Nieuwedijk

Nieuwedijk 34 en 36, het grote huis met de dakkapellen.

In de zomer van 1977 kochten Joop en Riet van der Linden het pand Nieuwedijk 36 van fam. Wietze de Haan. Wietze en zijn vrouw Boukje hadden dit huis anderhalf jaar hiervoor gekocht van de gepensioneerde visserman Poepjes, die hier de voorgaande jaren gewoond had.

Wietze de Haan was werkzaam bij de AIVD en had als nieuwe standplaats Zeeland gekregen en moest verhuizen naar Oost Soeburg. Daarom had hij zijn woning aan de Nieuwedijk in de verkoop gedaan. Joop en Riet van der Linden kwamen uit de Noordoostpolder, Joop was werkzaam bij Breca in Emmeloord en Riet werkte toen bij de Bondsspaarbank (SNS Bank) in Emmeloord, later in Lemmer.

Nieuwedijk 34 was op dat moment in het bezit van de voormalige groenteboer van der Veen en die verhuurde het pand. In het woonhuisgedeelte van nummer 34 woonde scheepsbouwer Sietze van der Werf en de benedenwerkplaats daarvan werd verhuurd aan dhr. Leenstra, die daar een wasserette had.

Joop en Riet hadden als hobby muziek en zaten samen in verschillende bands, Joop als bassist en Riet als zangeres. De woning aan de Nieuwedijk 36 had net als nr. 34 een mooie benedenwerkplaats en daarin werd in 1978 een geluidsdichte repetitieruimte gebouwd voor de band waar ze op dat moment in zaten, popgroep Face. Dit is uiteindelijk de aanzet geworden voor het bedrijf Face Sound Studio, wat tot op heden op deze plaats gevestigd is. www.facesound.nl

Begin jaren 80 kochten Tony Leenes en Baukje Duim het pand Nieuwedijk 34 van dhr. van der Veen. Tony Leenes begon in de ruimte onder hun woning een restauratie werkplaats en museum met oude Indian motoren. Ondertussen was Joop begonnen om van de repetitieruimte onder nummer 36 een heuse opname studio te bouwen. In 1980 werd door Joop en Riet het bedrijf Face Sound opgezet, een muziekopname studio en verhuurbedrijf van geluidsapparatuur. Ook werd de hobby van Tony Leenes dusdanig professioneel dat hij het bedrijf Tony Leenes Indian Motorcycles opzette.

Dat ging voor beide ondernemers erg goed, zodat eind jaren 80 voor beide jonge ondernemers de beschikbare ruimtes onder de panden te klein werden. In 1991 verhuisden Tony en Baukje naar het industrieterrein waar een nieuw pand met woonhuis was gekomen en Joop en Riet kochten nummer 34 over van Tony, zodat beide bedrijven verder konden.

Nieuwedijk 34 en 36 werd nu één geheel en bouwbedrijf Hornstra uit Lemmer verzorgde de restauratie en bouw van de nieuwe studio. Uiteindelijk is het pand toen weer een beetje geworden zoals het oorspronkelijk was opgezet.

Wat weten wij inmiddels over dit bijzondere gebouw: In 1898 is dit pand gebouwd door meester-timmerman Eelke Jacobs Zeilstra, op het bleekveld van de woning aan het Waaigat kadastraal bekend sectie A 2919. De vader van Eelke Jacobs Zeilstra, Jacob Eelkes Zeilstra, was ook een timmerman en het gezin had 4 kinderen, 3 dochters en 1 zoon, Eelke. Het pand werd kadastraal omschreven als twee bovenwoningen met werkplaats sectie A 2918.

Onder beide panden was één ruimte die diende als timmerwerkplaats. Eelke ging wonen boven nummer 36 en zijn zuster kwam te wonen op nummer 34. Het pand had toen nog niet de benaming Nieuwedijk 34 en 36, maar Waaigat Oostelijk en Westelijk. De dijk voor het huis heette toen Oude Zeedijk, en waarschijnlijk stond er in de beginjaren aan de andere kant van deze zeedijk ook nog geen huizen en keek het pand uit over de Zuiderzee.

In 1917 werd het pand in een openbare veiling in de herberg “de Wildeman” verkocht. Het pand kwam in het bezit van dhr. Dirk Matthijs Drost. Een van de oudste foto’s die wij in ons bezit hebben is een foto van nummer 36 waar toen zo rond 1920 Matthijs Drost op nummer 36 een rijwielhandel had, wat ook boven de benedendeur geschilderd stond.

Matthijs Drost was tevens postbesteller te Lemmer. Hij verhuisde naar Wommels en in september 1921 verkocht M. Drost, het totale pand aan postbesteller Jacob Krol en die splitste het pand in de situatie die iedereen zo lang in Lemmer heeft gekend.

Rijwielhandelaar Gerlof van der Gaast kocht in december 1921 het oostelijke deel (nu nummer 34).
Inmiddels hebben wij via het kadaster nagenoeg alle gegevens over deze twee woningen. Zodra wij er tijd voor hebben zullen we de totale geschiedenis van Nieuwedijk 34/36 optekenen.

Joop van der Linden.

info@facesound.nl 

zNieuwedijk36omstreeks1918.jpg

Nieuwedijk 36 omstreeks 1918

Nieuwedijk 34-36 in 2013

Lemmer-Waaigat: Joop van der Linden, vertelt: Zoals men kan zien is de doorkijk aan het eind hier nog helemaal vrij en zie je alleen de dijk. Deze foto moet aan het begin van vorige eeuw gemaakt zijn toen de dijk nog onbebouwd was.

Nieuwedijk 1930, hier is te zien dat er nog geen pad naar boven gaat voor ons pand langs. Te zien is nog net de rand van ons pand en de hoekwoning van het Waaigat. Ons pand is te herkennen aan de overstekende kap.

Maart 1980: Ruïne zal netter worden afgebroken..De afbraakwerkzaamheden aan dit pand op de hoek Waaigat-Nieuwedijk zullen binnenkort worden hervat. Er ontstonden wat verschillen met de eigenaar van het belendende perceel. De zaak zat constructief wat in de war, aldus de heer Cramer van de dienst gemeentewerken.

Tekening van Annie Bergstra-Kramer. In het grote huis met de dakkapellen woonde de familie Poepjes en de familie Kramer.

In augustus 1944 kwamen Frans Kramer en Taekje Anna Kramer-Riewald, hun woning te Leeuwarden ruilen met echtpaar Pietersma, dat in Lemmer aan de Nieuwedijk woonde. Een pand van 2 onder 1 kap, met een stenen trap naar de voordeur. De kelder die onder het hele huis doorliep (deze ruimte was gewoon boven de grond) hoorde er niet bij. Hierin had Van der Veen zijn groenteopslagruimte. Het huis had een halletje met daarin de trap naar boven.

Er was een voor- en achterkamer met daartussenin een ruimte wat ooit een bedstee is geweest. Boven was 1 slaapkamer waarin aan weerszijden een bedstee was, maar zonder deuren ervoor. Door de ramen van de kajuit kon je de zee zien.

Verder was er een zolderruimte op dezelfde verdieping met hoeken en gaten, maar daar konden wel een paar ledikanten staan. Beneden naast de achterkamer was een keukentje met een hoog raam, waar je dus niet door naar buiten kon kijken. Daarnaast was dan nog een vertrekje met kookgelegenheid en om de hoek van dat vertrekje was de WC (nog zo'n ouderwetse met een ton die opgehaald werd via een trap buiten die in de steeg uitkwam). 

Waarschijnlijk heeft in bovenstaand pand, ook het secretariaat gezeten van de Brandstoffen-Commissie Lemmer. Zoals te lezen valt op onderstaande documenten van Johan Groenewoud. Hierbij de link naar de pagina over het Lokaal in Balk waar de brieven van de brandstoffencommissie in zijn verwerkt. 

Tekst en bovenstaande afdrukken van Joop van der Linden.

Brandstoffen-Commissie, Lemmer.

Documenten zijn van Johan Groenewoud http://www.langsdeluts.nl/ 

Reactie van Mevr. van Galen-Bosma: Mijn vader: Egbert Bosma, was een Lemster, geboren aan de Kortestreek, zoon van L.Y. Bosma.
Hij liet in 1930 een huis bouwen aan de Nieuwedijk.
In mijn herinnering was dat Nieuwedijk 34
Mijn ouders trokken daar in in mei 1931 en kregen er 5 kinderen.
Na de oorlog hebben ze Lemmer verlaten.

Bij Spanvis ontdekte ik dat de nummers 34/36 hoorden bij het grote pand (twee onder een kap) bij ons aan de overkant (Foto1) 2 huizen met een puntdak, links is nu nr 73 en in het huis rechts daarvan woonde in onze tijd de Fam. Bos van Bos en Heida. Aan de andere kant van ons woonde de Fam. Zuidersma.
Ik keek op een oud rekeningetje van mijn vader en zag daar het adres Verlengde Nieuwedijk 55 !
Ik belde mijn zus; zij keek in een kerkboek van mijn moeder en daar stond voorin het adres: Nieuwedijk 34
Het Verlengde was dus al van het adres af, en wij woonden dus zeker op nr 34.

In de oorlog waren al de huizen aan die kant van de Nieuwedijk gevorderd door de Duitsers, alleen het onze niet omdat mijn vader lid was van de Brandstoffencommissie.
Ik herinner me ook het gele bord aan onze voordeur waar dat op stond, en in onze voorkamer werkten dagelijks een aantal mensen voor die brandstoffencommissie.
Hoe het gegaan is met die nummering aan de Nieuwdijk? Dat weet ik niet.
Alleen is zeker dat wij in de oorlog op nr 34 woonden en dat wij die brandstoffenhandel aan huis hadden. Mijn vader werkte als procuratiehouder bij de brandstofhandel van Gosse Wierda, in het pand Oude Sluis 9 te Lemmer.
Nieuwedijk 73 (woont nu fam. Bergsma) was zeker ons ouderlijk huis.
Mijn zus en ik zijn er een maand geleden langs gelopen, en toen we nieuwsgierig probeerden naar binnen te kijken nodigde de Fam. Bergsma ons binnen.
Later stuurde ik hun foto's van hoe het huis er destijds uitzag. Ik ben er geboren in 1935 en woonde er gedurende de hele oorlog.
Waarom de nummering van de huizen een paar keer is veranderd, weet ik niet.
Toen mijn ouders het huis lieten bouwen werd het dus Verlengde Nieuwe Dijk 55G
Dat is vermoedelijk heel snel veranderd in Nieuwedijk 34,
En het was ook het adres van die Brandstoffencommissie, dat was bij ons in huis.

Foto 1: Op 't Skiepedykje, op de achtergrond de woning.

Mijn moeder achter het huis.

Achter het huis.

Ik heb me nog even verdiept in de nummering.
De huizen die nu de nummering 34 /36 hebben hadden in die tijd als straatnaam Waaigat, westelijk of oostelijk.
De huizen die al aan onze kant van de Nieuwedijk stonden hadden oneven nummers!
Zo hebben ze uiteindelijk ook aan onze kant doorgenummerd!
De huizen die tegenover ons stonden, dus ook aan de Nieuwedijk kregen toen kennelijk de even nummers.
Heeft iemand nog herinneringen of informatie voor Mevr. van Galen Bosma, dan heel graag. 


Nieuwedijk zo rond 1910. Het witte huis was de laatste woning op de Nieuwedijk; hierin bevond zich ooit café "De laatste Stuiver"

Reconstructie:  Afbeeldingen van Hillebrand Visser

Waar men nu vanaf de Nieuwedijk tussen Garage Weber en het huis van Romke de Jong, door naar de Stationsweg loopt, was voorheen een inrit naar de daarachter gelegen weilanden. Op die plaats is de foto gemaakt zo rond 1910.

Het witte huis was de laatste woning op de Nieuwedijk; hierin bevond zich ooit café 'De Laatste Stuiver' Op dat land achter de Nieuwedijk werden veel kinderspelen gehouden en deze foto zou best eens ter gelegenheid van zoiets gemaakt kunnen zijn. Een stel kinderen op de voorgrond met daarachter een paar mannen in het zwart, waarschijnlijk de organisators van het feest.
Op de linkerkant is nog net iets te zien van het Kippebuurtje, maar vooral van de bomen die daar voor stonden. In het huisje met witte muur, meer naar het midden, woonde indertijd Wieger de Vries, een visventer. In het hokje er achter stalde hij de hondenkar, waarmee hij zijn handel uitventte en daar waren ook de honden gehuisvest.

Later heeft de familie Sake de Jong, hier lang gewoond en nu is dit bij de woning van de Jong getrokken. De zijkant van de houten woningen die we ook nu nog aan de Nieuwedijk vinden, is net boven het huisje van de Vries te zien en verderop nog de achter de Nieuwedijk gelegen boerderij van Sterk.

Roelie

Het trappetje naar het Waaigat is goed te zien, en naar het westen gezien de Kolk met windmotor. De foto is van omstreeks 1930

Er is twijfel a.g. de benummering van destijds. Zo hebben Jilling Kingma, zijn ouders het huis op de Nieuwedijk 36 na de oorlog gekocht. Maar dat was het 4e huis vanaf de westkant. De familie Pars, bouwden er een huis tussen. Nu staat op dat gewezen huis no.56.
Jilling vertelt: "Wat de foto betreft, het volgende. Ik denk niet dat de linkerkant van de foto ook Nieuwedijk heette. Wij woonden aan de onzichtbare rechterkant. Als je dat trapje opgaat en dan naar rechts loopt, daar woonden wij, tegenover de paal van het muurtje"

Het tweede huis werd bewoond door de familie Hoekstra die dreven daar een melkhandel.

Nieuwedijk rond 1930. Rechts vooraan het z.g.n. Kippebuurtje

Kippebuurtje 1976 

1929: DORPSBEELDEN. Naam verteller is niet bekend.

DE LEMMER of Lemmer. -Is die afstooting van het lidwoord zin voor overbodigheid of kortheid? De Lemmer was van den heer Ferd. Schöne, zie zijn memorien, de lievelingsplaats.

Eigenaardig dat ze, ze, want het is immers meer dan een dorp, het ook was van allen, die er langer of korter woonden of er voor zaken, behalve dan voor Kantongerechtszaken, veel malen verbleven.

Zelf woonde ik er twee jaren, 1880 en '81, en de herinnering aan dien tijd is me altijd een bijzonder plezier geweest. Ik heb me afgevraagd, hoe dat zoo kwam en dan moest ik opmerken, dat de Lemmer het hart van veel menschen gevonden had, door z’n royaliteit, zijn open-kaart-spelen, z’n afwijzen van al wat kunstmatig en dus vaak onwaar, zijn zin voor democratie, z’n optimisme, z’n open gezicht, z’n… zie, ik zou nog een heel rijtje mooie kwaliteiten kunnen noemen, maar ik acht het genoeg, om het Lemmer-beeld voor oogen te kunnen krijgen.

Liever beantwoord ik deze vraag: „hoe kwam de Lemmer aan al deze goede karaktereigenschappen qua plaats?" Mijn antwoord is, en aller antwoord moet zijn: „de Lemmer dankt ze aan de zee."

Ik zal dit antwoord motiveeren, nu echter niet — nu wil ik spreken over mijn Lemmertijd en speciaal over de gebeurtenis, welke er in het najaar van 1880 plaats had. Een hevige storm stak toen op en zette de Lemmer onder water op de laagste plaatsen.

De schulpen voor „de Wildeman" leken een zeetje en heipalen van het Zuiderhavenhoofd, dat in herstel was, raakten op drift en rameiden de achterwoningen van den Nieuwendijk. Van mijn tehuis bij mej. Wed. Z. sloeg de achterkamer weg en met meer woningen gebeurde dit.

Wij woonden aan de zee-zij, maar aan den overkant was het ook niet veilig en werden meerdere huizen voor afweer gebarricadeerd met alles wat voor den greep lag.

Het was me een tooneel, waaraan soms, liggen de traan en de lach niet naast elkander, een komische kant kwam, o.a. toen de waterschapsdijkgraaf de Schulpen over stak en plots in een geslagen kuil daar tot over het middel „verdween." De Dijkgraaf, 't was mijnheer van Swinderen, haastte zich terug naar de Wildeman", kreeg van Knol of diens rechterhand, z’n zwager Visser, droge kleeren en gaf aan koetsier Hendrik direct last naar Rijs te rijden, om dubbele plunje: dubbel, omdat repetitie van het ongeval niet buitengesloten was.

Bange uren waren het voor De Lemmer, want er kwam ook nog brand in de Benedenschans, bij smid.... (de naam is mij ontgaan!) en de eenige spuit van de Lemmer was naar De Joure, dat in den vliegenden storm een massa-brand had te bestrijden, de ramp is bekend.

De Lemmer wist zich buiten z’n spuit te redden: kranige visschers en burgers bluschten den smederij-brand — gelukkig, want de storm-overstroomings ellende was erg genoeg.

Niet alleen door de huizen- en stratenschade, maar ook nog, omdat veel kelders onderliepen en alle regenbakken bedorven werden.

Meermalen heeft de zee aan De Lemmer kwaad gedaan, maar het geweld van nu haast een halve eeuw geleden, was wel zeer erg.

Over mijn blije herinneringen werpen ze een schaduw, maar toch zeg ik: „aan de zee dankt de Lemmer zijn glorie, eerst wat het volkskarakter betreft, dat open is als die zee.

Nieuwedijk

Bewoners vinden houten woning aan Nieuwedijk nog steeds een "paleisje"
Tussen de nieuwbouw van de Nieuwedijk en die van de Tramhaven staat aan de Nieuwedijk al ruim een eeuw nog steeds bewoonde houten noodwoningen, zoals die destijds werd betiteld. De houten woning werd in 1880 gebouwd en stond toen in veel nauwer contact met de Zuiderzee, waarmee het gebouw alles te maken heeft, dan tegenwoordig. De eerste bewoners van de woningen 49 en 51 hebben hun steentje bijgedragen tot de latere inpoldering van een deel van de Zuiderzee.

Zoals gezegd werden de woningen in 1880 gebouwd, met houten palen als fundering. De totale kosten bedroegen toen tweeduizend gulden. De opzet was dat de houten woningen slechts drie jaar dienst zouden doen. Ze verschaften onderdak aan opzichters, die grond monsters moesten nemen in de Zuiderzee, ten einde de vruchtbaarheid van de grond te bepalen. Er was toen een onderzoek op gang gekomen omtrent de afsluiting en (gedeeltelijke) droogmaking van de Zuiderzee. Onder leiding van de staatsman en civiel ingenieur C. Lely (1854 -1929) die van 1891 tot 1918 minister van waterstaat was, kwam de wet tot afsluiting en droogmaking der Zuiderzee tot stand. In 1918 werd tot uitvoering besloten.

Maar terug naar de houten woningen, die wel wat langer dan de geplande drie jaar dienst hebben gedaan en nog steeds doen. Ze waren opgetrokken op een ondergrond van een half steens muur 11 centimeter hoog, met schot werk er om heen en het hout was 2,8 cm. vet Amerikaans grenen. De opzichters die er woonden gingen met een zeilboot de Zuiderzee op, voor het nemen van hun grondmonsters. Zo kreeg Lemmer toen al te maken met de drooglegging van de Zuiderzee. De oude houten woningen aan de Nieuwedijk zijn in wezen een stukje historie van de pioniersgeest, en de vakbekwaamheid van de Nederlandse droogleggingdeskundigen, waar bij de drooglegging in dit geval en vele andere dus uitsluitend water betrof.

Branding.

Na 105 jaar staan de woningen er nog steeds, men kan wel zeggen: als een rots in de branding die er voorheen dicht achter langs woede. De woningen werden op een verhoging gebouwd met aan de achterkant een stenen zeewering, want de Zuiderzee grensde er aan. Onder de vloeren van de woningen liggen nu nog kurk droog strandzand en fraaie schulpen. De woningen zien er nog precies zo uit als toen ze werden gebouwd, met o.m. nog dezelfde kozijnen, een teken van oer-Hollandse degelijkheid.

Toen de opzichters na enkele jaren hier hun taak hadden volbracht, bleven de noodwoningen staan. Ze waren wel in trek want ze gingen enkele keren in anderen handen over. Zo woonden er o.a. opzichter Koole van het waterschap "De Zeven Grietenijen en de stad Sloten", veldwachter Gerardus Wierdsma, de families Coehoorn, merendeels grote huishoudingen die er met veel plezier hebben gewoond.

De familie Pieter de Graaf woont nu nog op Nieuwedijk 49, aan de oostelijke kant, het grootste gedeelte, het kleinste gedeelte, no 51 staat momenteel leeg, de laatste bewoner was de heer P. Bovee, die wel wilde verbouwen, maar aan de achterkant ontmoete hij grote problemen in de vorm van zware steenwering. Dat ging dus niet door en de familie Bovee verhuisde naar elders in Lemmer. Pieter de Graaf en zijn vrouw Andriesje Coehoorn, die in dat huis is geboren wonen er best naar hun zin. Ze wonen er al ruim 20 jaar. Het is een paleisje voor ons zegt de heer de Graaf we zouden er niet uit willen.

Ruimte.

Je ziet het er van buiten niet zo af, maar binnen is er veel ruimte in deze woning, die uiteraard door de altijd bezige Pieter de Graaf, op een aantrekkelijke manier naar de hedendaagse eisen is aangepast. Na de ruime entreegang, is er een grote L kamer als in een royale bungalow en een grote keuken in de negen meter brede woning is er naast een wc ook een badkamer en een schuur. De bovenverdieping telt drie slaap kamers en zelfs nog een bedstede. Een vrij platje achter het huis geeft de familie gelegenheid om zomers ongestoord te kunnen zonnen. Wat hen betreft blijft de woning nog jaren staan.

Foto van Hielke Roelevink

Het pand waar links het hekje staat werd bewoond door dokter Ham.

Het huis met de deur in het midden was een hoedenwinkeltje, daarnaast kwam Van Looy en daarnaast was een dubbele woning van Boukje Kingma.

Een foto van de Nieuwedijk met de bebouwing zoals daar jarenlang geweest is. In het witte huis vooraan, had Cobus Beljon, zijn groentewinkel. In één van de volgende twee huizen de families van timmerman Koenraad v.d. Wal en van onderwijzer Van der Loon. Dan de steeg waarachter Age Faber, zijn boerenbedrijf had en die hier ook woonde. Aan het volgende huis hangt een bordje met 'Kapper' van Otto de Wreede. Rechts de zijkant van Andringastate, het deel waarin Berend v.d. Meer, zijn winkel en grossierderij had. Verderop pakhuis/werkplaats van distilleerderij Visser, de nieuwbouwwoning van Feike Douma en met het hoge dak kruidenierswinkel Hogeterp.

34-28.jpg

1961

Links: Een kijkje in de kapsalon van de heer Otto de Wreede in Lemmer, welke Tiemen Groen onder zijn clientèle telde.

Het oudste aannemersbedrijf van Lemmer: A. H. Visser en Zoon. Deze zat destijds aan de Straatweg. De verre voorouders van de toenmalige directeur, de heer Hendrik Visser, waren al timmerbazen in Lemmer.

Rechts op de foto, genomen ter gelegenheid van de aanleg van een gasleiding in de Nieuwedijk, staan twee gezette heren met een horlogeketting op de buik. De tweede man v.l.n.r. is de heer Hilbrand Hendrik Visser met aan zijn rechterhand een klein kereltje, zoon Albert Hendrik, respectievelijk grootvader en vader van de later eigenaar van het bouwbedrijf.
Albert Hendrik kwam 27 februari 1975 te overlijden. De aannemers Visser zijn heel geleidelijk van de waterbouw in de burgerbouw terechtgekomen. De overgrootvader zat nog hoofdzakelijk in de waterbouw, maar Hilbrand Hendrik bouwde al boerderijen naast het maken van sluisdeuren, sluisjes, gemaaltjes en remmingwerken.

Anno 1981 was bouwbedrijf A. H. Visser en Zn, een compleet aannemersbedrijf, dat zich vooral heeft toegelegd op de wat moeilijker bouw, zoals het bouwen van een nieuwe woning met praktijkruimten aan de Vissersburen, voor de Lemster arts Han Weber, restauratie en modernisering van het voormalige onderkomen van drankenhandel 'De Groes', op de hoek Vissersburen-Nieuwburen, het bouwen van een grote woning in Emmeloord, de afwerking van een grote bloembollenkwekerij van Noordeloos aan het IJzerpad te Rutten en een nieuwe gevel voor boetiek Toja, destijds aan de Oudesluis. Een eeuwenoude traditie.

Detailfoto van bovenstaande