Polderdijk |2|

Mastenmakerij Firma. Wed. S.J. de Vries & Zn. te Lemmer. Later Van der Neut.

Fa. de Wed. S.J. de Vries. Pand is gebouwd in 1902, door bouwbedrijf H. Visser.

Twee foto's van het begin van de polderdijk genomen vanaf de Spuisluis. Op de voorgrond een deel van het remmingswerk dat voor de Spuisluis en de brug in de Benedenschans in de Rien stond. Op rechts houtopslag (it houtstek) en loodsen van de houtzagerij of zoals het in de volksmond gebleven is de houtmolen. Links vooraan het bedrijf van fa. van der Neut met aan de takel een reclamebord voor Shell gasolie. In het water tegen de wal boten, die lagen daar soms heel lang om in te weken voordat het hout werd tot masten of ander scheepsgerei werd verwerkt. Daarnaast de zeilmakerij van fa. M.F.de Vries. De slagerij van Rijpkema, en de smederij van van van der Berg. In de Rien voor de zeilmakerij begint een rij schepen en zo ver het oog van de camera toen gereikt heeft de kaart is uit 1941 zijn de masten van schepen te zien. Een mooi beeld, maar ook in dit hoekje Lemmer is in de sindsdien verstreken heel wat veranderd.

Detailfoto van bovenstaande

In 1926 trok Dirk van der Neut, uit Alphen aan de Rijn, met zijn gezin naar Lemmer om in een touwwinkel met kantoor, smederij en woonhuis een mast en blokmakerij te beginnen. Houtwaren fabriek Van der Neut specialiseerde zich in het maken van masten, gieken, gaffels, kluiverbomen en jachtblokken voor platbodems. De kleinzonen namen in 1989 de zaak over van hun vader Dirk en hun oom Wim. De mannen groeiden op in de werkplaats, tussen de blokken en de masten. Zij hebben daar alles geleerd van de oude vaklui.

Personeel van D. v.d.Neut, mast en blokmakerij Polderdijk omstreeks 1940.

Inmiddels is de mastenmakerij aan de Polderdijk, tot een prachtig hotel getransformeerd.

Een opname uit 1904 van de Rien. Bij slecht weer lag de Polderdijk soms zo vol met wachtende schepen, dat de achterste halfweg het Tjeukemeer lagen. Het laatste huis op de Polderdijk was dat van zeilmaker De Vries.

De Polderdijk (Verlengde van de Vissersburen omstreeks 1905.)

Op deze foto zien we de Rien aan de Polderdijk en de rest van de opslagplaats van de houtfabriek. De familie Sleeswijk, bezat dit stuk grond tot aan de gereformeerde Kerk (zie foto onder) Met een pontje werd het hout en na het werk, ook het personeel over de Rien gezet. Ook is te zien dat de Polderdijk nog niet bestraat was, het was maar een smal pad. Aan deze Polderdijk was de nijverheid die zorgde, dat de scheepvaart en visserij konden blijven draaien. Zo was hier ook de mastmakerij v.d. Neut, Oorburg met zijn sloepenbouwerij en nog meerderen werkplaatsen en voorzieningen voor de scheepvaart. In de Rien ook de skûtsjes wachtend op een gunstige wind of vracht.

Van klagende schippers en een slechten polderdijk.

Klagende schippers en slechte polderdijken zijn er vele. Tusschen Lemmer en het Tjeukemeer gaan ze met elkaar gepaard. We hebben het ervaren op een regenachtigen Decembermiddag toen we van Lemmer uit een wandeling langs den Lemster Rien hebben gemaakt.

Dat die Decembermiddag nu juist erg regenachtig was heeft ons aan één kant gespeten maar aan den anderen kant verheugd. De spijt hebben we kunnen delen met degene die onze zwaar bemodderde schoenen thuis kreeg en de verheuging was daarentegen slechts aan onzen kant omdat we de situatie waarin de polderdijk dijk langs den Lemster Rien verkeert des te duidelijker konden zien.

En voorts hebben de klagende schippers en de neringdoende die de schippers bediende het ons tamelijk gemakkelijk gemaakt om een zij het dan misschien wel een eenzijdig oordeel over de situatie ter plaatse te krijgen.

De polderdijk langs den Lemster Rien is een oord waar de schippers beter bekend zijn dan de Lemsters. Als een Lemster aan dien polderdijk denkt dan staat hem een beeld van een oneffen modderig pad voor oogen. Doch de vroede vaderen van Lemsterland besloten lang geleden al eens tot verbetering van dien polderdijk.

En zoo leefden we rustig in het vertrouwen dat het den schippers daar ter plaatse nu wel naar den zin zou zijn. Tot enkele onvriendelijke opmerkingen van schippers aan de betreffende autoriteiten ons in dat vertrouwen schokten.

En dat was de aanleiding tot onze wandeling op één der somberste middagen van begin December. En we hebben de schippers hooren klagen. Ze stonden tusschen twee regenbuien in bij elkaar een pijpje te rooken en over de vraagstukken van het leven te discussieeren. Maar een opmerking van onzen kant over de onbegaanbaarheid van den polderdijk vond steeds een dankbaar gehoor en met de eentonige vrijwel wel parallel loopende beschouwingen van de schippers over dit onderwerp zou twee kolom gemakkelijk te vullen zijn.

Dan was er neringdoende een bakker die krachtige taal sprak en ons er nadrukkelijk op wees dat ’r een fiks stik fen yn ’e krante moast" Zijn krachtige taal kwam ons zeer begrijpelijk voor want hij had over de modderige kruin van het polderdijkje met zijn bakfiets vol brood een weinig benijdenswaardig baantje.

Het laatste schip is ver voor een bakfietsberijder van een polderdijk als die langs den Lemster Rien. De bakker achtte verbetering zéér noodzakelijk en hij gaf ons een glasheldere uiteenzetting over de wijze waarop de vork in den steel zit. "De boeren wolle net meiwirkje hwent ho minder der skippers ho ljeaver" zei hij en vervolgens kwamen er nóg een paar opmerkingen waarmee het waterschapsbestuur het wel kon doen.

Het kwam daar op neer dat het waterschap geen palen wil aanbrengen en de weg er ook maar zoo heenligt als de elementen het beschikken en de schippers en hun leverancier moeten in de modder zitten. Nu zal men zich kunnen afvragen hoe het nu toch mogelijk is dat over den beruchten Polderdijk, welke reeds verscheidene jaren tot klachten aanleiding gaf nóg steeds klachten worden geuit terwijl het raadsbesluit tot verbetering er van reeds is uitgevoerd.

Het is ons óók zoo gegaan. We kwamen van de Visschersburen aan den Polderdijk en we zagen hoe het eerste deel van dien dijk er keurig uitziet. Er is een heel goed klinkerpad en de schippers kunnen hun vaartuigen meren aan een keurig stukje damwand. Maar de Polderdijk gaat verder Als het mooie klinkerpad al lang ten einde is, loopt de Polderdijk verder al maar verder onder regenplassen door en vele gaten en kuilen op zijn weg ontmoetende.

Een heel eind verder ligt het laatste schip. Er liggen véél schepen tegenwoordig aan den Polderdijk. Slechts een gering deel van die schepen kan het keurige damwandje gebruiken. Het andere deel ligt aan het minne end van den Polderdijk, waar het water soms bijna tot aan de kruin van het dijkje staat en de schepen vele meters van den wal liggen en lange loopplanken de verbindingen tot stand brengen.

En het is ook maar een héél gering deel van de schippers dat van het tegelpaadje profiteert. Het andere deel heeft het modderige dijkje tot z’n voldoening en mag er voor zorgen bij donker aan boord te zijn.

De raad van Lemsterland trok op de begrooting van 1938 een post van ? 12,700 uit voor het maken van een betonwal ter lengte van 180 meter, van D. van der Neut tot Th. de Roos en 160 meter beschoeiing van betondamplanken van Th. de Roos tot W. Schurink.

Het besluit is naderhand eenigszins gewijzigd maar wat niet gewijzigd is en wat zoo noodig wijziging behoeft is dat tot W. Schurink. Want daar begint de ellende. We hebben het nu misschien op dezen regenachtigen middag wel op z’n aller onvoordeeligst gezien en deze regelen zijn misschien wel wat beïnvloed door de sterke verhalen van de schippers.

Ja als we u die sterke verhalen van de schippers eens allemaal na konden vertellen. De één heeft op zijn knieën in de modder gelegen en de ander is te water gegleden en de derde en de vierde en vele anderen hebben avonturen beleefd waarvoor geen plaatsruimte beschikbaar is maar al die schippers komen ten slotte tot déze eind conclusie. Er moet verandering komen want de huidige situatie is niet alleen lastig maar ook gevaarlijk.

We hebben op onzen tocht langs den polderdijk meermalen de kruin van het dijkje verlaten en ons heil in den onderwal gezocht, we hebben ook meerdere malen moeite genoeg gehad om staande te blijven. Daar is geen woord overdrijving bij en de schippers hebben gelijk wanneer ze over den zeer ongewenschten toestand aan den polderdijk klagen.

De ongunstige situatie welke al jarenlang aan dezen polderdijk bestaat is thans critiek geworden. Thans is het meer dan ooit gerechtvaardigd te zeggen "Het is géén doen meer" Men beschouwe dit dijkje niet langer meer als zijnde van ondergeschikt belang want met de drukke schipperij van tegenwoordig maken zeer veel schippers er gebruik van.

We weten niet eens precies of de verantwoordelijkheid voor het in slechten staat zijn van den polderdijk langs het provinciale vaarwater den Lemster Rien bij gemeente waterschap of particulieren is. Wisten we het wel dan zou het nóg geen zin hebben eenigen naam te noemen.

We weten evenmin of de huidige omstandigheden in eenig opzicht ook de verbetering de grondige verbetering zouden kunnen bemoeilijken.

Maar we weten wél dat er iets te doen is. Iedere verbetering zal een stap in de goede richting zijn. Iedere voorloopige maatregel zal welkom zijn. En een voorloopige maatregel al geschieden. Tot nu toe is die uitgebleven. En daarom is de ontevredenheid van de betrokken schippers gerechtvaardigd.

Zuid-Friesland: Over de Polderdijk: LC 13-12-1940

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.