Enkhuizen

Enkhuizen, met rader stoomschip GRONINGEN in de Spoorhaven, gereed voor vertrek, circa 1895.

Veerdienst Enkhuizen-Stavoren.

Voor de opening van de veerdienst Enkhuizen- Stavoren in 1886 waren er vele mogelijkheden om van Holland naar Friesland en visa versa te reizen: zeilende beurtschepen en de stoombootdiensten van bijvoorbeeld de Harlinger Stoomboot Reederij, de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij en de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij.

Rond het midden van de vorige eeuw was zo een reis geen eenvoudige zaak: een terugreis op dezelfde dag behoorde niet tot de mogelijkheden. In de jaren '60 werden een aantal spoorwegtrajecten aangelegd die Leeuwarden en Groningen via Hattem en Zwolle verbonden met Amersfoort en Utrecht. In 1883 kwam het baanvak tussen Leeuwarden en Sneek tot stand en in 1885 werd de verbinding doorgetrokken naar Stavoren.

Deze plaats was tot die tijd een zeer afgelegen oord; van de landzijde was Stavoren met grote moeite via onverharde binnenwegen te bereiken. Voor vervoer was men dus hoofdzakelijk op het water aangewezen. Al in 1864 verscheen een plan voor de oprichting van de Noord-Hollandsch- Friesche Spoorweg Maatschappij, waarin uitdrukkelijk werd gepleit voor een bootverbinding tussen Noord-Holland en Friesland.

Voor een goede verbinding waren aansluitende spoorwegdiensten onontbeerlijk. In 1875 werd besloten dat een spoorwegaansluiting van Zaandam naar Enkhuizen zou komen, die in 1885 gereed kwam. De concessie voor de veerdienst tussen Enkhuizen en Stavoren was in 1885 gegund aan C. Bosman te Alkmaar.

Bij de Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere werktuigen te Amsterdam werden de passagiersschepen HOLLAND en FRIESLAND besteld en de werf 't Hondsbosch te Alkmaar kreeg opdracht voor de bouw van de goederenboot ENKHUIZEN.

De raderstoomboot PRINS VAN ORANJE kocht Bosman in 1879 van de Zaanlandsche Stoomvaart Maatschappij en deze zou dienst gaan doen als reserveboot. Met deze vloot werd op 15 juli 1886 de dienst tussen Enkhuizen en Stavoren geopend.

408.jpg

In opdracht van A. D. zur Muhlen maakte de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen te Amsterdam een ontwerp voor een Zuiderzee raderboot bestemd voor de toekomstige veerdienst tussen Enkhuizen en Stavoren. De exploitatie van de veerdienst werd echter niet aan Zur Muhlen gegund, zodat dit ontwerp nooit is uitgevoerd.

Zowel in Enkhuizen als in Stavoren gaf de veerdienst directe aansluiting op de trein naar respectievelijk Amsterdam en Leeuwarden. Vooral de eerste twee jaren van haar bestaan had de veerdienst met moeilijkheden te kampen door gebrekkige telegraaf- en telefoonverbindingen en schepen die te laat aankwamen of vertrokken.

Over de reserveboot PRINS VAN ORANJE waren veel klachten: het comfort en de veiligheid lieten veel te wensen over. Op 6 januari 1888 oordeelde de toenmalige minister dat dit schip zo spoedig mogelijk vervangen diende te worden. Bovendien werd de rederij getroffen door een ramp: in dichte mist kregen op 5 december 1888 de beide passagiersschepen een aanvaring, waarbij de FRIESLAND zonk.

Gedurende enige maanden huurde Bosman toen de WILLEM III en zette hij de PRINS VAN ORANJE juist volledig in om zijn dienstregeling naar behoren uit te voeren. Op 5 februari 1889 kocht hij van de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij de raderstoomboot COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS, die herdoopt werd in ZUIDERZEE. Dit schip moest de reserveboot PRINS VAN ORANJE vervangen.

Bij de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere werktuigen bestelde Bosman een schip ter vervanging van de gezonken FRIESLAND. Al op 3 september 1889 kon een nieuw raderstoomschip onder de naam GRONINGEN in de vaart worden gebracht. Een jaar later werd de nieuwgebouwde FRIESLAND in de vaart gebracht, waardoor de vloot op de vereiste sterkte was om de diensten goed uit te voeren.

De goederenboot ENKHUIZEN bleek geen succes te zijn door haar geringe capaciteiten, zowel wat snelheid als wat vervoersruimte betrof. In 1892 legde Bosman dit schip op en verkocht het in 1901. Overeenkomstig de voorwaarden van de verleende concessie zou in 1895 een nieuwe inschrijving voor de veerdienst worden gehouden.
Na een ingewikkelde procedure werd de veerdienst op 15 juli 1896 overgenomen door de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij.

Tot directeuren werden benoemd de vroegere exploitant C. Bosman en zijn zoon Mr.W.C. Bosman. Om het goederenvervoer op deze dienst te verbeteren werd in 1899 de eerste veerpont voor goederenwagons in dienst genomen. In 1902 en 1909 werden nog twee van deze ponten aan de vloot toegevoegd.

De vloot was weliswaar uitgebreid, maar de oudste schepen waren aan vervanging toe. In 1915 en 1916 werden twee nieuwe stoomschepen in de vaart gebracht: C. BOSMAN en R. VAN HASSELT, die met hun lengte van 68 m en hun hoge romp indruk maakten.

De vernieuwing van de vloot werd in 1923 gecompleteerd met de bouw van het motorschip W.F. VAN DER WYCK. Met deze schepen beleefde de veerdienst haar grootste bloei. Aan het einde van jaren '20 zette het verval in. In 1927 werd de eerste stoompont verkocht en in 1930 werd een plan gelanceerd om een spoorlijn over de toekomstige Afsluitdijk te leggen en de veerdienst op te heffen. Het vervoersaanbod voor de ponten nam zo af, dat de beide laatste ponten in 1936 werden verkocht.

Na het beëindigen van de exploitatietermijn kwam er in 1936 een nieuwe inschrijving. De veerdienst werd gegund aan N.V. Reederij Koppe te Amsterdam, die een grote wens koesterde: koning van de Zuiderzee te worden en door het opkopen van rederijen de grootste vervoersmaatschappij te worden.

Verblind door dit verlangen had de rederij te laag op de veerdienst ingeschreven. Door de opening van de Afsluitdijk en door de slechte economische toestand was het vervoersaanbod zeer afgenomen en kampte de rederij met moeilijkheden de exploitatie sluitend te krijgen. Daarom besloot zij in 1938 met de R. VAN HASSELT in het zomerseizoen tochten op de Noordzee te maken.

In 1950 begon de definitieve ontmanteling van de veerdienst: het passagiersaanbod was nu zo teruggelopen dat de dienst nog slechts met de C. BOSMAN werd onderhouden. Uiteindelijk besloot rederij Koppe in 1959 de dienst nog slechts in de zomer uit te voeren.

De W.F. VAN DER WYCK en de C. BOSMAN werden verkocht, zodat alleen de R. VAN HASSELT in dienst bleef. Maar ook die werd in 1964 verkocht. De dienst werd voortgezet met de WAALSTROOM en de IJSSELSTROOM uit Koppe's vloot. Op 30 november 1971 werd Rederij Koppe opgeheven.

Daarop besloot de Nederlandse Spoorwegen de exploitatie voor te zetten en wel onder directie van Autobusbedrijf N.A.C.O te Alkmaar, die tot heden deze toeristische veerdienst uitvoert.

ENKHUIZEN

Type: Stalen stoomschip voor passagiers, goederen en vee. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Bouwjaar: 1886
Afgevoerd: 1904
Werf: 't Hondsbosch, Alkmaar.
Waterverplaatsing: 111,468 ton
Laadvermogen: 144 ton

Machine: twee 2 cilinder diagonale compound machines naast elkaar
Aantal pk: 2 x 140 ipk
Gebouwd door: D. Bosman & Zn., Alkmaar.

Ketel: 1, voor de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 5,16 atm
Verwarmend oppervlak: 65 m2
Gebouwd door: D. Bosman & Zn., Alkmaar.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Op 14 juli 1892 opende Bosman een speciale goederendienst, waarbij goederen, die minder geschikt waren voor overlading in Enkhuizen, naar Amsterdam werden doorgevoerd.

Deze dienst werd een maal per dag in elke richting uitgevoerd. Aanvankelijk was het aanbod van te vervoeren goederen gering, maar vanaf 1894 deed de ENKHUIZEN, hoewel niet dagelijks, vrij geregeld dienst. In 1900 bracht de nieuwe exploitant, de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, een nieuwe veerpont in de vaart, die tien treinwagons kon vervoeren.

Voor de ENKHUIZEN was toen geen emplooi meer. Het schip werd in 1901 verkocht aan N. W. Duinker,J. A. Vuerhard en C.P.J. Vuerhard, die het schip onder de naam TRIO als bergingsvaartuig in dienst stelden.

In 1907 werd zij verkocht aan Willem Sebelee, scheepsbouwmeester te Amsterdam en in 1908 doorverkocht aan de N.V. 'De Conventie' Maatschappij tot uitvoering van het Kalkbrandersbedrijf, gevestigd te Haarlem, die het schip als schelpenzuiger in 1953 in de nieuwe scheepsboekhouding inbracht.

In datzelfde jaar werd het schip verkocht aan de Stichting Centraal Verkoopbureau Zuigerschepen te Harlingen. In 1954 wegens sloop uit de scheepsboekhouding verwijderd.

409.jpg

ENKHUIZEN, 1886

FRIESLAND

Type: Stalen raderstoomschip voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Bouwjaar: 1886
Afgevoerd: 1888
Werf: Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere werktuigen, Amsterdam
Lengte over alles: 52 m
Lengte tussen de loodlijnen: 48,75 m
Breed over raderkasten: 11,73 m
Breed over hoofdspant: 6,25 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: leeg: 1,70 m; beladen: 1,80 m
Waterverplaatsing: 155-177 ton

Machine: 2 cilinder hellende compound machine.
Aantal pk: 5ipk,2ipk
Cilinder diameter: 0,55 m; 1,05 m
Slag: 1,20 m
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel: 1, voor de machine.
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 7,03 atm
Verwarmend oppervlak: 118 m2
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam
Diameter raderen: 3,50 m
Type: Morgan
Aantal borden: 8
Afmetingen borden: 0,61 x 1,98 m
Beweegbare stalen borden
Snelheid: 12 mijl

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Dit nieuwgebouwde stoomschip is slechts 2½ jaar in de vaart geweest, want op 5 december 1888 kreeg de FRIESLAND in dichte mist een aanvaring met de HOLLAND van dezelfde dienst.

De FRIESLAND was ernstig beschadigd en zonk. De passagiers konden worden overgebracht naar de HOLLAND, evenals de bagage en de post. Het gezonken schip werd in december gelicht door Dirkzwager uit Zwartsluis en in augustus 1890 werden ijzer, staal en koper, afkomstig van het wrak, in Enkhuizen publiek verkocht.

Klaas Koeman, vertelt: Het moet een enorme klap geweest zijn toen op 5 december 1888, de “Holland” zich twee meter in de “Friesland” boorde. De “Holland” bleef drijven maar de “Friesland” zonk.

Het ongeluk gebeurde in dichte mist, midden op de Zuiderzee. Er waren gelukkig geen slachtoffers. De passagiers van de Friesland konden overstappen, zelfs de post kon nog worden gered.

Zusterschepen

Het was merkwaardig dat het twee zusterschepen betrof die ook nog eens voor de zelfde maatschappij voeren.

De Alkmaarse reder Cornelis Bosman – onder andere exploitant van de bootdienst Alkmaar-Amsterdam - zat meteen in de problemen. De “Friesland” en de “Holland” waren zijn enige passagiersschepen op de lijn Enkhuizen-Stavoren. Hij had wel een reserveschip, de “Prins van Oranje”, maar dat schip was eigenlijk te klein en te weinig comfortabel en, wat erger was, de passagiers voelden zich niet veilig aan boord. Pas in 1899 kon Bosman een nieuw schip laten bouwen: de “Groningen”.

De “Holland”, de “Friesland” en de “Groningen” waren nog raderstoomschepen. Ze werden geroemd voor hun luxe en zeewaardigheid. Het blad “Eigen Haard” schreef over de Holland en de Friesland: “... het geheel doet met verzekerdheid het veege lijf toevertrouwen aan een zeeschip, wel in staat de woeste baren te trotseren”.

Ze konden zo’n 450 passagiers vervoeren, verdeeld in drie klassen. Bij de eerste en tweede klasse was zelfs een rooksalon. Snel waren de schepen ook. In een uur en tien minuten staken ze de Zuiderzee over.

HOLLAND

Type: Stalen raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Bouwjaar: 1886
Afgevoerd: 1916
Werf: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.
Lengte over alles: 52 m
Breed over raderkasten: 11,73 m
Breed over hoofdspant: 6,25 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: 1,70-1,80 m
Bemanning: 14

Machine: 2 cilinder hellende compound machine
Aantal pk: 511,2 ipk
Cilinder diameter: 0,55 m; 1,05 m
Slag: 1,20 m
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (1): 1, voor de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 6,7 atm
Verwarmend oppervlak: 115 m2
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (2): Nieuwe ketel in 1895
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 7,03 atm
Verwarmend oppervlak: 118 m2
Gebouwd door: D. Bosman & Zn., Alkmaar.
Diameter raderen: 3,50 m
Type: Morgan
Aantal borden: 8
Afmetingen borden: 0,61 x 1,98 m
Beweegbare stalen borden
Snelheid (gemiddeld) 12,96 mijl per uur.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Op 5 december 1888 kwam zij in aanvaring met het zusterschip FRIESLAND.

Op 15 juni 1896 ging de exploitatie van het veer over aan de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij te Amsterdam, die op 28 maart 1898 de HOLLAND, tezamen met de GRONINGEN en de FRIESLAND voor ƒ 263.000,- kocht.

Na het in de vaart nemen van de dubbelschroef stoomschepen R. VAN HASSELT en C. BOSMAN werd de HOLLAND verkocht aan een reder te Rouaan en herdoopt in BELETTE.

410.jpg

FRIESLAND/HOLLAND, 1886

411.jpg

FRIESLAND/HOLLAND, 1888-1890

412.jpg

HOLLAND, 1890-1908

413.jpg

HOLLAND, 1912-1916

414.jpg

GRONINGEN, 1889-1890

415.jpg

GRONINGEN, 1890-1908

416.jpg

GRONINGEN, 1908-1912

417.jpg

GRONINGEN, 1912-1917

GRONINGEN

Type: Stalen raderstoomboot voor passagiers en goederen. Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar.
Bouwjaar: 1889
Afgevoerd: 1917
Werf: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.
Lengte over alles: 53 m
Breed over raderkasten: 11,75 m
Hol: 2,90 m
Diepgang: 1,71 m
Waterverplaatsing: 182 ton

Machine: 2 cilinder hellende compound machine.
Aantal pk: 511,3 ipk
Cilinder diameter: 0,55 m; 1,05 m
Slag: 1,20 m
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (1): 1, voor de machine
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 7,61 atm
Verwarmend oppervlak: 115 m2
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.

Ketel (2): In 1899 ketel geplaatst, afkomstig van HOLLAND, gebouwd in 1886
Type: Schotse ketel
Stoomdruk: 6,7 atm
Verwarmend oppervlak: 115 m2
Gebouwd door: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, Amsterdam.
Diameter raderen: 3,50 m
Type: Morgan
Aantal borden: 8
Afmetingen borden: 0,61 X 1,98 m
Raderen met beweegbare stalen borden.

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Enkhuizen- Stavoren. Zie HOLLAND. Na de verkoop aan een reder te Rouaan herdoopt in FOUINE.

ZUIDERZEE

Type: IJzeren raderstoomschip voor passagiers en goederen Eigenaar: C. Bosman, Alkmaar Werf: zie COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS

Bijzonderheden: Gebouwd voor de dienst Harlingen- Enkhuizen-Amsterdam, in opdracht van de Zuiderzee Stoomboot Maatschappij. Zij voer onder de naam COMMISSARIS DES KONINGS BARON VAN PANHUYS. Gekocht in 1889 en herdoopt in ZUIDERZEE.

Na gerestaureerd te zijn op de werf 't Hondsbosch te Alkmaar ging zij de weinig comfortabele PRINS VAN ORANJE vervangen. In 1904 opende Bosman vanuit Oostende en Zeebrugge een dienst met de ZUIDERZEE voor pleziervaarten op de Noordzee.

Volgens de registers van de Dienst voor het Stoom wezen werd het schip in 1905 naar België verkocht, waar zij onder de naam REINE DES PLAGES tussen Oostende en Vlissingen voer.

418.jpg

ZUIDERZEE, 1889

419.jpg

 REINE DES PLAGES, 1904