Achterom (2)

De bovenstaande afbeelding is een foto, uit de serie van de schilderijen, van Lammert Sloothaak.

Voor vragen over de schilderijen kunt U contact opnemen met Bertha de Heij-Vlig: berthadeheij@gmail.com

- Roelie vertelt: Het huisje rechts is waar wij hebben gewoond. Het was voorheen een winkel, wat kruidenierswaren verkocht. Voor ons hebben daar Johannes de Jong en Kee Seldenthuis gewoond. (Dochter van Wieberen Seldenthuis, zus van Wieberen, Hans, Marten (Prikke) en nog twee zusjes. Hun dochter is later getrouwd met Tjitte Lemstra.)

Als je door de voordeur binnen kwam, kwam je in een grote ruimte (de vroegere winkel) in de wand die de woonkamer van de winkel scheidde zat een klein raampje, zodat ze konden zien wie er in de winkel kwam.

De woonkamer, die vrij klein was had twee bedsteden, die in onze tijd als kledingkasten werden gebruikt. Dan kwam er een lange gang, die in de keuken uit kwam, waar wij veel verbleven.De zolder was een grote ruimte waar wij met zijn allen sliepen, met een afgescheiden kamertje bij het dakkapel.

Het hûske stond buiten op een klein erf, waar ook een diepe regenbak, die ± 50 cm boven de grond uitstak was, mijn vader had daar een slot opgemaakt, dit uit veiligheid voor de kinderen. 

Het pand Ûs Honk (later Lemsoos) had een grote houtkachel, het pand werd door mijn moeder schoongehouden.


Jaap Duiser (zoon van Gerrit Duiser 'Lytse Gerrit', en Jeltje van der Bijl), vertelt: Het verhaal over het Achterom trok mijn bijzondere aandacht: niet verwonderlijk als u bedenkt dat ik met mijn ouders van 1952 (geboortejaar) tot 1958 (vertrek naar Rotterdam) in het Achterom heb gewoond, op nummer 36 (de huisnummering wilde door de jaren heen nogal eens veranderen geloof ik).

De heer Johannes de Vries omschrijft het stukje Achterom vanaf de zgn. Bakkershoek, kijkend in de richting van de RK-kerk. Daarbij een foto die voor mij heel wat herinneringen oproept.
Hij noemt de tuinmuur van de fam. Haveman aan de linkerkant van de foto, met daarachter een inspringend stukje, en zegt: "dy wennet achter it stekje". Daar woonden wij dus, in het midden; aan de ene kant (naast de tuin van Haveman) woonde de fam. Siebolt van der Bijl/Anke Fledderus, en aan de andere kant hadden we als buren de fam. Marten Seldenthuis/Annie Rottiné met hun zoon Gerrit.

Recht tegenover ons woonde bij mijn weten toen de fam. Jongsma, schuin tegenover, aan de kant van de fam. Muurling (die ons in 1958 verhuisde) woonde Teunis de Flapper, en op de hoek van de steeg naar de Schans (heette die de Heintjehoeksteeg?) woonde Joost Kuiper (?), "Luie Joost" als ik me de bijnaam goed herinner (of hij ook echt lui was zou ik niet voor mijn rekening willen nemen).

Ergens op de site zag ik een foto met daarop onder meer buurvrouw Annie en zoon Gerrit op de arm. Naar mijn idee is zij op vrij jonge leeftijd overleden; er staat mij bij, als één van de vroegste herinneringen, dat zij vanuit het Achterom is begraven toen ik ziek op bed lag met de bof of de mazelen of iets dergelijks.

De heer De Vries refereert aan de naam Ten Wolde, als bewoners van het Achterom, maar die familie woonde in de steeg tussen Achterom en Schans. Ze hadden drie zoons waarvan Gerrit zo ongeveer van mijn leeftijd was; we trokken ook wel af en toe met elkaar op.

In die steeg woonde ook 'Witte Jelle', die in mijn beleving wel een borreltje lustte, net als 'het Lange Lint' (Kingma?) en 'Reade Okke'. Ze zaten dacht ik vaak in café Populair van Pietje van de Werve in de Schans. Ze hadden wel eens wat drank teveel op, maar er stak verder geen centje kwaad bij.

Ook het pand van 'Ûs Honk' waar wij dus schuin tegenover woonden zie ik nog zo voor me.
Ik heb overigens de sterke indruk dat wij min of meer overburen van elkaar zijn geweest (als u althans in de periode 1952-1958 in het Achterom naast Ûs Honk) hebt gewoond.

Het is een kleine wereld!

83.jpg

 

 

 

 

 

 

Rechts met kind (Gerrit) op de arm is Annie Seldenthuis-Rottiné, de vrouw van Maarten "Prikke".

Tekening van de heer S. van der Wal.

(Roelie vertelt; Waar het bordje van D-E hangt hebben wij met ons gezin gewoond)

Deze pentekening hebben wij gehad van Johannes de Vries, waarvoor dank. Johannes beschreef het zo. Een gezicht in het achterste stuk van het Achterom met de katholieke kerk op de achtergrond. Daarbij zijn de ramen te zien waar mijn grootouders met hun gezin woonden. Ik heb het anders niet gekend dan dat pake Meinze er woonde, eerst met oom Koert en later alleen. Haaks op het huis staat het armhuis de lamp van het armhuis verlichte redelijk de kamer van pake.

Getekend door S. van der Wal: De geheel verdwenen woonwijk 't Achterom, gelegen tussen de Vissersburen en de Schans. In een wirwar van straatjes en steegjes woonden destijds zoveel mensen, merendeels vissers en kooplui, dat het in onze plaats een bekende uitdrukking was: "it heale Lemmer wennet yn 't Achterom".

Was deze wijk voor het verstoppertje spelende Lemster jeugd wellicht een eldorado, voor de bewoners zelf was het minder rooskleurig. In onze tijd is bijna niet meer voor te stellen, dat men in een straat woont waarin de overbuurman een goede meter van de voordeur, zijn voordeur heeft: waarin het zonlicht geen kans krijgt naar binnen te dringen; waarin van gescheiden afval geen sprake kan zijn, want alles loopt open bloot door één en dezelfde straatgoot.

Maar het Achterom was ook een wijk waar het best gezellig kon zijn. Uiteraard hadden de bewoners veel contact met elkaar, en vooral bij de zomerdag vertoefde men meer buiten dan binnen, bijvoorbeeld op 'e bakkershoek, met een riant uitzicht op het centrum van Lemmer. Ongetwijfeld was toen een goede buur nog beter dan nu ....

Om U enigszins een beeld te geven hoe 't Achterom als wijk in Lemmer was gesitueerd: de man op de tekening loopt door de 'hoofdstraat' van 't Achterom en is zo'n beetje op de helft vanaf de bakkershoek- (waar nu het gemeentehuis staat), richting Spinhuispolle (waar nu de autoboxen achter drogisterij Hak staan).

De R.K. kerktoren is op deze tekening een goed oriënteringspunt. Het Volkslogement rechts op de tekening werd in de loop der jaren omgeturnd tot een verenigingsgebouw met de naam''Us Honk'' en heeft lange tijd dienst gedaan als sociaal trefpunt in dit gedeelte van Lemmer. De overstekende poes is karakteristiek voor 't Achterom, dat naast de zeer vele bewoners ook nog eens veel huisdieren herbergde.

"Us honk"

93.jpg

 

1941

Naast de winkel van Margje stond het volkslogement. Later is dat "Us honk" geworden , een gebouw van de S.D.A.P. en nog weer later de Lemsoos. Daar woonden Jacob Tijsseling en zijn vrouw Popkje. Jacob was vissersman zoals de meeste inwoners van het Achterom, zij hadden een grote schouw. Popkje was een flinke vrouw en kon zo nog een paar centen bij verdienen. Nu waren er vroeger veel mensen die met wat handel langs de deur gingen, of als straatzanger of muzikant hun brood moesten verdienen want een uitkering was er niet bij.

Zo herinner ik mij nog een invalide man, met een scheef gegroeide heup en een ongelukkige voet, die met wasboenders en bezems langs de de deuren liep. Mens onwaardige toestanden en dan te bedenken dat Nederland met zijn rijke wingewesten in het verre Oosten een der rijkste landen in de wereld was. Maar het geld zat bij een kleine bovenlaag en de schat kist werd steeds maar voller, maar bleef voor de mensen die het nodig hadden potdicht. Het waren deze mensen die van dorp naar dorp trokken die wel eens een nacht in een logement kwamen slapen.

Zo kwam het wel eens voor als het warm weer was dat ze 's avonds een stoel mee naar buiten namen, om nog wat te zitten praten over wat ze die dag beleefd hadden. Als het nu ook nog trof dat er een bij was die een harmonica had dan werd het pas gezellig. Vrolijke wijsjes klonken dan in het Achterom en de jeugd en sommige ouderen zongen uit volle borst mee.

Het Achterom was in het klein wat de Jordaan was in Amsterdam. We hebben er lief en leed met elkaar gedeeld er was ook wel eens ruzie maar tegenover buitenstaanders trokken we één lijn en lieten elkaar niet verzuipen.

Als iemand een goed schot met de netten had gedaan, en hij wist dat er iemand in de buurt bijna niet te eten had, dan werden er wat aardappelen heen gebracht met een stuk vet en wat broden. Zo zijn we met elkaar door de tijd gekomen. In de wijde steeg woonde een Oom en Tante van mij. Oom Teade en Muoike Lup met hun kinderen. Oom Teade was toen ook vissersman.

Opzij van hun huis was een steeg , die in oostelijke richting liep. Wanneer je die in liep kwam je in een breder gedeelte, een soort hofje daar stonden ook een paar huizen met zo waar een klein bleekje van een paar vierkante meter er voor. Iets wat je in het Achterom zag in een ervan woonde Jelle Visser met zijn vrouw Foek en hun zoon Johannes. Jelle was een broer van buurman Sake, er was ook nog een broer die Steven hete maar zijn vrouw heb ik niet gekend. In het andere huis woonde Douwe Tijsseling (een zoon van Jacob) met zijn vrouw Alie die uit Medemblik kwam. Dat waren toen nog jonge mensen en nog niet zolang getrouwd, nu zijn ze beide ook alweer overleden.

Hoe Douwe er aan gekomen is weet ik niet maar op een zekere dag stond er een grote witte zwaan in het bleekje met een stek er omheen Dat was gauw bekend en iedereen bracht broodkorsten en ander spul wat over was naar het dier. Maar het bleekje was al gauw verandert in een modderpoel. Omdat de zwaan ook het gras uit de bleek haalde.

Door dit alles werd het beest er ook niet schoner op, en toen Douwe op een Zaterdagmiddag thuis kwam van de haven besloot hij dat de zwaan maar een poosje moest zwemmen in de Rien om weer schoon te worden. Het was mooi weer en iedereen was buiten zo dat er veel bekijks was, ook van af de Vissersburen keken veel mensen toe.

Of het nu zo kwam dat de zwaan zijn veren niet goed schoon had weet ik niet meer maar opeens merkten wij dat het beest steeds dieper kwam te liggen, en van de andere kant werd geroepen "asen verzuipt ze nog". Of Douwe de zwaan nu wilde redden of zelf ook wilde zwemmen weet ik ook niet, maar hij sprong zelf ook in de Rien. Wat er toen gebeurde had niemand verwacht de zwaan kwam blazend en met hoog opgezette vleugels op hem af.

Nu was Douwe niet zo bang, en met een greep had hij de zwaan om zijn hals gepakt, en beide verdwenen onder water, al gauw kwam hij weer boven met de kop van de zwaan onder zijn arm gekneld. Met zijn andere hand zwom hij naar de kant en met vereende krachten werd hij op de kant gehesen. In optocht ging het weer op huis aan en werd de zwaan weer achter het stek gedeponeerd. Een paar dagen later was hij verdwenen. Douwe had hem aan de andere kant 'pasveer' de vrijheid gegeven.

Zo was er altijd wel wat te beleven in het Achterom. Een aardige reactie kreeg ik van Siebe Kuipers die vroeger ook op de Weverswal woonde niet ver bij ons vandaan. Hij had gemerkt dat ik het eerste Couplet van het schooiertje vergeten had, hij heeft het hele liedje voor mij opgeschreven Bedankt Siebe, het is wel toevallig dat we weer in dezelfde straat wonen.

Andries Visser.

Omschrijving van Johannes de Vries: Een foto van het Achterom. Deze heeft waarschijnlijk gediend als voorbeeld van de bekende pentekening van Siemen van der Wal. Rechts zien we het gebouw dat dienst heeft gedaan als pakhuis van Schotsman, als verenigingsgebouw Palvu, als distributiekantoor en als jongerencentrum.

Verderop het armhuis en op de achtergrond de toren van de R.K. kerk. Daarvoor een paar stukken dak en het huisje waar mijn pake Meinze woonde en waar hij drie en zestig jaar geleden overleden is. Dat voor die tijd mooie huis, eigendom van een van de gebroeders Frankema, kregen zij in gebruik toen oate Metje ernstig ziek werd en dit gezonder wonen voor haar was.

Links op de voorgrond het huis waar de familie Visser woonde. Al wat aangepast aan de tijd met een dakkapel. Daarnaast een pakhuisje met bovenwoning. Helemaal zeker ben ik er niet van maar het zou kunnen zijn dat Harm Sterk daar zijn melkkar onderbracht. In die buurt woonde ook Geesje Pippie. Zo ver ik mij herinner in een huisje dat wat achteraf stond in de bleek op de hoek van Achterom en Spinhuispolle.

 

 

 

Februari 1871

 

september 1957

Omschrijving van Johannes de Vries: Een kijkje vanaf de z.g. Bakkershoek het Achterom in met op de achtergrond de Katholieke kerk. Rechts de achterkant van waarschijnlijk het kaaspakhuis van Andries Eilers. Dan een stukje muur om een klein tuintje heen. Betegeld, dus niet van het alleroudste. In het huisje waar dit bij hoorde woonde als laatste Theunis Bijlsma, de Flappert.

Twee huizen waar ik me de bewoners wel van kan herinneren maar de namen niet. Het hoge gebouw daarnaast is het vroegere pakhuis van Haaije Schotsman waar ik een vorige keer al over schreef. Dan volgt het armhuis waarin ik de families Hornstra en Toering heb gekend en twee families Visser. Ook hier is het huis van mijn grootvader aan de Spinhuispolle te zien.

Op links de tuinmuur van bakkerij Haveman met daarnaast een blokje van twee of drie woningen wat naar achteren gebouwd. ‘Dy wennet achter it stekje’ werd er dan gezegd. Hier komt in mijn gedachten de naam Ten Wolde naar voren. De verdere woningen beschreef ik al eerder.

De meeste huizen aan de rechterkant hebben een stoep. Op de voorgrond zien we de houten deksels van twee zinkputten. Die stamden nog uit de tijd van de open riolen die we in het Achterom nog lang gehad hebben.

Jilling Kingma, vertelt: "De persoon is Eelke Rippen". Kees de Heij, kon de andere namen aanvullen: De vrouw is Maria Haveman-de Boer, de moeder van bakker Haveman, en dit is in de steeg naar het Achterom, bij de bakkerij Haveman.