2001

Wouter van der Meer en zijn vrouw brachten mij een foto van het personeel van de Zondagsschool van de Ned. Herv. Kerk in Lemmer in 1952. De opname kon wel eens op een fietstochtje gemaakt zijn. Aan beide kanten is tenminste een fietswiel te zien.

Op de achterste rij zien we v.l.n.r. Bernard v.d. Veen, Ane Marra, vicaris Huetink en Antje Bakker. De middelste rij bestaat uit Wouter v.d. Meer, Oane de Jong, Alie de Vries ?, Getje Gaastra, Inkje Vellinga en Antje Jaalsma. Daar voor zitten Afke Klijnsma en Annie Klijnsma.


Lemmer - Het is nog erger met mij gesteld dan Harry T'ben veronderstelt. Als er een niet-Friestalige bij mij in de winkel komt krijgt hij/zij zo mogelijk antwoord in de door de klant gebruikte taal. Dat kan Fries, Nederlands, Engels, Duits of Frans zijn.

Het laatste met wat meer moeite omdat mijn Franse woordkennis niet zo groot is en hier te weinig Fransen komen om er nog wat bij te leren. 'Als je je wilt inzetten voor het bevorderen van een taal moet je mensen die deze taal niet eigen zijn, helpen', schrijft T'ben. Volkomen mee eens. Dat zou dan moeten door zo iemand in het Nederlands aan te spreken. Ik wil nog verder gaan. Als het eens tot een persoonlijk gesprek tussen de heer Stender en mij komt, zal ik hem zeker in het Nederlands aanspreken.

Of, als dat gemakkelijker voor hem is, zo goed mogelijk in het Duits. Daar hoeven de moeilijkheden dus niet te liggen. De woorden:'Ik spreek alleen maar Fries en als je dat niet verstaat is dat jammer voor je', heb ik niet gebruikt. Op de termen onfatsoen en minachting voor de medemens hoef ik dus niet in te gaan. Stender's inspanning om Nederlands en zijn bereidheid om Fries te leren kan ik alleen maar waarderen.

Overigens heb ik ook helemaal niet de indruk dat we hier met een lastige man te doen hebben. Zijn woorden zullen evenmin met een kwetsende bedoeling gesproken zijn. In Lemsterland zijn geen afspraken over taalgebruik in Raad of commissies gemaakt. Dat kan ook niet omdat beide talen wettelijk gelijk gesteld zijn. Ik heb er voor gekozen om bij het werk voor de Gemeente het Fries te gebruiken.

Een enkele keer ben ik daarvan afgeweken. Bij het afscheid van secretaris Koffeman, secretaris Maarleveld en wethouder Heijl. Bij het afscheid van burgemeester Eijgelaar tweetalig en bij het vertrek van wethouder De Haan uiteraard in het Fries. Als we aan verzoeken als van de heer Stender toegeven, komt onze eigen Friese taal nooit weer in bestuursorganen aan bod. In 'Lemmer door de jaren heen' heb ik dat al aangegeven en dat ga ik hier niet herhalen. Nog een enkele opmerking over aanpassen op taalkundig terrein.

Ik ken een Groninger die al jaren woont en werkt in Lemmer en waarvan niemand zal horen dat het geen geboren Lemster is. Een andere persoon uit dezelfde provincie spreekt in gelijke omstandigheden nog altijd zijn eigen taal c.q. dialect. Eén Raadslid van onze Gemeente is door haar buitenlandse afkomst vaak moeilijk te verstaan. Hier worden ook geen opmerkingen over gemaakt. We doen ons best om haar te begrijpen.


Ik schat dat dit een foto uit de vijftiger jaren is. Het Gemeentehuis is nog als zodanig in gebruik. De jaloezieën met de kappen hangen er nog voor. De publicatieborden, de kouwe zoals ze genoemd werden, zijn al wat ingekort.

Voorheen zat er ook rechts nog een deel. Buurman Hendrik Boonstra, de conciërge in die dagen, hing er geregeld nieuwe berichten in. Automatisch stak je dan even later over om te lezen welk nieuwtje er in gebracht was. De vlaggenstok, de reden voor de keuze van deze foto, is duidelijk te zien. Deze was toen nog met een rood - wit - blauw lint beschilderd. Dat zou nu een dure zaak worden!

Links van het Gemeentehuis staat het politiebureau. Waarschijnlijk was het toen in gebruik als kantoor van de VVV; er hangen tenminste twee publicatiekastjes aan de muur. De Rien is nog open. Rechts is te zien hoe de riolering op het water uitkomt. Heel wat anders dan wat we nu hebben met een gescheiden stelsel voor vuil water en regenwater.

Mijn vader staat hier met zijn ijskar. Van de paal waar hij de kar altijd tegenaan zette kwamen bij het doorbreken van de walmuur met de herinrichting nog stukken naar boven. De lantaarn die hier staat lijkt veel op wat er nu door het hele centrum heen geplaatst is. Was er op een vorige foto te zien dat Bouwe Oosten gevestigd was in de tegenwoordige groentezaak, hier lezen we dat de Fa. Gort daar ijzerwaren en huishoudelijke artikelen verkoopt.


In een fotoboek over Lemsterland kwam ik bijgaande foto tegen. Een opname die omschreven wordt als 'Een karakteristiek molentje bij Follega, niet ver van het Tjeukemeer.' Ook hier langs de Follegasloot staat een en ander te gebeuren. De kaden moeten opgehoogd worden, er zal een haventje gegraven worden en er zal wat aan de aanlegsteigers gedaan worden. Over een dag of tien krijgen we dan een voorproefje met een reisje naar Earnewâld om het moerasgebied daar te bezichtigen.


De eerste van de foto's die Boukje Meijer mij bracht is over een somber onderwerp. De brand van de garage van Boersma. Dat zal in de zomer van 1928 geweest zijn.

Ik herinner mij dat mijn grootmoeder en mijn moeder wel vertelden dat zij in de nacht van de brand, terwijl het hartje zomer was, de wintermantels achter uit de kast hadden gehaald voor zij naar de brand gingen. In de muur van de nieuwe garage was een steen ingemetseld met de vermelding 'Lyckle Boersma Augustus 1929'.

Later werd dit de smederij van Gort, nu staan op die plaats de aanleunwoningen. Op deze foto zien we twee uitgebrande auto's. Er stond ook een auto van de Centrale Bakkerij in maar die was er net op tijd uitgereden. Met die auto werden wekelijks de afnemers buiten Lemmer bezocht. In de uitgebrande garage zien we links vooraan politieman Gerardus Wierdsma; rechts staat Pier Meijer, de vader van Boukje. De middelste man moet dan welhaast Doede Kok zijn want hij en Wierdsma vormden destijds de Lemster politiemacht.

Het moet wel een felle brand geweest zijn als we deze foto zo zien. Nu zullen de blusmiddelen toen ook nog niet zo geweldig zijn geweest. Er is mij wel eens verteld dat Menno van der Hoff tijdens de brand nog in de banketbakkerij is geweest. Die stond toen vol rook want er was een gezamenlijke muur. Dat was begrijpelijk omdat bakkerij en garage indertijd beide eigendom waren van de familie Van der Hoff die ook Hotel Boersma, tegenwoordig grandcafé De Faam, bezat.


Deze week bracht Geert van der Wal mij wat gegevens over het postkantoor in Lemmer. 'Prachtig in de kom van Lemmer gelegen' noemt hij het. Daar kunnen we het allemaal wel mee eens zijn.

Op 28 September 1906 werd de bouw van dit kantoor gegund aan de laagste inschrijver, G.S. Kijlstra in Drachten. De aannemingssom was fl. 27.983.--. Het gebouw werd op 8 Mei 1908 in gebruik genomen. De ontwerper ervan was de Rijksgebouwenmeester. Zijn naam weten we op dit ogenblik niet. Het ontwerp werd gemaakt naar het voorbeeld van het postkantoor in Joure. Er moest alleen meer ruimte in zitten.

Geert van der Wal bracht mij wat historische gegevens over het Lemster postkantoor. 'Prachtig in de kom van Lemmer gelegen', zoals hij het noemt. Daar kunnen we het allemaal wel mee eens zijn. Op 28 september 1906 werd de bouw van het kantoor gegund aan de laagste inschrijver, G.S. Kijlstra van Drachten. De aannemingssom was fl. 27.983. Nog geen twee jaar later, op 8 Mei 1906, werd het gebouw in gebruik genomen. De ontwerper ervan was de Rijksgebouwenmeester. Zijn naam is nog onbekend. De opdracht was dat het kantoor in Joure als voorbeeld moest dienen. Er moest alleen meer ruimte in zitten.

De brieven voor Lemmer moesten voortaan niet meer via Amsterdam maar via Heerenveen verzonden worden. Die weg over Heerenveen was overigens niet de enige weg waarlangs de post in Lemmer terecht kwam. Uit gegevens blijkt dat in 1887 de postrit Zwolle - Blokzijl werd doorgetrokken naar Lemmer.

Een ander wetenswaardigheidje is dat in 1901 de tram Joure - Lemmer ook werd gebruikt voor postvervoer, de Rijdende Trampost. De post werd door de besteller onder het rijden van de tram gesorteerd. We kunnen het wel heel toevallig noemen, maar op de laatste van de foto's die Boukje Meijer mij bracht staat het postkantoor ook. In de steigers. De foto moet dus tussen 1906 en 1908 gemaakt zijn.

De manier waarop het steigerwerk hier in gebruik is zou nu vast niet meer toegelaten worden. Het is jammer dat we niet van de overkant op het gebouw zien, dan wisten we beter in welk stadium de bouw is. Het zicht op het kantoor is ook nog minder doordat er gebouwd werd achter de rooilijn van wat er al stond.

Op de voorgrond zien we een stukje van ons huis. 'Rijwielen en motoren, reparatiewerkplaats, K. Veenstra A.zn.' vermeld het uithangbord. Dat was dus in de tijd dat Keimpe Veenstra hier in fietsen en dergelijke handelde. De man werd 'Daarom' genoemd en we vinden hem onder die naam ook terug in het boekje 'Ach, ach, flau Bouk'.

In het volgende pand, later getrokken bij de textielzaak van Van Schoot, zal toen de familie Jorna gewoond hebben. Ik meen dat die meer in de juweliersbranche zaten. Het uithangbord van Van Schoot meldt dat er bedden, matrassen en manufacturen te verkrijgen zijn.In het hotel zit hier nog de familie Van der Hoff. Verderop is eigenlijk alleen het tegenwoordige pension duidelijk zichtbaar, toen vast nog bewoond door de familie Sleeswijk. Op de achtergrond de toren van de Gereformeerde kerk, een beetje aan het oog onttrokken door hoge bomen.


De hierbij afgedrukte foto kreeg ik van Griet, de vrouw van Jaap Aukema. Een stukje van de nog open Rien op een heel opvallend punt. Het punt waar Spinhuispolle en Achterom samen kwamen.

Daar was aan de waterkant een verlaagd stukje, een 'stap' genaamd. Daar kon je gemakkelijk bij het water komen om dat te gebruiken voor alles in de huishouding waar schoon water niet zo belangrijk voor was. Men was aangewezen op het regenwater uit de bak en de voorraad daarvan was vaak niet genoeg voor de grote gezinnen. Meestal woonden die mensen dan ook nog in kleine huizen zodat het dak niet veel water opleverde. Er was wel de mogelijkheid om water te kopen, maar dan moesten er natuurlijk wel een paar centen zijn. Het stap was verder ook wel de plaats waar men zich van versleten spullen ontdeed.

Er dreef soms heel wat voorbij in de Rien; wat meteen zonk kwam bij het baggeren wel boven water. Heel mooi kunnen we hier zien hoe de walbeschoeiing uit verschillende materialen bestond. Hier zijn drie soorten zichtbaar. Misschien hadden de eigenaren wel verplichting voor het onderhoud van een stuk wal.

Op de linkerkant zien we het begin van de rij huisjes die langs het water stonden. Van het eerste staat de deur open. Daar kun je mooi zien hoe de gangen van de huizen er toen meestal uitzagen. Het bovenste gedeelte wit, het onderste stuk donker, meest bruinachtig, geverfd. Dat donkere gedeelte liep bij de deur omhoog. Dat zal wel practische redenen hebben gehad zoals de kans dat men bij de deur steun zocht tegen de muur.

Het volgende pand is de timmerwinkel van Bosma. Aan de dakgoot zien we de z.g. potjes waaraan leidingen voor elctriciteit of telefoon waren bevestigd. In de woningen naast de timmerwinkel woonde de familie Bosma en daar was ook het kantoor te vinden. Het verhaal rond het maken van deze foto is even interessant als dit weerzien van een oud stukje Lemmer. Jan van Steen, een nu 88-jarige achterneef van Griet Aukema, was al jong wees geworden.

Hij kwam in een soort internaat of weeshuis terecht. Daar golden strenge regels en flinke straffen. Vakanties konden alleen buiten het tehuis worden doorgebracht als er familieleden waren waar de kinderen terecht konden. Die had Jan niet en dus niet uit in de vakantie. Hij moest de volle vier weken thuis blijven want dat was meteen de straf omdat hij in het geheim op de fiets naar Zandvoort was geweest.

Meneer De Jong, directeur van het opleidingsschip voor de binnenvaart Prins Hendrik, kwam echter met de mededeling dat hij wel werk voor deze jongen had. Dat was dus mee op het schip en dus toch nog een zekere vorm van vakantie. Eén van de jongens op de bank in het midden van de sloep is genoemde Jan van Steen, de anderen zijn zonen van De Jong.


Vrijdagmiddag trouwden Siemen van der Veer en Agaath de Haan. Kinderen uit families die ik goed ken. Siemen kende ik al als kleine jongen. Zijn moeder was toen penningmeesteres van onze buurtvereniging.

Onze bestuursvergaderingen waren vaak bij hen thuis. Ook na deze bestuursperiode was en is de familie Van der Veer trouwe bezoekers van onze activiteiten. Siemen komt er ook wel eens met zijn Agaath. Agaath zie ik altijd in de eerste plaats als kleindochter van Hermen en Agatha Bijlholt.

Mijn herinneringen gaan nog een generatie verder terug. Dat was in de dertiger jaren toen Antoon Bijlholt een bedrijf hier op de Nieuwburen had dat we nu een installatiebedrijf zouden noemen. Toen werd er meer reclame gemaakt met zinkwerk, kachels en dergelijke, hoewel er ook al 'aanlag van gas en waterleiding' op de ramen stond. We zagen deze mensen dagelijks want zij hadden een werkplaats in de Dubbelstraat. Later woonden ze hier tegenover, waar buurvrouw Zeldenrust nu woont. Hun zoon Herman woonde ernaast, in het huis waar buurvrouw Noppert nu woont.

Zo hebben we ook hun kinderen, waaronder Boukje, de moeder van Agaath, zien opgroeien. Aan de kant van de familie De Haan heb ik ook Agaath's overgrootouders nog gekend. Die woonden op het Turfland, in de verbouwde boerderij naast de kerk van de Gereformeerde Gemeente. Van deze mensen wist ik eigenlijk alleen dat het een vissersfamilie was en dat mijn vader wel bij hen gevist had.

De meeste contacten had ik via de politiek met Agaath's vader Wietze. Niet altijd even hartelijk maar steeds weer in vrij goede harmonie eindigend. Als schoolmeisje kwam Agaath vaak bij mij in de winkel en aan dit alles denkend besloot ik om Vrijdagmiddag de vlag maar even uit te hangen. Een kleine attentie die zij zelf misschien niet eens hebben gezien maar even goed gemeend.

Uiteraard heb ik de Friese vlag gebruikt; het was tenslotte de dochter van de voorzitter van de Afûk die trouwde. Deze keer een foto waar heel wat over te vertellen zou zijn. Maar dat doen we een andere keer wel eens, dan zetten we dezelfde foto nog eens in de krant met wat uitleg er bij. Nu volsta ik met te zeggen dat het hier gaat om een stukje van het centrum van Lemmer waar in 70 jaar - de opname is uit de dertiger jaren - toch heel wat veranderd is. Daar ergens links van de brug is de plaats waar nu de hierboven genoemde fontein te vinden is.


De foto van vorige week van de woonwagen is weer bij de eigenares terug. Donderdag kwam vrouw Harder langs. Zij vertelde dat het haar foto was. Indertijd, toen er nog woningnood was, kwamen zij in een woonwagen terecht.

Daarmee kwam een eind aan de inwoning bij de familie van haar man. Zij hebben met die wagen nog op het kampje aan de Plattedijk gestaan. Het duurde tien jaar voordat de wagen voor een woning kon worden verruild. De wagen werd door haar moeder gekocht want de twee duizend gulden voor de aankoop ervan kon het jonge gezin niet opbrengen.


Op bijgaande foto, genomen uit de richting van de sluiswoningen, zien we de paal op zijn oude plaats staan. Het gebouwtje dat daarachter staat is de 'skûle'.

Misschien nog het beste te vergelijken met de 'hangplekken' die we tegenwoordig kennen zoals de luifel bij het Gemeentehuis. Althans wat functie betreft. Verwacht nu niet dat ik hier ga pleiten om ook dit bouwsel weer terug te brengen. Het zou nu wel eens een functie kunnen krijgen die we helemaal niet op prijs stellen. Beter zou het zijn om dan eerst het paalwerk van het eindje van de dam te herstellen.

Toen we deze zomer met de LE 50 de haven uit voeren naar het skûtsjesilen heb ik mij vreselijk geërgerd aan de toestand van het hokje daar. Helemaal beklad met graffity. Er wordt wel eens geklaagd dat men bij binnenkomst vanaf het IJsselmeer van Lemmer eerst de industrie ziet. Dat is geen schande, men mag best weten dat hier mensen wonen die werken. Dat men meteen kan zien dat hier ook vandalen wonen vind ik wel heel erg. Het hokje op het eindje is niet het enige slachtoffer van de misbruikers van spuitbussen.

Onlangs kreeg ik toevallig inzage van de foto's over deze vorm van baldadigheid die door de afdeling milieu in de computer worden bewaard. Het is gewoon schandalig. Zelfs een nieuw gebouw als de supermarkt van Poimar is er al het slachtoffer van geworden. Het zal ook moeilijk zijn om de daders te betrappen want zij maken bij hun activiteiten geen lawaai.