Home » Historie-Friesland » Friese Verzetsstrijders » Slageren, Willem van

Slageren, Willem van

Willem van Slageren.

Willem van Slageren, geboren op 3 juni 1932 te Lemmer, overleden op 17 april 1945 te Lemmer, zoon van Christiaan (Chris) van Slageren en Geesje de Vries.

Herinneringen van Johannes de Vries uit Lemmer.

LEMMER – Zondagavond. Negen uur. Eén en zestig jaar geleden zaten we met ons vijven – mijn grootouders, mijn ouders en ik – op de bank in de winkel. Vol bange voorgevoelens, angst voor de komende nacht en vol hoop dat de bezetting nu bijna voorbij was. Alles wees er op dat de Duitsers zich klaar maakten voor de aftocht. Over water naar Noord Holland. Alles wat Duitser was bewoog zich in de richting van de havens. Behalve een wagen met een wit paard er voor. Die ging verder de Nieuwburen op. Zouden ze wat vergeten hebben om mee te nemen? We besloten te wachten tot zij terug kwamen.

Dat duurde niet zo erg lang. Ze kwamen terug met het materiaal dat op het Katholieke deel van het kerkhof opgesteld was geweest. Nu moesten we dan toch maar naar bed. Kleren maar zo veel mogelijk aan houden. Als er wat mocht gebeuren was je meteen klaar om te doen wat er gedaan moest worden. Nauwelijks lagen we in bed of er kwam een vreselijk rammelend lawaai. Met een ontploffing. Voor ons stond het vast dat de Duitsers de bruggen en sluizen opbliezen. Maar het leek wel of ze het niet kapot konden krijgen. Om de paar minuten herhaalde dit alles zich. Alleen werden de tussenpozen langzamerhand groter.

Pas tegen de morgen werd het stil. De bruggen lagen er nog en burgemeester Krijger liep met het geweer aan de schouder voor het Gemeentehuis. Van hem hoorde mijn vader dat de Duitsers echt vertrokken waren. Het lawaai van die nacht had niets met bruggen en sluizen te maken gehad. Lemmer had die nacht onder Geallieerd vuur gelegen. Er was grote schade en mogelijk waren er ook slachtoffers gevallen. Een paar uren scheidden ons toen nog van de binnenkomst van de Canadese bevrijders.

Die hele nacht en de daarop volgende dag staan mij nog levendig voor de geest. Toch zijn er enkele dingen die er uit springen. Dat was in de eerste plaats dat we hoorden dat Willem van Slageren zwaar gewond was door granaatverwondingen tijdens de bevrijding's gevechten. Even later werd hij naar de bewaarschool aan de Lijnbaan over gebracht. Willem verbleef tijdens het voorval bij de familie Bondiettie-Jongsma aan de Schans te Lemmer.

Zijn vader liep als een gebroken man achter de brancard. Mijn grootvader ging hem vragen hoe erg het was. ‘Hij leeft nog’, was het antwoord. Al gauw hoorden we dat hij in de als noodziekenhuis ingerichte bewaarschool overleden was. Dit maakte op ons diepe indruk. De familie Van Slageren had lang tegenover ons gewoond en toen we klein waren was Willem mijn vaste speelkameraadje.

Een andere gebeurtenis was midden in die nacht. Naast ons woonde de familie Visser. Een broer en twee zusters waarmee wij al tientallen jaren in onmin leefden. De Weeskes voor de Lemsters. Contacten gingen alleen via deurwaarders, advocaten en rechters. We hoorden dat zij in de steeg waren. Mijn vader ging er heen. In zulke omstandigheden vergeet je alle ruzie en kijk je of er geholpen moet worden. Op vaders vraag of er wat gebeurd was antwoordden de dames: ‘Er is een stuk vuur gevallen. Denk er om, trap er maar niet op’. Meteen kwam Dominicus, de broer, uit het pakhuis. ‘Spreek niet tegen die vent, naar binnen jullie’. Vader heeft daar geen vriendelijk antwoord op gegeven.

Als laatste een wat positiever gebeurtenis. Op de Straatweg woonde een boer, beter gezegd een koemelker. Waar nu de familie Dalsheim woont. Hij had twee koeien en die waren de vorige dag door de Duitsers meegenomen. ’s Morgens liepen ze nog op de dam. Toen heel Lemmer zich hier in het centrum verzamelde om de Canadezen binnen te zien komen, kwam meester De Vries (van de lagere school, niet te verwarren met het NSB hoofd van de ULO school met dezelfde naam) met beide koeien aan een touw over de brug. Er werd hem aangeboden om de dieren naar hun baas terug te brengen. Daar was geen kans op. ‘Dit doch ik sels’, zei De Vries.

Alle jaren rond deze tijd komen die herinneringen weer naar boven. Deze keer nog sterker dan anders nu ik bij het voorbereiden van een artikel over de vernoeming van het parkje bij de Markerstraat naar onze laatste vermoorde Joden weer verschillende boeken over de oorlog en de Bevrijding in handen kreeg.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.