2012

11-01-2012 LEMMER – Zaterdagmiddag. Een stormachtige week. Voor mij niet alleen de storm in de natuur maar ook in mijn leven. Daar was vrijdagavond eerst een telefoontje van Geesje Semplonius dat haar moeder Klaasje was overleden. Na afloop van het gesprek drong het tot mij door dat zij mij in bedekte termen had gevraagd om bij de crematie wat herinneringen op te halen. Zaterdag bleek dat dat wel het geval was. Tenslotte was Klaasje iemand die ik levenslang gekend heb, als kind als overbuurvrouw, later als klant en vaste bezoekster bij verjaardagen en andere mooie of droevige gebeurtenissen in beide families. Herinneringen had ik genoeg maar om daar een behoorlijk verhaal van te maken viel nog niet mee.

Zondag kwamen er maar een paar regeltjes in de computer. Maandagmorgen ben ik om half vier opgestaan en toen rolde het verhaal er uit. Vijf uur was het klaar en uitgeprint. Ik moest denken aan een uitspraak van Hielke Semplonius: ‘Loopplankewurk slagget faaks it bêste’. Het werd een waardig afscheid waarin de kinderen en kleinkinderen een groot aandeel hadden. Toespraakjes, muziek maken, allemaal hadden ze een rol. Er was ook een behoorlijke belangstelling, in ieder geval voor iemand van 82 jaar. Klaasje zou het gewaardeerd hebben.

Ondertussen lag er al weer een rouwkaart. Hendrik Breimer. Sinds een paar dagen wist ik dat hij ernstig ziek was maar dit einde kwam toch nog heel onverwacht. Onze verhouding was altijd vrij oppervlakkig geweest maar werd de laatste jaren wat vaster. Op vergaderingen van, toen nog, de Lemster Zakenclub, zochten we elkaar vaak op. Het was mijn bedoeling om donderdag de familie te condoleren en de afscheidsdienst bij te wonen. Toen ik de kerk voorbij was schrok ik. De wachtenden stonden van de deur van Het Baken tot de hoek van de Nieuwburen. Ik wou al terug gaan maar er was iemand die mij langs de rij naar de deur begeleidde. De kerk was toen al zo vol dat ik na het condoleren weer terug gegaan ben.

Vrijdagmiddag al weer zo’n telefoontje. Alie van oom Jan overleden. Zij was maar een paar maanden ouder dan ik. Op de lagere school en op de ULO hebben we altijd in dezelfde klas gezeten. Alie was ook één van de klasgenoten waarmee we in de zeilweek gingen eten. Maandag bij de crematie ben ik niet aanwezig. Die is in Spijkenisse en met het openbaar vervoer zie ik daar tegenop. Op het voorste blad van het programma van het afscheid van Klaasje staat een foto van een schilderstukje van de hand van haar vader. Die plaats ik deze keer bij mijn column


In één van de plakboeken die ik een paar jaar geleden kreeg uit een nalatenschap vond ik deze foto van het skûtsje van Bolsward. Achter het stoomgemaal, ongeveer waar we met het zeilen dan met de LE 50 lagen. Op de achtergrond liggen ook verscheidene boten met belangstellenden. Het afgelopen jaar zijn we dit uitstapje misgelopen omdat de wedstrijd afgelast werd. Misschien dit jaar een herkansing.


Bij de Blokjesbrug is het meestal drukker dan op deze foto. Hier twee mannen, pratend bij een kar, iemand op de achtergrond. Aan zijn gebogen arm is te zien dat hij een pijp of sigaar rookt. De brug is nog het oude exemplaar dat volgens mij eind dertiger jaren vervangen is. De brug is toen naar ik meen ook een eindje opgeschoven. Wat op de foto erg opvalt zijn de grote ijzeren kasten. Daar was het draaiende werk ingebouwd. Het gezicht op de overkant wordt hierdoor wel erg beperkt.


Geert v.d. Wal, die ik vorige week per abuis v.d. Bijl heb genoemd, bracht een foto van het centrum van Lemmer rond de Blokjesbrug. Een goed overzicht met de brug als centraal punt. Het draaiende werk van de brug en de bomen van de sluisdeuren komen hier duidelijk uit.

Geheel links het stukje van Andringastate waarin de drogisterij van de familie Boonstra gevestigd was. Dan de tegenwoordige ijssalon Iiskâld, toen nog bewoond door Propsma. De reclameteksten zijn niet goed leesbaar; ik herinner me dat op de goot Agent Sleepdienst stond. Propsma had een bevrachtingskantoor voor de scheepvaart. Daarnaast de bakkerij van Oldendorp. Een broer en twee zusters dreven die zaak, na het overlijden van Michiel was zijn weduwe ook in de zaak bezig. Nu is het, na een paar cadeauwinkeltjes, een pizzeria geworden. In de tegenwoordige viswinkel woonde de familie Beljon. Die heeft wel in fietsen gehandeld maar ging later op de vishandel over. De bakkerij van v.d. Geest, later Bouma, is nu British Pub geworden, terwijl ook de vroegere brandstoffenhandel van Wierda als ’t Vooronder in de horecabedrijven Tijsseling is opgegaan.

Aan de overkant van Het Dok de bakkerij van Knol, later De Bruin en Kroes. Dan de oude muziektent waarin een paar mensen lijken te staan. De rest van de Kortestreek is niet te zien en zo zijn we terug op de Oudesluis bij de bakkerij van Loen. Tussen Loen en de bazaar van Schotsman stond een gebouwtje waarin de nachtwachten hun onderkomen hadden. Verder zal het ook wel dienst gedaan hebben als opslagruimte voor gemeentelijk materiaal. Het bouwsel heeft er nog lang gestaan tot het in onbruik raakte. De laatste Loen die hier woonde, Hendrik, kon het toen van de Gemeente kopen voor vijftig gulden. Na afbraak was er een beter zicht op zijn zaak en werd het tuintje enkele meters groter.

Dat was een lang verhaal over één foto, maar ik vind het de ruimte waard. Veel gegevens die wel interessant zijn.


Minie Loen – Toering stuurde deze foto van de bewaarschool. De meeste namen heeft zij er bij vermeld maar zij zou ook de andere namen graag willen weten.

Hier volgen dan de namen, voor zover bekend. Bovenste rij v.l.n.r.: 1. Juffrouw Lenie, 2.?, 3. Klaas Brandsma, 4. Jouke Brouwer, 5. Piet Schaper?, 6. Wiebe de Jong, 7. Okke Wabe Coehoorn, 8. Roelof Hoekstra, 9. Jan Dam, 10 Arend Toering.  

Tweede rij: 1. ?, 2. Margje de Vries, 3. ?, 4. Jelly de Jong, 5. Grietje Meester, 6. Nelly v.d. Veen, 7. Margje Lemstra, 8. Betty Krekt, 9. ?, 10. Ida v.d. Bijl, 11 ?, 12 Tony Thijsseling.

Derde rij: 1. Tjitske Wever, 2. Ina de Vries, 3. Anna v.d. Neut, 4. t.m. 10 ?????.

Vierde rij: 1. Willem v.d. Bles, 2. t.m. 8 ?????, 9. Jan v.d. Werve, 10 Tjitte de Boer, 11. ?, 12. Jan Bergsma. De nummers 6 en 7 van deze rij zouden zusjes kunnen zijn.


Deze keer een foto van de houtmolen. Niet de Houtmolen zoals wij gekend hebben maar van de originele molen die door windkracht gedreven was. In 1907 was men al overgeschakeld van de wind naar de stoom.

Het is te zien dat de molen bij het maken van deze foto al in zijn nadagen was, de wieken zijn verdwenen. In het onderschrift bij de foto wordt nog vermeld dat in een balk van de molen als bouwjaar 1795 vermeld stond. Een pluspunt voor de zagerij op deze plaats was de aanwezigheid van de Rien voor de aanvoer van het materiaal en de kolk voor het opslaan van het hout in het water. De kolk was in eerdere tijd ontstaan bij een dijkdoorbraak. We zouden dus kunnen zeggen dat ook zo lang geleden al gold dat ieder nadeel zijn voordeel heeft.

Het water ligt vol hout en op de wal staan verschillende loodsen waarin hout werd opgeborgen om te drogen. Op de achtergrond zien we de torens van de Hervormde en de Gereformeerde kerk. Van de laatste is ook de achterkant te zien. Het huis rechts daarvan zal het eerste op de Straatweg zijn waar ik veearts De Vries nog gekend heb en later onder andere de families Slump en Kuipers. Links van de kerk het dak van nu het Lytse Knipke. Vanaf de Polderdijk tot de Nieuwburen was alles weiland.


Tussen een stapeltje toneelfoto’s dook vanmorgen één op van een etentje van de Nutsspaarbank. Die hield zitting in de ‘spaarbankkamer’ van het Nutsgebouw waar ook deze foto genomen is. Ik heb zeventien jaar de boekhouding daarvan gedaan en de zittingen verzorgd.

Die zittingen waren op zaterdagmiddag van twee tot vier uur. Het eerste uur voor de jeugdbank. Daarbij had ik hulp van een meisje dat op het gemeentehuis werkte. Voor het tweede uur kwam er dan een bestuurslid de bezetting versterken. Aan het eind van het jaar moest de rente op de boekjes worden bijgeschreven. Die werden op twee zaterdagen in december ingeleverd en konden begin januari weer opgehaald worden.

Al die boekjes en de kaartenbakken kwamen dan bij mij thuis te staan om bijgewerkt te worden. Op de daarvoor benodigde avonden had ik hulp van het meisje van de jeugdbank. Na afloop van de zittingen voor het ophalen van de boekjes was er dan een etentje voor het bestuur waarbij ik ook aanwezig mocht zijn. Dat werd dan verzorgd door het beheerdersechtpaar van het Nutsgebouw. Aan het eind kregen we voor ieder gezinslid een kroketje mee naar huis. Dat etentje was de enige beloning voor het bestuur; mijn beloning bedroeg ƒ 400.—per jaar.

Op de foto v.l.n.r. ondergetekende, Jacob Hartstra, Joop Meier, Lute Bethlehem. Zittend Duco Bergman, Theunis Scholten en Sietse Terpstra.


Wietske Koen van de Leeuwarder Courant belde twee weken geleden. Of ik een foto voor haar had van het dempen van de Rien. Op dat moment kon ik die niet vinden maar vanmiddag vond ik die opname op de eerste bladzijde van het eerste boek dat ik opende om een foto bij deze column te zoeken. Meteen maar gebruiken voor de krant van deze week.

We zien hier dat het zand al gevorderd is tot de vroegere winkel van Harm van der Wolf, de plaats waar we nu Yvonne Lingerie vinden. Onder water is het zand al verder en wie niet bang is voor een paar natte voeten kan al lopen tot de voorkant van de tegenwoordige Friesland Bank. Een paar jongens zijn daar al met schoppen bezig. Langs de kanten zijn de buizen te zien waarmee het zand uit de richting van de Spuisluis werd aangevoerd. Van de bebouwing aan de rechterkant is nu niets meer over, alleen de toren van de Katholieke kerk is nog onveranderd. Hier zien we nog een hoekje van het blok waarin onder andere Molenberg een naaiatelier had.

Dan de woning van de familie Coehoorn. Daarnaast stond enkele meters achteruit de woning van melkboer Sterk en zijn gezin. Dan volgt de oude boerderij waarin aannemers Visser opslagruimte voor hun materiaal hadden. Het nieuwere huis werd bewoond door Cees Lemstra, de bezorger van onder andere de Telegraaf. Drie kleine huisjes en dan de woning van timmerman Bosma en de bijbehorende werkplaats. Op de linkerkant was toen nog de distilleerderij van “De Weeskes” Visser. Het smalle en puntige bouwsel is de eigenlijke distilleerderij.


De afgelopen week was het weer Avondvierdaagse. Hier in het centrum van Lemmer merk je er weinig van. Eigenlijk alleen op de slotavond als de lopers met bloemen en andere kleinigheden beladen en vergezeld door verschillende korpsen binnen komen. In de beginjaren van dit evenement werd er veel meer door Lemmer gelopen. Door de vele uitbreidingen wordt alles meer gespreid. Overigens heb ik van de binnenkomst van het geheel ook niet veel gemerkt; er waren andere zaken die mijn aandacht vroegen.

Van de weduwe van onze redacteur Jeen Lemstra kreeg ik onder andere deze foto die hier goed bij past. Het is een opname van de Juliana wandeltocht in Heerenveen op 21 april 1956. Het werd de postgroep genoemd maar niet allemaal waren het mensen die bij de PTT werkten. Maandagmorgen ben ik naar de Oudheidkamer geweest waar de bestuursleden dan altijd bezig zijn. Met hulp van vooral Jenny Jongsma kwamen de meeste namen boven water.

Onder voorbehoud laat ik die hier volgen. Dat zijn dan Alie Zeilstra, Jenny Jongsma, Houwstra, Jeen Lemstra, De Jong (brugwachter), Joop Jongsma, Tjeerd v.d. Bijl, V.d. Berg ?, Jolle Jansma en daarachter een Bergeik die werkzaam was bij de gasfabriek.


Nu een foto die eigenlijk niet bij deze tijd van het jaar past. Hoewel je af en toe wel eens twijfelt. Op deze foto, vanaf de Langestreek genomen, is het winters weer. Aan de overkant van het Dok ligt een strook ijs. Verder zijn het allemaal schotsen. Hard vriezen zal het toen niet gedaan hebben, het dak van het pand van de familie Gaastra is tenminste grotendeels sneeuwvrij. In het ijsvrije deel van het water is de weerspiegeling van de witte muur te zien. De muziektent staat er nog en tussen de pilaren ervan is de kerk van de Gereformeerde Gemeente zichtbaar.

Daarachter staat nog de vroegere boerderij die in latere jaren door een stuk of vier, vijf gezinnen werd bewoond. Het gezin van Jan de Haan was daar één van en ook Marten Koopmans en zijn vrouw. Marten liep met twee stokken en was nogal eens jarig. Ik kwam hem eens tegen toen hij een wandelstok van meester De Vries kreeg. Met drie stokken lopen ging ook niet en ik kreeg het verzoek om de nieuwe aanwinst bij zijn vrouw af te geven. “Ik wenje by de reinwettersbak,” kreeg ik als aanwijzing mee. Dat was me bekend want mijn overgrootmoeder woonde er naast achter de kerk.


Een pentekening uit 1975 van een zekere Rian. Bij een zo bekend onderwerp als sluis en Binnenhaven is geen nadere omschrijving nodig.


Een foto van het centrum van Lemmer, gekregen van mevrouw Lemstra. De brug staat op de kelders en lijkt klaar om weer op zijn plaats gebracht te worden. Het lijkt in de herfst of winter te zijn. De grote boom achter het postkantoor is tenminste helemaal uit het blad.


Op de foto een stukje Nieuwburen met een deel van de winkel van Bijlhout en drogisterij/schilder Plantinga. Daarnaast het boterfabriekje dat al heel lang opgeheven was.


Gistermiddag lag de oude haven behoorlijk vol met plezierboten. Ook in het Dok liggen flink wat boten. Een goede zaak, elk bootje en alle auto’s betekenen de aanwezigheid van mensen en daar moet Lemmer het toch van hebben. Het zijn ook nog eens een paar gezellige weken.

Op deze foto is het minder druk in de haven. Een stuk of vijf schepen en vier mannen en een kind. Het is nog voordat de Rien doorgegraven is. Waar die mensen nu staan is ongeveer op de plaats waar na het dempen van de Rien de wal ook weer ligt. De sluis zoals we die nu kennen is er nog niet, de oude sluis zal nog in gebruik zijn. Gelukkig is daarvan nog wat te herkennen bij de brug. De bebouwing aan de linkerkant is in de tegenwoordige toestand nog wel te herkennen. Op rechts is het meeste wel vernieuwd maar de stormpaal staat er al. De replica die we nu hebben staat aan de andere kant van de sluis.


De Lemster Zeilweek staat weer voor de deur. Dan zullen we wel veel Oud-Lemsters mogen ontvangen. Een heel ander gezelschap dan we in het verleden op die dagen zagen verschijnen. Dan denk ik aan jeugdvrienden van mijn vader zoals Hidde de Blauw en Max Koole. Maar ook in mijn generatie zijn de nodige gaten gevallen. Mijn nicht Alie de Vries, onze klasgenoten Jeppie Propsma en Joop v.d. Berge. Dan zijn er nog velen die te oud zijn om naar Lemmer te komen en ook velen waarvan je niet weet of ze nog in leven zijn. Je verliest elkaar tenslotte uit het oog.

Een vaste bezoeker met een gereserveerde plaats in de Binnenhaven was ook altijd Anne Rot(tine). Ook een vroegere klasgenoot, al was dat door een inhaalslag. Alle jaren lagen hij en zijn gezin een paar weken naast de brug. Met zijn aak ‘Out Lemmer-Lemmer 87. Bij alle gebeurtenissen in die tijd aanwezig. Het was een vaste klant voor mij totdat hij met een bestelling voor de volgende dag kwam. ‘Moarn in meter sûkerbôlle’. Het teken dat ze de volgende dag voor een jaar vertrokken. Het is misschien wel 20 jaar geleden dat Anne overleden is.


Geert v.d. Wal bracht mij een heel oude foto waarop de Binnenhaven vol ligt met allerlei vrachtschepen. Het kan zijn dat zij liggen te wachten om geschut te worden maar heet is ook mogelijk dat het stormachtig weer is en dat ze op rustiger weer wachten om de Zuiderzee over te steken. Op de achtergrond zijn de sluiswoningen en één van de sluishokjes zichtbaar. In de bebouwing van de Prinsessekade is heet wat verandering gekomen. Het huis helemaal rechts, voorheen dienstwoning van het Hoofd van de openbare school, is nog heel herkenbaar.

Achter de deur van de brede steeg ernaast was het belastingkantoor gevestigd. Daarnaast heb ik Sipke de Jong nog gekend. In het volgende pand moet dan de slagerij geweest zijn die door mijn overgrootmoeder gekocht werd bij de kledingzaak. Naast het pand van de familie Schirm staat het z.g. huis met de stoep waar bakker Hofman op oudere leeftijd woonde. Op de plaats van de vroegere kapperszaak van Booms staat nu de nieuwbouw van mijn achterneef Douwe Frederik Schirm. Verder woonden er nog de dames Katsma, nichten van mijn grootvader en de familie De Rook. Het torentje van het tramstation komt er op de achtergrond bovenuit.


De Rien vanaf de spuisluis gezien. Achter de smederij van Harm v.d. Wolf, steekt de pijp van de houtmolen er hoog boven uit. Daarnaast ook nog een stuk van het fabrieksgebouw.

Verder zien we een stuk van de muur langs de brug die de Schans met de Zeedijk verbond, links daarvan een stukje van het hek van de lager gelegen brug tussen Beneden Schans en Zeedijk. Daaronder stroomde het water dat door de spuisluis werd afgevoerd. Een rijtje palen staat in het water voor de sluis. Die zullen wel bestemd geweest zijn om schepen die moeite hadden met de stroming te geleiden. Deze palenrij werd ook wel gebruikt door hengelaars en als zwemplek door de jongeren.

Het hekwerk aan de linkerkant was de afscheiding van het terrein van boer Teake Huitema. Deze boerderij werd in de nacht van de Bevrijding getroffen door een granaat. Daarbij raakten een paar koeien op de stal dood.


In Suderigge kwam ter sprake dat er destijds zo hier en daar in Lemmer een boerderij tussen de woningen stond. Op deze foto zien we de boerderij van de familie De Jong. Die stond aan de Straatweg, ongeveer op de plaats waar nu de hervormde pastorie staat, hoek Straatweg en Markerstraat.


Van het Leeg zie je niet vaak een foto. Nu kwam ik er een tegen uit de vijftiger jaren. De Lemster Drumband marcheert hier door de straat. Gevolgd door veel mensen. Dat zal wel een optocht geweest zijn. De tamboer maitre zal Jenny Jongsma wel zijn. In de 1e rij van de volgende vier mannen is de 2e van links Sake Visser (Reade Sake). Iets naar achteren lijkt mij Sjoerd Schotanus te zijn.

Bij welke gelegenheid deze foto gemaakt is is mij niet bekend. De stoet zal wel uit de Schans gekomen zijn en via de Emmakade op weg naar naar het centrum zijn. De bebouwing is tegenwoordig nog in dezelfde staat. Geheel rechts zijn de huizen boven de ‘baan’ te zien. In het verste daarvan woonde mijn oom Jan met zijn gezin.


Geert van der wal is één van de mensen die mij geregeld van foto’s of onderwerpen voor mijn columns voorzien. Deze week bracht hij een opname die mooi aansluit bij de foto van vorige week. Toen de drumband in het Leeg, nu op de Vissersburen. Van de huizen die hier afgebeeld zijn is volgens mij niets meer over.

Toch is het verdwijnen van deze oude pandjes niet helemaal een verlies. Wat er voor teruggekomen is had veel minder gekund. Er is rekening gehouden met wat er gestaan heeft; het model en de toepassing van de ornamenten van het op één na meest rechtse huis komen ook nu weer duidelijk naar voren. Het brengt wat van de oude sfeer terug, net als de woningen op de plaats van dorpshuis De Helling. Alleen zijn die nog meest onbewoond.


Van Minie Loen-Toering kreeg ik bijgaande foto van haar pake die met zijn zoon Willem paling aan het schoonmaken is op hun botter LE 62. Met een paar emmertjes en een scherp mesje. Heel wat anders dan de tegenwoordige vangst met grote kotters en sleepnetten.

Maar dit alles is voorbij en de tegenwoordige tijd vraagt nu eenmaal een heel andere aanpak. Mensen die roepen dat de zee wordt leeggevist hebben geen voorstelling van de herstelmogelijkheden van de natuur. Als er van een bepaalde soort veel wegvalt volgt daar meestal een geboortegolf op en andersom. De natuur houdt zichzelf wel in evenwicht.


Tegen het einde van het jaar krijg ik altijd een verslagje van wat de Stichting Joodse Begraafplaats Tacozijl in het aflopende jaar gedaan heeft gedaan. Zo ook deze week. Daar komt dan meteen de vraag bij om ook voor het komende jaar de donatie of contributie over te maken.

We kunnen meteen zien wat er gedaan is want er zit een foto bij ingesloten. Die toont een deel van de 29 stenen op het kerkhof. Dit jaar zijn die allemaal opgeknapt zodat een en ander er weer keurig bij ligt. Het onderhoud van dit kerkhofje zie ik als een eretaak voor onze en komende generaties. Het is duidelijk dat de mensen die vanaf het begin de stichting gesteund hebben ouder geworden zijn en langzamerhand zullen verdwijnen. Het is dus erg belangrijk dat er nieuwe ondersteuners bij komen en ik zou het op prijs stellen dat er veel jongeren komen die deze taak willen overnemen. Het banknummer van de stichting is 581088670 bij de ABN Amrobank.

Het uitschrijven van een overschrijvingsbiljet kost niet veel tijd en kan voor het doel belangrijk zijn. Op de begraafplaats is een monumentje aangebracht voor de drie uit Lemsterland weggevoerde en omgekomen Joden. In het Jozef en Sarah Blok parkje is een paar jaar geleden een monumentje voor de beide Lemster slachtoffers geplaatst.

Naar zuster Jacobs is in Echtenerbrug een straat genoemd. Als afsluiting van deze herdenkingstekens wordt gewerkt aan de ‘stroffelstiennen’ die geplaatst zullen worden voor de huizen waar deze mensen weggevoerd zijn of in ieder geval op de plaats waar hun woningen hebben gestaan. Het streven is dat deze op 4 mei, de dag van de dodenherdenking, geplaatst en ontbloot zullen worden.