Nieuwburen 3

Het Nutsgebouw

Het gemeentehuis nog in een andere staat van dienst als latere tijden, hier zit de ingang aan de Nieuwburen. De foto is van eind 1890

Nieuwburen 24

Sinds 1985 is hierin apotheek De Waag gevestigd. Volgens het jaartal in de aanzetkrullen van de klokgevel is het huis in 1776 gebouwd.  In 1984 heeft een ingrijpende restauratie plaats gevonden, nadat sloop ternauwernood kon worden voorkomen. Op dat moment was van het pand alleen het casco nog in stand. Ook de verdiepings-balklaag kon worden behouden.

Het monument werd aan de zuidzijde uitgebreid met nieuwbouw, die werd gerealiseerd op de plaats van het vroegere Nutsgebouw. In 1776 is het pand van een monumentale klokgevel voorzien in opdracht van de koopman en mederechter van Lemsterland Poppe Jans Poppes. Deze was in datzelfde jaar eigenaar van het pand geworden, nadat hij het al sinds 1764 had gehuurd van zijn oom Bauke Poppes.

Poppes werd bekend door zijn dagboek over de inname van Lemmer door Engelse militairen in 1799. Daaruit blijkt dat hij meer dan 3 weken gevangen heeft gezeten en dat tijdens zijn afwezigheid het huis gebruikt is geweest voor inkwartiering. De wijnkelder miste sinds zijn vertrek 90 flessen wijn! Tijdens de beschieting van Lemmer op 29 september 1799 meldde een gewonde zich bij het huis van Poppes en hij werd op kussens neergelegd in de stoep van het huis, waar hem een "verquikkinge" werd toegebracht. De erfgenamen van Poppes hebben het pand in 1860 publiek verkocht. Het pand heeft daarna vele eigenaren gekend. Sinds 1976 is apotheker Sytse Faber de 16e eigenaar.

Poppe Jans Poppes. Inwoner van Lemmer, maakte in 1799 de bezetting van het dorp door de Engelsen mee. Werd na hun vertrek enkele weken gevangen gezet. Was gehuwd met Antje Annes Visser. Beknopt verhaal weegens het gebeurde in de Lemmer ten tijde van het innemen, verblijf en weeder verlaten door de Engelsen, alsmeede het intrekken der Bataafse militaire en burgermagten in september en oktober 1799. Benevens de voornaamste ontmoetingen en lotgevallen van de ondergetekende bij die gelegentheijt ondergaan. Uijt eigen ondervinding en berigten van andere saamengesteld in februarij 15.2.1800 door Poppe Jans Poppes; Beknopt geschiedverhaal betrekking hebbende in het bijzonder tot de Lemmer en veele van deszelfs ingezetenen wegens de voornaamste gebeurtenissen voorgevallen ten tijde van het inneemen, verblijf en weder verlaaten door de Engelse, alsmede het intrekken en verblijf der Bataafsche militaire en burgermagten, in september en october 1799. Benevens de voornaamste ontmoetingen en lotgevallen door de ondergetekende bij die gelegenheid ondergaan, alles bijna uit eigene ondervinding, en verders uit egte berigten van andere zaamengesteld door Poppe Jans Poppes in januari 1800.

Poppe Jans Poppes is geboren op 16 februari 1744 te balk. Zoon van Jan Poppes en Eelkje Jakles. Poppe huwde op 14 oktober 1764 met Antje Barres. Poppe huwde op 19 mei 1782 met Antje Annes Visser, geboren op 13 oktober 1758 te Heeg.

Uit dit huwelijk

1. Cornelia Poppes Poppes, geboren op 15 februari 1784 in Lemmer.

2. Jan Poppes Poppes, geboren op 1 januari 1786 in Lemmer.

3. Eelkjen Poppes Poppes, geboren op 9 februari 1791 in Lemmer.

Eelkjen Poppes Poppes.

Op 22 juni 1815 trouwde Eelkje Poppes in Lemmer met Christiaan Petrus Eliza Robidé van der Aa (1791-1851), advocaat, letterkundige, dichter en ook secretaris van Lemsterland was. Het echtpaar ging in 1818 in Leeuwarden wonen en betrok daar wat tegenwoordig het Fries Letterkundig Museum en Documentatiecentrum is en waar in de jaren 1880 Margaretha Zelle, beter bekend als Mata Hari, heeft gewoond.
Uit het huwelijk werden 8 kinderen geboren, van wie 2 dochters en 1 zoon de volwassen leeftijd bereikten. Er was wellicht ook 1 pleegzoon.

Eelkje Poppes stamde uit een achtenswaardig (Van der Aa) Fries geslacht. In 1814 verscheen van haar, autodidact in de dichtkunst, een bundeltje van drie gedichten onder de titel: Eerstelingen aan mijn vaderland, voorafgegaan door een lofdicht van haar toekomstige man. Deze patriottische verzen schreef zij naar aanleiding van de val van Napoleon en het vertrek van de Fransen uit Nederland eind 1813. Voor zover bekend heeft Eelkje Poppes, na haar 'Eerstelingen' nooit meer iets gepubliceerd. Wel schijnt zij nog enkele kindergedichtjes geschreven te hebben.

4. Anne Poppes Poppes, geboren op 12 augustus 1793 in Lemmer.

5. Bauke Poppes Poppes, geboren op 12 augustus 1793 in Lemmer.

Op deze foto zien we dat rond 1905 op de Nieuwburen, de leidingen ondergronds werden aangelegd. Het systeem van kolen en gas verouderde echter al snel en na de oorlog werd Lemmer aangesloten op het aardgasnet ook deze ouderwetse leidingen werden vervangen.

Aanleg gasleiding t.h.v. Witteveen en de Geref. Kerk

De gaarkeuken achter de Nieuwburen (1995)

Enkele weken geleden hebben we herdacht dat ons dorp op 17 april 1945 door de Canadezen werd bevrijd. In een bijlage heeft Zuid- Friesland hier uitvoerig aandacht aan geschonken. Vooral de ellende van die jaren kwam weer naar voren. Geen wonder, de wonden die toen geslagen werden werken immers nog altijd na. Maar vanzelfsprekend was het niet alleen maar kommer en kwel (die uitdrukking kenden we nog niet eens) wat de klok sloeg. Het gewone leven ging ook nog een beetje door, sommige dingen kwamen zelfs weer meer in de belangstelling of kwamen in die jaren juist van de grond.

Een groot bezit was in die jaren ook het gevoel voor humor. Dat gold ook in de gaarkeuken die in het laatst van de oorlog in de banketbakkerij van de Centrale Bakkerij gevestigd was. Toen het niet meer mogelijk was om ook maar het eenvoudigste koekje te bakken en de productie dus helemaal stil lag, was ook het moment aangebroken dat menigeen door gebrek aan brandstof geen kans meer zag om een warme maaltijd te bereiden.

Tijd om over te gaan tot het van gemeentewege instellen van een gaarkeuken. De ruimte daarvoor werd gevonden in de bakkerij, die met twee doorbraken werd verbonden met de garage van hotel Boersma, waardoor ruimte voor opslag, aardappelen schillen en pitten en dergelijke zaken werd gevonden. Grote kookpotten werden aangevoerd, naar ik meen uit kampen in de NOP. Het personeel werd zorgvuldig uitgekozen. Mensen die anders misschien voor uitzending naar Duitsland zouden worden opgeroepen. In de eerste plaats zij die in de bakkerij werkten. Bakkers-en kokswerk liggen tenslotte dicht bij elkaar. Bovendien bleven de eigen mensen, Klaas Knol en Menno van der Hoff, op die manier baas in het eigen gebouw. College Thijsseling, kon op die manier ook worden veilig gesteld en ook nóg enkele aankomende krachten in het vak.

Bij het Gemeente Gasbedrijf lagen de meeste, misschien wel alle, werkzaamheden inmiddels ook stil en dus' kwam dat personeel ook in gevaar. Maar een stoker in de gasfabriek kon ook uitstekend de kolen onder de kookpot scheppen. Er zal nog wel eens iemand van het sluispersoneel tussen gedrukt zijn, een paal meisjes bij de aardappelschilmachine waren ook wel te vinden. Dan moest er natuurlijk ook iemand zijn die dit alles financieel en wat minstens even belangrijk was, met bonnen en toewijzingen op orde hield. Dat werd Pier Meijer, boekhouder van de gasfabriek en de afslag. Meijer was iemand die niet alleen rekenkundig maar ook taalkundig goed met de pen overweg kon.

Onder zijn initialen P. M. L. (Lemmer) heeft hij veel bijdragen geschreven en ook in die laatste oorlogsmaanden, toen alles zo spannend was, kon hij het schrijven niet laten. Zijn baan bij de gaarkeuken bracht hem tot het schrijven van een gedicht van 22 vierregelige coupletten waarbij hij de gaarkeuken en zijn medewerkers opvoerde als een circus vol artiesten. Beginnend met Klaas Knol uit de Schans als de baas en Van der Hoff als zijn vervanger, komt Meijer via de hele groep van medewerkers tenslotte bij zichzelf terecht: hij beurt netjes in zijn petje de centjes voor 't gezelschap in. Mooi dat wij na jaren weer in het bezit van deze oorlogspoëzie kwamen...

De baas van 't Circus Stamppot Rapen,
Flerr Karel Knol van Schansenstein,

Beschouwt zijn troep artiestenknapen,
Die aan zijn tent verbonden zijn.
Zijn adjudant Herr Hoff de Mennos,
Een Spanjaard van het zuiverst ras,
Zorgt voor het welzijn van de troepos
Alsof hij aller Vader was. .

De stalchef Thijs van Taartenheuvel,
Zorgt voor de paarden van zijn baas.
Dit heerschap houdt niet van gekeuvel,
En arbeidt zonder veel geraas.

Heer Piet von Reijenga, toe zwartkop,
Tip top jongleur van groot formaat,
Jongleerd met pokken "en een koolschop,
En is tot alles steeds in staat.
Zijn kameraad in duist 're zaken,

Herr Meister Hans von Zeldenthuis,
Moet het geacht publiek vermaken
Met 'n afgerichte witte muis.

De Mexicaan Bernardo Veeno,
Een reuze Cowboy op en top,
Die werpt geweldig met zijn lasso,
Vangt alles in zijn reuzestrop.

Een top artist van reputatie,
Is 't slangenmensch Don Sjors van Brug,
Zijn hoogtepunt is een creatie,
Met dertien kronkels in zijn rug.

Herr Henri Dijkstra van Bohemen,
Rijdt op een volbloed Arabier,
Gaat elke keer drie salto's nemen,
Een groet 't publiek met grooten zwier.

Don Pedro Frankman van Itali,
Rijdt staande op drie schimmels rond.
De teugels in zijn vuistpotdori,
En dwars de rijzweep in zijn mond.

Herr Bakker Bart van Polderveenen,
Drinkt veertig glazen water, uit.
Spuwt dan de stralen om zich' henen,
Als bij een brand de motorspuit.

Een kerel als uit staal gegoten,
Is onze Mister Henri Loen.
Hij wordt uit een kanon geschoten,
En vliegt door 't circus als 'een hoen.

,Herr Anno Hoff van Vitterskerken,
Die maakt éen hoogstand op een stoel,
Men kan aan deze artist wel merken,
Die streeft steeds naar een hoger doel.

De Clowns van 't circus Stamppot Rapen,
Herr Jennico en Heineman,
Dat zijn precies twee kwaaie apen,
En vechten ook zoo nu en dan.

De dodensprong van uit het nokje,
Wordt uitgevoerd door Tetto Fries,
Dat is een zeer gevaarlijk gokje,
En 't of winst of 't wordt verlies.

Dan komt Herr Jaspers, met zijn Leeuwen,
Een temmer met een grote snor,
Je hoort van ver de beesten schreeuwen,
Hij geeft ze af en toe een por.

En is een nummer afgelopen,
Staat daar de stalknecht Peter Bijl,
En vangt met beide armen open,
Het paard en loodst het door het zeil.

Herr Laurens Deinum Koningschutter,
Schiet met een zuiver meesterschot,
Een wonder voor zo 'n kleine putter,
Finaal een rode biet aan mot.

En als het spel dan gaat beginnen,
Staat daar de Heer van Medenblik,
En lokt 't publiek glimachend binnen,
Hij kent zijn menschen op een' prik.

De dansers Katchinka Wouda,
Voormalig Russich Grootvorstin,
Die dans balletten uit de Püsta,
En heeft meestal een fleurig zin.

't Trapeze trio: De Drie Jellen;
Voert in den nok haar kunsten uit.
Dit stel is heel wat mee te stellen,
Geen van de drie houdt ooit haar snuit.

Een jonge ster van 't eiland Kreta,
Danst op een strak gespannen koord,
Zij noemt zich zelf Miss Margaretha,
En voert meestal het hoogste woord.

En aan de kassa in 't loketje,
Daar zit Herr Mejjer aus Berlin.
En beurt daar netjes in zijn petje,
De centjes voor 't gezelschap in

'P.M. .......

De centrale bakkerij, de panden van de vissersburen zijn buiten te zien.