Home » Lemmer » Lemmer - Oude geschiedenis » De Zeven Grietenijen en de Stad Sloten

De Zeven Grietenijen en de Stad Sloten

De kronen symboliseren de grietenijen waarin het waterschap werkzaam was (Gaasterland, Doniawerstal, Lemsterland, Haskerland, Aengwirden, Schoterland en Opsterland), de muurkroon de stad Sloten. Het schildhoofd is het symbool voor een zeewerend waterschap.

Friesland verdeeld in districten in het jaar 1345-1500. Later werden deze districten verdeeld in Grietenijen.

Ontstaan

Omdat Bornego uit elkaar viel in de 14e eeuw, toen het opgesplitst werd, was er in het zuiden van Friesland nood aan een nieuw verband. Zevenwouden is omstreeks het midden van de 15e eeuw ontstaan als een verbond van drie grietenijen van Westergo en vier van Oostergo. De naam Zevenwouden wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1446. Het verband werd aan het begin van de 15e eeuw gesloten tussen de Bornegose delen Bornferd en Schoterland en et Westergose Doniawerstal. Dit verband bestond oorspronkelijk uit zeven delen: Bornferd werd Utingeradeel, Aengwirden en Haskerland, van Schoterland werd het kustdeel Oosterzeesterland, en van Doniawerstal werd het kustdeel Mirderland.

Uitbreiding

In de 15e eeuw had dit nieuwe verband niet veel invloed op de Friese politiek, die vooral gericht was op Oostergo en Westergo. Maar toen Gaasterland, Opsterland en de Stellingwerven omstreeks het jaar 1500 zich aansloten bij Zevenwouden werd het een gouw met dezelfde rechten als de andere twee. De laatste veranderingen in de samenstelling waren het samengaan van Mirderland en Oosterzeesterland tot de Lemster Vuufge, later Lemsterland, terwijl andersom de Stellingwerven in de grietenijen Ooststellingwerf en Weststellingwerf verdeeld.

Bron Wikipedia.

"De Zeven Grietenijen en de Stad Sloten"

"De Zeven Grietenijen en Stad Sloten" te Lemmer, is een historisch overzicht van genoemd waterschap over de periode 1614 -1664. Zijnde een uittreksel uit het oud archief. Het historisch overzicht is vervaardigd door volmacht wijlen A. Taconis uit Oranjewoud in 1962.

De heer Albert IJnze Marie Taconis, werd te Heerenveen geboren op 11 juli 1900 en overleed hier op 15 juli 1964. Hij had een intense belangstelling voor en kennis van de geschiedenis van de gemeente Heerenveen en heeft in plaatselijke bladen over een lange reeks van jaren talrijke artikelen over de lokale historie geschreven en daardoor velen aan zich verplicht. Jarenlang heeft hij zitting gehad in de commissie van advies voor de straatnaamgeving. Daarnaast was hij incidenteel in commissies actief, o.a. in de carilloncommissie.

Archief.

Het allereerste geschreven stuk over het waterschap "De Zeven Grietenijen en Stad Sloten". dat nog in het archief aanwezig is, bevindt zich in één der boeken betrekking hebbende op het onderhoud van de waterschapswerken. Het gaat om de eerste officiële verkiezing van het bestuur van het waterschap op 14 maart 1614. Volgens de heer Taconis bestaat het waterschap al veel langer, maar archiefmateriaal over de periode vóór 1614 is niet meer aanwezig. Waarschijnlijk is dat te wijten aan de diverse verhuizingen en de Duitse bezetting in 1940 -1945.

Verkiezing.

De heer Taconis heeft het eerste geschreven stuk uit het archief gelicht Hij schrijft dat het in het oude Gotische handschrift geschreven stuk niet gemakkelijk te ontcijferen is, daar verschillende letters op drie verschillende wijzen konden worden geschreven.

Hier de aanhef van genoemd document: "Op huyden den 14 marti 1614 hebben voor ons in den nadere subscriptie verstrekt (aldaer serieuslycken toe gecomitteerd sijnde) de restende volmagten van de Seven Grietenyen en de de Stadt Sloten, pretendeerende de staat van de contributie schuldigen so haare subt. begrenzinge (of begrootinge) van den 7 marti anni als voren, terfine van de vergelijkinge ende wettelijcke contributie. "Binnen den Stadt Sloten vergadert synde weer Vicisim (achter dit woord" plaatst Taconis een vraagteken) op den Stadthuyse aldaer, gecomitteert en gerenomineert ende geëligeert ofte anderszins ende geresolveert aldus inbrengen te sullen".

Volgens Taconis betekent bovenstaande, dat de volmachten en andere functionarissen van het waterschap voor het eerst waren bijeengeroepen in het Stadhuis van Sloten, om ten overstaan van een bepaalde commissie een officiële verkiezing van de verschillende functionarissen te houden.

Het schijnt dat tot die tijd deze verkiezingen wel eens wat te wensen heeft overgelaten, omdat duidelijk in de aanhef staat, dat genoemde commissie "serieuslycken" gecommiteerd was. Mogelijk hebben de Staten van Friesland hier de hand in gehad, zo schrijft Taconis.

Het was de schrijver van het onderhavige historisch overzicht een raadsel wie eerdergenoemde commissie vormden, tot hij bij een afrekening, een paar maanden later, vond dat dit waren geweest, Joan Eelis, secretaris van Lemsterland, Michiel Tjaerdts secretaris van Schoterland en Ambrosius Gellius, secretaris van Aengwirden, welke voor het noteren der stemmen hadden ontvangen tesamen 4 Carolus Guldens en 10 Stuiver! Dus f 1,50 per persoon!


32-23.jpg

Doniawerstal. (1380: „Dodingwerff"; 1384: „Dodingwerstal")

Zij is de derde griet. van Zevenwouden, en ontleent haren naam, even als het in het Z. gelegen d. Doniaga, alwaar oudtijds de openbare teregtzittingen werden gehouden, van het adell. geslacht Donia, dat hier vroeger woonde en veel gezag had, en van warstal of werstal, regtstoel of regtsgebied.

De grietenij werd in het jaar 1350 gesticht,voorheen was deze griet. met Lemsterland verbonden maar 635 jaar later werd deze historische gemeente Doniawerstal opgedeeld.

Voor deze Grietenij verschenen de Grietmannen;

● Dirk Hankema; (1421 - ?)

● Buwa Wijbesoon Jollema; (1504 - ?)

● Yde Hansz; (1510 - 1517)

● Gijsbert van Schoten; (1517, 7 Febr. officieel benoemd - 1524), (Waarschijnlijk vroeger Houtvester van Holland en alsdan gehuwd met Johanna van Schagen. In Nov. 1517 was deze grietenij Geldersch en denkelijk toen onder het bestuur van den grietman van Hemel. Oldephaert).

● Pier Lythiens; (30 Sept. 1524 - 1524)

● Lyuwe Aedgaertsz Vuyter IJlst; (1524, 11 Oct. - 1531) (Hij werd in 1527 wegens schuld gevangen gezet, terwijl Henno Joukesz, althans in 1528 als substituut voorkomt; maar in een stuk van Juli 1529 komt „Lyuwe" weder als grietman voor).

● Pieter Visscher; (1531 - 1541), die na den Landsdag, waarvan V. Sm. spreekt en die 21 April 1539 plaats had, afstand schijnt gedaan te hebben. In 1538 of '39 was Pier Ansckis substituut, later grietman).

● Pier Hansckis of Ansckis; (1541 - 1548) (Die kort vóór 21 Sept. 1548 overleed. (Bij brief van 21 Sept. 1548 werd Jancke van Douwama door den Raadsheer Pieter van Dekama aan den Stadhouder Maximiliaan van Egmond aanbevolen, maar blijkbaar zonder gevolg).

● Gabbe van Andringa; (Waarsch. eind 1548, althans Maart 1550 - 1551) (Vroeger grietman van Utngeradeel; komt ook voor in 1558 en stierf waarschijnlijk 12 Febr. 1561). Hillebrant Entens; (1560 - 1562) (Vermoedelijk een zoon van Barthold, die in 1574 werd vermoord en Emerentiana van Holdinga en alsdan broeder van den bekenden Watergeus).

● Martinus Hamconius; (1551-1562). Was (substituut-) grietman van Lemsterland en Doniawerstal, koos de zijde van de Spaanse koning en de katholieke kerk en moest daarom, toen de opstandelingen in Friesland de overhand kregen, zijn functies van substituut-grietman van Lemsterland en grietman van Doniawerstal opgeven. Hij vertrok naar het nog door de Spanjaarden beheerste gedeelte der Nederlanden, maar moest met dezen vesting na vesting verlaten (Steenwijk, Groningen, Lingen, Doetinchem). Misschien maakte hij van het Twaalfjarig Bestand gebruik om naar zijn geboorteland terug te keren. Anderzijds heeft hij zijn boek in 1609 opgedragen aan aartshertog Albertus van Oostenrijk en hoopte hij mogelijk zo voor een betrekking in de koninklijke Nederlanden in aanmerking te komen. Everaert Entens; (1562 - 1572) (Werd in 1572 „wegens rebellie" afgezet. Huwde met Catharina van Rennoy en woonde te Idskenhuizen. Indien hij een broeder van den voorgaande is geweest, dan heeft hij Johanna van Uterwyck tot vrouw gehad).

● Joost de Vastaert; (1572 5 Nov. aangesteld - 1577) (Huwde Auck, dochter van Gerlof Sipkes, die evenals hij in 1580 moest vluchten. Komt nog voor in Juli 1576. Zijne weduwe, is later in Friesland teruggekeerd, hertrouwde met Tjaert Siccama, een geleerd man en secretaris van Bolsward).

● Erasmus van Douma;(1577 - 1581) (Zooals V. Sm. vermeld, in 1580 gevangen genomen , zond een request aan den hove met de vraag, waarom hij eigenlijk van zijn grietmanschap was beroofd. Den 7 Maart van laatstgemeld jaar werd Tiete van Hettinga tot waarnemend grietman benoemd, die kort daarna, waarschijnlijk reeds den 31 sten October daarna, sneuvelde en na wien vrij zeker Marten Hankema eenigen tijd substituut is geweest.

● Tzialke Meynes; (1581 - 1582)

Aucke Edesz Reinalda; (1582 - 1586), (Den 5 Sept. 1582 had er eene opneming van stemmen plaats, waarna werd gekozen: Aucke Edesz Reinalda, die 24 Sept. daarna werd aangesteld. Komt ook voor in 1586).

● Elardt Reynalda; (1586 - 1610)

● Eylert Auckes van Reynalda, (1610 -1619) Syds van Osinga; (1619 - 1652)

● Sybren van Osinga; (1652 - ?)

● Willem III van Haren; (1679- 1722)

● Johan Vegilin van Claerbergen; (1722- 1772)

● Julius Johan van Eysinga; (1773 -1795), Bij de afschaffing der grietenijen in 1795 moest ook hij van zijn ambt afstand doen. Bij de wederinvoering der grietenijen werd hij opnieuw benoemd tot grietman van Doniawerstal doch vroeg en verkreeg in 1819 als zoodanig zijn eervol ontslag. Schelte Hessel Roorda; (1819-?)

- Om het eerste archiefstuk wat de rest van de inhoud betreft beter leesbaar te maken, heeft Taconis de uitgebreide 17de eeuwse tekst in tegenwoordig Nederlands "vertaald". De zeer Edele Reynalda, ontvanger van deze Grieteny, gesteund door Solcke Romckes, dorpregter binnen ter Oele en Inne Broers, vertegenwoordigden deze Grieteny. Zij wilden de zittende dijkgraaf Obbe Obbes (van 1604 tot zijn dood in 1632 grietman van Gaasterland, tevens dijkgraaf van Sloten) in zijn functie handhaven. Dijksgecommitteerden bleven Andries Johannes Aesma (misschien Assema uit Oldeouwer?), Hylcke Jouckes en Eele Jans. Dijksopziener werd Sytthe Sytthes (secretaris van Sloten). Boonte Hiddes bleef dijksopzichter en Poppe (of Popcke) Wobbes bleef dijksbode en strandvonder.

Hieruit merken we dat er voorheen drie gedeputeerden waren. Jammer genoeg is niet vermeld waar ze woonden. Dijksopziener lijkt me een luxe baan toe, of hij moet ook ontvanger zijn geweest, daar de opzichter het werk deed. De bode en strandvonder was wel een baan typerend voor die tijd. Hiervoor traden op Wobbe Harkes, mederegter (zoiets als wethouder) en Fedde Feddes, secretaris van deze Grieteny. Zij stemden zeer eensgezind als dijkgraaf Obbe Obbes. Ook de andere aftredenden werden door hen gehandhaafd.


Kaart van de Gemeente Gaasterland.

5-39.jpg

Gaasterland. (1396: ,Geesterland; 1398: „die Gheesten".)

Voor deze Grietenij verschenen de Grietmannen:

● Peter Epesz; (1510 - 1517) (Mogelijk een Walta of Jongema).

Barthout van Zwolle; (1517 - 1524) (Was overste onder den veldheer Felix van Oostenrijk).

● Luwe Uyter IJlst; (1524 - 1526) (Hiervoor reeds op Hemel. Oldeph. c.a. en Doniawerstal vermeld).

● Rudolph van Bunau; (1526 - 1537) (Denkelijk nog 30 Sept. 1532 ; zoon van Heinrich en Agnes von Nothaft von Wernberg, vrij zeker van een Saksisch geslacht. Hij overleed 30 Aug. 1542 te Franeker en werd aldaar in de Martinikerk bijgezet).

● Gale van Galema; (1537 - 1541) (Ook in 1539 (V. Sm. Testeerde 17 Aug. 1558 op Hoxwier te Mantgum en stierf aldaar 31 Mei 1559).

● Henno Scholtes; (1541 - 1549) (Komt nog voor 17 Mei 1549 en overleed vóór 26 Maart 1550).

● Holle Piers; ( 1549 - 1560) (25 Dec. aangest. In 1554 werd geklaagd, dat hij „buyten syne Grietenye" woonde).

● Hans Holles; (1560 - 1569) (Misschien zoon van den voorgaande; ook in 1568. Pier Holles, denkelijk zijn broeder, was in 1565 en 1567 substituut).

● Abel van Boeymer; ( 1569 - 1572) (In plaats van den overleden Hans Bolles, broeder van Pieter, grietman van Franekerdeel en van Arent, in 1570 secretaris van O.-Dong.deel. De inval van Enkhuizen uit, waarover V. Sm. spreekt, moet in Juli 1572 hebben plaats gehad. In het begin der volgende maand weigerden die van Sneek hem met eenige gevangene Geuzen door te laten, terwijl hij 10 Sept. bij Galamadam zwaar werd gewond, waarop hij, zooals V, Sm. zegt, naar Sneek in de gevangenis werd gebracht en vrij zeker in datzelfde jaar nog is overleden. Zijne vrouw heette Geis Jans Herckema).

● Saekle Suijerdts; (1572 - 1574) (Die in Augustus van 't volgende jaar werd aangesteld tot „capitein" van een der drie grootste galeijen, die toen denkelijk te Harlingen werden uitgerust, om de Watergeuzen te bevechten. Hij zal wel dezelfde zijn als „Saackle Tabbinthies van Boolswaart", door Schotanus omstreeks 1566 vermeld. „Sloten ofte Balck"was zijn verblijfplaats bij zijne vlucht in 1580. Hij was 1 Oct. 1574 nog grietman).

● Rein IJdsen; (1547 - 1585) (In een brief van 20 Maart 1579 wordt hij genoemd: „een heel jonch man". Er kwamen in Juli 1576 groote klachten over hem in wegens ongeoorloofde afpersingen met dreigementen van "Soldaeten selffs executerende" en waaruit tevens blijkt, dat hij toen althans „omtrent twee jaeren" in functie was. Komt ook voor in 1575 en overleed in 1584. (V. Sm.) Wellicht was IJds Reinsz., die zijn vader zal zijn geweest en in 1579 is overleden, eenigen tijd substituut, althans vrij zeker geen grietman).

● Sibren Hiddesz; (1585 - 1604) (Gehuwd met Andries Sipkes. Hij komt als „Sybrand Hidtszoon" met den secretaris Jelle Tjêrxzoon in eene attestatie voor van 14 Nov. 1585. In April 1584-werd er geklaagd, dat „die gheene die naeste jaeren Deputeerde „zijn geweest, al te hoope , off hun kynderen mitte besten Grietenijen, als gevolgen ofte consequentien van Deputeertschap, verzien zijn geweest, blijckende aen Humalda", (O.Dong.deel) „Doecke Aysma" (Ferw.deel), Jancke Oesinga" (Wonseradeel), Aucke Edes, (Doniawerstal), Sybren Idszoon (Gaasterland) ende anderen. Hij deed 11 Januari 1604 afstand van de grietenij. (V. Sm.))

● Obbe Obbes; (1604 - 1632) (Werd in 1610 dijkgraaf).

● Lambertus Sigma; (1632 - 1637)

● Hanso van Lycklama; (1637 - 1639) (Zoon van Rinthje Lycklama, behoorde volgens het Stbk. wèl tot het thans levend geslacht dor Lycklama's).

● Johannes van Scheltinga; (1639 - 1669)

● Jetze van Sminia; (1669 - 1679)

● Valerius van Günstra; (1679 - 1693)

● Eelco van Glinstra; ( 1693 - 1706)

● Henricus van Wyckel en Lycklama van Wyckel; (1706 - 1710)

● Ulbo van Aylva Rengers; (1710 - 1785)

● Lamoraal Albertus en Aermilius Rengers; (1785 - 1816)

● Johan Petrus van Hylcklama; ( 1816 - 1817)

● Regnerus Hendrik Sjuck en Gerrold Juckema van Burmania, baron Rengers; (1817 - 1823),

● Wicher van Swinderen; (1823 - 1835)

en tot slot

● Gerard Reinier Gerlacius van Swinderen.


Kaart van de Gemeente Haskerland.

9-40.jpg

Haskerland. (1466: „Hasckera Vyffgäen.)

Voor deze Grieteny verschenen de Grietman Hobbe Baerdt en de mederegter Baucke Merkx als volmachten. Deze stemden wel op de Edele en Ehrentfeste dijkgraaf Obbe Obbes en de drie dijksgedeputeerden Andries Jochems Aesma, Hylcke Jouckes en Ele Jans, maar voor dijksopziener stemden zij op Michiel Rykoldts, secretaris van Schoterland, terwijl de dijksbode Popke Wobbes en, de dijksopzichter Boonte Hiddes volgens hen er in mochten blijven.

Voor deze Grieteny verschenen de Grietmannen:

● Uta Sipkesz; (1466 - 1521). (Misschien dezelfde als Oeds...(-Uta?), die Maandag na O. L. Vrouwendag Annunciatie 1489 een giftbrief teekende van Jacob Saeckens te Rotten, die het Haskerconvent met eenig land begiftigde).

● Douwe Uninga van Hoytema; (1521 - 1544). (Later schijnt Douwe zich aan de Bourgondische zijde begeven te hebben, daar hij als bourg. grietman den 11 October 1524 zijne officieële aanstelling bekwam, terwijl hij dit ambt denkelijk nog in 1541 bekleedde).

● Jelle Broers Hylckama; (1544 -1545) (ook in 1545; hieruit volgt dus, dat de door V. Sm. genoemde Wybrandt Waltinga, die hierna zal worden vermeld, in 1544 geen grietman is geweest, maar misschien substituut). Hylckama was een Spaansgezinde Nederlands bestuurder en rechter uit de 16e en 17e eeuw, die secretaris en grietman van Haskerland was. Hij was een afstammeling van Juw Juwinga die in 1369 potestaat van Friesland was).

● Gabbe van Andringa; (1545 - 1548)

● Wybrant Auckes (Waltinga?); (1548 - 1549)

● Ulke van Hoytema; (1549, aangesteld 25 Dec.-1558) (Vrij zeker door zekeren Wopke Gerkesz. vermoord, die 21 Maart 1561 veroordeeld werd, om onthoofd te worden, dewijl hij „den grietman van Hasker vijfgae" met een hellebaard had doodgeslagen en daarenboven „for'sen ende gewalden" had gepleegd).

● Hoijte Uninga van Hoytema; (1558 - 1578) (Bij zijne vlucht in 1580 was de Joure zijne woonplaats. Hoyte stierf in 1582 te Emden).

● Sijbe Piers; (1578, 14 Aug. - 1582)

● Asse Obbes; (1582, 24 Febr. - 1601) (Hij behoorde waarschijnlijk tot het geslacht der Assema's. Overleed omstreeks 1601).

● Dirk van Baerdt; (1601, 7 Sept. benoemd - 1615): wegens overlijden van Asse Obbes; werd 22 Maart 1608 dijkgraaf. Zijn naam komt voor op de kerkklok te Joure (1603).

● Hobbe van Baerdt; (1615 - 1650)

● Egbert van Baerdt; (1650 - 1669)

● Arnold van Viersen; (1669 - 1681)

● Mathijs van Viersen; (1681 - 1689)

● Hessel Vegilin van Claerbergen; (1689 - 1707)

● Philip Frederik Vegilin van Claerbergen; (1707 - 1739)

● Assuerus Vegilin van Claerbergen; (1739 - 1749)

● Hessel Vegilin van Claerbergen; (1749 - 1750)

● Schelte Hessel Roorda van Eysinga; (1750 - 1790)

● Arent Johan van Glinstra; (1790 - 1795).

Tijdens de Franse overheersing (1795 - 1816) waren er geen Grietmannen.


Kaart van de gemeente Schoterland.

Schoterland. (1309: „Scoterwerf", 1384: „Scoterland".)

Als volmachten waren verschenen Tiberius van Oenema (een zoon van de Grietman Tijweko van Oenema); de mederegter Fedde Rouckes (welke in de geschiedenis van Schoterland, niet een erg fraai figuur is en meermalen zelf in dronkenschap overtredingen heeft begaan!) en als lasthebber van de andere mederegter Egbert Broers trad op Ale Bouwes (zeker een gewoon ingeland van het waterschap). Zij stemden dijkgraaf Obbe Obbes, als dijksgedeputeerden Andries Jochems, Aesma, Hylcke Jouckes en Eele Jans, maar voor dijksopziener kozen zij Michiel Tjaerdts, "tegenwoordig vigerend dijksopziener".

Deze Michiel Tjaerdts was dus als dijksopziener in functie, maar de meeste leden wilden stellig liever iemand hebben uit het centrum van het waterschap.
(Uit andere notities blijkt dat Michiel Tjaerdts een funktie had 'bij de Dekema Cuyck en Foyts Veencompagnie en dat zijn nageslacht later de naam van Heloma heeft aangenomen). De dijksbode Popke Wobbes en de dijksopzichter Boonte Hiddes wilden ze echter wel handhaven, zodat het alleen tegen die secretaris van Sloten ging!

Vrij zeker in 1514, 6 December aangesteld:

Merck Syrxsen, tevens grietman over Stellingwerf. Men vindt hem in zekere oorkonde aangeduid als: Groete Merck Sirkx, in Schoeterlandt, terwijl men verder vindt aangeteekend, dat „groete Marck Syerckx-zoen voorz. bij den Geldersche ende „Bourgonsche tijden, ende daarentusschen, groete stoltheijt ende „vroemheijt voor sijn Vriesen ende Vrieslandt heeft vertoent ende bedreven, als tegens den Swarte Hoep, ende tegens alle anderen, die Vrieslandt ende den Vriesen dochten ofte poechden toe vercrencken, ende sonderlinghe doer den slach toe Unia huys bij Leeuwaerden, alwaer hij met sijn Wold Vriesen omtrent anderhalff duysent Saksensche Knechten weder nae Leeuwaerden dede wijeken ende vluchten, ontsettende ende verlossende alsoe vier Vriesche Heerschappen, als: Jancke Douwema, Jancke Oenema, Jouw Jousma ende Sicke Douwes, met een ijder hondert Vriesche Knechten, die van den Vianden ofte Sassenschen voorz. opt. voorz. Unia huijs al waeren besingelt, belegert, ende op het vuyterste benaut."

Het bedoelde Uniahuis lag te Wirdum. Deze omstandigheid had plaats in het laatst der maand Januari 1515, terwijl hij zich in December van 't vorige jaar met vele manschappen uit de Zevenwouden voor Oldeklooster bevond. Daar Frederik van Roorda vóór Oct. 1521 grietman van Schoterland was van de Geldersche zijde en toen gevangen genomen werd, zoo is het waarschijnlijk, dat Merck Syrcksz. afstand deed van deze grietenij, maar grietman van Stellingwerf bleef.

Voor deze Grietenij verschenen verder de volgende Grietmannen:

● Lyckle Ebles; (1517, 18 Febr - 1517?) (wiens benoeming 19 Aug. 1525 werd geregistreerd en die tevens de helft van Stellingwerf bestuurde).

● Frederik van Roorda; (Waarsch. 1517, Nov. - 1524), (Geld. grietman, althans vóór 1521 en bleef dit vrij zeker tot 1524. Hij overleed in 1539).

● Ids Tjebbis; (1524 - 1528) (Die eerst 11 Oct. van dit jaar zijne officieele aanstelling bekwam. Hij was tevens grietman van Aengwirden en bestuurde beide grietenijen nog in 1528).

● Doede Hanses; (1528 - 1529) (Door V. Sm. in 1528 als grietman vermeld, heeft waarschijnlijk na Ids Tjebbis korten tijd provisioneel de grietenij bestuurd. Indien de naam Doede bij V. Sm. een schrijffout is voor: Heere, dan kan hij dezelfde persoon zijn geweest als Heere Hansz. Hanckema, die als substituut van Hemel. Oldephaert is vermeld).

● Tinco Sakes; (1529, 5 Juli aangesteld - 1546) (Gehuwd met eene vrouw uit het geslacht Oosterzee. Tevens grietman van Aengwirden in 1529. Was nog grietman van Schoterland in Juni 1551 en overleed in 1554, waarna hij te Oudeschoot werd bijgezet).

● Anne Scholtes; (1546 - 1554) (Waarnemend grietman, ook in 1571).

● Sybrand van Hottinga; (1554, 8 April - 1579) (Vrij zeker kort te voren aangesteld. Was nog grietman in 1575. Waarschijnlijk zoon van Jarich, in 1523 grietman van Hennaarderadeel, en zooals V. Sm. vermeldt, gehuwd met Maaike van Naerden).

● Jacob Tjebbis; (1579, 7 November - 1591) (Ook in Maart 1586).

● Tinco van Oenema; (1591 - 1627?) (Zoon van Tjepcke en Sijbrech Tincosdr. van Nijega. Hij werd 14 April 1592 tot dijkgraaf benoemd; overleed 20 Aug. 1631 en word te Oudeschoot begraven. Zijne moeder was vrij zeker eene dochter van den bovengemelden Tinco Sakes. In 1593 was Ulbe Goyties zijn substituut).

● Amelius van Oenema; (1627 - 1647) (Die te Oudeschoot werd bijgezet, komt voor, evenals die van een bijzitter op de kerkklok van Mildam).

● Daniël de Blocq van Scheltinga; (1647 - 1692).

● Martinus van Scheltinga; (1692 - 1715).

● Menno Coehoorn van Scheltinga; (1715 - 1777).

● Martinus van Scheltinga; (1777 - 1795)

TOP