Schurer, Fedde

Fedde Schurer (Drachten, 25 juli 1898 - Heerenveen, 19 maart 1968) was een Fries dichter. Daarnaast was hij journalist en zat hij voor de Christelijk-Democratische Unie (CDU) en de Partij van de Arbeid (PvdA) in de volksvertegenwoordiging.

Schurer hanteerde de volgende pseudoniemen: Louw Brants, Bouke, F. Boukes, Edzard, S. Gerlofs, S.N. Iselbank, Sjolle Kreamer, Arend van der Meer, J. Melkema, Jelle Oenes, Pier Protter, (Jelle) Rippen, J. Stranger, F(rank) Wagenaar. Ook was hij christelijk vredesactivist en voorman van de Friese cultuur.

De ouders van Fedde Schurer waren Bouke Schurer, knecht op een scheepshelling, en Grietje Wagenaar, dienstbode. Schurer volgde in Lemmer de lagere school. Na het voltooien van de basisschool ging hij aan het werk als timmersmansjongen. In de avonduren bleef Schurer echter doorstuderen aan de vaktekenschool. Uiteindelijk volgde hij nog een onderwijzersopleiding. Zijn eerste aanstelling als onderwijzer kreeg hij op dezelfde lagere school waar hij zelf ook op gezeten had. Schurer trouwde op 1 juli 1924 met de onderwijzeres en collega Willemke (Willy) de Vries.

Schurer sloot zich in 1919 aan bij het Kristlik Frysk Selskip (Christelijk Fries Gezelschap, KFS), waarvan hij een tijdlang hoofdbestuurslid was. In het tijdschrift van de KFS verschenen vanaf 1920 zijn eerste gedichten. Zijn persoonlijke debuut had plaats in 1925 in de vorm van de dichtbundel Fersen (Verzen).

Vanaf de jaren 20 ontwikkelde Fedde Schurer zich als christelijk pacifist. Hij richtte een afdeling op van Kerk en Vrede. Samen met zijn sympathie voor de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, bracht hem dat in problemen binnen zijn eigen Gereformeerde Kerk. De kerkenraad weigerde Schurer toegang tot het Heilig Avondmaal en daarop volgde in 1930 zijn ontslag als onderwijzer in Lemmer. In zijn BVD-dossier wordt Schurer als volgt beschreven: “Talentvol en gevaarlijk spreker, vooral gevaarlijk voor jonge menschen”. Hij is zijn pacifisme tot zijn dood toe trouw gebleven.

Amsterdamse jaren.

Na zijn ontslag verliet Schurer Friesland en vestigde hij zich in Amsterdam, waar hij zestien jaar bleef. Hij werkte enige tijd op het Bureau voor Volkskunde van zijn geestverwant Piet Meertens, en werd daarna onderwijzer op een aantal gemeentescholen.

In Amsterdam schreef hij veel en bleef hij ook actief in de politiek. Onder andere met de leus ‘Geen Führer, maar Schurer’, werd Schurer in 1935 gekozen als lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland voor de kleine Christelijk-Democratische Unie (CDU).

Tijdens de veerbootreizen die hij maakte tussen Amsterdam en Lemmer vertaalde hij onder andere gedichten van Heinrich Heine naar het Fries. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij als schrijver actief in het verzet. Zo droeg hij bij aan de bundel verzetspoëzie Nieuw Geuzenliedboek. Na de oorlog ontving hij de Regeringsprijs voor Nederlandse Verzetsliteratuur.

  • 1945 – Verzetsprijs voor letterkundigen voor zijn gedichten in het Fries en in het Nederlands

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.