Vissersburen, Rien en Weverswal |2|

Detailfoto

Annie Bootsma: Dit is de bakkers winkel van Pieter Frankema.

Een foto van de heer Akkerman van de Visserburen, waar nog net een stukje van het huis van zijn grootouders op staat, geheel rechts. Het is een van de woninkjes, die daar op de morgen van een oudejaarsdag zijn weggebrand. Daarmee werd toen op natuurlijke wijze een begin gemaakt, met een doorbraak van de Visserburen naar het tegenwoordige Rienplan. Een felle brand in de vroege ochtend, waarbij het een wonder was dat alle kinderen van het gezin Portijk dat daar toen woonde er veilig uit zijn gekomen.

Het eigenlijke onderwerp van de foto is natuurlijk het bakkers echtpaar Rintje en Martzen Koopmans, die hier voor hun bakkerij aan de Visserburen geportretteerd zijn. Het zal in de tijd van de eerste machines in het bakkersbedrijf zijn geweest, want het uithangbord vermeld trots dat hier een machinale bakkerij gevestigd is. Een beetje op de achtergrond, achter het etalageraam staat hun zoon Pieter die hun later zou opvolgen. Deze bakkerij had in het verleden niet veel succes gehad.

Voordat Koopmans hem kocht, waren er een stuk of drie voorgangers failliet gegaan. De familie Koopmans speelde het hier echter wel klaar, en toen in 1920 de Lemster bakkers samen gingen in de Centrale Bakkerij, was dit een van de zaken met de grootste omzet. Tientallen jaren werd de zaak gedreven door Pieter Koopmans en zijn vrouw Aukje Frankema. Zij werden opgevolgd door hun neef Pieter Frankema, die in de zestiger jaren werd opgevolgd door Joop Verhoef. Nadat het werk door ziekte van Joop voor de familie Verhoef steeds moeilijker werd sloten zij de winkel, en gebruikte het pand nog enkele jaren als woonhuis.

Bij hun vertrek naar Wolvega werd het gekocht door Electronic Partners. Bij de hier opvolgende verbouwing ging helaas veel van het uiterlijk van het pand verloren. Het bekende ronde etalageraam was niet meer te handhaven bij de grote ruiten die voor een zaak in elektrische apparaten nu eenmaal nodig zijn. Overigens was het raam al behoorlijk veranderd bij de verbouwing toen Frankema de zaak overnam. Toen werden de roeden uit het raam gehaald en verdween het hekwerkje dat op deze foto nog op het raam zit.

De Vissersburen, met Katholieke Kerk, met daarachter de Zuiderzee. Op de voorgrond zien we de groentezaak van Gaastra.

Hier is men bezig de wal te herstellen.

Koop Gaastra beloofde mij (Evert de Vries) een foto en met mijn verjaardag bracht hij hem. We zien de Lemster Rien er op zoals die voorheen was met de Weverswal, het eerste hier afgebeelde huis werd bewoond door Cees Lemstra. Het stond op de plaats waar het later afgebroken huis van Sake Visser had gestaan. Dan volgde er eerst een steeg. Als je die steeg in liep stond daar een wc. Als je dan links af ging stonden er twee huizen. In de eerste woonde Gauke en Fetje Bootsma met zes kinderen. In het tweede huis woonde mijn oom Koert en tante Anne zij hadden acht kinderen die nu ook allemaal overleden zijn. Terug op de Weverswal vonden we in de woning met de eerste deur links van de steeg, Hermanus Wouda en in de tweede Steven Visser.

In de derde woning woonde wij met ons elven. In het hoge huis woonde Albert Bosma en in het huis ernaast woonde later Jan Nijholt. Dan volgde de timmerwerkplaats van Bosma en daarnaast was een dood gat waarin een gebouwtje van latten en pramen van de gemeentereiniging lagen. De huisjes aan de andere kant van het dode gat werden bewoond door Wiebe Veenstra, Simon Zeldenthuis, Kier van der Wal en Jan Bijma met hun gezinnen. Op de klok van de toren van de katholieke kerk is te zien dat de foto op een middag om vier uur gemaakt is.

Timmerwerkplaats van Bosma op de Vissersburen te Lemmer: Links Johan Bosma, Johan Bosma 2e van links Johannes Wagenmakers.

Evert de Vries vertelde: De hierbij afgedrukte foto kreeg ik van Griet, de vrouw van Jaap Aukema. Een stukje van de nog open Rien, op een heel opvallend punt. Het punt waar Spinhuispolle en Achterom samen kwamen.

Daar was aan de waterkant een verlaagd stukje, een 'stap' genaamd. Daar kon je gemakkelijk bij het water komen omdat te gebruiken voor alles in de huishouding waar schoon water niet zo belangrijk voor was. Men was aangewezen op het regenwater uit de bak en de voorraad daarvan was vaak niet genoeg voor de grote gezinnen. Meestal woonden die mensen dan ook nog in kleine huizen, zodat het dak niet veel water opleverde.

Er was wel de mogelijkheid om water te kopen, maar dan moesten er natuurlijk wel een paar centen zijn. Het stap was verder ook wel de plaats waar men zich van versleten spullen ontdeed. Er dreef soms heel wat voorbij in de Rien; wat meteen zonk kwam bij het baggeren wel boven water. Heel mooi kunnen we hier zien hoe de walbeschoeiing uit verschillende materialen bestond. Hier zijn drie soorten zichtbaar.

Misschien hadden de eigenaren wel verplichting voor het onderhoud van een stuk wal. Op de linkerkant zien we het begin van de rij huisjes die langs het water stonden. Van het eerste staat de deur open. Daar kun je mooi zien hoe de gangen van de huizen er toen meestal uitzagen. Het bovenste gedeelte wit, het onderste stuk donker, meest bruinachtig, geverfd. Dat donkere gedeelte liep bij de deur omhoog. Dat zal wel praktische redenen hebben gehad, zoals de kans dat men bij de deur steun zocht tegen de muur.

Het volgende pand is de timmerwerkplaats van Bosma. Aan de dakgoot zien we de z.g. potjes, waaraan leidingen voor elektriciteit of telefoon waren bevestigd. In de woningen naast de timmerwinkel, woonde de familie Bosma, en daar was ook het kantoor te vinden.

Het verhaal rond het maken van deze foto is even interessant als dit weerzien van een oud stukje Lemmer. Jan van Steen, een nu 88-jarige achterneef van Griet Aukema, was al jong wees geworden. Hij kwam in een soort internaat of weeshuis terecht. Daar golden strenge regels en flinke straffen. Vakanties konden alleen buiten het tehuis worden doorgebracht, als er familieleden waren waar de kinderen terecht konden. Die had Jan niet, en dus niet uit in de vakantie. Hij moest de volle vier weken in het tehuis blijven, want dat was meteen de straf omdat hij in het geheim op de fiets naar Zandvoort was geweest. Meneer De Jong, directeur van het opleidingsschip voor de binnenvaart Prins Hendrik, kwam echter met de mededeling, dat hij wel werk voor deze jongen had. Dat was dus mee op het schip, en dus toch nog een zekere vorm van vakantie. Eén van de jongens op de bank in het midden van de sloep is genoemde Jan van Steen, de anderen zijn zonen van De Jong.

De koftjalk 'Dolphijn' die in de kwakkelwinter van 1923/24 dwars door het centrum van Lemmer wordt gesleept. Blijkbaar is de motor van dit zeeschip, een tweeclinder Concordia, niet opgewassen tegen het ijs in de Lemster Rien en is er een ploeg volk op de been gebracht om het schip dwars door Lemmer te trekken.

Een bekend beeld met rechts de bebouwing die plaats heeft moeten maken voor het gemeentekantoor en verdere nieuwbouw, onder andere de Rabobank. In de linkse van beide mannen op de voorgrond menen we Feike Muurling te herkennen toentertijd vrachtrijder tussen Lemmer en Heerenveen.

Voor het huis waar de familie Coehoorn woonde staat een oude T. Ford geparkeerd. Voor het wat achter uitstaande huis waar de familie Sterk woonde, wappert de was aan de lijn. Dan volgt de Boerderij van de firma Visser, die daar als laatste haar opslagplaats had. Van de gebouwen op de linkerkant is ook het meeste verdwenen.

Ook hier zien we een paar verschijnselen uit het verleden, een bezorgende bakker met kar en even verderop komt een slager aan fietsen. In het water zien we een schip varen terwijl er verderop een sleepboot onder stoom klaarligt, waarschijnlijk om zo direct het schip mee te nemen.

Op deze in 1927 verzonden kaart zien we geheel rechts de boerderij van Sterk met daarachter een streekje woningen, waar o.a. gewoond hebben, Jan Kok, Kuipers, Stavinga en verderop Meye Bosma met timmerwerkplaats.

Optocht op de Vissersburen.

Idem

Dit is een foto van de uitvoering van een besluit waarvan menigeen ook nog altijd spijt van heeft en dat men zelfs zou willen terugdraaien:het dempen van de Rien.
Het zand is hier in opmars vanuit de richting van de spuisluis en de eerste mensen wagen zich er al op. Achter het zand zien we de rijwielhandel van Harm v.d. Wolf (nu Slump). Het hoge huis daar links van is dat van aannemer Steensma, nu v.d. Molen. Het andere hoge dak dat daar half in valt, is van de inmiddels ook weggebroken smederij van Van Brug, op de plaats waar de ingang van de Gerben Bootsmastraat is gekomen.

Doordat deze foto in langsrichting is genomen zijn de kleinere huizen niet goed te onderscheiden. Daar zien we de woning van schilder Verbeek en het huis waar een ander lid van de familie Verbeek een winkeltje had. Toen deze foto gemaakt werd woonde Romke de Jong, de timerman, er waarschijnlijk. Daarnaast de drogisterij van Van der Wolf. Beide hebben plaats gemaakt voor de nieuwbouw van Tuinstra.

Het pand van de familie Visser heeft na de verbouwing tot bankkantoor een grote opknapbeurt ondergaan;het is jammer dat er nu een geldautomaat in gemaakt is maar een bank kan daar tegenwoordig niet meer buiten. Op links is nog een stukje van mijn eerste ijswagen te zien (Evert)Het lijkt erop dat ik daar aan het schoonmaken ben want de matten liggen er naast op het klapstoeltje.

  • Mien v.d. Meer-v.d. Wolf, vertelt: Hier zien we eerst de winkel van mijn ouders (Harm v.d. Wolf), dan schilder Verbeek, dan nog een schilder Verbeek, die gehuwd was met ene Jonker (fam. van mevr. Hooisma), dan het huis van fam. Kuperus, een oud-schipper, dan schoenhandel J. Dijkstra, vervolgens weer een fam. Verbeek, hij werkte op het gemeentehuis? en dan bakkerij Pieter Koopmans.

Evert de Vries vertelde; Van de hierbij afgedrukte foto zullen veel Lemsters nog genieten. Wat was Lemmer mooi voor het dempen van de Rien met de scheepvaart altijd dwars door het dorp. Nog even een versje, dat ik schreef toen men bezig was met het dempen.

  • Een beeld, een gracht, een vergezicht,
    Een visser, die voor het laatst zijn fuiken licht,
    Dat kun je zien, bij het dempen van de Rien.
    Een man, een vrouw, een spelend kind,
    Een meeuw, die voor het laatst zijn voedsel vindt,
    Dat alles kun je zien, bij het dempen van de Rien.
    Een beeld, een gracht, een vergezicht,
    Wat jammer, de Lemster Rien gaat dicht.

In het verleden kreeg men moeite met de doorvaart van de grotere schepen. We kennen het verhaal dat er een schip van de helling van Gebr. de Boer kwam. Dat schip kon de bocht naar de brug niet nemen. "Doe is der mar in stik út de muorre hakt," vertelden de mensen die dit nog hadden meegemaakt er dan bij.

Nu kunnen we dus zien welk een karwei dat met het materiaal uit die tijd geweest moet zijn. Men had wel het voordeel dat er vanaf het water gewerkt kon worden, er kon dan gebruik worden gemaakt van de naden tussen de stenen en dat zal vlotter hebben gewerkt dan zoals het nu ging, van boven af telkens een stukje eraf boren.

Als we deze foto bekijken valt het op hoe weinig er aan de bebouwing hier in het centrum eigenlijk verandert is. De twee panden van van der Schoot zijn afgebroken en vervangen door de schoenwinkel van Dijkstra. Van het postkantoor is het torentje verdwenen, verder is alles nog heel herkenbaar. De grote boom achter het postkantoor is op deze opname ook al aanwezig. Hier is de top even boven de goot, tegenwoordig komt hij boven het dak uit. Wat is die boom wel verwenst als hij in de herfst zijn bladeren liet vallen. Haverman sr. was meestal degene die het gebladerde op veegde. Doordat er bij nat weer auto′s over heen reden was het gevaarlijk glad.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.