Dr. G. A. Wumkes |3|

11 februari 1821

Te koop het Logement het Posthuis aan de haven te Lemmer, bewoond door Wed. Hesselius Brandenburg. Logementen in de Lemmer.


7 januari 1823

Hardrijderij te Lemmer, waaraan de beste rijders van Friesland deelnemen, o.a. Atze Geerts Atsma te Terzool, Bauke Wybes Rypkema te Oudeschouw, Gerrit Libbes Tjalma te Oosterzee, Tjamke S. Knossen te Wirdum en Lolke Jacobs Wytsma te Sybrandeburen, behalen de premie. De prijs wordt behaald door Iets U. Hoekstra en Christoffel Willems Raasveld, beide te Heerenwal.


4-5 februari 1825

Des nachts breekt de zeedijk bij Lemmer op 4 plaatsen door, zoodat in Lemsterland het meeste vee verdrinkt, van 7 boerenplaatsen storten 5 in.

De watervloed van 1825.

Reeds in het najaar van 1824 en den winter van 1824—'25 hadden de inwoners van de Lemmer vaak angstige oogenblikken doorgemaakt, wanneer namelijk de door den zuidwester stormwind opgejaagde golven der zee dijk, paalwerk en sluis hevig beukten, gepaard gaande met de persende kracht van het oostwaarts der plaats opgejaagde water, waardoor de aanrollende stortzeeën de kruin des dijks afbrokkelden, aldus het dijklichaam zeer verzwakten, en geheele palenrijen verschoven of uit elkaar sloegen. In het bijzonder was dit het geval bij den hevigen orkaan welke den 21sten December 1824 woedde, toen slechts door de hulp van vele mannen een doorbreken van den dyk afgewend kon worden.

Geen wonder, dat men, met de herinnering aan dat alles, de uitwerking van den buitengewoon hoogen springvloed, gepaard gaande met een hevigen storm, in den nacht van 3 op 4 Februari 1825 met bijzondere bezorgdheid gadesloeg. De bewoners van den Nieuwendijk werden 's nachts uit hun bed gedreven, daar de zware golfslag reeds het achterste gedeelte hunner woningen beukte. Reeds van negen uur in den ochtend van den 4den Februari was het water 2 el 67 duim boven volzee gerezen, zoodat het zeewater over de Schulpen, het hoogste deel der plaats, stroomde, — waar het weldra tot aan de vensterramen der huizen stond —, en verder naar de Lange-Streek beneden de Sluis naar beneden liep.

Door het westwaarts van de haven losgescheurde paalwerk, dat op drift was geraakt, werden verscheidene huizen vernield of zwaar beschadigd. Zoo was men o. a. zeer bevreesd, dat daardoor het logement De Wildeman, waar het water vier palen hoog stond, en turfschuur, waschhok benevens gaanderij aan den achterkant binnen een uur totaal weggeslagen waren, geheel zou instorten. Van de gansche haven was weinig meer dan de koppen van sommige palen zichtbaar, en een van het groote havenhoofd losgeslagen kofschip schokte de beschoeiing zoo hevig, dat een deel van het havenhoofd afgerukt en door den stroom voortgesleurd werd.

Tot overmaat van ramp sloeg bewesten de Lemmer, aan het einde van den Nieuwendijk bij de Taanderij, een gat in de glooiing van den dijk, hetwelk een spoedige doorbraak, met als gevolg de vernieling van vele huizen deed vreezen; gelukkig, dat men door krachtige hulp ook hier het dreigend gevaar wist af te wenden. Intusschen stroomde het zeewater zelfs over de klippen van den sluis muur heen, en bereikte daarmee in den middag de vervaarlijke hoogte van drie el acht duim boven volzee, alzoo nog 26 duimen hooger, dan in den vloed van 1776 het geval was.

Daarbij kwam, dat ook de zeedijk, ten oosten van de Lemmer op een drietal plaatsen doorgebroken was, zoodat tegen den avond het zeewater al de straten van de plaats overspoelde, en tegen den volgenden morgen dusdanig was toegenomen, dat het ter hoogte van negen palmen op de Nieuweburen stond, zoodat alle bewoners daar op hunne zolders een toevlucht moesten zoeken, en 's anderen daags grootendeels hunne huizen verlieten, waarna vele dezer van achteren zijn ingestort, en tal van goederen verloren gingen. Zooveel mogelijk trok men daarop aan het werk, om de velen, wier huizen dreigden in te storten, of die reeds noodzakelijk hadden moeten verlaten, in vaartuigen op te nemen.

Tot hen, die zeer door de ramp getroffen werden, behoorde ook Lemsterlands grietman van Andringa de Kempenaer, die. ernstig ongesteld, en verzwakt van lichaam, zijne woning welk meer en meer door het zeewater omspoeld werd, verlaten moest, en naar Holland uitweek, waar hij den 13den Juni te 's Gravenhage overleed.

Op de landen in den omtrek van de Lemmer stond het water thans 21 palm hoog. In het stroomende water dreven deuren, palen, planken, scheepstimmer- en mastenmakershout en allerlei vaatwerk rond. Het havenhoofd was grootendeels uiteengeslagen, terwijl in de kerk vele graven door het water waren ingestort.

Onderscheidene vaartuigen werden ook naar den omtrek afgezonden, zoodat van daar des Zondags een aanzienlijk getal menschen en vee de Lemmer kwamen bevolken, waar zij de eerste zorg en verpleging genoten; zoo waren de stallen om de haven al spoedig geheel met vee gevuld, en stonden op de markt onder den blooten hemel nog een 40-tal koeien, benevens een aantal paarden. „Het was een aandoenlijk tafereel van afwisselende droefheid en vreugde onder dengenen, die, uit het lijden en van den dood gered, hunne dankbare tranen met den diepen weemoed der ongelukkig geworden vrienden en naburen vermengden" zegt een tijgenoot„

Wel Zondagsmiddags waren weder en wind bedaard en tot algemeene blijdschap begon het water te zakken. — De wind, tijdelings tot het Noordoosten gekeerd, stroomde de zeesluis met zulk eene vervaarlijke drift, dat de grond schudde, en men vreesde voor het scheuren van het muurwerk, dan geene schade is daaraan geschiedt.


1 juni 1828

De stoomboot de IJssel begint den dienst tusschen Amsterdam en Lemmer.

In 1828 kwam het eerste stoomschip op dit traject: het 'S.S. IJssel'. Niet alleen goederen, maar ook vee en personen werden over de Zuiderzee vervoerd. In 1870 werd door Reint, Jan en Geert Nieveen, uit Groningen de 'Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij' opgericht. In 1874 lieten ze de 'Groningen III' bouwen voor het vervoer tussen Lemmer en Amsterdam. Later volgde nog de 'Groningen IV', de Lemmer en de Amsterdam. In 1928 werd het vlaggenschip van de rederij gebouwd: de 'Jan Nieveen'. Met veel succes onderhield het schip de lijn Lemmer Amsterdam.


3 augustus 1840

De maatschappij bedoelende een geregelde stoomvaart tusschen Amsterdam en de Lemmer heeft zich geconstitueerd.


1 april 1841

Diligencedienst tusschen de Lemmer en Leeuwarden hervat, afrit van de Lemmer in den Wildeman bij de erven Le Heux, een half uur na aankomst van den Amsterdamschen beurtman.


24 februari 1843

De bestrating van den straatweg Sneek—Lemmer.

In 1814 had Nederland nog geen 500 kilometer straatweg en pas in 1820 werd de straatweg Amsterdam—Utrecht aangelegd. Friesland kreeg zijn straatwegen pas na 1827: zij zijn nog te herkennen aan de opvallende iepen-beplantingen, die bijvoorbeeld de Overijsselse straatweg en de weg Sneek— Lemmer al van verre in het landschap zichtbaar doen zijn.

Bron WikipediaDe Lemmerweg is een belangrijke doorgaande weg op de rand van de wijk Hemdijk in Sneek. Buiten de stad is de Lemmerweg bekend als N354.

De weg kreeg zijn naam in 1843 en werd vernoemd naar de stad Lemmer, in welke richting de weg vanuit Sneek leidt. De weg was een van de eerste verharde wegen in Friesland en diende ter stimulering en verbetering van het vervoer over de weg. De straat verbindt het Parkstraat met de Ripewei.

Aan de Lemmerweg bevindt zich het Hotel Osinga, de Watertoren en de Waterpoort. De Lemmerweg kruist de Rijksweg 7 en, met behulp van de Lemmerwegbrug, de stadsgracht.


15 maart 1843

Frederik Sleeswijk Visser, te Lemmer neemt de leerlooierij over van zijn vader Siemen Wiegers Visser.

Siemen Wiegers Visser (Gaastmeer 1793 - Lemmer 1862). Hij was commissaris van de N.V. Friese kofscheepsrederij en koopman-reder, zeilmaker en leerlooier te Lemmer.

  • Rienk Sleeswijk (1764-1823), koopman, zeilmaker en waterschapsontvonger te Lemmer, lid grietenijraad van Lemsterland
  • Anke Sleeswijk (1790-1827); trouwde in 1813 met Siemen Wiegers Visser (1793-1862), koopman, zeilmaker en leerlooier
  • Cornelia Sleeswijk (1824-1891); trouwde in 1845 met Frederik Sleeswijk Visser (1821-1903), leerlooier, wethouder van Lemsterland, lid Provinciale Staten van Friesland, zoon van Siemen Wiegers Visser (1793-1862) en Anke Sleeswijk (1790-1827), verkreeg bij Koninklijk Besluit in 1867 naamswijziging tot Sleeswijk Visser, stamouders van de tak Sleeswijk Visser
  • Rienk Sleeswijk (1828-1898), zeilmaker en touwslager, gemeente-ontvanger van Lemmer

1 maart 1849

Te Lemmer verkocht de stoomboot Willem I, gebouwd 1841 en de stoomboot Tjerk Hiddes, gebouwd 1843.

De voorgangers van de Lemmerboot.


10 januari 1861

Hardrijderij op schaatsen te Lemmer op de Zuiderzee.

IJsvereeniging „Lemmer” 70 jaar bestaan. (1931)

Het waren eenige leden van de Lemster Sociëteit, die zeventig jaar geleden den stoot gaven aan de oprichting van een vereeniging, die een langdurig bestaan beschoren is geworden. In het begin van 1861 heerschte er een strenge vorst en wel zoodanig, dat ook de Zuiderzee berijdbaar was. Op Zaterdag 6 Jan. van dat jaar werd op de Sociëteit het plan besproken om „eene hardrijderij op schaatsen te organiseeren en deze te doen plaats hebben op zee.

De namen van de zeven heeren, welke dit plan hebben uitgevoerd, mogen hier nog eens worden genoemd. Het was zeker een deftig gezelschap: Jhr. Mr. C. L. van Beijma Thoe Kingma, F. O. Sleeswijk, Mr. J. Witteveen, Notaris F. Schaafsma, Dr. P. C. Romer, S. F. van Berg en K. S. van Andringa. De heeren noemden zich voor dit geval: „Directeuren van het Volksfeest."

Een lijst ging ter teekening rond en keurmeesters en baanvegers werden benoemd. Woensdag 9 Januari lieten zich 44 personen uit Lemsterland inschrijven en Donderdag 10 Januari had de rijderij plaats.

Van heinde en ver kwamen er belangstellenden om getuige te zijn van een hardrijderij op zee, waartoe zoo zelden de gelegenheid gunstig is.

De prijs, f 3O, werd gewonnen door Kleis H. Huisman te Echten en de premie f 10 door Douwe G. Heimans te Lemmer.


10 juni 1862

Nieuwe diligence met 12 zitplaatsen in dienst gesteld door A. Reitsma, tusschen Lemmer—Leeuwarden, via Sneek, in verband met de stoomboot Stad Sneek, die vaart van Lemmer op Amsterdam.


27 november 1863

Kon. Goedgekeurd de statuten der Vereeniging voor Chr. onderwijs te Lemmer.

75-JARIG SCHOOLJUBILEUM. (1938)

LEMMER, 30 Nov. Hedenavond werd in de Geref. Kerk het 75-jarig bestaan der Vereeniging voor Christelijk Nationaal School onderwijs alhier herdacht. In 1863 nam een viertal personen het initiatief tot het oprichten van een Vereeniging voor Christelijk onderwijs hier ter plaatse. Al spoedig groeide dit kleine groepje aan tot ongeveer twintig personen, dia in de maand Juli van het jaar 1863 de vereeniging hebben opgericht. Tegenwoordig bedraagt het ledental plm. 125. Bij de oprichting werden tot bestuursleden gekozen, de h.h. L. H. van Noord, H. E. Loen, D. S. van Veen en H. W. Brandsma. 3 November van hetzelfde jaar ontving de Vereeniging de Kon. goedkeuring.


10 september 1865

Verschenen bij Schaafsma te Dokkum: Spiegel voor de jeugd, kleine verhalen uit de kinderwereld, door B. O. Veenstra*, h. d. s. te Lemmer, van denzelfden schrijver: De volksschool in het leven, practische handleiding bij het rekenen uit het hoofd.

Berend Oebeles Veenstra gehuwd met Hendrikje Sjerps Wagenaar. Uit dit huwelijk: Nanne Veenstra 1861-1942


11 juli 1868

Verschenen: Beschouwingen over het belang van eene kanaalverbinding Groningen—Gorredijk—Heerenveen —Lemmer door F. O. Sleeswijk en K. S. van Andringa, naar aanleiding van een ontwerp kanaalverbinding Blokzijl—Groningen, door B. Prakken.

Berent Prakken, (geboren in 1817, overleden te Oosterwolde op 23 januari 1871), sedert 1850 wethouder en raadslid der gemeente Ooststellingwerf, in 1864 lid der Provinciale staten van Friesland, was opzichter der Compagnonsvaart en veenen en schreef: Beschouwingen over het belang van een Kanaalverbinding Groningen - Gorredijk - Heerenveen - Lemmer (1868). Dit ontwerp lokte de brochure uit van F.O. Sleeswijk ( en Klaas Sybrens van Andringa, (geboren te Lemmer op 30 december 1821, overleden te Lemmer op 18 november 1885). Hij was mededirecteur van de verzekeringsmaatschappij Woudsend en sinds 1882 burgemeester van Lemsterland)

Berent Prakken bracht op eigen kosten in dien tijd ook uitgebreide ontginningen tot stand in de omstreken van Appelscha, waar hij rondom den Hildenberg een boerderij aanlegde, welk voorbeeld in 1869 werd nagevolgd door J. Welles te Leeuwarden.


23 november 1868

Opening van een nieuwe stoombootdienst Lemmer—Joure, ondernemer J. S. Lemstra.

1895

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.