Turfland

In 1826 werd het verbod om in kerken te begraven van kracht. Het grietenijbestuur van Lemsterland kocht daarop een terrein aan het Turfland, waar in 1826 en 1827 in totaal 32 mensen werden begraven. Toen in 1827 bij K.B. de eisen waaraan een begraafplaats moest voldoen bekend werden, bleek de begraafplaats in het dorp te liggen en moest een nieuwe begraafplaats buiten het dorp aangelegd worden. Op het afgekeurde terrein wilde men een school bouwen en om problemen met de bouw te voorkomen werden de 32 lijkkisten zonder toestemming opgegraven en elders op het terrein herbegraven. Vier maanden later besloot de vrederechter, mr. Meinesz, de arbeiders, die het werk hadden opgeknapt te verhoren en proces-verbaal op te maken van grafschennis. Een woedende grietman informeerde hierop de gouverneur van de provincie en de officier van justitie, die geen aanleiding zagen tot vervolging.

Bron: www.historiegaasterland.nl

Bewoners van Turfland:

  • Fam. Bowe Koopmans: Molenaar-Veekoopman
  • Fam. Kokké: Timmerman
  • Fam. de Vries: Kantoor Gasfabriek
  • Wed. Abe de Vries en dochter: Koster (schoonvader Fedde Schurer)
  • Gasfabriek
  • Fam. Faber: Directeur Gasfabriek
  • Fam. Solkema: Tram-Brugwachter
  • Fam. Klaas de Boer: Brandstofhandelaar
  • Fam. Kalsbeek: Visafslagmedewerker
  • Fam. Grijpsma: Kapitein Lemmerboot
  • Fam. Gerrit Visser: Verzekeraar
  • Fam. Derks: Leraar Christelijke school
  • Fam. Pietersma: Centrale bakkerij en venter
  • Roel en Tine Zeilstra: Netten-boeter.
  • Leenze en Marie de Boer: Machinist Lemmerboot
  • Gebr. en zus Visser: vissers
  • Evert van der Bijl: Zuiderzeewerker
  • Fam. Herbert v.d.Bijl: Binnenvisser
  • Wed.Tetje Eisema en zoon: Huisvrouw
  • Fam. Durk Bosma: Vishandelaar
  • Fam. Durk Hak: Manufacturenwinkel
  • Fam. Haaie Dijkstra: Conciërge Chr.school
  • Fam. Klaas v.d Werf: Monteur Techn. Bedr. Fa. Bus
  • Weduwe Antje v.d. Bijl-de Vries. Een zus van Abe de Vries. Later stond Pytje in dat winkeltje dat was weer een kleindochter van Antje. Ná Antje en vóór Pytje, stond Ida in dat winkeltje. Dat was de dochter van Antje en de moeder van Pytje. Dit winkeltje stond vroeger aan Turfland 52 Lemmer 
  • Dirk en Bertha van Looy: Groentehandelaar
  • Garage gebr. v.d. Bijl
  • Fam. Jaap Jongsma: Timmerman
  • Siemen en Trui Kok: Centrale bakkerij medewerker
  • Fam. Poppe Kok: Los-arbeider
  • Fam. Jaalsma: Verzekeraar
  • Sake en Meintsje Visser: Visverwerker
  • Dhr. Bartele Dekker: Boerenarbeider
  • Theunis en Anna v.d.Bijl: Transportondernemer
  • Wed. Jets Balsma en zoon: Huisvrouw
  • Fam. Johannes Deinum: Groentewinkel
  • Riekus en Griet Vlig: Visverwerker
  • Gebr. Sipke en Willem de Jong: Aannemersbedrijf
  • Wed. Ida van der Bijl: Huisvrouw
  • Mevr. Hinke Fey: Huisvrouw
  • Nammele en Hits Schroor: Visverwerker
  • Wed. de Vries: Huisvrouw
  • Gezusters de Vries: Kantoor Fa.Sterk Vishandel
  • Fam. Koop Gaastra: Groentewinkel
  • Fa. Jelle Hak: Woningtextielwinkel
  • 't Eintsjerkje: Johannes de Vries. vertelt: De naam van mijn overgrootmoeder was wed. T. Bijlsma-Schotsman. Zij woonde in een vroegere kosterswoning achter het Eintsjerkje. Gratis, maar met de verplichting om een en ander wel in de gaten te houden. Kleine karweitjes hoorden er ook bij, zoals het klaarzetten van een glaasje water voor de dominee. Dat heb ik vaak voor haar gedaan toen het haar te moeilijk werd om de preekstoel te beklimmen. 
  • Afke en Iefke Visser: Huisvrouw
  • Fam. Marten Koopmans: Broodventer
  • Sander en Clara Koehoorn: Medewerker hei-firma
  • Weduwnaar Marten Haagsma: Timmerman
  • Jan en Rika de Haan: visser
  • Fam. Zijlstra: Politieagent
  • Lieuwe en Sjoeke Meijer: Boekhouder gasfabriek
  • Weduwnaar Keimpe v.d Meer: Gepensioneerd
  • Vrijgezel, Hendrik Mulder
  • Werkplaats Beljon
  • Fam. Petrus Beljon: Aannemer walsbeschoeiingen
  • Marten en Oeke Feenstra: Houtmolen/Kruidenier
  • Fam. Johannes Duim: Werkman Houtmolen
  • Durk en gezusters Coehoorn: Visverwerker
  • Fam. van der Veen: Timmerman
  • Fam. Dijkstra: Timmerman
  • Fam. Teade Boonstra:  Bakker en winkel
  • Pakhuis Meine Gaastra
  • Douwe Tijsseling:  Zij woonden aan het water tegenover Gaasbeek.
  • Fam. Kolk: Brugwachter

Bij het Turfland hield Lemmer zo'n beetje op, daarom werd het ook wel 't Ein genoemd. Het grote huis met nog het achttiende-eeuws geveltje aan de rechterkant nr 56 staat er nog steeds. Aan dit pand aan het Turfland werd de naam 'Staperthuis' gegeven. Daarmee wordt verwezen naar de Lemster koopman en touwslager Sjoerd Jouwert Stapert, die het statige woonhuis met bedrijfsgebouwen in 1758 liet bouwen. Ook woonde in het ene deel van het huis, zeilmaker Willem de Vries, het andere gedeelte werd bewoont door Siebe van Gepke, een vrijgezelle visser die het samen met zijn moeder bewoonde.

Nu wonen in dit statige herenhuis P. Zantman en M. Patist, wie het betreedt, waant zich even in de achttiende eeuw. Het kan niet anders dan dat alle mensen die Turfland 56 in de afgelopen 250 jaar hebben bewoond, heel goed op het huis hebben gepast. Ze koesterden liefde voor het statige herenhuis. De sfeer van 1758 is nog steeds in het rijksmonument terug te vinden.

Detailfoto

Boek""Tussen Zijlroede en Lijnbaan, Bouw- en bewoningsgeschiedenis van het Staperthuis in Lemmer"

Turfland 55 - 56 Lemmer.

Turfland 56 nu.....

Lemmer: Ik heb het al heel lang een leuk idee gevonden om 't Ein haar bewoners van net na de oorlog, het aantal gezinsleden, wat de beroepen van haar kostwinners waren en hoe men zich in die tijd vermaakte, in kaart te brengen. Alles moest uit het blote hoofd, want de gemeente zelf kon mij geen namen uit die tijd en zelfs geen plattegrond te voorschijn toveren. Ik hoop dan ook dat U niet al teveel afwijkingen zult vinden, hoewel ik weet dat ze er wel zullen zijn. Mijn excuus alvast daarvoor. Hoofdzakelijk van jongenskant uit bekeken, waardoor de meisjeskant iets minder belicht is. Hun begrip daarvoor stel ik zeer op prijs.

1948 - Was nog een armoedige tijd, de gezinnen waren gemiddeld vier personen groot, maar de saamhorigheid op 't Ein was enorm. Als de één iets had, dan had de ander dat ook, had je niets dan had de ander ook niets. Onderling werd veel verruild, kleren, huishoudelijke artikelen, schoeisel, schaatsen, meubilair, babyspulletjes etc.

Bij goed weer zaten de bewoners bij elkaar buiten op de bank, of op het tuinhek , iedereen ervoer dat als gezellig. Prachtige maar ook sterke verhalen kon men hier aanhoren, altijd doorspekt met veel humor en vaak met veel fantasie.

Jong en oud deed mee aan spelletjes, zoals stoelendans, tiepelen, touwtrekken, touwtje springen, volksdansen, stoeien en zingen bijvoorbeeld. Tussendoor werd er iets gedronken, een wortel door iedereen gegeten en door de liefhebbers een sigaret gerookt. Tot laat in de avond werd vaak door gekletst, over mooie dingen maar ook over ziekte, armoe of overlijden. Het sociale stond in die dagen hoog bij ons in het vaandel. Ook wij, de thans 60 plussers, vermaakten ons uitstekend op 't Ein.

Maar hoe kon je je ook vervelen in die tijd oké, wij hadden geen televisie, geen videorecorder, geen computers, zelfs geen eigen kamer, wel een radio. Maar wij hadden wel hoepels waar we mee speelden, we hadden vliegers die we achter de tramdijk oplieten, we bouwden halfondergrondse hutten in de gezamenlijke Singeltuin, we speelden soldaatje en vochten tegen andere legers in andere wijken, zoals het Achterom of Parkstraat.

We hinkelden, we knikkerden, we tolden, we tiksjitten, landje stelen. We katteploegden avond na avond, krijgertje, prikslee, schaatsen, als het flink ijzelde straat schaatsen met aparte ijzers (band ijzers), in een kano, roeien in een afgedankte vlet, vlotje varen, zwemmen wat we allemaal leerden bij het houden stolt, tegenover over de Mudserd bij de boerderij van de familie Eisema en natuurlijk in je blootje, polstok en slootje springen, eieren zoeken, bramen plukken langs de trambaan, een cent of een een ander geldstuk op de tramrails plaatsen en er even later totaal platgedrukt weer onder vandaan halen, met de autoped mat een noodgang vanaf de trambrug dijk naar beneden racen, als je in de gelukkige was er één te bezitten en dat was ondergetekende. Verder was je natuurlijk lid van de voetbalvereniging, zat je op gymnastiek en zangvereniging.

Uit de daarvoor geschikte bomen maakten we fluitjes en proppenschieters. Ook pijl en boog maakten we zelf en voetballen deden we met een gedroogde varkensblaas die we meestal van slager Lageveen gratis kregen. Die werd dan in een moeilijk verkregen afgekeurde leren voetbal gewrongen en als je dan geluk had, hadden we een uurtje voetbal plezier. Tegen de jaar wisseling haalden we carbid bij van Putten's smederij om vervolgens in een oude koektrommel het deksel eraf te schieten.

Kattenkwaad haalden we ook uit, wat dat betreft is er dus niks verandert sinds vroeger. Rikke-tikken stond bij ons hoog in het vaandel, dat ging zo; Bijna iedere manspersoon droeg klompen en die stonden meestal voor de deur, als het niet regende gewoon, en als het regende omgekeerd. Maar het ging erom dat ze er stonden. In het donker zochten we iemand op waarvan we wisten dat hij gauw kwaad werd. Eerst deden we een hondendrol, die overal ruimschoots aanwezig was, in de klompen, dan brachten we een speld verbonden aan een lange dunne draad naar zijn raamkozijn en prikten dat er in, een tweede klein touwtje met een steentje eraan bonden we op korte afstand tevens aan de speld. Met het lange touw in de hand gingen we op veilige afstand verwijdert aan het lange touw stevige rukjes geven, zodanig dat dat de steen goed tegen het raam bonsde. de man spoedde zich dan woedend richting buitendeur, deed als een haas zij klompen aan, zag de daders gierend van het lachen buiten zij bereik wegrennen, en keerde nog woedender huiswaarts, inmiddels ontdekkend dat hij niet zo'n fraaie geur met zich meedroeg.

Als we dan een uur later thuiskwamen, waren alle ouders al op de hoogte en kregen we toch nog onze welverdiende straf, en moesten de volgende dag excuses aanbieden bij de getergde buurman, die achteraf de grap nog wel kon waarderen.

Nog even over de behuizing. De gehele Singel en bijna de gehele Pietersbuurt hadden één en hetzelfde type woning, en ook bij enkele aan het Turfland was dat het geval. Deze huizen hadden slechts een voordeur, de kamer was ongeveer vijf bij zes en een halve meter, waarbij sommige ook nog was ingenomen door tweepersoon bedsteden met een provisiekast met een paar treden daar tussen in. Deze bedsteden waren gesitueerd boven een keldertje, dus als je door de onderlegger viel, lag je boven op de opgeslagen aardappelen, en dat is historisch ook wel gebeurt. In de gang vanaf de voordeur stond in het midden een ladder, geen vaste trap. een vaste keuken ontbrak, in de gang was halverwege een koud water kraan, daar stond meestal een kastje met gordijntje eronder voor het gasstel en dat was het. de zolder was kaal en het dak vaak onbeschoten. De stuifsneeuw had er 's winters vrij spel. Ik heb dat ervaren bij mijn Pake en Beppe op de Singel.

Toch woonden er vaak ook grote gezinnen van 10 personen of wel meer, Dat lag dus heel wat op zolder en dat kon nog gezellig zijn ook, zo vernam ik van mijn ooms of tantes. De verlichting in de huizen was nog met gas en een kolen of houtgestookte kachel stond in de kamer als enige verwarming met de afvoerpijpen dwars door het plafond en door het dak. Een wc moest je minimaal met een buurman delen, soms met vier gezinnen en bij uitzondering zelfs met zes huishoudingen zoals bij mijn grootmoeder op de Singel. Twaalf woningen met twee wc's in het midden. Ondanks de gebrekkige bewoning hoorde je de mensen weinig klagen en van burenruzies heb ik persoonlijk nooit wat gehoord.

Ale Schippers en Koop Gaastra bedankt voor jullie bijdragen.

Hans Feenstra.

Anneke Hop Duim, vertelt. Ik zal even uitleggen wie ik ben. Mijn naam is Anneke Duim, ik ben geboren op 2 augustus 1943 in Lemmer, op het Turfland nr. 3. Ik heb in Lemmer op de lagere school (nu De Dam) gezeten en in 1956 naar Amersfoort verhuisd.

Mijn vader, Johannes Duim, was vroeger een bekende persoonlijkheid in Lemmer, die bij allerlei gelegenheden een stukje schreef. Sommige daarvan worden nu in Lemmer nog wel gezongen. De tekst van één zijn liedjes ..... staat op Jehannes Duim

Ik kom niet zo heel vaak meer in Lemmer, maar ik lees de Lemster krant nog steeds en ik probeer zo nog een beetje contact te houden. Mijn familie daar wordt ook steeds kleiner.

(Mijn vader en moeder kenden jouw vader goed: ik heb nog wel foto's van vroeger waar je vader ook op staat. Tabina zat bij mij in de klas. Wij speelden vroeger soms ook wel samen en ik ben ook zeker bij jullie thuis geweest in de Pietersbuurt. Tabina en Barbara hebben allebei nog in mijn poëziealbum geschreven.)

Wil Kuipers en haar zus Ada Howell-Spits, hadden nog een aanvulling: Ik (Wil) ben een kleindochter van Kerst en Aaltje Brouwer. Zij woonden op het Turfland in (ik denk) het oudste huisje. Op de groepsfoto van de 2e Parkstraat staat o.a. mijn moeder. Geweldig. Het beroep van mijn overgrootvader Abe de Vries, die op het Turfland woonde, was schilder en gepensioneerd koster van de gereformeerde kerk (Vóór hem waren zijn schoonouders de fam. Reijenga koster van de kerk). Hij was de schoonvader van Fedde Schurer, (ik dank mijn naam Wil aan de vrouw van Fedde Schurer. Mijn tante is naar haar vernoemd, en ik weer naar haar). Mijn pake en beppe (Kerst en Aaltje Brouwer) woonden eerder in de 2e Parkstraat. Ze zijn voor de oorlog verhuisd naar Amsterdam en rond 1950 op Turfland komen wonen. In 1962 zijn zij weer teruggegaan naar Amsterdam.

Abe de Vries (schoonvader van Fedde Schurer en pake van mijn moeder).

Abe de Vries (schoonvader van Fedde Schurer en pake van mijn moeder).

Een foto van mijn opa en oma Kerst en Aaltje Brouwer uit augustus 1947, deze foto is genomen voor het huis op het Turfland.

Aaltje de Vries (met breiwerk) ook uit augustus 1935

Ada Howell-Spits: Uiteraard ben ik dus ook een kleindochter van Kerst en Aaltje Brouwer-de Vries. Naar deze beppe ben ik vernoemd. De "oude koster" de Vries was van beroep huisschilder. Mijn moeder, Jannie Spits-Brouwer, (uit de 2e Parkstraat) weet dit allemaal nog erg goed.
Er wordt ook gezegd dat op het Turfland "Wed. A de Vries en dochter" daar woonden. Dat klopt wel, maar ook woonde niet alleen zijn dochter bij hem in maar ook zijn schoonzoon Kerst Brouwer, mijn grootouders woonden samen bij Abe de Vries. Inderdaad was deze Abe de Vries de schoonvader van Fedde Schurer. Ik heb veel gelogeerd bij mijn pake en beppe Brouwer op het Turfland. Ik ben kort geleden nog in het huis geweest maar inmiddels is het dak vergroot. Rechts van hun huis (toen nr.16) was later een scheepswerf.

En daar waar de molen stond, stond later iets verderop de CAF. Mijn pake was daar altijd te vinden. De familie Kokké woonden in één van de huizen die er later tussenin waren gebouwd. Het kruidenierswinkeltje aan Turfland 52 werd later gerund door Pietsje van der Bijl. Verderop op de Korte Streek woonden nog 2 zussen van mijn pake, Sip en Aaltje Brouwer. Deze dames woonden boven een fietswinkel.

Kinderen-ouders voor het pand Turfland 56

Deze foto is echt nog een uit de oude doos. Mej, Romkema schreef, dat het winkeltje rechts van de aardappelhandel van Sjoerd v.d Veen was. Zoon Heitse bracht altijd de bestelde aardappels bij de mensen thuis.

Mej, Romkema schreef "Ik zie hem nog lopen met een zak aardappelen op de rug". Hij is niet oud geworden, had n.l. T.B. dan was er z'n zuster Evertje die ook wel in de winkel hielp. De aardappels werden per vijfkop verkocht. Als die vijfkopmaat vol was werd hij met een stok afgestreken. Die dames die voor de deur staan zijn niet bekend. Dat huis dat vooruit gebouwd staat, daar hebben de dames de Vries gewoond, daarnaast woonde een oude mevrouw die werd Zwarte Gepke genoemd, daarnaast familie Vlig en dan familie De Jong.

Ook nog een kruidenierswinkeltje van wed. Siebolt v.d. Bijl en dochter. Aan de overkant kreeg je eerst het huis waar de familie Rottiné woonde en dat huis dat vooruit staat, daar woonde Anne Dijkstra, daarnaast familie Coehoorn, dan kreeg je de kruidenierswinkel van Jelle Douma en daar weer naast woonde ,,'t Boerke" zo werd hij altijd genoemd. Dat was familie de Haan, zijn vrouw droeg altijd een pet en liep steevast op klompen met dikke sokken aan.

  • Roelie Feenstra, wist zich nog te herinneren dat Oeke Feenstra, er ook een kruidenierswinkeltje had.
  • Henk Vleer: Er waren in de vijftiger jaren 3 kruideniertjes op het turfland. Oeke Feenstra, Ida van der Bijl en Catharina van der Bijl.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.