Home » Lemmer » Lemsterland-De Friese Meren » De familie Slump

De familie Slump

Verhaal van Dr. Jochem Kroes, door mij – Pier Anneszoon Slump – enigszins aangevuld en bewerkt.

Apeldoorn, juli 2016.


De familie Slump

Het gezin Roeloff Jans Slump woont in 1630 in Kolderveen, op de grens van Drente en Overijssel. Roeloff is een welgesteld man en woont met zijn gezin van drie kinderen en een knecht en dagmeisje in een middelgrote boerderij. Dit is een zogenoemd vijf-gebint. Hij bezit vrij veel grond, waarvan een deel via de erfenis van zijn vrouw. Roeloff zal ongeveer geboren zijn rond 1590. Waar hij (en ook zijn vader Jan Slump) vandaan komt, is onbekend.

Zijn zoon Hendrick Roeloffs Slump krijgt drie kinderen, waarvan de oudste Harm heet, de tweede zoon heet Roeloff (geboren in 1678) en de derde is een meisje, genaamd Trijntje geboren in 1679. (De namen van de echtgenotes van Roeloff en Hendrick zijn onbekend). Harm gebruikt de achternaam Slump niet meer en trouwt als Harmen Hendrix met Claesjen Roelofs te Kolderveen. Zij krijgen als eerste kind een zoon, die Roelof wordt genoemd. Als spoedig daarna (11 januari 1691) krijgen ze een meisje Albertien, die heel jong sterft.

Twee jaar later wordt het gezin opnieuw verblijd met de komst van een meisje, dat opnieuw de naam Albertien krijgt (15 oktober 1693). Tenslotte komt er op 22 augustus 1697 nog een jongen, die Hend zal heten. Van Hend is niets meer terug te vinden in de archieven. Wellicht is hij jong gestorven. De oudste zoon Roelof Herms groeit op en krijgt verkering met het dienstmeisje van de dominee van Kolderveen, en trouwt enige jaren later – op 8 oktober 1713 in de kerk van Kolderveen - met haar: haar naam is Grietje Peters. Zij is een dochter van de dorpstimmerman uit Uffelte.

Toen Peter Roelofs (gedoopt op zondag 31 juli 1718 in de Nederduits Gereformeerde Kerk van Kolderveen) zich in de loop van 1766 in Oosterzee vestigde en op 17 september 1766 van de kerk in Giethoorn werd overgeschreven naar de kerk van Oosterzee, was bij geen onbemiddeld man.

In 1763 was hij in het bezit gekomen van een huis en hof, dat ten westen van de Dwarsgracht te Giethoorn lag. Daarnaast kreeg hij ook landerijen via zijn vrouw Grietje Jans Oom in bezit. Deze lagen bij de Herenweg in Giethoorn in vier erven verspreid. Peter Roelofs en Grietje Jans Oom zijn getrouwd op 24 december 1743 in de Nederduits Gereformeerde Kerk van Giethoorn. Grietje was doopsgezind en liet zich niet overschrijven. De kinderen die spoedig werden geboren zijn deels meteen als boreling gedoopt, deels ook later (naar Doopsgezind gebruik).

In de eerste helft van 1766 verkocht Peter Roelofs verschillende stukken land en een turfschuur met de duidelijke bedoeling om te emigreren, in dit geval naar Oosterzee. De laatste transactie betrof de turfschuur met grond in het Peter Jochems Erve (erf nr. 46). Deze overdracht vond plaats op 7 mei 1766. In het voorjaar van dat jaar moet hij dus naar Oosterzee zijn vertrokken (Zijn attestatie naar de Ned. Herv. Gemeente Oosterzee/Echten werd ingeschreven in september 1766.)

Toch verbrandde hij niet alle schepen achter zich. Tot 1768-1769 behield hij nog zijn huis en landerijen in Giethoorn. In augustus 1768 verkocht hij zijn huis, hof en schuur, die bij in 1763 verworven had en in mei 1769 volgde de laatste verkoping: een perceel land en water aan de westzijde van de Dwarsgracht. Veel mensen uit Giethoorn en omgeving (de Gietersen genoemd) zijn in deze periode (1760-1830) naar Friesland getrokken. De kop van Overijssel was uitgeveend en in zuid-Friesland was nog veen genoeg. Ook Peter Roelofs zag als vervener een beter inkomen voor zichzelf en zijn gezin weggelegd in Friesland dan in Giethoorn en omgeving.

Gedurende de jaren 1777 tot 1784 woonde Roelof met zijn gezin, waarschijnlijk als turfmaker, in St. Johannesga. In 1785 keerde bij weer terug naar Oosterzee. In 1796 woonde hij in huis nr. 58 naast zijn broer Jan die toen het huis (nr. 7) van hun vader betrok. Roelof Pieters betaalde toen geen belasting. In 1805 woonde bij even verder op, in huis nr. 62. Uit zijn belastingaanslag van dat jaar blijkt dat hij naast zijn beroep als vervener tevens veehouder was geworden: hij had toen zes koeien en jongvee, en één paard. Hij betaalde niet een erg hoog bedrag, iets meer dan negen gulden.

In 1802 trouwde Roelof voor de tweede keer. Nu met een meisje van Muggenbeet en zij kregen samen alsnog vier kinderen, waarvan de zonen Jan (1808) en Hendrik (1810) voor nakomelingen zorgden. De oudste Jan Roelofs (1808- ) was schipper en woonde tot 1862 op zijn schip in Echten. Hij vertrok toen naar Sneek. Zijn zonen Roelof (1836-1913) en Johannes (1841-) kregen nageslacht, met name in Oost-Groningen en in Rotterdam. Johannes kwam in Rotterdam terecht, waar zijn zonen beroepen als bootwerker en kolenwerker uitoefenden.

Jan

De tweede zoon van Peter en Grietje heette Jan Pieters Slump (1745 -1801). Deze ging, zoals gezegd, in 1796 van huis nr. 58 naar dat van zijn vader (huis nr. 7). Hij was daar niet onbemiddeld en had veertien koeien en jongvee en twee paarden tot zijn beschikking. Zijn kinderen kwamen merendeels in het naburige Follega terecht. Zonen Jan (1792- ) en Pieter (1798- ) woonden er in 1850 naast elkaar. De oudste, Jan, was veehouder. Hij kreeg vijf kinderen, waaronder één zoon die voor zover bekend geen nakomelingen had. Broer Pieter (1798- ) was arbeider en hij kreeg drie zonen, die voor nageslacht zorgden. Via de zonen Jan (1824-), Klaas (1830- ) en Franke (1840- ) breidde deze tak Slump zich enigszins uit. Latere beroepen waren o.a. kaashandelaar en tuinder. Ook in deze familietak kwamen naast hervormden ook gereformeerden en later gereformeerd vrijgemaakten voor.

Harm

Een derde zoon was Harmen Pieters Slump (1750-1823). Hij woonde vanaf 1777-1778 in Echten en bleef daar tot 1804, toen hij naar Oosterzee verhuisde. In Echten bewoonde hij in 1796 huis nr. 9 en bezat wat vee (zes koeien) en een paard. In Oosterzee ging hij wonen in het huis dat zijn vader en daarna zijn broer hadden bewoond (nr. 7). Zijn welstand was echter in die periode niet noemenswaard verbeterd: hij betaalde in 1805 vrijwel hetzelfde bedrag aan belasting als in 1796. Harmen Pieters kreeg uit twee huwelijken een groot aantal kinderen, tenminste twaalf, waarvan alleen zijn oudste zoon Roelof Harmens Slump (1779-1850) voor nageslacht zorgde. Zoon Jan Harmens kwam om in de Volkerenslag bij Leipzich in oktober 1813. Roelof is de stamvader van drie takken (De oudste zoon Harmen is de stamvader van een Slochterense tak; de tweede zoon Jan is de stamvader van de Lemsterlandse tak en de derde zoon Cornelis is de stamvader van de Warffumse tak.)

Hendrik

De één na jongste zoon van Pieter en Grietje was Hendrik Pieters Slump die op 29 juni 1755 was geboren. Hendrik huwde evenals zijn broer twee keer en kreeg tenminste negen kinderen. Hieronder waren drie zonen, allen Pieter geheten, maar zij stierven jong. Hendrik woonde later eerst in de buurt van zijn vader: in 1796 in huis nr. 9 en verhuisde in 1797 naar Echten, waar hij huis nr. 22 bewoonde. Hij woonde tot zijn dood in 1814 in Echten. Hendrik was in 1796 tot een redelijke welstand gekomen. Hij bezat twintig koeien/jongvee en twee paarden en was dus veehouder. Hij betaalde ruim fl 26,- belasting en behoorde daarmee tot de middengroep van belastingplichtigen. Hij hield geen knecht, zo deelt het specie-cohier ons mee. In 1805 toen hij in Echten woonde was zijn bezit tamelijk geslonken en had hij slechts drie koeien/jongvee, maar hij beschikte nog wel over een paard.

Wouter

De jongste zoon van Roelof Peters, was Wouter. Wouter Pieters Slump (1758-voor 1811) trouwde in 1785 met Grietje Aukes, een Oosterzees meisje. Zij was weduwe en kwam in 1796 in Oosterzee in huis nr. 58, afkomstig van broer Jan, te wonen. Zij kregen slechts één dochter, Marrigje (1787). In 1811 lieten Roelof Peters, evenals zijn broers Hendrik en Harmen, de reeds in Giethoorn beslaande achternaam Slump (op de mairie van Oosterzee) vastleggen.

Recente geschiedenis:

Bekijken we de verschillende takken van het nageslacht van Peter Roelofs (De man die net als aartsvader Abraham uittrok uit zijn maagschap is een vader van een talrijk geslacht geworden!) dan blijkt dat dit enorm uitgebreid is geworden. In geringe mate als nakomelingen van zijn zonen Roelof en Jan, echter vooral via zijn zoon Harm en kleinzoon Roelof Harmens Slump. (Vooral in Lemsterland werd de familie Slump zeer groot. In 1947 waren er 101 naamdragers Slump geregistreerd in deze gemeente.)

Roelof Harmens Slump trouwde met Roelofje Koopmans en kreeg drie zonen en een dochter Jantje. De oudste zoon heette Harmen Roelofs Slump. Deze kreeg slechts één zoon die volwassen werd. Hij heette Roelof. Deze ging werken in Slochteren, evenals zijn zonen Harmen (1863-1942) en Rinke (1873-1963). Zij werkten daar eerst als schippers, later respectievelijk als landbouwer en als landarbeider. Kerkelijk behoorden zij tot de Gereformeerde Kerken (later Vrijgemaakt). Deze beide takken van de stam Slump breiden vrij snel uit. Harm kreeg tien kinderen en Rinke veertien! De jongste zoon van Roelof en Roelofje heette Kornelis Roelofs Slump (1822- ). Hij was aanvankelijk arbeider en later schipper en woonde evenals zijn broer Jan in Echten. Hij verhuisde naar Lemmer maar ging uiteindelijk wonen in Baflo. Later ging het gezin, dat zeven kinderen telde naar Warffum. Hij was gehuwd met een dochter van de familie Mink en zij kregen zeven kinderen. Drie zonen zorgden voor nageslacht, dat o.a. in Warffum en in Groningen terechtkwam. Beroepen waren onder anderen vishandelaar en koopman (Groningen). In deze tak kwam een enkeling voor die niet kerkelijk was gebonden. Het meisje Jantje Roelofs Slump trouwde met Hans Bloem en bleef wonen in Echten. Daar wonen nog diverse Bloemen. 

De tweede zoon van Roelof en Roelofje was Jan Roelofs Slump (1815-1887), mijn grootvaders grootvader. Hij klom op van werkman in 1850 tot veehouder in 1860, woonde te Echten aan de Bandsloot en kreeg negen kinderen. De eerste drie werden Rooms Katholiek gedoopt: zijn vrouw, Johanna Maria Melis, was afkomstig van Tilburg en katholiek. De rest werd gedoopt in de Nederlands Hervormde Kerk. Onder zijn zonen en kleinzonen waren verschillende veehouders, ook waren beroepen als koopman (aardappelen, veevoer, brandstoffen), pensionhouder (te Utrecht), goudsmid (te Harlingen), chauffeur, timmerman, (land-)arbeider en zelfs een wethouder en burgemeester is in deze tak vertegenwoordigd. Die wethouder en burgemeester was Jan Harmens (1880-1934). Hij werd geboren in Echten, werd vervener en vanaf 1907 werd hij lid van de gemeenteraad voor de CHU.

Vanaf 1919 was hij wethouder en van 1931 tot zijn plotselinge dood, als gevolg van een auto-ongeluk in 1934, burgemeester van Lemsterland. Hij was tevens lid en voorzitter van de Veenpolder van Echten. Hij en zijn oudere broer Pier Harmens (1878-1939, mijn grootvader) waren met hun zonen Harm Jans (1904-1960) en Harm Piers (1904–1996) twee van de weinige Slumpen die in de twintigste eeuw nog verveners waren. Kerkelijk gesproken waren er verschillende familieleden van de tak van Jan Roelofs Slump lid van de Gereformeerde Kerk of behoorden tot de Vrije Evangelische Gemeente dan wel de Vrije Zendingsgemeente. De naaste familieleden bleven in Lemsterland, enkelen gingen onder meer naar Sneek, Leeuwarden en Utrecht.

Het leven van het gezin van Jan Roels Slump (“Jan Roels” betekent: “Jan, zoon van Roel”)

Jan Slump is geboren in het begin van de avond om 8 uur. Het is koud en winters weer op die woensdag de 22e februari 1815. De volgende dag heeft iedereen het erg druk, zodat het pas de daarop volgende dag is, dat Jan z’n vader Roel, vergezeld van diens neef en collega veenbaas Jan Otter en zijn oom Harm ’s middags om 2 uur naar de kleine mairie van Oosterzee gaat, om zijn zoon Jan aan te geven.

Vader Roelof Slump woont - samen met zijn vrouw Roeltjen (Ze wordt ook wel Roelofje genoemd), de dochter van boer Jan Koopmans en ook geboren in Oosterzee (In feite wonen zij in de polder: de zogenoemde Echten-polder) - bijna naast zijn vader Harm Peters Slump. Hij is boer op zijn eigen boerderij en bezit ook nog wat veenland in de Echten-polder. Roel en Roeltjen zijn vijf jaar getrouwd wanneer Jan geboren wordt; hij is de tweede zoon en krijgt de naam van zijn grootvader Jan Koopmans, de vader van moeder Roeltjen. Vast zullen zijn vader en moeder ook gedacht hebben aan Jan, de broer van vader Roel, die niet teruggekomen is van de slagvelden van Napoleon. Hij stierf ergens in het veld rond Leipzig op de 17e of de 18e oktober in 1813 (Net zo als zijn beide neven Hans en Hendrik, diende ook Jan in het Franse leger. Hans en Jan vervulden hun dienstplicht in het Hollands Infanterie Regiment, het 138ste Regiment. Jan was soldaat in de 3de compagnie and Hans in het 5de. Hendrik, de broer van Hans, diende in het 134e Infanterie Regiment. Alle drie hebben in diverse slagen meegevochten in Duitsland, waaronder de slag bij Leipzig op 16-18 oktober 1813. Jan en Hendrik werden vermist na de slag en zijn nooit meer gevonden. Hans was zwaar gewond en stierf op de 24e december 1813 in een hospitaal in Maagdenburg (Duitsland), nu ruim een jaar geleden. Daar niemand wist hoe hij was omgekomen, hoopte men nog steeds op zijn terugkeer. Jan’s oudere broer Harm, genoemd naar zijn grootvader, de vader van Roel, is dan al drie jaar. Vader en moeder Slump zijn heel blij met de nieuwe boreling.

Hoewel de spanning van de oorlog in de Echten-polder vrijwel afwezig is, is iedereen blij dat de macht van Napoleon in Europa gebroken is. Immers werd vrijwel iedere familie verplicht wel een zoon te leveren voor zijn legers. En die legers vochten slag na slag, hetgeen veel bloed kostte. Ook van jonge mannen uit de Echten-polder. Op 17 en 18 oktober 1813, toen Napoleon de slag bij Leipzig verloor (ook bekend als de Drie Keizerslag), waarin ongeveer 70.000 soldaten gedood of gewond werden, trok hij zich terug binnen de grenzen van Frankrijk. Vorig jaar moest hij zich overgeven aan de geallieerden en werd hij gevangen gezet op Elba, een klein eiland in de Middellandse Zee. Op dit moment – een jaar later in het vroege voorjaar van 1815 – zijn de Europese leiders bijeen in Wenen om Europa opnieuw te verdelen. Toen Jan Slump nog een kleine baby was, brak Napoleon uit zijn gevangenis en landt in het zuiden van Frankrijk, formeert in enkele weken tijds een nieuw leger en marcheert naar het noorden. Maarschalk Ney, door de wankele Franse regering er op uit gestuurd om Napoleon te arresteren, sluit zich bij hem aan. Na een maand marcheert Napoleon België binnen om aldaar de geallieerden te verslaan. Hij heeft het plan ze één voor één te verslaan. Zijn eerste stappen slagen ook: hij verslaat de Pruisen op de 15e juni 1815, die zich terugtrekken in Ligny. Op zaterdag 17 juni moeten de gecombineerde krachten van Nederland en Engeland zich bij Quatre Bras na een bloedige strijd terugtrekken. Op de druilerige zondag daarop ontmoeten de legers elkaar opnieuw in het gehucht Mont St Jean (nabij Waterloo). De regenperiode heeft de velden modderig gemaakt. De artillerie functioneert niet zoals verwacht. Door enkele tactische fouten van de Franse legerleiding en door moedig gedrag van Nederlanders, Britten en Belgen en met een late hulp van de Pruisen, wordt Napoleon verslagen. Meer dan 45.000 soldaten sneuvelen op dit slagveld die zondagmiddag. De vrede keert weer in België en Nederland. België, Luxemburg en Nederland worden bij de indeling van het nieuwe Europa samengevoegd tot één geheel: het Koninkrijk der Nederlanden met als hoofd Koning Willem I.

Jan ligt nog in de wieg als vader en moeder Slump besluiten te verhuizen. Zij gaan met hun twee jongens (Harm en Jan) naar een boerderij in Oldelamer, een dorpje zo’n 15 kilometer van Oosterzee. Op de nieuwe boerderij aldaar, wanneer Jan vier jaar is, wordt zijn zusje geboren op 2 augustus 1819. Zij krijgt bij haar doop de naam Jantje (genoemd naar haar grootmoeder, de moeder van Roeltje) (Jantje zal later trouwen met Klaas Bloem, die potschipper is) Een paar jaar later, op de 2e September 1822, als Jan zeven jaar is, wordt zijn jongste broer Kornelus geboren. Waarschijnlijk is hij genoemd naar de moeder van vader Roel, grootmoeder Cneliske.

Bij een hevige storm in de nacht van 3 op 4 februari 1825 breken de dijken van de Zuiderzee op diverse plaatsen door. Het zoute water stroomt de polders binnen. Ook in de Echten-polder en in Oldelamer. In de Echten-polder verdrinken dan ongeveer 444 koeien en jongvee, vele huizen storten in, en veel turf, dat opgeslagen lag op het land, raakt verloren. Een zware economische slag voor de streek. In Delfstrahuizen vielen zelfs twee menselijke slachtoffers. Gedurende de komende jaren werd er veel energie gestoken in het verhogen en verzwaren van de dijken rond de Zuiderzee. Een werk, waar onze Jan Slump later ook aan deel zal nemen.

Jan groeit op en wordt een sterke kerel. Hij wordt boerenknecht. Op zijn 19e doet Jan op 6 mei 1834 belijdenis van zijn geloof, voordat hij zijn militaire dienstplicht moet vervullen (In augustus 1837 keert het gezin Roelof Harmens Slump van Oldelamer terug naar Oosterzee) (Militaire dienstplicht was toen een kwestie van geluk of ongeluk via het “rad van avontuur”). Jan had pech werd goedgekeurd en ingeloot (hij had nummer 55), en moest voor 5 jaar onder de wapenen. Hij reist af naar een kazerne in het zuiden van het land (Dongen, bij Tilburg in Noord Brabant), en wordt ingedeeld als soldaat bij het 10e Regiment Lanciers onder het commando van luitenant-kolonel Ganlois.

Op het Weense Congres in 1815 was besloten dat het Koninkrijk der Nederlanden een sterke bufferstaat tegenover Frankrijk zou moeten vormen en dat land binnen zijn grenzen moeten houden. Aldus werd Koning Willem-I soeverein over Luxemburg, België and Nederland. Na een korte periode van rust wilde België niet meer vanuit Den Haag geregeerd worden. Er breekt een opstand uit. In september 1831 trekt een Nederlands leger België binnen om de rust te herstellen. België echter krijgt hulp. Hulp van Frankrijk. Een Frans leger trekt vanuit het zuiden België binnen. De geallieerden (Duitsland, Engeland, Rusland) zijn bang dat er nieuwe grote Europese oorlog zal uitbreken en vraagt de Nederlanders zich terug te trekken. Op 26 september commandeert Prins Frederik zijn troepen zich terug te trekken in Noord Brabant. Een tijdelijke vrede is het resultaat. Het Nederlandse leger blijft in Noord Brabant aan de Belgische grens geconsigneerd. Koning Willem-I van Nederland bespreekt met de geallieerden en met Belgische vertegenwoordigers over een definitieve vrede (een vredesakkoord van 24 artikelen). De discussies duren maar voort. Jaren achtereen. De spanning van een nieuwe oorlog is er nog steeds als Jan Slump onder de wapenen wordt geroepen. Zijn ouders zijn zeer bezorgd over zijn toekomst (Van halfbroer Gerrit Harmens Slump, zal vader Roelof wel sterke verhalen gehoord hebben. Gerrit diende bij de 2e afd., 1e bat., 3e compagnie)

In deze dienstperiode krijgt Jan kennis aan een meisje. Zij heet Johanna Maria Melis. Ze is een mooi klein en jong meisje uit Tilburg, 16 jaar oud (Geboren op 31 juli 1819 en gedoopt op 4 augustus 1819. Johanna Maria is waarschijnlijk genoemd naar de tante van vader Jan Melis: Johanna Maria Vervest; zij was ook doopgetuige) Tilburg is de plaats waar Jan en zijn maten geregeld uit gaan. Johanna werkt in de lokale textielindustrie, net als haar vader (In Tilburg is de textielindustrie op poten gezet met geld van Koning Willem-I. Noord Brabant was arm en de werkeloosheid was heel groot. Veel mensen vonden werk in de textiel. Jan Baptist Melis was droogscheerder. Een zwaar beroep: laken ontdoen van uitsteeksels met een soort van schaar. Mooi laken heette dan ook scharlaken: aan beide zijden geschoren) en zusters. Zij is spinster.

Jan Slump is als serieuze protestantse jongeman welkom in het huis van de Rooms Katholieke gezin van Jan en Francisca Melis. Johanna is de jongste van vier dochters. Toen hun verliefdheid over ging in echte liefde wenste het jonge paar – na vier jaar - te trouwen. Johanna is dan 20 jaar. Omdat Jan nog steeds soldaat is, moet zijn commandant – luitenant kolonel Ganlois – toestemming geven. Dat doet deze op 24 juli 1939 in een schriftelijke verklaring. Hij gaf Jan verlof om met zijn Johanna te trouwen (De definitieve vredesovereenkomst met België werd op 19 april 1839 ondertekend. Dit betekende, dat vanaf dat moment het Franse leger zich terugtrok, en dat het Nederlandse leger ook terug ging naar de kazernes) Haar ouders zijn blij met hun toekomstige schoonzoon, hoewel ze het wel jammer vinden dat hun dochter het huis gaat verlaten en gaat “emigreren” naar het verre Friesland. Het leven in het Katholieke Zuiden is zo anders dan in het Protestantse Noorden. Van de droge zandgrond naar de klamme veengrond is een grote stap.

Het is een lange reis van Tilburg naar Oosterzee (Echten polder). Het is ook een kostbare reis. Het gezin Melis (Jan en Francisca) is arm, zodat zij niet in Lemmer aanwezig zijn als op die zondag, de 1e september 1839, de huwelijksplechtigheid plaatsvindt in het gemeentehuis. (Zij hadden reeds op 5 juli 1839 bij notariële akte in Tilburg schriftelijk toestemming gegeven voor het huwelijk.) De ouders van Jan waren wel beiden aanwezig als getuigen bij deze feestelijke gebeurtenis. (Omdat Johanna niet kon schrijven staat haar naam niet onder de trouwakte).

Na de trouwerij gaat Jan nog een tijdje terug naar de kazerne om zijn tijd uit te dienen. Johanna blijft bij haar nieuwe schoonouders achter. Na enkele maanden, wanneer Jan afzwaait uit het leger, werkt hij bij zijn vader als knecht.

In die eerste winter van hun huwelijk, op 15 januari 1840, sterft vader Jan Melis. Moeder Francisca blijft alleen achter, want alle meisjes zijn inmiddels het huis uit. Zij heeft een klein winkeltje, maar verdient niet al te veel. Vrij spoedig na het overlijden van haar man komt zij in aanraking met metselaar en jachtopziener Frederik Willem Retantz. Het is een heel hartelijke man, weduwnaar, en het paar raakt verliefd en trouwt op 26 november 1840.

Terwijl moeder Francisca in ondertrouw is met haar tweede man, krijgen Jan en Johanna hun eerste kind, geboren op 12 november 1840 die de naam Roelof krijgt (naar Jan’s vader). Johanna heeft aan haar ouders en aan de pastor beloofd dat zij Rooms Katholiek zal blijven en ook haar kinderen RK te laten dopen. Dus wordt kleine Roel gedoopt in de RK-kerk in Lemmer. Twee weken na de geboorte is het trouwfeest van Frederik en Francisca in Tilburg. Iedereen is gelukkig!

Het huis in de polder is te klein geworden voor het jonge gezin. Zelfs de polder is te klein. Jan en Johanna verhuizen met hun kleine Roel in 1842 naar Blankenham. Jan wordt dijkwerker. Dijkwerker is een hard bestaan, maar Jan is jong en sterk. Blankenham is een klein dorpje achter de dijk van de Zuiderzee, vlak bij Kuinre. In 1825 was de dijk hier doorgebroken en de gehele dijk in het vak van Blokzijl tot Kuinre moest worden verhoogd en verbreed. Een nicht van Jan (haar naam is Marrigjen, en zij is geboren in Oosterzee in 1787, een dochter van Jan’s oud-oom Wouter) die getrouwd is met een boer die Teunis Pals heet, wonen ook in Blankenham. Op 14 april 1843 komt het tweede kind, ook een jongetje. Hij krijgt de naam Jan (naar de vader van Johanna: Jan Melis). Het is een sterk kereltje. Het tegenovergesteld van Roel. Roel blijft fragiel en is vaak ziek. Zijn longen zijn zwak. Jan wordt gedoopt in de RK kerkje van Kuinre (naar de belofte van Johanna).

Als Johanna bijkomt van de geboorte van kleine Jan, besluit zij tijdelijk in te trekken bij haar schoonouders. Grootmoeder Roeltje is namelijk erg ziek. Zij sterft uiteindelijk op donderdag 22 juni 1843, nog maar 57 jaar oud. Ook in de zomer wordt kleine Roel ziek. De koorts loopt hoog op, zodat ze besluiten hem naar het ziekenhuis in Sneek te brengen. Dat doet Johanna samen met haar schoonvader Roel Slump. Na enkele dagen tevergeefs behandeld te zijn sterft de kleine jongen in het ziekenhuis op de 27e oktober 1843, nog geen drie jaar oud.

Kort na deze tragedie besluiten Jan en Johanna een nieuw leven op te bouwen in Wieringerwaard. Ze verhuizen van Blankenham naar Noord-Holland. Het gezin bewoont een klein huis vlak bij de nieuwe sluis van de polder. Jan werkt ook hier als dijkwerker. Moeder Johanna is weer zwanger en krijgt opnieuw een zoon. Deze wordt weer Roelof genoemd; de tweede Roel wordt geboren op 22 februari 1845, nog net om 11 uur ’s avonds, op de verjaardag van vader Jan, die dan precies 30 jaar is geworden. Ook deze kleine Roel wordt gedoopt in de RK kerk.

Spoedig na de geboorte van Roel gaat het gezin Slump terug naar de Echten-polder. Er is inmiddels een nieuw huis voor hen gebouwd aan de Bandsloot. Hier, aan de Bandsloot, op de 4e juni 1847 wordt hun derde zoon geboren. Jan en Johanna geven hem de naam Harmen, naar de oudste broer van Jan: Harmen Slump (geboren op 4 november 1812). Harm moet wel een ‘zonnig’ kind zijn geweest want hij is precies om 12 uur ’s middags geboren (op “high noon”). Hij wordt gedoopt in de hervormde kerk van Oosterzee. Moeder Johanna wordt ook lid van deze kerkelijke gemeente en verandert dus van RK in protestant.

Vader Jan Slump werkt weer in het veen als turfmaker en houdt ook enkele koeien. Hij werkt hard en Johanna is zuinig, zodat zij een zekere welstand krijgen. Hij koopt wat land, bouwt bij zijn huis aan de Bandsloot een schuur en melkt steeds meer koeien. Drie jaar na de geboorte van Harm wordt er opnieuw een zoon geboren, op 15 maart 1850. Hij krijgt de naam Cornelis (Hij zou eigenlijk genoemd moeten zijn naar een broer van Johanna, maar daar deze geen broers had, heeft blijkbaar het jongetje een naam uit de Slump familie gekregen), naar de tweede broer van Jan. Iedereen is gelukkig, maar ook een schaduw: grootvader Roel Slump, die alleen woont sinds zijn vrouw Roeltje stierf, wordt ziek. De zomer doet hem goed, maar hij sterft aan het einde daarvan, op vrijdag de 23e augustus 1850. Hij is 71 jaar geworden, tamelijk oud voor die tijd. Hij wordt begraven op het kerkhof in Echten.

In die tijd verdiende een turfmaker ongeveer fl 2,40 per week. Vaak moest de vrouw des huizes ook werken om rond te kunnen komen. Dikwijls naaide ze; voor het maken van een pantalon bijvoorbeeld, werd 30 cent betaald. Een compleet gezin moest dus rondkomen van nog geen fl 3 per week. (De doorsnee turfmaker had gratis turf voor het winterseizoen en meestal ook gratis een klein stukje land om een schaap of een geit te houden.) Er waren geen sociale voorzieningen, noch ziektekostenverzekering, etc. Ja, het waren harde tijden!

Jan en Johanna hadden gespaard en konden een grotere boerderij kopen in de polder, dicht bij Echtenerbrug. Ze zijn nu 35 en 31 jaar oud. Twee jaar na de geboorte van Cornelis wordt er weer een jongetje geboren. Het is op maandag 24 mei 1852. Hij krijgt de naam Frederik, naar de stiefvader van Johanna. Twee jaar later is het opnieuw, maar nu dubbel feest in het gezin Slump. Er wordt een meisje geboren op 9 oktober 1854. Er wordt lang gedubd over haar naam: Francisca of Roelofje? Dit zijn de namen van beide grootmoeders. Daar grootmoeder Francisca nog springlevend is, en beppe Roelofje is gestorven, besluiten zij als herinnering aan haar, het meisje Roelofje te noemen.

Nog gelukkiger is het gezin als op vrijdag 29 mei 1857 een tweede meisje wordt geboren. Natuurlijk wordt haar naam Francisca. Echter, reeds als baby van een jaar wordt Francisca heel ziek. Zij lijdt ook aan zwakke longen, en voordat zij twee jaar wordt sterft ze. Vader en moeder Slump hebben veel verdriet. Twee jaar later raakt Johanna weer in verwachting en op 23 september in 1860 wordt een jongen geboren. Johanna en Jan hoeven niet lang na te denken: hij zal Frans heten. Het is de jongensnaam van Francisca. Frans is een sterke jongen en groeit voorspoedig op. Wat niemand meer verwachtte gebeurt in 1864. Wanneer Johanna bijna 45 jaar is, krijgt zij nog een kind. Het is een meisje, dat de naam van Jan zijn zuster krijgt: Jantje. Jantje wordt geboren op 23 mei 1864. Zij is het tiende en laatste kind van Jan en Johanna Maria.

De acht kinderen groeien allemaal voorspoedig op. Zij krijgen vrienden en vriendinnen, worden verliefd en trouwen. Allemaal krijgen ze een eigen gezin, waar vader en moeder Jan en Johanna gedeeltelijk getuigen van zijn. De eerste bruiloft is die van de oudste zoon: Jan. Hij trouwt op 17 mei 1867 in Lemmer met een meisje uit de polder. Zij heet Harmke Postma. Het paar gaat wonen in het vroegere ouderlijke huis van Jan aan de Bandsloot. Drie maanden na de trouwerij wordt de kleine Jan geboren! Iedereen is gelukkig. Dus Jan en Johanna zijn voor het eerst grootouders op de leeftijd van 52 en 48 jaar.

Foto van het huisje van Roelof Slump en Geertje Postma in de Echten-Polder, met het echtpaar er voor. Genomen in ongeveer 1922. (Roel was een zoon van Jan Roels, een oudere broer van mijn overgrootvader Harm.

Op de 8e mei, twee jaar later in 1870, trouwt Roel met een jonger zusje van Harmke: Geertje Postma. Zij trouwen ook in Lemmer. Op dit huwelijksfeest is zus Harmke in verwachting van de tweede. Minder dan drie maanden later wordt een meisje, de eerste Johanna Maria, geboren! Het is dan 31 augustus 1870. Jan en Harmke als ouders, en Jan en Johanna als grootouders, zijn heel blij met deze kleine meid. Elf maanden na hun huwelijk is het ook feest bij Roel en Geertje. Zij krijgen hun eerste kind. Het is een meisje, dat ook de naam Johanna Maria Slump krijgt. Deze tweede Johanna Maria is geboren op 20 april 1871.

 

Foto van mijn overgrootouders Harm Slump en Pietje Koenen.

Harmen Slump en Pietje Koenen

In ruim twee jaar trouwen nog vier kinderen van Jan en Johanna: In mei 1872 trouwt Harm met Pietje Koenen (Mijn overgrootouders) en drie weken later trouwt Frederik met Pietertje de Jong. Beide meisjes komen uit Oosterzee en zijn boerendochters. Ook in deze gezinnen worden spoedig gezonde kinderen geboren. Zo krijgen Harm en Pietje bijvoorbeeld na zeven maanden hun Johanna Maria op 17 februari 1873. In mei 1873 trouwt Cornelis met een zuster van Pietje, Harm z’n vrouw. Zij heet Jantje Koenen. Cornelis heeft zijn eigen boerderij gebouwd, en is nu zelfstandig boer. Zij krijgen eerst een jongen, Pier Slump, en een jaar later een meisje Johanna Maria. Dit is dus de vierde Johanna Maria Slump. In september 1873 – enkel maanden na Cornelis – trouwt Roelofje met Hendrik Wind. Hij is al een tamelijk rijke jonge man en is veenbaas en boer. Op de 6e juli in 1875 wordt bij hen de vijfde Johanna Maria geboren. Maar deze keer is het een Johanna Maria Wind!

Het jaar 1878 is een droevig jaar. In maart wordt Johanna heel ziek, en op de 23e van die maand sterft zij. Ze is nog maar 58 jaar, haar jongste dochter Jantje is nog geen 14 jaar.

Ze had een heel vruchtbaar en rijk leven. Veel zorgen en verdriet, maar ook veel vreugde. Acht van haar tien kinderen groeiden voorspoedig op, en tijdens haar leven mocht zij 21 kleinkinderen geboren zien worden! Jan en de kinderen begraven haar op het kerkhof in Echten (Johanna is begraven in graf nr. U1)

Jan is bijna zeven jaar weduwnaar geweest. Hij sterft als hij bijna 70 is op 26 januari 1885. Ook hij wordt begraven op het kerkhof van Echten, vlak bij zijn Johanna (Jan is begraven in graf nr. X12, ongeveer 15 meter bij Johanna vandaan) Destijds was het de gewoonte om de eigendommen per boelgoed te verkopen. Uit de gepubliceerde lijst van goederen valt op te merken dat Jan en Johanna Slump een redelijke welstand hadden bereikt (Volgens de advertentie in de Lemster Courant (van 14-2-1885): "Boelgoed Echten. Notarissen Terlet te Joure en Schaafsma te Lemmer zullen vrijdag 20 febr. '85 's voorm. 10 uur, ten sterfhuize van J. R. Slump te Echten, bij boelgoed, á contant, verkoopen: Levende have, boeregereedschappen, huisraad, enz. w.o. 4 melke- en kalvekoeien, 2 kalverpinken, 3 hokkelingen, 1 zwartbles merriepaard; glazen wagen op riemen, kapchais, wagens, karn met koperen hoep, kopren- en houten emmers, kabinet, chiffonnière, bed met toebehooren, tafels, stoelen, enz. enz. Voorts een partijtje hooi en eene mesthoop.")

Foto van het huis van oom Jan, broer van mijn grootvader. Het huis staat er nog steeds. Echtenerbrug: Opname omstreeks uit de jaren ’30. Woning van Jan Harmens Slump en zijn vrouw Richtje. Burgemeester van Lemsterland van 1931 tot 1934, in dat jaar om het leven gekomen bij een auto-ongeluk.

Foto van de gebroeders Slump. Zo heette ook hun veenderij. Waarschijnlijk de laatste grote veenderij in zuidwest Friesland. Achter het stuur Jan Slump, daarnaast zijn broer Pier, achter zijn hun vrouwen te zien.


Apeldoorn, juli 2016.                                                                                                              Pier Slump.