2007 (1)

Een foto van Friesland Vaart uit 1998. De LE 47 ligt klaar om de sluis in te varen. Er staat iemand klaar met touw om de aak vast te leggen. Bij de mast staat een hond gereed om te blaffen tegen soortgenoten op andere schepen of op de wal.

Op de achtergrond de sluiswoningen, het huis van Peter Sterk, de zijkant van het huis van de fam. Geurts. Helemaal op links het keurig gerestaureerde huis van de fam. Van Oers, door zeilen, masten en touwwerk voor een groot deel aan het oog onttrokken.


Marten Frankema bracht mij de hierbij afgedrukte foto. Leerlingen van de Koningin Wilhelminaschool omstreeks 1929.

Bovenste rij: Henk Bakker, Jan de Vries, Harm Poepjes, Bouwe Samplonius, Wopke Kuipers, Anton Moed.

Tweede rij: Maaike van der Meer, Visser, Itty Frankema, Marieke Muurling, Fenna Poepjes, Annie van der Gaast, Alie Frankema, Neeltje Koopmans, Sietske Visser.

Derde rij: Trijntje van der Laan, meester Dragt, Jantje Rippen, Trijntje Rippen, Johanna de Vries, Lamkje Samplonius, daarvoor Antje Bakker, Froukje van der Bijl, Annie Jongsma, meester van der Kooi, Uibeltje Visser.

Vierde rij: Nanne Frankema, Jelle Kolk, Meine Frankema, Gerrit Poppe, Wiebe Verbeek, Jan Bakker, Folkert Koopmans.

Onderste rij: Anne Visser, Jan de Boer, Marten Frankema, Cornelis van der Wolf, Hielke van der Gaast, Jan Visser.


image018-3.jpg

Bij het zoeken naar een foto van het zeilen kwam ik een mooie opname tegen van het eindje van de dam. Dat is hier nog helemaal compleet met het houtwerk rondom. Een loopje naar het eindje was toen een dagelijkse bezigheid voor velen.

Wie ooit op de gedachte is gekomen om dit er weg te halen weet ik niet, maar die heeft Lemmer geen goede dienst bewezen. Het was een plek waar men een poosje ging zitten om over het water uit te kijken, er werd gehengeld en gezwommen. Bij verschillende gelegenheden heb ik al eens naar voren gebracht dat dit eigenlijk in oude luister hersteld zou moeten worden.

Voorlopig zal dat er wel niet van komen, daarvoor is het geld op het ogenblik te schaars. Maar je weet soms niet hoe er uit een of ander potje zoals Plattelandsprojecten of Friese Meren geld beschikbaar kan komen. Het zou ook een mooi cadeau kunnen zijn van de aannemer van ons aquaduct als dat voltooid was. Maar dan moet die vijftien jaar waar de provincie nu vanuit gaat wel flink korter worden.

Op de foto Willem Dam (voorheen zeilmaker bij M.F.de Vries) Tine Dam en haar zuster Aukje Dam.


Een foto van de Westdam die wel uit de dertiger jaren moet zijn. Geen dijk van de NOP nog te zien, geen industrieterrein. De vorige vuurtoren staat nog op zijn heuveltje. Gelukkig dat we die terug hebben. Schepen aan de gording, wat is het allemaal nog mooi.


Het was beslist niet mijn bedoeling om nu een foto van het skûtsjesilen of wat anders dat met water te maken heeft te plaatsen. Maar toen ik deze opname van het zeilen in 1960 tegenkwam kon ik het toch niet laten. Want hier zien we wat voorheen het mooiste voor ons was bij de wedstrijden.

Vlakbij het eindje langs en dan een slagje door de Werkhaven. De bemanningen konden dan wel eens wat opmerkingen te horen krijgen, maar dat hoort nu eenmaal bij het spel. Het waren voor ons in de bakkerij de drukste weken van het jaar maar het werd wel zo uitgezocht dat wie dat wilde in ieder geval naar het zeilen kon. Het kostte toen ook minder tijd. Over de Trambrug was je zo maar op het eindje.

Terug ging ik meestal langs de onderkant van de Westdam, flink de stap er in om de massa voor te zijn zodat ik op tijd terug was om bij te springen waar dat nodig was, in de winkel, bij het ijs of bakkers of venters te helpen die nog wat uit de bakkerij nodig waren.


Van Jan en Roelie Spanjaard kreeg ik deze foto gestuurd. Een opname van de Vluchthaven, genomen vanaf de Oostdam of vanaf het water.

Het is achter in de haven met op de wal een ouderwets ogende hijskraan. Voor de wal een paar schepen waaruit blijkbaar gelost wordt. Er liggen hopen materiaal, waarschijnlijk zand of grind, zoals we dat enkele tientallen jaren geleden nog wel kenden. Die hopen nemen het zicht voor een groot deel weg op de huizen boven de baan. Ook de andere bebouwing van ’t Leeg is nauwelijks te herkennen, verstopt achter allerlei spullen op de haven.

Daar lijken ook een deel van de stokken bij te zijn waaraan de netten werden gedroogd. Wel zijn de schoorstenen van één van de hangen (Sterk of De Jager) goed te zien. Naast de Katholieke kerk is de pastorie te zien. Dat betekent dus dat de hang van Seerp de Blauw er nog niet stond, in ieder geval dat het stuk grond er achter nog niet met een muur afgesloten was. Naar ik meen werd daar het houtafval voor het stoken van de hangen bewaard.


Van Harry Brinksma kreeg ik deze opname van ‘The Golden Rock Steelband’ van St. Eustatius. Hij is afkomstig uit de papieren van zijn schoonvader, Leo Leenes.

Achterop de tekst: ‘Denkt U er om dat wij 15 Januari in de Schouwburg te Heerenveen zijn? Kaartverkoop vanaf heden. Tot ziens. Getekend Bamboo. Als correspondentieadres wordt vermeld Markt 11, telefoon 70.

Dat zou volgens mij het adres van hotel Centrum kunnen zijn. Ik herinner mij nog heel goed de Steelband die indertijd door Piet Burgers naar Lemmer werd gehaald maar die kwam uit Afrika. Maar deze mensen kwamen dus uit Zuid Amerika. Wie kan hier wat meer over vertellen? 


Een foto van een stukje van Lemmer waar al jaren over gepraat wordt en waar nog altijd niets gebeurd. Dit is een opname uit het begin van de vorige eeuw. Zoals bijna alle foto’s van de Nieuwburen is ook deze in de lengte van de straat genomen.

Op de linkerkant is het woongedeelte van de sigarenwinkel van schilder Mink goed te onderscheiden. De rest is niet precies aan te geven. Op de rechterkant een hoekje van de ingang van de Gereformeerde kerk en de pastorie. Daarnaast wat voor ons nog altijd als het huis van veearts De Vries wordt gezien. Verder is het nog allemaal grote bomen langs de Straatweg.

Er is een tijd geweest dat Okke Ferwerda aan het begin van elke uitzending van De Souwe zijn afschuw uitsprak over het verval van dit deel van de Nieuwburen. Daar is hij de laatste tijd mee gestopt maar toen ik hem daar naar vroeg hoorde ik dat hij er binnenkort weer wat aan wil gaan doen. We wachten af.


Tussen de foto’s van mijn vader vond ik een opname van werkzaamheden aan de Vissersburen ter hoogte van de familie Visser.

Het is onderhoud aan de walmuur. Het kan ook horen bij het werk aan het verbreden van de bocht in de Rien. Dit te meer omdat langs de hele zijgevel een buis is aangebracht die aan de achterkant omhoog loopt en aan de voorkant weer in de grond verdwijnt. Bovendien ligt er voor het Gemeentehuis dat deels te zien is een hoop zand.

Om de hoek van de Nieuwburen ligt ook materiaal. Er is al een deel palen geheid. Daar zal dan wel achter gemetseld moeten worden. Ondertussen is dit alles al weer verdwenen. Van de herinrichting een paar jaar geleden herinneren we ons hoe stevig dit gemaakt was en hoeveel moeite het kostte om de nodige ruimte te krijgen in wat er nog onder de grond zit.


Deze foto werd mij gebracht door Leeuwke Bootsma. De LE 86, voorheen van Jan de Haan, nu eigendom van Hans v.d. Meiden, tandarts op Terschelling. Hier derde van rechts. De aak ligt meestal in Oosterzee en wordt onderhouden door Marten de Haan, zoon van de vroegere eigenaar.

Links van hem zit Auke Coehoorn, rechts van Marten, Leeuwke Bootsma. Helemaal rechts staat havenmeester Leeuwke Bootsma. De foto is gemaakt op de dag van het jubileum van de Oudheidkamer toen de LE 86 in het Dok lag.


Er kwam weer een foto van Marten Meester. Het kan een reisje zijn van een vrouwengroep van de C.P.N. Het lijkt dat de opname op een soort tribune gemaakt is. De meeste van deze dames herken ik nog wel, maar er is een complete namenlijst bij, dus deze keer geen vraagtekens.

Op de bovenste rij zien we dan de dames T. Bootsma, Bergsma, Betsje Akkerman – Visser, Visser- Bergsma, Sjoerdje Ten Wolde – Rottiné, Anneke Schotanus, Visser – Bijma, Sanne Bootsma, Bootsma – Mulder, De Haan – Balsma.

Middelste rij de vrouw van Anne Visser, Rimke Visser, K. de Jong – Seldenthuis, M. Visser, Wouda, C. Kuipers – Visser, Y. Bootsma – Visser.

Op de onderste rij de de volgende dames: Elisabeth Wiechertje Gebben – De Vries, zuster van mijn vader, G.Bootsma – Bootsma, Tabina Visser – Jager (moeder van Roelie), Chauffeur Paulus Meester, A. Platte – Bootsma, J. de Blauw – Bootsma, H. Bootsma – Breugom, Roelofje de Vries, nicht van mijn vader, R. Coehoorn – Scheffer, S. Bootsma – Grootjans.


Van de familie Spanjaard – bekend van de website Spanvis – kreeg ik enkele opnamen van het Achterom, een hoekje waar bijna geen foto van te vinden is.

Dit is een doorkijkje van de Schans langs de Spinhuispolle naar de Vissersburen. Aan de rechterkant zien we de zijmuur van slagerij Lageveen. Daarachter een beetje zichtbaar de huisjes waar mijn pake Meinze en de familie Kuipers woonden. Een iets hoger stukje zou het dak van de timmerwinkel van Stoffel Hornstra kunnen zijn.

Op de achtergrond een huis op de Vissersburen. Het zwarte streepje daarvoor moet dan het water van de Rien zijn. Op links de huisjes achter de groentewinkel van Peke Wouda Hier hebben onder andere de gebroeders Rottiné en de familie Bijkersma gewoond. In de nacht van de Bevrijding is Bijkersma hier bij de beschieting gedood.

Het hoge dak is van het vroegere armhuis. Dit werd later in gedeelten door gezinnen bewoond. In het gedeelte dat we hier zien woonde de familie Hornstra. Mooi dicht bij de timmerwinkel. Ik meen dat zij in het armhuis ook nog een opslagruimte hadden.


Een foto van het Achterom. Deze heeft waarschijnlijk gediend als voorbeeld van de bekende pentekening van Siemen van der Wal. Rechts zien we het gebouw dat dienst heeft gedaan als pakhuis van Schotsman, als verenigingsgebouw Palvu, als distributiekantoor en als jongerencentrum. Verderop het armhuis en op de achtergrond de toren van de R.K. kerk.

Daarvoor een paar stukken dak en het huisje waar mijn pake Meinze woonde en waar hij drie en zestig jaar geleden overleden is. Dat voor die tijd mooie huis, eigendom van een van de gebroeders Frankema, kregen zij in gebruik toen oate Metje ernstig ziek werd en dit gezonder wonen voor haar was.

Links op de voorgrond het huis waar de familie Visser woonde. Al wat aangepast aan de tijd met een dakkapel. Daarnaast een pakhuisje met bovenwoning. Helemaal zeker ben ik er niet van maar het zou kunnen zijn dat Harm Sterk daar zijn melkkar onderbracht. In die buurt woonde ook Geesje Pippie. Zo ver ik mij herinner in een huisje dat wat achteraf stond in de bleek op de hoek van Achterom en Spinhuispolle.


De derde foto van het Achterom. Weer een kijkje vanaf de z.g. Bakkershoek het Achterom in met op de achtergrond de Katholieke kerk.

Rechts de achterkant van waarschijnlijk het kaaspakhuis van Andries Eilers. Dan een stukje muur om een klein tuintje heen. Betegeld, dus niet van het alleroudste. In het huisje waar dit bij hoorde woonde als laatste Theunis Bijlsma, de Flappert. Twee huizen waar ik me de bewoners wel van kan herinneren maar de namen niet.

Het hoge gebouw daarnaast is het vroegere pakhuis van Haaije Schotsman waar ik een vorige keer al over schreef. Dan volgt het armhuis waarin ik de families Hornstra en Toering heb gekend en twee families Visser. Ook hier is het huis van mijn grootvader aan de Spinhuispolle te zien.

Op links de tuinmuur van bakkerij Haveman met daarnaast een blokje van twee of drie woningen wat naar achteren gebouwd. ‘Dy wennet achter it stekje’ werd er dan gezegd. Hier komt in mijn gedachten de naam Ten Wolde naar voren.

De verdere woningen beschreef ik al eerder. De meeste huizen aan de rechterkant hebben een stoep. Op de voorgrond zien we de houten deksels van twee zinkputten. Die stamden nog uit de tijd van de open riolen die we in het Achterom nog lang gehad hebben.


Een kijkje bij de sluis. Een kaart op 13 augustus 1917 uit Lemmer verzonden naar Oosterzee voor een bedrag van 1 cent.

Als we dat vergelijken met het tegenwoordige tarief en gulden en euro daarin verrekenen dan is het ongeveer negentig keer zo duur geworden. Er komt hier een schip de sluis binnen Alles ademt rust. Geen auto te zien, het modernste is één fiets. Alleen links op het grasveld is een vrouw bezig met wasgoed dat hier te ‘blikken’ wordt gelegd. Dat kon toen nog, er waren vast minder honden om het gras te vervuilen.

Drie hoge punten op deze opname. Het torentje van het tramstation, de toren bij de Hervormde kerk en die van de Gereformeerde kerk. Het tramstation mag dan verdwenen zijn, verder is alles wat hier te zien is nog grotendeels in dezelfde staat.


Hans Poepjes bracht mij een foto van drie bekende Lemster figuren. De gebroeders Rottiné, bij elke Lemster indertijd bekend als De Klutsen. Die bijnaam hadden zij geërfd van hun vader.

Hun vader was loods, zoals verscheidene anderen in het begin van de vorige eeuw in Lemmer. Een Belgische schipper die uit een stuk of vijf loodsen kon kiezen nam Rottiné senior. Met de woorden ‘Dat mannetje met die klöts moet ich haben’. Vanaf die tijd was de familie in Lemmer onder die naam bekend.

Op deze foto zien we Jan, Harm en Hendrik op het Skieppedykje. Het zal zijn geweest in de jaren dat zij niet meer werkten en vaak met hun drieën op stap waren. Jan en Harm hadden meest wat losse werkzaamheden. Zij kwamen veel bij ons in de bakkerij. Meel sjouwen en zaagsel en spaanders brengen. Bij dat laatste was Arjen van der Wal hun ‘concurrent’.Drie eenvoudige steentjes naast elkaar op het nieuwe kerkhof herinneren ons nog aan hen.


Een heel mooie kaart van de haven van Lemmer. In 1909 verstuurd naar Harderwijk. In de buitenhaven anders niets te zien dan een tramboot die blijkbaar net uit de Tramhaven komt. In de Vluchthaven is maar één zeil te zien.

Maar des te mooier komen de havenwerken uit. De gording en het steigerwerk rond de sluis. Ook de Oostdam is goed zichtbaar. In tegenstelling tot nu is er geen stukje groen te zien. Dat zal de invloed van het zoute water wel zijn.

Nu is het een ergernis hoe de dammen begroeid zijn. Op de Oostdam lijkt zelfs wel asfalt of beton over de stenen gestort te zijn. Hier zien we op rechts nog water, een stukje van het Oosthoekje. Op de achtergrond een loods van de tram.

Waar ik niet helemaal zeker van ben, het kan ook een oude boerderij zijn die daar gestaan heeft. Een stukje naar rechts de overkapping van de tram waar geladen en gelost werd. Sluishokjes met achter het linker het bovenste stuk van de toren bij de Hervormde kerk. Tussen de hokjes de panden van de Markt, nu Burgemeester Krijgerplein. Boven de sluiswoningen steekt de toren van de Katholieke kerk uit. Verder nog enkele gebouwen aan het Leeg. Dit is nu echt een nostalgisch plaatje.


Nu het weer rustiger in Lemmer wordt en de meeste toeristen verdwenen zijn gaan je gedachten wel eens terug naar de tijd dat de boten op Amsterdam nog voeren en de drukte die er dan in de zomermaanden was. Via de Jan Nieveen kom je dan al gauw bij de Groningen IV terecht.

In een donkere nacht eind 1944 kwamen zij elkaar tegen tussen Lemmer en Amsterdam. Zij kwamen met elkaar in botsing en de Groningen IV zonk. Veertien mensen gingen met de boot ten onder. Hun lichamen konden pas in 1946 geborgen worden. Het materiaal om de boot eerder te lichten ontbrak na vijf oorlogsjaren en het kwam ook niet direct na de bevrijding beschikbaar.

Dit was een gebeurtenis die diepe indruk in ons dorp maakte. Mensen die in Friesland eten hadden proberen te krijgen en die op weg terug naar huis omkwamen. Bijgaande foto kwam ik tegen in ‘In en om De Lemmer’ van Oppie de Vries en Gerrit van Dolderen. De Groningen IV die de haven in vaart en net het eind van de Oostdam passeert. De dam die toen nog op volle lengte was.


Van Roelie Spanjaard, kwam weer een mooie historische foto van Lemmer. Voor haar van speciale betekenis omdat haar overgrootmoeder, Oate Jette, er op staat. Zij heeft tijdens de tyfus epidemie in 1909 in de barak gewerkt die toen op de Gedempte Gracht stond. Bijna niemand anders durfde daar binnen want zelfs onder de verpleegsters waren al slachtoffers gevallen. Er wonen nog veel achterkleinkinderen in Lemmer en daar buiten.

De eerste zittend links op de foto is Oate Jette. De man die naast haar zit is onbekend, de derde achter de tafel is Nieuwenhuis. Hij woonde aan de Langestreek in het Vredespaleis en was commissaris van de Groningen – Lemmer Stoomboot Mij. die de nachtboot naar Amsterdam exploiteerde. De vierde is Gorter die op de secretarie werkte. Hij is jong overleden en moet een zware doodsstrijd hebben gehad. De dame naast hem is een dochter van hotelhouder Van der Hoff, de rechtse is onbekend.

De op links staande man zou Gerbrand Kokje kunnen zijn. De man die wat hoger staat is Atte Knol met daarnaast Bouke Meijer. Hij trouwde later met Griet Pen, een nicht van mijn vader. De volgende is Djoeke Knol, zuster van Atte en naast Djoeke haar zuster Hermine. Tenslotte Lieuwe Meijer, later getrouwd met Elizabeth Kingma. Bouke en Lieuwe waren zonen van Boukje Meijer die een café dreef in de Schans.


Een foto van deelnemers aan een reisje met een ZWH bus met Paulus Meester als chauffeur. Van zijn zoon kreeg ik de foto in bruikleen. Hij leverde er ook het grootste deel van de namen bij. Een hele opgave want er staan zoveel mensen op en de rijen lopen soms een beetje door elkaar heen. Een deel van de jongelui draagt petjes en shawltjes, blijkbaar van een of andere organisatie. De foto stamt uit de vijftiger jaren.

Op de achterste rij v.l.n.r. Harm Visser, Jan Visser, Japie Tijsseling, Klaas de Jong, Johannes Visser, Pieter Visser, August Bergsma, Wiep Coehoorn, onbekend, Kees Koornstra.

De rij daarvoor Marten Vlig, onbekend, Hendrik Jan Feenstra, Jelle Visser, Piet Rottiné, Jackie v.d. Werve, Rottiné, Wannie Kroes, onbekend.

Volgende rij Hielke Scholten, Klaas Visser, onbekend, Marten Faber, Margje de Roo, onbekend, onbekend, Afke Klijnsma, Ukkie Poepjes.

Daarvoor Blokland, Sander Berg, Atze Faber, onbekend, Hans Portijk, Jo Scholten, Baukje Faber, Gerrie Bijlsma, onbekend, onbekend, Pietje Poepjes.

Voorste rij Paulus Meester, Peter Ruurda, Hendrik Visser, Jouke Alberda, Aukje Post, Post, Anna Kuipers, mevr. Blokland.


Tussen mijn oude foto’s kwam ik deze opname van het Dok tegen. Het lijkt nog niet zo lang geleden maar toch is de vorm van actie die hier wordt afgebeeld al weer historie.

Tegenwoordig vinden buitenconcerten meestal rond het beeldje van de Fiskerman plaats. Maar voorheen hadden we hier een drijvend podium. Een initiatief van de Lemster vereniging voor Vreemdelingen Verkeer. Mijn schatting is dat het ongeveer vijftien jaar geleden is dat dit zich hier afspeelde.

Het idee werd op een VVV-vergadering geopperd. Het uitvoeren van het plan ging in de vorm van het bouwen van vier vierkante betonnen bakken. Het werd al gauw duidelijk dat de naam drijvend podium niet helemaal werd waargemaakt. Het betonnen gevaarte had een te grote diepgang voor het Dok en ook overbrengen naar de oude haven gaf moeilijkheden omdat het onderweg op drempels stuitte. Het gebruik van dit podium heeft dan ook maar een paar seizoenen geduurd.

Toch was het in principe een goed idee. Muziek aan of op het water doet het nog altijd prima. Kijk maar naar de jaarlijkse concerten van het Fries Fanfare Orkest. Ook het zingen van het Lemster Shantykoor varend door Dok en Oudesluis is prachtig om mee te maken. Mijn dvd van het Lemster Mannenkoor was terug van een rondje langs de familie in Noord-Holland. Dan wil je hem meteen weer even bekijken.

Wat is het dan mooi om die beelden van het koor terug te zien, varend door het Dok. Ik hoop dat ik de dinsdagavond vrij kan houden voor hun concert met Crescendo want in de kerk zijn ze ook goed om te beluisteren.