2006

Deze foto is een uitgave van De Wildeman uit de tijd dat Anne Wienia daar de scepter zwaaide en de telefoonnummers in Lemmer nog uit drie cijfers bestonden. Een mooi aantal jaren geleden.

Ik hoop dat in de krant te onderscheiden zal zijn hoeveel mensen er daar toen stonden. Het zeilen was daar vandaan heel goed te volgen. Dan kwamen de skûtsjes bij elke route een slag door de Werkhaven en vanaf het eindje konden de aanwezigen hun commentaar aan de bemanningen meegeven.

Het officiële commentaar werd vanaf het hokje gegeven door Hidde Visser. Hier is heel klein de ladder te zien waar de officials mee op het hokje konden komen. Er hangen drie of vier routevlaggetjes. Van de skûtsjes is alleen het zeil-teken van Eernewoude zichtbaar. Op de achtergrond in de Werkhaven ligt een groot schip. Het zou bij Scheepswerf Friesland gebouwd kunnen zijn en daar liggen voor het afwerken


Bij alle ophef over het strandpaviljoen gaan je gedachten onwillekeurig terug naar de eerste jaren dat hier echt werk werd gemaakt van het strand. Dat strand was een opgespoten stukje in de ‘stjonkhoeke’.

Die lag ongeveer op de plaats waar we nu vanaf de Stationsweg naar de Vuurtorenweg gaan. Daar kwam, boven op de dijk, ook het eerste paviljoen te staan. Ik meen dat de familie Heeres dat toen exploiteerde. Er was nog weinig concurrentie van andere plaatsen met strand. Er werd vooral reclame gemaakt met de ligging van ons strand op het zuiden. Het werd heel druk en als er op een zondagmiddag een bui kwam opzetten dan liep ineens alles leeg. Iedereen maakte dat hij van het strand af kwam. Dan was het pas druk in Lemmer! In de loop van de tijd waren er heel wat veranderingen.

Op deze hoek werd het industrieterrein Buitengaats aangelegd en volgebouwd en het strand werd verder langs de kust verlegd. Op deze foto zien we nog het eerste paviljoen. Dat is ook mee verhuisd. Het is allemaal maar wat behelpen geweest. Het is ook moeilijk om er wat goeds neer te zetten waar dan in de korte zomerperiode een inkomen voor het hele jaar te verdienen is. Maar wie weet wat de plannen van combinatie met een zwembad nog eens opleveren


Hierboven schreef ik over de aanleg van de N.O.P. dijk vanuit Urk. In dezelfde tijd werd hier in Lemmer ook begonnen met dat werk.

Ergens moet ik een boekje hebben, geschreven door Pieter Terpstra. ‘De Noordoostpolder, wording en betekenis’. Daarin staat een foto waarop burgemeester Krijger van Lemsterland en burgemeester Keizer van Urk elkaar de hand schudden op de plaats waar beide dijkdelen elkaar ontmoet hebben. In plaats daarvan een foto van de werkzaamheden vanuit Lemmer.

Dit lijkt werk aan de Oostdam te zijn. Die dam werd indertijd ingekort om de toegang naar de Werkhaven groter te maken. Op de achtergrond drie hoge punten, de torens van de Gereformeerde en de Katholieke kerk en de pijp van de houtmolen. De achterkant van de spuisluis wordt voor een groot deel afgedekt dooreen gebouwtje op de Oostdam. Dat moet wel haast het badhuisje zijn.

Op deze foto lijkt het veel groter dan in mijn herinnering. Op de schepen die hier in gebruik zijn zijn de letters MUZ te lezen. Ik heb zo het idee dat dat zoiets betekent als Maatschappij Uitvoering Zuiderzeewerken. Het kan wel heel wat anders zijn maar daar verwacht ik wel commentaar over.


Toen het er zo nog uitzag als op deze foto met de open Rien kon er niet zo hard met auto’s gereden worden. Er ging wel eens een auto de Vissersburen uit, vaak de ziekenauto. Die moest dan wel voorzichtig zijn om geen schade op te lopen.

Aan de andere kant, de Weverswal, was het na de eerste meters, al even smal. In de tijd dat mijn vader zijn ijs van De Jong uit Heerenveen kreeg, kon de auto het Achterom niet in door werkzaamheden. Jaap besloot toen dat we langs de Weverswal moesten gaan. Door de brede steeg bij Meine Oebeles kwamen we dan zo weer in het Achterom en op de Spinhuispolle. Het was maar een kleine auto en het kon allemaal net. Tot aan de steeg. Daar kon hij de draai niet krijgen. Achteruit terug en toen naar de Schans. Het ijs door de steeg naar het pakhuis gebracht.

Dat was wel een paar keer lopen maar het moest in de diepvries. Mijn vader had alles uit de ijswagen gevolgd en was niet erg vriendelijk tegen Jaap toen we terug kwamen. Van alles wat hier aan de Weverswal staat is niets meer terug te vinden. Aan de kant van de Vissersburen is het eerste stuk verdwenen.

Het pand waar nu Randstad in is ziet er nog bijna net zo uit. Verder zijn de meeste panden die hier te zien zijn vernieuwd of onherkenbaar veranderd. Aan het eind van de Vissersburen steekt het huis van Jan Steen(sma) hoog boven de rest uit. Daar omheen zijn ook nog een paar van de oude huizen bewaard gebleven.


Een foto van een Lemster aak. Deze keer de LE 50. Het onderschrift hierbij luidt: ‘De Lemster aak met alle zeilen bij en de bomen uit: een vreemde, reusachtige varende vleermuis.’ Het is een leuke vergelijking, hier werd het meer omschreven met : ‘It lykje wol sérovers!’

Ik herinner mij deze beelden vooral van de wedstrijden voor vissersschepen die in de eerste jaren na de oorlog gehouden werden. Later begon de uitverkoop van de schepen voor de pleziervaart. Af en toe is er onder de toeristen die Lemmer bezoeken nog eens een schip dat hier zijn thuishaven heeft gehad.

We hebben in ieder geval nog één aak in de originele uitvoering. Dat is de LE 50, het schip dat ook op deze foto staat. Enkele jaren geleden aangekocht door de Stichting ‘De Lemster Vuurtoren’. Het Statenjacht van de Gemeente Lemsterland werd hij laatst door iemand genoemd. De aak wordt nu voor allerlei doelen gebruikt.

Tegenwoordig kan er ook bij het VVV kantoor geboekt worden voor tochtjes. Op de tweede dag van het skûtsjesilen gaan we er altijd met het college en de Gemeenteraad mee naar de wedstrijd. Toen ik in maart in de Raad herkozen werd, was één van mijn eerste gedachten: ‘Dan is het tochtje met de aak voor de eerste jaren ook weer veilig’. Maar het is natuurlijk maar een bijkomstigheid bij het hele Raadswerk.


In een serie oude foto’s van Lemmer kwam ik er een tegen met het onderschrift ‘bunkerwoning 1948’. Deze bunker stond achter de Nieuwburen en de Lijnbaan, ongeveer aan de achterkant van het koopcentrum. De grond tussen de bewaarschool en de Nieuwburen werd toen sportterreintje genoemd.

Ik heb wel eens gehoord dat er vaak korfbal gespeeld werd. Ook door de openbare lagere school werd het wel eens gebruikt voor wat gymnastiek in de vorm van balspelletjes. De omschrijving bunkerwoning lijkt mij niet juist. Volgens mij hebben hier nooit mensen in gewoond. Zo goed ik mij herinner is deze bunker gebouwd als post voor de Luchtbescherming. In de oorlog zijn hier naar ik meen ook wel eens Duitsers met zo’n waarnemingspost in gevestigd geweest.

Op deze foto zien we op de achtergrond de toren van de Gereformeerde kerk. Er staat wel een, zo te zien leeg, konijnenhok naast. Dat hoeft niet te betekenen dat er ook mensen in woonden. Het kan ook zijn van iemand in de buurt die de dieren niet te dicht bij huis wilde hebben of gewoon een oud hok dat daar gedumpt is. Misschien weet iemand hier nog wat meer over te vertellen.


Deze week stond tussen de oude foto’s in de Leeuwarder Courant een opname van het Lemster strand. Daar was het volgens het bijschrift nog nooit zo druk geweest als op zondag 30 juni 1957.

De hitte was enorm, zeker voor die tijd. Het water stond laag waardoor men veiliger kon baden dan ooit. Onder de badgasten waren veel deelnemers aan een zangconcours. In allerijl moesten die nog badpakken zien te lenen. Dit bericht haalde bij mij allerlei herinneringen aan dat concours naar boven. Volgens mij was dit concours op de Pinkstermaandag. Ik kan mij tenminste niet voorstellen dat de groenteman die naast ons stond zich zou laten verleiden om op zondag te verkopen.

Het concours werd op het terrein van het tramstation gehouden. Mijn vader had het terrein gepacht voor de ijsverkoop. Zoals we gewoon waren gingen we er al vroeg naar toe. Het was erg warm en we waren bang dat we het ijs niet goed zouden kunnen houden. Dat viel mee want toen het eenmaal begon te lopen vloog het ijs er uit. In de loop van de dag heeft De Jong van Heerenveen naar ik meen twee keer een nieuwe vracht ijs gebracht. ´s Middags hebben we de bakfiets mee naar het Achterom genomen om er nieuw ruw ijs en zout omheen te slaan.

Ik denk dat mijn vader nooit eerder zoveel ijs op een dag verkocht heeft. Het was in de tijd dat we met staven ijs werkten. We konden het dan mooi verdelen, mijn vader de staven snijden en ik afrekenen. Neef Andries was ook op het terrein in actie. Dat zal wel met kaartverkoop geweest zijn. Dat was zijn rol altijd op het voetbalterrein en ook wel bij andere gelegenheden. Hij had ook erg veel last van de warmte.

Toen we ´s middags terug kwamen van het ijs bijvullen had hij een heel grote strooien hoed op. Die had hij vlug bij Van der Berg in de Schans gekocht. Dat was zijn redding geweest zoals hij later wel gezegd heeft.


Een foto uit 1948 die allicht herinneringen zal oproepen. Het is mij niet duidelijk waar de foto genomen is. Op de achtergrond lijkt iets van golfplaten te staan. Het zou dus op de Vluchthaven kunnen zijn waar verschillende bouwsels van dit materiaal stonden.

Gelukkig lag er een briefje met de namen bij toen ik hem terugvond. De afgebeelde personen zijn v.l.n.r. Marten Zeldenthuis, Andries Coehoorn met daarvoor Jan Coehoorn. Dan volgen Leeuwke Zandstra, Wiep Coehoorn en Lolle Zandstra.


Een foto waar geen groot verhaal bij hoort. Veel keus aan foto’s heb ik nu toch niet, mijn meeste materiaal zit in Drachten bij Jan en Roelie Spanjaard – Visser. Zij scannen die zodat zij er wat van op de website kunnen zetten.

Maar nu de foto. Het is van hieruit gezien, het begin van het Dok. Een vrouw met een meisje, waarschijnlijk bezig met het uitspoelen van wasgoed. Op een afstandje de oude brug die men kort geleden weer wilde aanbrengen.

Daarbij het hokje waar een schoenmaker zijn beroep uitoefende en meteen die brug bediende als ik mij de verhalen goed herinner. Op de achtergrond het pand van Koop Gaastra en het ‘Eintsjerkje’.


Een foto van een stukje van Lemmer waar zich deze weken ook weer van alles afspeelt. De Binnenhaven met wijde omgeving. Deze dagen het tafereel van vertrek en terugkomst van alles wat met het skûtsjesilen te maken heeft.

Op het moment dat deze opname gemaakt werd was er van bedrijvigheid weinig te bespeuren. Alleen aan de Emmakade ligt een van de nachtboten. Het lijkt mij een boot van de Groningen serie. De naam is niet te lezen. Op de voorgrond zien we een stukje van de omgeving van de sluis. Op links een brokje van het tramstation. De ingang waar de kaartjes gekocht konden worden. Het torentje er nog op. Dan het huis van de familie De Rook.

Langs de Prinsessekade is een deel van de Oudesluis zichtbaar. Wierdsma, Loen, Noppert, Piet Zwart. De panden aan de Markt, nu Burgemeester Krijgerplein. De toren van de Hervormde kerk boven alles uit. Een klein stukje van Gedempte Gracht en Nieuwburen en verder de Emmakade. Gelukkig is hier in de loop van de jaren niet al te veel veranderd en is het meeste nog wel herkenbaar.


In Lemmer werd altijd gesproken over de Houtmolen als het ging om de fabriek aan de Zeedijk waar hout bewerkt werd. In feite hebben gebouwen en terreinen van het al weer jarenlang verdwenen bedrijf in de volksmond nog altijd deze naam.

Kort geleden hebben we een weg in het nieuwe industriepark aan de Straatweg ook de naam Houtmolen gegeven. Als herinnering aan het bedrijf dat jarenlang de grootste industriële werkgever in Lemmer was. Niemand van ons heeft de molen gezien waaraan deze namen ontleend zijn.

Op deze foto staat de molen afgebeeld. Blijkbaar in zijn nadagen want de wieken zijn al verdwenen. Rondom de molen zien we enkele van de loodsen die voor houtopslag werden gebruikt. Dat plankier op de voorgrond moet wel een stuk van de verbinding zijn met de fabriek zoals wij die nog in werking hebben gekend. Met wagentjes vond het vervoer van hout tussen de opslagterreinen en de fabriek plaats.


Dit is een foto waarin we in de zweeftrein zitten. Die laat ik hierbij afdrukken. Links voor het raam zit mijn nicht Anneke de Vries met naast haar Ingrid de Vries. De man die achter hun stoelen staat hoort niet bij ons gezelschap.

Op de bank aan de rechterkant zit ik, een beetje naar de kant leunend om het snelheidsbordje aan het eind te kunnen zien. Naast mij Ids Leeuw en daarnaast is een klein stukje van het hoofd van burgemeester Bosma te zien.


’Opslagterrein en Zuiderzeewerken’. Zo wordt deze kaart door de uitgever benoemd. Het is wel een mooi overzicht van de Werkhaven met een stuk van Lemmer op de achtergrond. Jammer dat alles op in de verte erg wazig wordt. Heel in de verte staat een bouwsel dat de kantine zou kunnen zijn die als een van de eerste gebouwen daar kwam te staan.

Het opslagterrein waar hier van gesproken wordt is het gebied van de latere Oosthavendam Maatschappij, later Fernhout. Het lijkt wel of dit nog maar voor de helft droog is. Alleen helemaal links ligt een hoop steen en een hoop zand. Achter in de haven liggen een aantal schepen. Misschien krijg ik nog wat verduidelijkende aanwijzingen van iemand die het werk in deze omgeving van dichtbij gevolgd heeft.


Mevrouw De Vries – De Wreede, bracht een foto van Tweede en Derde Parkstraat. Dus een beetje in het midden van de vijf delen waaruit de tegenwoordige Parkstraat toen bestond.

Als we hier zien welke een lange rij bijna gelijke huizen het waren kunnen we ons indenken dat de pessimisten dit geheel de Lange Jammer noemden. Maar veel beter was de naam waaronder de buurtvereniging zich presenteerde: ‘De Vrolijke Buurt’. Die deed meer recht aan het grootste deel van de mensen die er woonden.

Als er aanleiding was om de buurt te versieren was de Parkstraat daar altijd heel goed in. Misschien ook wel omdat de straat zich daarvoor goed leende, juist door die gelijkvormigheid. Als je op een zomeravond door de Parkstraten kwam dan was het er altijd gezellig. Net zoals we dat ook in het Achterom kenden zetten de mensen hun stoelen op straat en zaten daar gezellig met een krant of een handwerkje terwijl de kinderen er rondom speelden.

Achter deze huizen lagen maar heel kleine stukjes grond, vaak gedeeltelijk ingenomen door kippen- konijnen- of fietsenhokjes. Geen wonder dus dat de bewoners hun gezelligheid op straat zochten. Op de foto staat in de deuropening Tsjamkje, de vrouw van Linze v.d. Tuin, een bekende figuur in Lemmer van die tijd.

De vrouw op de fiets zou misschien mevrouw Kuipers – Sloothaak kunnen zijn. Verder staat er op rechts een bakfiets. Het moet wel van een bakker zijn, gezien de manden die bovenop tussen de hekjes staan. Wie de eigenaar is zou ik niet durven zeggen; op bijna alle bakfietsen waarmee onze collega’s ventten zaten die hekjes. Bij regenachtig weer was het altijd een probleem dat er niets bovenop kon staan.


De oudejaars avonden waren berucht door veel vernielingen. Ongeveer twintig jaar geleden kregen wij er ook mee te maken. De ijswagen van mijn vader stond nog op de Gedempte Gracht naast slagerij Sjoukes.

De laatste jaren was ik er alleen in de zomer op de zondagen nog in. Na het overlijden van mijn moeder was dat er ook niet meer van gekomen maar ik was bezig om hem wat op te knappen om er de volgende zomer toch weer mee verder te gaan. Doordat het venten in Follega afgelopen was zou er meer tijd zijn om wat aan de straathandel te doen. Als er geen klanten kwamen was het toch geen verloren tijd; er ging altijd wel wat lees- of schrijfwerk mee naar de wagen. Kon je tussen de bedrijven door nog wat nuttigs doen.

Zo ver kwam het niet meer. Op de avond van Oudjaar was het onrustig op straat. Een grote groep jongelui hield zich bij de wagen op. Ik zag dat de deur opengemaakt was en ging er naar toe om te waarschuwen dat de elctriciteit wel aangesloten was en dat zij dus risico liepen. Dat hielp niet veel. De volgende morgen was er wel zoveel schade dat wij hem door Gemeentewerken hebben laten wegslepen. De stroom was ’s avonds nog door buurman afgesloten. Daar was ik toen kwaad om. Ik wenste de daders toen alle kwaad dat er te bedenken is.

Daarom kan ik nu ook goed meevoelen met de bewoners van de Lijnbaan. Hierbij een foto waarop de ijswagen door Gemeentepersoneel wordt weg getakeld. Het is een hele donkere foto, ik betwijfel of hij in de krant geplaatst kan worden.


De tweelinghuisjes. Dan bedenk je ineens dat er veel van onze tegenwoordige inwoners zijn die niet weten wat hiermee bedoeld wordt. Nu, dat waren twee aan elkaar gebouwde huisjes voor de hervormde kerk.

Hierbij plaats ik een heel bekende foto van dat hoekje met een turfschip in het Dok. In het linker gedeelte woonde Wiebe Poppe met zijn schildersbedrijf met bijbehorende winkel. Nadat Poppe met zijn bedrijf gestopt was en verhuisd, is er nog een winkel in feestartikelen in geweest. Naar ik meen van Koornstra. In het rechter huisje was ook een schilder gevestigd, Willem van Slageren.

Op deze foto zien we een ladder aan de muur hangen. Direct achter het huis staat een gebouwtje, dat was de verfwinkel van Van Slageren. De schilder zelf heb ik niet gekend. Toen ik klein was woonde zijn weduwe er nog met haar dochter die ook al jong weduwe was geworden. Haar zoontje IJme speelde wel met Willem, zoon van Christ van Slageren en mij achter bij zijn oom en tante hier tegenover. IJme is in Indië gesneuveld, Willem is op de dag van de Bevrijding gestorven aan de verwondingen die hij bij het gooien van een Pantzerfaust door de Duitsers had opgelopen. Deze familie is niets bespaard gebleven.

Moeder en dochter hadden hier jarenlang een winkeltje waar van alles te koop was. Ik denk dat het vooral schoonmaakmiddelen en toiletartikelen waren. Later verhuisden zij naar de Lijnbaan waar ook weer een ruimte voor dit doel werd ingericht. Nadat zij verhuisd waren heeft He-as hier zijn eerste bloemenwinkel geopend. Later zat Huisman daar met zijn antiek.

Tegen de afbraak van deze huisjes is veel verzet geweest. Johan Bosma, Henk Bruin en ik zaten in de commissie die het verzet coördineerde. Er zijn massa’s handtekeningen gezet maar het heeft niet geholpen. Toen de Raad met de afbraak instemde stond de volgende morgen de sloper al voor de deur.Er staan verscheidene mensen op de foto; een verschijnsel dat we wel meer op oude foto’s zien. Zij lijken hier niet echt te ‘poseren’ zoals we vaak zien. Misschien was er wel een nieuwtje te bepraten.


Deze week hadden we ook Piet Zantman, penningmeester van de Stichting Dorpsbehoud Lemsterland. In de studio. Hij is penningmeester van de nieuwe Stichting Dorpsbehoud Lemsterland. Die stichting wil proberen om karakteristieke panden in onze Gemeente voor sloop te behoeden. Er is al veel te veel verdwenen.

Vorige week had ik van die verdwenen objecten een foto van de tweelinghuisjes aan de Kortestreek. Deze week een kiekje van het tolhuisje dat voorheen aan de Straatweg stond in Eesterga. Daar zal in het verleden wel een hek geweest zijn waar een paar centen tol betaald moest worden.

Op deze foto is de schuur die er achter stond al behoorlijk in verval. Ook het huisje ziet er niet erg florissant meer uit. Het schijnt leeg te staan; er hangen in ieder geval geen gordijnen meer voor de ramen. Op het dak missen een paar pannen van de naald en een paar vorsten. Langzamerhand werd het door de voorbij fietsende jeugd verder vernield en zo verdween ook dit gebouwtje ruim twintig jaar geleden ook onder de slopershamer. Het was klein, maar misschien was er wat van te maken geweest.


Op het stembureau werd mij deze opname van een stuk Nieuwburen en omgeving gebracht. Het moet wel een heel oude foto zijn want de toren van de Gereformeerde kerk heeft nog een ander uiterlijk. Bovenaan zit een soort omgang en aan het dak verschillende uitsteeksels. Rechts van de toren de consistorie en de pastorie van de Hervormde kerk. Meer naar links de eerste twee huizen aan de Straatweg.

Door de bomen zijn de gebouwen te zien waar later de garage van de ZuidWestHoek gebouwd werd. In de verte is de loop van de Rien te volgen. Daar tussen en verderop allemaal landerijen. Meer op de voorgrond de westzijde van de Nieuwburen. Een grote schoorsteen. Die kan best van de melkfabriek geweest zijn.

De boerderij op de plaats van de garage van Aukema, nu Witteveen. Achter die boerderij een aangebroken kuilbult. Daar heeft indertijd Jan v.d. Bijl geboerd. Even verder een gebouw met de vorm van een boerderij. Daar waren vier woningen in gemaakt en Witteveen had daar ook een garage in. Van de Parkstraat is nog niets te zien. De boerderij die dan volgt is die van De Jong. Verder veel bomen en groen.¿


Een foto van het tramstation. Voor de prijs van één cent op 25 mei 1909 door M. v.d. Veer verzonden aan mej. T. Esther in het sanatorium Sonnevank in Harderwijk.

Elke keer als ik deze foto in handen krijg geniet ik weer van de prachtige weerspiegeling in het water. Mijn vader wist precies met welke wind die weerspiegeling zo goed was. Ik meen bij westenwind. Zeker ben ik er niet van; ik ben al blij als ik de windstreken een beetje uit elkaar kan houden.

We zien hier op rechts het huis waar jarenlang de familie De Rook heeft gewoond. Nu nog praktisch in dezelfde staat. Daarachter een loods en op enige afstand het tramstation. Het gebouw nog compleet met het torentje voor de verbindingen. In de linkerhelft met de gordijnen woonde de stationschef. De rechterkant was voor het bedrijf. Als je in die ruimte kwam was daar een loketje voor de kaartverkoop.

Binnendoor kwam je via het wachtlokaal op de perrons. Op een straatbreedte afstand van het stationsgebouw stond de remise. Stalling en meteen reparatieruimte voor de trams. Vaak ben ik daar met mijn vader geweest. Als het ijs met de tram kwam mochten we het daar ompakken naar de bakfiets. De conservator ging dan leeg terug met de tram naar Heerenveen. Het is opvallend hoe netjes alles hier aan de voorkant met hekken afgesloten is. Helaas vergane glorie.


TOP