Strand, Lemmer |1|

2004: Bij alle ophef over het strandpaviljoen gaan je gedachten onwillekeurig terug naar de eerste jaren dat hier echt werk werd gemaakt van het strand. Dat strand was een opgespoten stukje in de ‘stjonkhoeke’.

Die lag ongeveer op de plaats waar we nu vanaf de Stationsweg naar de Vuurtorenweg gaan. Daar kwam, boven op de dijk, ook het eerste paviljoen te staan. Ik meen dat de familie Heeres dat toen exploiteerde. Er was nog weinig concurrentie van andere plaatsen met strand. Er werd vooral reclame gemaakt met de ligging van ons strand op het zuiden. Het werd heel druk en als er op een zondagmiddag een bui kwam opzetten dan liep ineens alles leeg. Iedereen maakte dat hij van het strand af kwam. Dan was het pas druk in Lemmer! In de loop van de tijd waren er heel wat veranderingen.

Op deze hoek werd het industrieterrein Buitengaats aangelegd en volgebouwd en het strand werd verder langs de kust verlegd. Op deze foto zien we nog het eerste paviljoen. Dat is ook mee verhuisd. Het is allemaal maar wat behelpen geweest. Het is ook moeilijk om er wat goeds neer te zetten waar dan in de korte zomerperiode een inkomen voor het hele jaar te verdienen is. Maar wie weet wat de plannen van combinatie met een zwembad nog eens opleveren

Deze foto is in 1932 genomen achter het Witte Húske. Dat was in de tijd dat de Zuiderzee nog niet afgesloten was. Waar later het strand kwam en het industrieterrein. Op de achtergrond ligt Lemmer.

Van links naar rechts zien we Roelof de Heij, Willem van der Veen, Gooitzen Noppert, Theunis Bijlsma, Schelte Haagsma en Hielke Hoekstra.

We zien hier It Wite Húske in 1973. Dit boerderijtje was een begrip in Lemmer. Een punt om naar toe te lopen, een punt waar gezwommen werd. Het stond ongeveer op de plaats waar later de kantine van de camping kwam.

Het gezin van Johannes Huitema woonde er. Later zijn zij naar Frankrijk vertrokken. Johannes was een zoon van Teake Huitema, die een boerderij in de Schans had waar later dokter Weber zijn praktijk kreeg. Huitema pachtte het land tussen Nieuwburen, Vissersburen en Polderdijk. Ruwweg het stuk waar nu Suderigge en een deel van de Gerben Bootsmastraat staan.

Foto van Wouter van der Meer: V.l.n.r. Wouter van der Meer, ?, zoon meester Zuiderveld. Jetty, Martha, Obe, Cor en Jetty van der Meer.

Foto van Wouter van der Meer: V.l.n.r. Sije, Anneke, Obe, Nammie en Riek.

1953: Friesland heeft ondanks z'n kilometers lange kust, betrekkelijk weinig strand. Jaar in jaar uit trekken Friezen naar Zandvoort en Scheveningen om op het gele strand te genieten van zee en zon. Friesland heeft immers geen strand en zal het ook wel nooit krijgen.

Kunstmatig strand.

In Lemmer heeft men echter deze "It is net oars - mentaliteit" van zich af kunnen schudden. In de hoek tussen de Westelijke havendam en de vroegere zeedijk, vormde zich in de loop van de jaren een ondiep gedeelte, dat door de verlaging van het peil van het IJsselmeer nog ondieper werd. Op een gegeven moment was het mogelijk een flink stuk "zeewaarts" te lopen, zonder het leven er direct bij op het spel te zetten.
In die tijd begon een plannetje te rijpen, dat langzamerhand vastere vormen ging aannemen. Men werd het er over eens, dat een kunstmatig aangebracht strand heus wel perspectieven bood. Lemmer zou hierdoor een veilige badgelegenheid krijgen voor z'n eigen bewoners en in het beste geval zou zich op den duur een zeer bescheiden bad centrum kunnen ontwikkelen.

Driekwart hectare.

In 1952 werd met de aanleg begonnen, om de nodige grond te krijgen, liet de Nederlandse heide-Maatschappij een eindje uit de kust graven, dat zoals de foto aangeeft, met kipkarretjes over rails naar het object, vlak onder de wal, werd getransporteerd.
Ontegenzeggelijk een aardig schouwspel. Gelaarsde arbeiders achter door het water rijdende karretjes. Maar het strand groeide op deze manier niet zo bar snel. In 1952 kwam het werk niet klaar, zodat na de winter andermaal de spa ter hand werd genomen.
De Lemsters vroegen zich af, of er geen doeltreffender manier is te vinden om tot hetzelfde resultaat te komen. Zou een zandzuiger geen sneller en beter werk hebben gemaakt? Maar wie zou dat kunnen betalen?

Wanneer het werk straks klaar is, zal de vreugde op de driekwart hectare bad-grond de aanleg-misère gauw doen vergeten.

Waarschijnlijk zijn ze hier aan het zeepieren zoeken, om te vissen met hoekwand en een lange lijn met allemaal haakjes

Foto van Alfred de Vries: Strand Lemmer, vanuit de vuurtoren 1959, gemaakt door de vader van Alfred.

Zomer 1955

'De stjonkhoeke' Voor de ouderen onder de Lemsters en oud Lemsters roept de titel herinneringen op aan gelukkige jeugdbelevenissen, hoe vreemd dat voor anderen op 't eerste gezicht ook mag zijn. Want bij de 'stjonkhoeke'(stinkhoek voor niet Friezen) denk je in de eerste plaats aan minder prettige dingen, maar het gaat over het enige strandje dat wij toen hadden.

De 'stjonkhoeke' ontleende zijn naam aan het feit dat er een of twee keer per jaar wel eens een bruinvis (plm. 1 meter lengte) aanspoelde en daar dan tot ontbinding kwam, waarbij je de stank vrij ver in de omtrek kon ruiken. De reinigingsdienst van de gemeente zorgde er dan voor dat het kadaver zo spoedig mogelijk werd opgeruimd.

De 'stjonkhoeke' lag op de plaats waar later de Vuurtorenweg ter hoogte van de voormalige tramhaven een scherpe hoek maakte. Vooral in het najaar werd het strandje daar omzoomd met een rand van zeewier, waarin veel krabben en garnaaltje. Het was voor de jeugd een leuke speelplaats, met de grote basaltblokken tegen de dijk aan. Ook spoelden er veel schelpen aan die aan kippenhouders werden verkocht. In later jaren werd de 'stjonkhoeke' uitgebreid tot een groter strand en nog later werd het een onderdeel van het industrieterrein.

Een afdruk uit de tijd dat de recreatie in Lemmer nog maar heel voorzichtig op gang kwam. Waarschijnlijk is de eigenlijke camping 't Ooievaarsnest vol geweest en is hier uitgeweken naar een stukje land ernaast. Wat er staat zijn allemaal tenten. Van allerlei model, nog geen caravan te zien. Op de achtergrond de boerderij Villa Nova, voordat Villa Nova afgebrand was, woonden Piet en Aukje Kortstra-Koopmans er, die de boerderij overgenomen hadden van pake Folkert Koopmans. Dat lange gebouw meer naar rechts was van Jelte de Jong zijn bedrijf of opslag in (Lange Jelte). Wat was iedereen enthousiast over deze recreatieve ontwikkeling. De venter van Evert de Vries 'Epke Werkman' ging daar in de vakantietijd altijd met brood naar toe, héél vroeg, hij moest de mensen vaak nog uit bed roepen. Een bakfiets met brood was hij daar zo maar kwijt en dat moest allemaal aan de kant zijn voordat hij aan zijn eigen klanten begon. Die moesten weer op tijd bediend worden want dan moest Werkman in een andere rol verder, als melkcontroleur.

1955

Deze week stond tussen de oude foto’s in de Leeuwarder Courant een opname van het Lemster strand. Daar was het volgens het bijschrift nog nooit zo druk geweest als op zondag 30 juni 1957.

De hitte was enorm, zeker voor die tijd. Het water stond laag waardoor men veiliger kon baden dan ooit. Onder de badgasten waren veel deelnemers aan een zangconcours. In allerijl moesten die nog badpakken zien te lenen. Dit bericht haalde bij mij allerlei herinneringen aan dat concours naar boven. Volgens mij was dit concours op de Pinkstermaandag. Ik kan mij tenminste niet voorstellen dat de groenteman die naast ons stond zich zou laten verleiden om op zondag te verkopen.

Het concours werd op het terrein van het tramstation gehouden. Mijn vader had het terrein gepacht voor de ijsverkoop. Zoals we gewoon waren gingen we er al vroeg naar toe. Het was erg warm en we waren bang dat we het ijs niet goed zouden kunnen houden. Dat viel mee want toen het eenmaal begon te lopen vloog het ijs er uit. In de loop van de dag heeft De Jong van Heerenveen naar ik meen twee keer een nieuwe vracht ijs gebracht. ´s Middags hebben we de bakfiets mee naar het Achterom genomen om er nieuw ruw ijs en zout omheen te slaan.

Ik denk dat mijn vader nooit eerder zoveel ijs op een dag verkocht heeft. Het was in de tijd dat we met staven ijs werkten. We konden het dan mooi verdelen, mijn vader de staven snijden en ik afrekenen. Neef Andries was ook op het terrein in actie. Dat zal wel met kaartverkoop geweest zijn. Dat was zijn rol altijd op het voetbalterrein en ook wel bij andere gelegenheden. Hij had ook erg veel last van de warmte.

Toen we ´s middags terug kwamen van het ijs bijvullen had hij een heel grote strooien hoed op. Die had hij vlug bij Van der Berg in de Schans gekocht. Dat was zijn redding geweest zoals hij later wel gezegd heeft.

Johannes de Vries