met op ongeveer die plaats een vijver. Tegenover het politie bureau stond de lagere landbouwschool (95). Tegenwoordig de Dalton school. In de eerste jaren was dit deel natuurlijk ver weg voor mij.

Brandweer kazerne.

Was je linksaf geslagen dan was je de Zuiderzeestraat in gelopen. Rechts 1 blok met 6 woningen en aan de linkerkant eerst een blokje van 2 woningen van de gebroeders Frankema. (aannemers). Aan de linkerkant verschoten de woningen wat verder naar achteren zodat er aan de voorkant ook een tuintje was. Aan de linker kant van de straat had je dat niet en stonden de woningen direct aan de stoep.

De huizen aan beide kanten waren van verschillende bouw. Links dacht ik 4 grote blokken van elk 6 woningen met steeds daar tussen door een steegje zodat je achter de woningen kon komen om achterom te gaan en waar je dan uitkeek op de achterkant van de woningen in de 2e en 3e Parkstraat. Aan de rechterkant dacht ik 3 blokjes van elk 4 woningen. Ook hier kon je nog achterom. Daarna kwam er nog een klein blok van  3 woningen wat weer aan de stoep stond. En daarnaast stond de Christelijke MULO (88). In dit deel van de Zeebuurt woonden Kees de Bruin, Jan van der Wal, Fokke Brandsma en Appie Coehoorn. Jongens die ik later beter zou leren kennen.

Begin Zuiderzeestraat.

Dan kwam je bij de scheiding door de Flevostraat. Hier kon je linksom weer naar de Parkstraat. Aan je linker hand was het winkeltje van de gezusters Jaalsma en nog een woonhuis. Daar tegenover had je net als in de Pampusstraat een blokje van 4 huizen met een plantsoentje ervoor. Op het hoekhuis tegen de Zuiderzeestraat aan, woonden mijn tante Pietje en Omke Meint Visser. Die kinderboekjes schreef en stukken voor de Lemster toneelvereniging.

Kruising Flevostraat en Zuiderzeestraat.

De Markerstraat liep weer parallel aan de Zuiderzeestraat en keek uit over een stukje weiland en op het daarachter gelegen kerkhof. Hier stonden 3 vrijstaande woningen en een blokje van 3 woningen, waar buschauffeurs Van de ZWH woonden. De Markerstraat werd net als het parallel lopende stuk Zuiderzeestraat, beëindigd door de Christelijke MULO (88). Waar in het latere park, hier een grote zandbak zou worden aangelegd. Hier kwam je ook in de Flevostraat. Met aan het einde de voor die tijd revolutionaire hoogbouw van 2 op 1. Een groot blok met beneden 4 woningen en boven 8 woningen.

In een hiervan woonde de familie Kruize. De ouders van Henk, een latere vriend van mij. Tegenover de Christelijke MULO stond de Openbare MULO (87) met daar aan vast de gymzaal en het badhuis. We lopen door de Flevostraat weer terug naar de Zuiderzeestraat. Tegen over het gymlokaal had je ook iets in de sfeer van hoogbouw. Ditmaal was het gewoon 1 gezin onder en 1 erboven. Dit in een lang blok van 6 woningen onder en dus 6 boven.

In een van deze woningen ik meende het hoekhuis, gelijk achter tante Piet en Omke Meint, woonde mijn Oate, Roelofje Visser die daar later ook is overleden. Het toeval wil, dat mijn latere vrouw, vele jaren later in hetzelfde blok, maar enkele woningen verder heeft gewoond, toen ik haar leerde kennen.

Schoklandstraat met de Aak

Doorlopend kon je dan rechtsaf de Schoklandstraat in waar aan je linkerhand een blokje van 6 woningen stond en rechts de gymzaal. Verder lopend kwam je bij de kleuterschool de Aak (71). Bijna recht tegenover de achteruitgang van de Openbare Mulo. Doorlopend kreeg je rechts weer 2 op 1 woningen, eerst een blok van 4 op 2 en dan een stuk achteruit een blok van 4 op 2 en dan weer terug naar de straat nog een blok van 4 op 2 woningen. Hiertegen over had je de houtrijke woningen. Een blok met 5 woningen, waarvan de beide woningen aan de uiteinden een extra ruimte hadden en bewoond werden door directeuren van scholen. Van Heiningen en Kloosterman??

Aan het eind kwam je dan in de Urkerstraat. Maar we gaan eerst weer terug naar de Zuiderzeestraat. Was je niet de Schoklandstraat in gelopen, kon je even verder linksaf via de Gale Hamkemastraat weer naar de Parkstraat. Nu tussen de 4e en de 5e. Hier stonden 2 blokjes van 4 woningen tegenover elkaar. In de Zuiderzeestraat had je nu aan je rechterhand, met een tuintje ervoor en erachter een blokje van 4 woningen. Dan kreeg je een pad met een soort S bocht en kon je niet alleen achter deze woningen komen, maar ook naar de Wieringerstraat.

Dat doen we nog even niet. We gaan door en krijgen rechts een blok met 5 woningen en hiertegenover een blok van ook 5 woningen weer direct aan de straat. Hier woonden de gebroeders Roelevink, Bouke en Hielke met zus Geertje. Arend (stokje) Rottiné. Zo kwam je aan het eind en in de Urkerstraat. Links stond dan nog een blokje van 4 woningen en ertegenover een blokje van 5 woningen. Daar woonden Jouke Brouwer en Jacob Dam. Je kon vanuit hier in de begin jaren niet in de Parkstraat komen.

In later jaren zou men hier wel een verbinding maken tussen Urkerstraat en Parkstraat. Rechtsaf slaand had je een blok van 6 woningen aan je rechterhand. En daartegen over een blok van ook weer 6 woningen. Deze woningen waren net even wat anders gebouwd en ietsje moderner en stonden tegen de trambaan aan. Door lopend kwam je dan weer bij de Wieringerstraat en een doorgang naar de weilanden achter de trambaan.

De Wieringerstraat bestond uit links, ook een blok houtrijke woningen het waren er 5. Hier tegenover stond een blok van 4 woningen waarmee je dan weer uitkwam op de plaats waar je via de S gang door kon steken naar de Zuiderzeestraat. Aan je linkerhand De Aak en rechts nog een blok van 5 woningen. En was je weer in de Schoklandstraat. Terug maar weer. Naar de Urkerstraat. Vanuit de Wieringerstraat rechtsaf slaand kwam je dan in mijn kleine wereld. Aan de rechterkant het blok houtrijke woningen met de families Drent, Eilers etc. en links het blok waarin ik woonde. Daarnaast nog een blok van 6 woningen en achter een klein plantsoentje nog een blokje van 3 woningen.

Parkje bocht Urkerstraat

Zo ging je dan de bocht om. Aan de linkerkant was weiland wat later werd omgevormd tot een parkje na de aanleg van de Rondweg en rechts kreeg je na de bocht nog een blok van 5 houtrijke woningen. Hierachter lag een groot stuk braak liggend terrein waar wij veilig konden spelen. Als je naar het einde van de Urkerstraat doorliep kwam je vanzelf weer in de Flevostraat uit. Ook kon je hier tussen de 2 op 1 woningen door. Aan de hand van de bijgevoegde plattegrond moet duidelijk zijn hoe het er destijds heeft uitgezien.

Zo is het wat duidelijker waar e.e.a. zich afspeelt in mijn leven. Ook 1959 start met winters weer. Ik word waarschijnlijk door mijn moeder na de kerstvakantie voor het eerst, en ik denk dat het wel via de Zuiderzeestraat zal zijn geweest, naar de bewaarschool aan de Lijnbaan gebracht. Ik was nu tenslotte 4 jaar en dan mocht je aan het onderwijs beginnen.

Het enige wat ik me daar van kan herinneren is een grote zwarte potkachel ergens in het lokaal, die gelukkig genoeg warmte afgaf voor deze tijd van het jaar. Met wie ik daar gezeten heb en hoe? Ik heb geen idee. De enige verdere herinnering die ik aan dit gebouw heb, is dat ik over de brokstukken van inmiddels stukgetrokken muren klim en spring, maar dat zal duidelijk pas wel enkele jaren later gespeeld hebben.

Ik mocht weer es voor fotomodel spelen.

Foto sessie.

De tijd draait door en in februari is er door de enorme hoeveelheden los en vast ijs op het IJsselmeer voor de scheepvaart haast geen doorkomen aan. Er wordt, overigens ver buiten het zicht van een 4 jarige, nog driftig gewerkt aan de infra structuur van Lemmer. Dat zich langzaam van hoofdzakelijk via het water te bereiken vissersplaats, ombouwt naar een ook via de weg gemakkelijk te bereiken industriële plaats in wording. Eigenlijk wil men het doorgaande verkeer vanuit de Noord Oost Polder, richting Sneek en Joure/Heerenveen, wel kwijt uit de dorpskom en is men druk doende om langs de oude zeedijk, een soort van rondweg om Lemmer aan te leggen, die dit verkeer, buiten Lemmer om moet leiden.

Uit Leeuwarder Courant

Er wordt volop gebouwd in het nieuwe deel van Lemmer. Waren de Openbare Mulo (1955) en de lagere Landbouwschool (1957) er al, nu in april is ook de Christelijke Mulo (88) gereed.

Christelijke Mulo.

Terwijl ook de bijzonder neutrale kleuterschool “de Aak”(71) zijn vorm begint te krijgen.

Het leven van mij lijkt nu al voor een groot deel beheerst te worden door onderwijs, is dat misschien van invloed geweest op mijn verdere leven? In april wordt er tevens gewag gemaakt van de bouw van een nieuw politiebureau (7). Het zou moeten komen te staan tegenover de lagere Landbouwschool aan de Pampusstraat. Het huidige pand aan de Nieuwburen 7, is klein, donker en vochtig en voldoet niet meer aan de huidige normen. Het nieuwe pand zal ook twee woningen omvatten voor groeps- en post commandant, verder kantoor ruimte, theorielokaal en twee cellen. Arrestanten behoeven dan in de toekomst niet direct meer naar Sneek of Sloten te worden overgebracht.

Uit Leeuwarder Courant

Buiten dit alles om, wordt er ook (toch) nog gewandeld. Daar we nu aan de andere kant van Lemmer wonen, is het logisch natuurlijk dat er nu niet meer naar de Noord Oost Polder wordt gewandeld maar richting Tacozijl/Balk/Sondel. Dat moest toen nog wel met een hele omweg, immers de rondweg was er nog niet en ook de brug over de Zijlroede niet. Het ging dus via Flevostraat over de Flevobrug door het Waaigat en dan via de Plattedijk. Zo zijn we dan ook regelmatig te vinden bij de Margrietsluis. Een indrukwekkend geheel voor een jonge man zoals ik.

Ik, boven op Margrietsluis.

Maar er verandert meer. De nieuwe buurt bestaat uit een gemixte mêlee van gezinnen en dat is dan ook duidelijk te merken aan de grote kinderschaar die er rondloopt. Net als met de gezinsopbouw van ons eigen gezin is het eigenlijk ook gesteld met de rest van de buurt. Er zijn jonge gezinnen die nog aan de kinderen moeten beginnen, gezinnen die in de jonge kinderen zitten en gezinnen die al wel oudere kinderen hebben, van wie er zelfs al enkelen eigenlijk niet meer thuis wonen. (Frans mijn broer bijvoorbeeld)

Zo trekt mijn moeder in die tijd al redelijk veel op met de overbuurvrouw, Johanna Eilers, de vrouw van Henk Eilers. En zo kom ik uiteraard ook in kennis met de kinderen van dit gezin, Johan, die net even wat jonger is dan ik en Gerke, die dan nog maar net geboren is. Ook met hen wordt er wat af gewandeld en in later tijden gefietst. Dit zowel binnen als buiten de Lemmer.

Johan Eilers met moeder en Gerke en ik met mem.

Natuurlijk wordt er ook volop gespeeld met de kinderen van de naaste buren, de familie Koehoorn. Ik mocht tenslotte nog niet alleen de straat over en was dus voor het grootste deel veroordeelt tot het spelen tussen de woning en de trambaan. En daar waren altijd wel Boukje, Cor en Jan te vinden. Boukje en Cor waren ouder dan ik was en Jan was net een half jaar jonger. Het is dan ook niet verwonderlijk dat op de foto het niet drie kleuters op een hek zijn, maar en een stuk of vijf op een stuk rails van de trambaan, die achter de Urkerstraat en dus onze huizen langs ging.

Baukje, Cor, ik, Jan en Sake.

Het wordt langzaamaan zomer en dat houdt in dat we meer en meer buiten kunnen gaan spelen. Er verdwijnt ook weer een stukje oud Lemmer. Zoals er in de loop van de volgende jaren vele stukjes oud lemmer zullen verdwijnen. Soms is dat jammer, soms is het bittere noodzaak om dat deze delen van Lemmer niet meer aan de eisen van de moderne tijd voldoen. Dit stukje Lemmer zou ik later nog vele malen lopen, hoewel het eerste stuk toen al was voorzien van nieuwbouw. Pake en Beppe gingen immers na de verkoop van hun skûtsje wonen in de Pietersbuurt, die aansloot op de te slopen Singel. Ja, Lemmer ging voort in de vaart der volkeren.

Uit Leeuwarder Courant

Singel

Ook de recreatie gaat zijn plaats in Lemmer innemen. Er wordt een kampeerterrein gecreëerd. Dit zal nog niet aan de Plattedijk zijn geweest, neem ik aan, maar waarschijnlijk het Ooievaarsnest, onderaan de Plattedijk en achter de Langestreek. Er wordt tenminste gesproken van dat het strand aan de andere kant van de zeedijk ligt. Nu is dat met de Plattedijk ook wel zo, maar in 1959 nog niet. Toen lag het strand toch nog in de hoek tegen het “eintsje fan e Daam” aan. Of te wel, de pier waarop de oude vuurtoren van Lemmer stond.

Het is inmiddels volop zomer en ook in de Urkerstraat wordt er van genoten. Jan Koehoorn en ik passen gezamenlijk nog makkelijk in een “tobbe” die bij ons achterhuis staat. Deze wordt van tijd tot tijd afwisselend door buurvrouw Pietje en mijn moeder bijgevuld met water, zodat wij dat weer met blikjes of iets anders, buiten de tobbe kunnen werpen. Deze tijd van het jaar betekent tevens “Lemster Wike”en ik zit ditmaal dan ook al achter het stuur van een mobiel op de ronddraaiende attractie van de kermis.

Buurvrouw Pietje Koehoorn.

Ik op de kermis.

Maar ook hier komen aan alle mooie dingen op een gegeven moment een eind. Dan staan er weer nieuw te ontdekken zaken op het programma. De zomervakantie, ik wist toen nog niet wat dat inhield, het was immers mijn eerste pas, raakte aan zijn eind en er stond een nieuw schooljaar te beginnen. Ditmaal hoefde mijn moeder mij niet meer naar de Lijnbaan te brengen, De Aak aan de Schoklandstraat was gereed gekomen en werd met de nodige festiviteiten geopend. De (bij sommige, hernieuwde) kennismaking met weer nieuwe jongens en meisjes, op deze nieuwe school.

Op de foto voor de ingang staan in ieder geval van links naar rechts, Tineke van Dijk, dan drie onbekenden, ik, Martha van der Berg, 2 onbekenden en dan de gebroeders Hollander, Michel en Gerard.

Op de feestwagen, zijn naast mijzelf in ieder geval nog Roelof de Haan Anneke Visser, Bertha Vlig, Tineke van Dijk en Jan Coehoorn te herkennen.

Het schooltje is gebouwd in een soort van L-vorm. Er is aan het ene uiteinde een ronde speelruimte met daarop een spits toelopend dak, waarop een scheepje als windwijzer. Zeer waarschijnlijk een Aak. Toch? Deze ruimte is links naast de ingang. Rechtsaf loop je door een smalle gang, langs 1 of 2 lokalen of was het 1 lokaal en w.c.’s? Ik weet het niet precies meer. Dan kwam er een bocht naar links en waar er ditmaal 3 lokalen waren. En misschien ook wel weer w.c.’s en een kamertje voor het personeel?

Aan het eind weer een bocht naar links, naar de opslagruimte van het speel materiaal en waar je ook naar buiten kon komen. Dit alles onder een verder plat dak. Voor de lokalen aan de Wieringerstraat kant, lag een schoolplein met een zandbak en zowel stenen als gras, speelveld.

Beide uiteinden van het gebouw, werden aan de Wieringerstraat kant verbonden en markeerde tevens het speelterrein, door een soortement van pergola, bestaande uit betonnen pilaren, met daar bovenop ook weer een betonnen verbindingsstuk en daar boven op lagen dan dwars latten. Een mooi en modern gebouw, in de stijl van de woningen die er omheen stonden. En wat tevens belangrijk was, ik mocht er graag zijn.

De Aak, Gezien vanuit Wieringerstraat

Er is een foto van een van die eerste klassen, waarop ik helaas zelf niet sta. De reden kan ik niet bedenken. Maar met velen op deze foto heb ik nog verscheidene jaren in de klas gezeten, dus lijkt het mij logisch dat ik ook toen bij hen in de klas heb gezeten. Of er moet nog een soort parallel klas geweest zijn. Maar dat kan ik mij in ieder geval niet herinneren.

Bovenste rij van links naar rechts: 1. … 2. Hanne ten Wolde 3. Corrie Haagsma 4. Dirk Nijenhuis 5. Jellie Frankema 6. Jacob Dam 7. Marijke Sterk 8. Roelof Lammers 9. Juf Roosje.

Tweede rij van links naar rechts: 1. Kees de Bruin 2. Froukje van der Meer 3. Gerard Hollander 4. Annemarie van der Berg 5. Appie Coehoorn 6. Dukkie Thijsseling 7. Arend Rottiné 8. Tineke van Dijk 9, Jacob Visser.

Derde rij van links naar rechts: 1. Jan Coehoorn 2. Alie Paters 3. Harmke Atsma 4. Wiepie Beersma 5. Anneke Visser 6. Truus van Heijningen 7. ? 8. Hielke Sloothaak.

Onderste rij van links naar rechts: 1. Jan van der Wal 2. Fokke Brandsma 3. Roelof de Haan 4. Andries Schuring 5. Aljo Roggema 6. Manfred Fingscheidt 7. Bert Meester 8. Meije de Vries.

Zo begint een gestructureerder leven van plakken en knippen, van tekenen en schilderen, van spelen in groter groepsverband en van luisteren naar anderen, vooral dus ook de juffen. Het begrip van mijn en dijn, doet zijn intrede in je begripswereld en zelfs op de kleuterschool geldt in de pauzes of de speeluurtjes die je klassikaal buiten mag spelen, met de diverse beschikbare attributen, zoals kruiwagens, scheppen, auto’s e.d. al het recht van de sterkste of de brutaalste. Wie het hardste duwt of schreeuwt, heeft meestal het mooiste of beste speelgoed. Tenzij de juf natuurlijk het e.e.a. heeft gezien. Ik was daar niet zo’n held in. Bleef liever rustig wat op de achtergrond. Een beetje verlegen denk ik.

Heit’s visserskar op de Oude Sluis.

Ondertussen heeft Heit nog steeds zijn viskar bij de blokjesbrug en Mem verzorgt het huishouden in de Urkerstraat. Frans vaart nog steeds op de grote vaart en Wieger is inmiddels van de LTS en is leerling timmerman. Jelle is nu ook op de LTS gekomen en kiest in tegenstelling tot Wieger voor de richting metaal. Sake zit nog op de lagere school De Dam.

Schreef ik eerder al over de plaats waar het strand zich bevond, in september wordt duidelijk dat Lemmer industrieel en recreatief nog verder aan de toekomst wenst te werken, en nemen B&W het besluit, te laten onderzoeken waar een industrie terrein kan worden gerealiseerd en hoe strand en een nieuw aan te leggen binnendijkse jachthaven kunnen aansluiten op deze plannen.

Uit Leeuwarder Courant

Zo loopt ook dit jaar alweer naar een einde. Met in de Lemmer een brandend vraagstuk aangaande de vuurtoren op het eintsje fan e Daam.

Zelf ben ik slechts een enkele maal in de vuurtoren geweest, ik was niet zo’n held en hoogte maakte me wat huiverig. Eerst in december zal hierover een beslissing worden genomen.

Uit Leeuwarder Courant

28Vuurtoren.jpg

Vuurtoren.

Met de bouw van de huishoudschool aan de Straatweg, tegenover het (oude)kerkhof, gaat het voortvarend. De buitenkant is zo goed als af en in het volgende jaar zal ook de binnenkant wel afkomen.

Uit Leeuwarder Courant

Een school als deze vergt nu eenmaal net iets meer werk dan een school met gewone leslokalen. In totaal zullen er 6 lokalen komen. Theorie natuurlijk maar ook naai en kook lokaal. Met als belangrijk punt, dat achter de school een flinke tuin zal worden aangelegd ten behoeve van de tuinbouwlessen, maar ook voor de voorziening van bv. groente voor de kooklessen.

Ook in dit schoolgebouw zal ik op latere leeftijd heel wat uurtjes doorbrengen, ik begon er immers mijn werkzame leven in het onderwijs.

Het einde van het jaar nadert en dat betekent natuurlijk Sint Nicolaas en mijn verjaardag. Heel wat jaren werden deze 2 feesten maar in 1 keer afgehandeld omdat dat wat makkelijker was. Dat is natuurlijk voor een kind wat gek is op cadeautjes krijgen, frustrerend. Althans dat heb ik later vaak gedacht.

Of dit eigenlijk ook zo voelde toen ik zo klein was, weet ik eigenlijk niet eens en zal altijd wel een raadsel blijven. Natuurlijk kreeg ik toch mijn cadeautjes wel. Dit jaar werden ze gebracht door Sint en Piet, dat geloofde ik toen zeker nog wel. Later, jaren later, toen het geloof er niet meer was en ik de foto’s nog eens met iemand bekeek, werd mij verteld dat het Omke Sake en neef Freekie waren geweest die voor de goedheiligman en zijn knecht hadden gespeeld.

Zwarte Piet (Freek) ik, Sinterklaas (Omke Sake).

Oud jaar was op deze leeftijd nog geen optie en ik zal dan ook wel slapend de sixties in gegaan zijn.

TOP