2013

Dinsdagmorgen wijdde Eelke Lok zijn column voor Omrop Fryslân helemaal aan het perronkaartje dat Rederij Doeksen ingevoerd heeft. Een poging om de uitzwaaidrukte bij de veerboten te beperken. Een maatregel die eigenlijk niet meer bij deze tijd hoort. Maar het zal wel goed bedoeld zijn.

Dit bericht deed mij denken aan de tijd dat de tram hier nog reed. Als je dan iemand naar de tram wilde brengen of afhalen moest er een kaartje gekocht worden. Als ik eens voor dat doel met mijn grootvader naar het station ging moest er eerst zo’n kaartje gekocht worden. Ik was nog jong genoeg om onder geleide gratis het terrein op te mogen. Later kwam ik er geregeld met mijn vader om het ijs dat met de tram uit Heerenveen kwam op te halen. Toen was er geen sprake meer van een perronkaartje. Mijn vader had alle medewerking van Grolleman die hier toen chef was. Jammer dat die man er later minder gewenste ideeën op na bleek te houden.

We konden een kar gebruiken om het ijs uit de wagon naar de remise te rijden. In de remise stond de ijsbakfiets klaar en daar konden we dan het ijs overladen en het ruwijs er om slaan. Water was er altijd beschikbaar en daar werden de bussen mee omgespoeld. Koud water waar dan meteen het ijs weer in kwam. We kunnen ons dat nu niet meer voorstellen maar wie had er in de dertiger jaren van gehoord dat er wel eens bacteriën in het ijs zouden kunnen zitten?

De foto hierbij is van het interieur van de Jan Nieveen uit de serie die ik kortgeleden van mevrouw Timmermans toegezonden kreeg.


Deze keer een foto van een stukje Lemmer dat er nu heel anders uitziet. Toch vraagt iedereen zich af wanneer hier weer een metamorfose zal plaats vinden. Zal het gemeentekantoor worden afgebroken en zo ja, wat zal er voor in de plaats komen? Er zijn wel al plannen gemaakt voor inpassing in het nieuwe bestemmingsplan maar daar zitten voor deze plaats heel verschillende mogelijkheden in.

Afwachten wat het wordt, de crisis zal ook wel invloed hebben. In het pand geheel links was voor de afbraak het atelier van Molenberg gevestigd. Willem en later Tjitte Lemstra hadden er opslagruimte in en er woonden ook mensen in een gedeelte. Daarnaast de bakkerij van Jannes en later Henny Haveman. Voorbij de ingang van het Achterom was de bazaar van Schotsman die later verhuisde naar wat nu Newton Blue is. In het volgende hoge gebouw vonden we de winkel van Coop Excelsior met daarboven een woning voor de beheerder. Daarnaast nog een blik op een hoekhuisje waar een winkeltje was van een schoenlapper die in de winter ook schaatsen verkocht.


Ik vond een foto van de oude gasfabriek. Of eigenlijk van één van de gashouders. Dat waren de opslagplaatsen voor het geproduceerde steenkoolgas. Het afvalproduct was cokes. Verscheidene keren heb ik met mijn grootvader een paar zakken van die cokes op de kruiwagen gehaald voor mijn overgrootmoeder die een voor die brandstof geschikte kachel had. In de oorlogsjaren was het gas erg krap.

Met een gezin van vijf mensen kregen we een toewijzing van 30 m3. Een kuub per dag ongeveer. Geregeld werd op de gasmeter gekeken of het er niet te vlug doorging, anders zat je de laatste dagen van de maand zonder of het te veel gebruikte moest de volgende maand bezuinigd worden. Toen er geen gas meer geproduceerd werd kwam het personeel in onze tot gaarkeuken omgebouwde banketbakkerij werken om uitzending naar Duitsland te ontlopen. Later kwam het aardgas. Alles wat gas gebruikte moest vervangen worden. Veel werk voor de installateurs. Zij waren eensgezind en in het Nutsgebouw werd een soort showroom ingericht. Daar kon je uitzoeken , bestellen en opgeven wie het moest leveren.

De toestellen voor de bakkerij heb ik uitgezocht. Dat was mijn eerste grotere opdracht voor het bedrijf. Terug naar de foto. Voor de gashouder staat het personeel opgesteld. Op de achtergrond de roggemolen in volle glorie zoals ik hem niet meer gekend heb. De afzetting van het terrein is heel eenvoudig: paaltjes met wat draad er omheen.


Van sommige plekjes kom je bijna geen foto’s tegen. Dat is ook het geval bij de Tuinstraat. Hier is er toch één. Het was een rustige straat tussen Nieuwedijk en Langestreek. Op rechts een groot deel van de huizen. Ik meen me te herinneren dat een deel van lichtgekleurde steen was opgetrokken; dat kunnen wel huizen van de Woningbouwvereniging geweest zijn. Links staan een paar woningen wat achteruit met een tuintje. Aan het hogere huis zit een laadboom. Waarschijnlijk heeft her een visser gewoond en was die boom bestemd om ongebruikte netten naar de zolder te halen. In deze buurt woonde lange tijd Dirk Reijenga met zijn gezin.


Een foto die wijlen Willem Rinsma indertijd plaatste bij een stukje voetbalherinneringen van zijn hand. Het eerste elftal van Lemmer begin jaren dertig. Inmiddels zijn allen overleden; ik heb hun allemaal gekend, de ene beter dan de andere maar het zijn allemaal personen die voor mij bij Lemmer horen.

Staand op de foto vlnr Jan Koehoorn, Eele Visser, Willem Rinsma, Sake van der Bijl, Herman Gebben, Piet Zwart, Andries Bootsma, Koert de Vries en Uilke de Jong. Zittend Wieger Spaan, Johannes Wijnands, Geert Feenstra, Johan Platte, Klaas Wouda (reserve). Hiervan zaten Jan Koehoorn, Eele Visser, Sake van der Bijl, Herman Gebben en Piet Zwart in het bestuur.


De tweede van de foto’s die Marten de Haan vorige week bracht. Weer een mooie opname van een stuk van het centrum van Lemmer. Het zal een foto van voor 1900 zijn. Dat maak ik op uit het feit dat het tegenwoordige Newport Bleu nog een woonhuis is, bewoond door de familie Brandenburg. Na die tijd werd het de bazar van Haaije Schotsman.

De oude Truitje Zijlbrug ligt hier nog op het punt waar de Rien uitkomt op de Binnenhaven. Een brugwachtershokje is er niet en dat was ook niet nodig. In die tijd werd de brug bediend door iemand uit de buurt, dat is in ieder geval ook Jelte de Jong geweest. Die kon er zo even naar toe lopen, zijn stoffeerderij was vlak bij. Op links zien we een stukje Oudesluis met achter de bomen de slagerij van Wierdsma. Dan de bakkerij van Lubbert Loen. Daarnaast een hokje waar de nachtwachten onderdak hadden en voor opslag van de gemeente. Dat is indertijd door Hendrik Loen van de gemeente gekocht, ik meen voor vijftig gulden. Dat was een grote vooruitgang voor uit- en aanzicht van het pand. Wat nu de winkel van Primera is en later Piet Zwart, zal toen nog Kokje geweest zijn.

Voor wie het gekend heeft is op de foto nog te zien dat er in de diepte opzij nog een klein tuintje was. Door de ramen daaronder kwam het licht in de kelderverdieping. De volgende twee panden zijn nu De Balans van Jaap v.d. Wal. In het eerste woonde de hierboven genoemde Jelte de Jong, in het andere deel heb ik een hoedenwinkel van gezusters v.d. Bijl gekend, daarna verkocht Keuning er bloemen, er is een stoffenwinkeltje in geweest en later nog een horlogezaak. Het laatste op deze rij is al heel lang slagerij. Aan het gemeentehuis is gelukkig niet veel veranderd. Dat geldt ook voor de Hervormde en de Gereformeerde kerk op de achtergrond.


Mijn vroegere klasgenoot Marten de Haan bracht weer twee mooie oude foto’s van het centrum van Lemmer. Eén daarvan plaats ik hierbij. Ik zou mij kunnen voorstellen dat deze gemaakt is vanaf het torentje van het postkantoor. Dat lijkt mij de enige mogelijkheid om een opname van dit geheel te maken. Het is waarschijnlijk nog van voor de afsluiting van de Zuiderzee, in ieder geval voor de aanleg van de NOP. Achter Oost- en Westhavendam met vuurtoren is nog alles ruimte. Rien, Binnenhaven en Buitenhaven op één plaatje te zien.

Op wat toen nog Markt heette een paar rijtuigjes, een lantaarn en twee hogere palen. Die waren voor het telefoonverkeer bestemd. Behalve op de linkerkant waar nu (nog) het gemeentekantoor staat, daar is al het oude weg. Op de linkerkant een stukje van het grote huis waarin o.a. het atelier van Molenberg. Dan de bakkerij van Haveman, de winkel van Schotsman, later Muurling. In het volgende hoge huis was de winkel van Excelsior. Op het hoekje daarnaast woonde een Bijlholt. Een stukje van de winkel van Funcke loert als het ware tussen dit en het volgende pand door.

Dat volgende pand is het tegenwoordige Restaurant Centrum. Daar staat ‘Hotel, biljart, nog geschreven als billard, stalhouderij’ waarschijnlijk van Oosten of Eilers. Aan de Prinsessekade winkel en woonhuis van de familie Schirm, de woning van bakker Hofman, de kapperszaak van Booms, eerder ook van Schirm die eigenaar bleef en het huis van de dames Katsma, nichten van de familie Schirm.Op de achtergrond zien we het tramstation met torentje en ook nog een hoek van de Tramhaven en het Skieppedykje. Die naam doet me weer denken aan Fedde Schurer die het dykje ook bezingt in It Liet fan De Lemmer.


Nu er niet veel vergaderingen meer zijn lees ik elke avond een stukje in ‘Met open vizier’, het levensboek van Piet Burgers. Het is een boek met korte vertellingen uit het leven van een vroegere Jordaanbewoner, maar het leest als een roman.

De belangstelling is behoorlijk groot, ik heb van de schrijver begrepen dat hij al een paar keer heeft laten bij drukken. Bij ieder verkocht boek geldt dat er weer een paar euro naar het bestrijden van een ernstige ziekte gaat.In het boek ben ik nu bijna toe aan het hoofdstukje over Burgers’ avontuur met de Jan Nieveen. Dat lijkt mij heel interessant. Dit is een deel dat we van dichtbij hebben meegemaakt.

Ik denk er nog wel eens aan terug dat we indertijd een verzoek om een subsidie in de gemeenteraad hebben afgewezen. Jammer dat het zo gelopen is, Lemmer heeft hiermee misschien een grote toeristische kans gemist. Het is niet vooruit te zeggen of iets succes zal hebben of niet. Denk maar aan het bezoekerscentrum bij het Stoomgemaal. Er was behoorlijk wat commentaar toen de raad hier een flink bedrag voor beschikbaar stelde. Maar wat heeft het al een belangstellenden getrokken.

Wij vinden het heel gewoon dat het gemaal daar staat en Fryslân helpt droog te houden. Bovendien nog Werelderfgoed. Dat lokt mensen waaronder veel liefhebbers van stoomtechniek. We moeten ons niet voorstellen dat Lemmer hier rijk van zal worden maar er zijn altijd bezoekers die meteen in het dorp willen zien en dan geld uitgeven.

Aansluitend op de Jan Nieveen: Marten de Haan bracht mij een foto van de boot terwijl die de haven binnenkomt. Op de achtergrond is de toren van de Katholieke kerk zichtbaar. Dit is een kaart die in 1929 voor anderhalve cent van Hilversum naar Weidum werd verzonden.


Als je aan het opruimen bent kom je van alles tegen. Deze week vond ik bijgaande foto. De Rien nog open en de oude bebouwing langs de Weverswal nog intact. Geen pronkstukken wat er stond maar toch wel karakteristiek. Van alles wat hier afgebeeld is staat alleen de Katholieke kerk nog overeind. Op de rechterkant zien we wasgoed hangen. Dat is van de familie Sterk die woonden in een huis dat daar een beetje achteraf stond. Daarna volgt een vroegere boerderij. Die was in gebruik bij de firma W. en H. Visser die er het materiaal voor hun aannemersbedrijf in waterwerken in opsloegen.

Daarnaast was een brede steeg naar het Achterom. Het volgende huisje werd later afgebroken en vervangen door een nieuwe woning voor de familie Lemstra, de agent van De Telegraaf. Dan stonden er een stuk of drie woningen waar onder andere Kok woonde, smidsknecht bij v.d. Berg in de Schans. Daar werd nieuw gebouwd door de Fa. A. M. Bosma. De Bosma’s woonden zo vlak naast hun timmerwinkel waarvan we nog een topje boven de andere huizen zien uitsteken.


Van mevrouw G. Visser-Bergsma kreeg ik bijgaande foto van het Gereformeerde Evangelisatiekoor van omstreeks 1947. Zelf was zij nog niet bij het koor: de minimumleeftijd was zestien jaar.

Op de bovenste rij staan Willem v.d. Bijl, Hessel Dotinga, Wiebe v.d. Gaast, Willem v.d. Bijl, ?? Ate Pietersma, Henk Loen, Jenne Visser, Nico Bouwman, Gurbe van Putten, Koen Ellers, Jelle Hak, Hedzer van Putten.

Op de tweede rij staan Huite Hak, Aredje Hornstra, Henny Hooijsma, Hotty v.d. Meer, Grietje Kuiper, Geesje Pietersma, Klaasje Hofstee, ?? Hiltje de Haan, Ieke Kuiper, Aaltje Kuiper, Jenna Eilers.

De derde rij van boven: Pieter Hak, de dirigent, zittend Albertje Toering, ?? Ina Lemstra, Tiny v.d. Molen, Alie Lemstra, Hasseltje Kok, Martha Mink.

Vierde rij onder in het gras: Antje Lemstra, Antje Stilma, Wiesje Pietersma, Sjoerdtje Kuiper.


Deze keer de tweede van de drie foto’s die mij onlangs gebracht werden. ‘Lemmer, salonboot’ is het onderschrift. Het gaat hier om de Bolsward, met het zusterschip Heerenveen één van de voorgangers van de boten die ik hier in het eerst gekend heb, de Holland en de Friesland. Later kwamen ook nog andere boten in de vaart zoals Rijnstroom, Waalstroom en IJsselstroom.

De Bolsward ligt hier in de Tramhaven voor de overkapping. Door die overkapping konden de passagiers zo oversteken naar de gereed staande tram. Ook was het de plaats waar goederen die voor een volgende tram of boot bestemd waren werden opgeslagen. In een stormachtige nacht is het gevaarte omgewaaid.

Op de achtergrond zien we de contouren van de Nieuwedijk. Op de linkerkant zien we drie kleine blokjes. Dat zijn een locomotief en twee goederenwagons. Aan de rechterkant zien we het paalwerk in de haven met hekjes er achter, keurig wit geverfd. Er ligt iets dwars op de palen. Dat zou wel een soort brug voor de passagiers kunnen zijn.Verder de zijkant van een gebouwtje van De Rook waar ansjovis bewaard werd. Later was er een soort cafetaria in gevestigd en is het afgebrand.