Buitenhaven

Op de sluishoofden staan twee kleine gebouwen. Een sluisknechtwoning, en een Rijksgetijmeter waarin het peil van het IJsselmeer nog wordt gemeten. Op deze gebouwtjes is ook tegeltjeswijsheid aangebracht, zoals:

Niet veel te zeggen, Maar houden en beleggen.
Kokmeeuwen aan land, Onweer voor de hand.
Een die zijn zeil te hooge stelt, Wordt ligtlijk van den wind geveld.
’t Getij gaat zijnen keer, ’t En wacht naar Prins noch Heer.

Foto: Hielke Roelevink

Bedrijvigheid in de Lemsterhaven.

spanvis753.jpg

Toen de tram in 1947 stopte met het personenvervoer, werd de exploitatie van de boten moeilijk. De laatste reis werd gemaakt in september 1948. De boten hebben eind jaren veertig en begin jaren vijftig, nog enige tijd gedurende de zomermaanden op Amsterdam gevaren. Hun ligplaats was aan het begin van de gording. Vanuit het hokje op de Westdam, werden de plaatsbewijzen verkocht.

De schepen die hier liggen, moeten waarschijnlijk wachten tot het goed weer is om de Zuiderzee over te gaan richting Amsterdam. Aan de overkant is de Vluchthaven te zien, dat is de plaats voor de vissersschepen.

spanvis840.jpg

De haven van Lemmer 1905; de foto is genomen tijdens de hardzeilwedstrijden voor vrachtschepen en vissersschepen. Aan de vlaggen te zien is er een redelijke wind, hoewel het water vrij rimpelloos is. De foto werd op 16 januari 1908 vanuit Lemmer, verzonden naar een familie in Oranjewoud.

Drukte in de havenmond. Met weinig wind, drijven een tjalk, klipper en een aantal vissersschepen, de haven binnen. Op deze foto zien we ook de LE 74 van Frans Visser.

Om het waterverkeer in en uit de werkhaven te vereenvoudigen, werd de Oostdam ingekort, door een stuk weg te baggeren.

De bouw van de werkhaven was belangrijk, niet alleen om de schepen een veilige ligplaats te bieden, maar ook omdat de haven een centrum voor allerlei logistieke activiteiten was.

Wer't de dyk it lân omklammet.

Lemmer is ontstaan, dankzij zijn gunstige ligging aan de Zuiderzee en met een goede verbinding, naar andere dorpen in Friesland, via de Zijlroede en de Lemster Rien. Naast de binnenvaart, was vooral de visserij belangrijk voor Lemmer. De Zuiderzee, heeft vanaf 1600 dezelfde samenstelling gehad en sinds die tijd wordt er al gevist. Voordat de visserij in beeld wordt gebracht, moet eerst de situatie in die bloeitijd geschetst worden. De belangrijkste periode van de visserij, was vanaf eind 19e eeuw tot halverwege de 20e eeuw.

Hier zien we de Zuiderzee, met de Westhavendam, zoals het er voor 1930 uitzag. In 1932 was de Afsluitdijk klaar en sinds die tijd is er veel veranderd. Niet alleen veranderde de beweging op zee, maar veel vissoorten verdwenen, wat uiteindelijk de visserij de das om heeft gedaan.

Met de LE 64

Behalve de visserij en aanverwante bedrijven was er nog een andere bedrijfstak die goed floreerde, de Lemmerboten. Tot de komst van de auto was het vervoeren van goederen en personen per boot van en naar Amsterdam, een lucratieve bezigheid. Albert Hannus, uit Lemmer was de eerste die, in 1710, een veerdienst tussen Lemmer en Amsterdam oprichtte. Rond 1828 ging men van zeilschepen over op stoomboten. In 1878 waren al 5 stoombootdiensten in Lemmer gevestigd. Deze versierde stoomboot die door de jongemannen bekeken wordt, is 'De Heerenveen' die de haven in vaart.

15 december 1885

_ In het Staatsblad no. 203 is opgenomen de wet van de 4den December 1885, tot verbetering van de haven te Lemmer.

Het eenig artikel luidt: Voor rekening van den Staat wordt te Lemmer gemaakt eene buitenhaven, buiten de vanwege de provincie Friesland te bouwen schutsluis, benevens eene tot ligplaats voor de schepen en tot vlugthaven dienende geul tusschen de buitenhaven en de mede vanwege die provincie te bouwen uitwateringssluis, een en ander met de daartoe behoorende werken, mits de Staat in het vervolg te Lemmer met geen ander onderhoud van haven- en aanverwante werken belast blijve dan dat van de dammen der genoemde buitenhaven.

11 oktober 1892 _Lemmer.

De stoomboot 'Veehandel IV', kapitein Bruinsma, is in den afgeloopen nacht van Purmerend tijdens het hevig stormweder, door het losgaan van het vee, in zinkenden staat alhier binnengekomen. In den buitenhaven is de boor gezonken. Een groot getal prachtige kalfkoeien is daarbij verdronken. Ook van de 'Veehandel III', niet ver van de kust ten anker liggende, zou vee overboord zijn geworpen. De Lemmer nachtboot 'Amsterdam' is ter assistentie naar zee vertrokken.

4 februari 1899 _Lemsterland.

Op eene vraag van den heer Beijma, in welk stadium het indertijd door de Lemmersche visschers gedaan verzoek tot het oprichten van een stormsignaal nabij de buitenhaven te Lemmer verkeert, deelde de voorzitter mede, dat bereids door het bestuur van het waterschap "de Lemstersluis" een gebouwtje voor het bergen van de benoodigde seintoestellen en een plekje grond voor het plaatsten van den seinpaal beschikbaar is gesteld en verder nog over de zaak gecorrespondeerd wordt.

28 februari 1899 _Lemmer.

Eenige weken geleden richtten velen onzer visschers zich met een adres tot den Raad, waarin gevraagd werd, dat dit college zich tot den minister van Waterstaat zou wenden met het verzoek om, zoo spoedig mogelijk, van Rijkswege, een stormsignaal nabij de buitenhaven alhier te doen oprichten, aan welk verzoek door burgemeester en wethouders, in opdracht van den Raad, voldaan werd.

In antwoord daarop werd door den Minister te kennen gegeven, dat ten behoeve van Lemmer geene uitzonderding gemaakt kan worden op het aangenomen stelsel om alleen langs de Noordzeekust en de toegangswegen tot die zee, stormwaarschuwingposten van Rijkswege op te richten en te doen bedienen.

Evenals zulks echter ten aanzien van Dordrecht geschied is, verklaart hij zich bereid tot het tot stand brengen van een stormwaarschuwingsdienst te Lemmer mede te werken, door de oprichting der seininrichting (inbegrepen het leveren der seinmiddelen) en het verstrekken van de stormberichten, voor rekening van het departement van waterstaat te nemen, indien daartegenover de gemeente zich verbindt om het nodige terrein voor de oprichting beschikbaar te stellen, het bewaren en in goeden staat houden der seinmiddelen op zich te nemen en voor het geven der seinen, op nauwgezette wijze, volgens de daaromtrent vastgestelde bepalingen, op hare kosten zorg te dragen.

Aangezien het waterschap 'de Lemstersluis' zich bereid verklaard heeft om een strookje grond nabij de buitenhaven, benevens het gebouwtje op het buitensluishoofd alhier, voor bovenstaand doel beschikbaar te stellen, zouden alleen de kosten van bediening en het onderhoud van toestel en seinmiddelen voor rekening van de gemeente komen, welke kosten betrekkelijk gering zullen zijn. Thans is door de visschersvereniging "Lemmer" alhier tot den Raad het verzoek gericht om, in 't belang van scheepvaart en visscherij, het aanbod van den Minister aan te nemen.

7 maart 1899 _Lemsterland.

Eene beslissing op het adres van de visschersvereeniging "Lemmer", tot het inrichten van een Stormwaarschuwingsdienst nabij de buitenhaven te Lemmer, werd tot eene volgende vergadering aangehouden.

Op eene vraag van den heer de Rook, of hem ook eenige inlichtingen verstrekt zouden kunnen worden inzake het in het vorige jaar tot het waterschap 'de Lemstersluis' gerichte verzoek om verbetering van de plankieren langs de binnenzijde van het westelijke en oostelijke remmingwerk in vorengenoemde buitenhaven, deelden de voorzitter en de heer Sleeswijk Visser mede, dat het waterschap niet ongenegen is de gevraagde verbetering aan te brengen, doch zijne financiën zulks dit jaar niet toelaten en ook, met het oog op een eventueel te maken tramhaven, waardoor wellicht een deel van het westelijk remmingwerk weggenomen zou moeten worden, het aannemen van eene afwachtende houding voorloopig gewenscht is.

9 januari 1900 _Lemmer.
Door de oosten-en zuidoostenwinden is het ijs langs de kust alhier thans zoo goed als geheel opgeruimd. Voor de haven bewoog zich heden nog eenig drijfijs. De buitenhaven zelve is nog met eene vrij zware ijslaag bedekt, welke morgen opgebroken zal worden. Dan toch zullen van hier vertrekken, met bestemming naar Amsterdam, de stoombooten "Groningen IV"en "Nijverheid".
Tevens zullen dan van hier vertrekken, met bestemming naar Groningen, de sleepboot "Veendam" en de stoomboot "Hunze"VII", welke in de eerste plaats zullen trachten om het ijs in de Lemsterrijn en het Tjeukemeer op te breken.

21 februari 1902 _Lemmer.

Door den krachtigen oostelijken wind is het ijs langs de kust alhier, dat den toegang tot de buitenhaven afgesloten hield, naar open zee gedreven. Onze visschers, na het ijs in de buitenhaven opgebroken te hebben, zijn gisteren weder naar zee vertrokken om hun bedrijf, de haringvisscherij, te hervatten. De vangst laat zich vrij goed aanzien.

1 november 1909 _Lemmer. Geen cholera.

Men meldt ons uit Lemmer, Woensdag j.l. werd een machinist aan boord van een der nachtbooten van hier op Amsterdam ernstig ongesteld onder verschijnselen van cholera. Onmiddellijk werden door den behandelenden geneesheer de noodige maatregelen voorgeschreven. De boot werd tijdelijk aan den dienst onttrokken en moest ligplaats in de buitenhaven nemen, terwijl de opvarenden zich niet van boord mochten begeven.

In verband met een en ander werd gisteren door den inspecteur van het geneeskundig Staatstoezicht een bezoek aan onze plaats gebracht en de zieke bezocht. Uit het onderzoek der farces van den lijder evenwel, die, ofschoon nog zwak reeds eenigzins herstellende is, is gelukkig gebleken, dat men hier niet met een geval van Aziatische cholera te doen heeft. De getroffen maatregelen werden heden dan ook onmiddellijk opgeheven.

28 februari 1912 _Lemmer

Gedurende het bestaan onzer nieuwe haven (23 jaar) was daar nog nimmer een bedrijvigheid zoo groot als dezen middag. tengevolge van de omstandigheid, dat het vaarwater Amsterdam via Enkhuizen nog steeds onklaar is, liepen hier na 12 uur ver boven de 100 schepen binnen. Den geheelen middag is er zoo hard mogelijk doorgeschut en toch lagen er om 6 uur hedenavond nog ongeveer 60 schepen in de buitenhaven, en steeds loopen er nog meerdere binnen. Er wordt dan ook den geheelen nacht tegen gewoon tarief doorgeschut, om eventuele verstopping te voorkomen.

1 december 1921 _Lemsterland

Begrenzing Lemsterland _ Een wetsontwerp is ingediend tot nadere vaststelling van de grens van de gemeente Lemsterland aan de zeezijde. De rechtbank te Heerenveen heeft een vrijsprekend vonnis gewezen in een beroepszaak betreffende een overtreding van de verordening van de gemeente Lemsterland op den afslag van visch te Lemmer, op grond, dat haar niet was gebleken _ veeléér het tegendeel _ dat de buitenhaven te Lemmer (de plaats waar het ten laste gelegde zou zijn gepleegd), ligt binnen de historische grenzen der gemeente Lemsterland, welke ter plaatse, waar zich bedoelde haven bevindt, nimmer door eenige wet zijn gewijzigd.

Waar alzoo twijfel blijkt te bestaan omtrent de begrenzing van de gemeente Lemsterland aan de zeezijde, schijnt er alle reden deze grens nader bij de wet vast te stellen en in elk geval de buitenhaven tot het gebied der gemeente te brengen.
Het schijnt wenschelijk, bij deze gelegenheid ook een deel van het watergebied der Zuiderzee bij de gemeente te voegen.

De Noord-Oostelijk Polder te Lemmer. In februari 1937.

De Noord-Oost-polder in wording oktober 1937

Het beurtscheepje de Telegraaf, dat normaal de route Sneek-Lemmer voer, sleept de zeilschepen naar het wedstrijdveld, zodat er geen tijd verloren gaat met het erheen zeilen en dan nog eens starten. Het bijzondere in die jaren was, de deelname van verschillende klassen aan de wedstrijden.

TOP