Schuilenga, Teake

Teake Schuilenga, (Beschuitfabrikant/directeur/winkelier van de Bijenkorf) geboren op 29 oktober 1878 te Surhuisterveen, overleden op 4 november 1943 te Oosterwolde, zoon van Djoerd Jans Schuilenga en Elizabeth Teakes Postma. Gehuwd met Engeltje Hendriks Bos.

In het hart van Surhuisterveen op het Torenplein is in de jaren vijftig namelijk in de toren een monument gemetseld die herinnert aan de drie gevallenen uit het dorp. Veruit de bekendste is wel Taeke Schuilenga. De directeur van de oude beschuitfabriek bekleedde een vooraanstaande positie in het dorp. Hij werkte bij de bank en zette zich in voor allerlei clubs in het dorp. De schok onder de Feansters was ook groot toen hij op een dag gefusilleerd werd. ,,Hij was in de handen gevallen van Pier Nobach uit Doezum, in Groningen.” Nobach was een NSB’er en verraadde een ieder die verzet bood tegen de bezetter. ,,Nobach was bij veel mensen in de wijde omtrek heel bekend. Mensen waren echt bang voor hem”, weet Dijkstra.

In verband met ondergronds werk werd Schuilenga reeds in 1941 gearresteerd. Teake werd wegens zijn aandeel in de algehele voedselvoorziening op borgtocht vrijgelaten. Op 4 november 1943 werd hij opnieuw aangehouden voor een verhoor bij de SD in Leeuwarden. De reis ging naar het SD-bolwerk in het Scholtenshuis in Groningen. Later werd hij opnieuw in een auto gezet voor een reis met onbekende bestemming. In het Tiesingabosje bij Oosterwolde werd even stilgehouden voor een sanitaire stop.

Op het moment dat Schuilenga de auto had verlaten werd hij zonder vorm van proces of opgaaf van reden vermoedelijk gefusilleerd als vergeldingsmaatregel voor de liquidatie van de zoon van de destijds beruchte NSB’er en SD-medewerker Pier Nobach uit Doezum. (Op een ochtend schoten leden van het verzet de oudste zoon van Nobach dood toen hij in de stal bezig was de koeien te melken. Dijkstra weet zeker dat de verzetsleden het op senior hadden voorzien. Die melkte echter niet die ochtend, zo bleek). Nobach was woedend en nam wraak. Nobach stond in zijn omgeving bekend als ‘de duivel van het Westerkwartier’. Zijn stoffelijk overschot werd door de beulen in een sloot gedeponeerd, waar een voorbijganger het de volgende dag ontdekte.

Behalve Schuilenga lieten meer Feansters het leven voor wie het monument opgericht is. Frans Dalstra stierf op veertigjarige leeftijd in kamp Buchenwald. De grondwerker werd ook door Pier Nobach uit zijn woonplaats gehaald en op transport naar Duitsland gezet. Sytze Gjaltema werd terechtgesteld in Westerbork. Hij had onenigheid in het Westerkwartier met een landwerker. Nadat hij een tijdje gevangen had gezeten in het Groninger Scholtenhuis, werd hij na aankomst in Westerbork direct om het leven gebracht.

Zie ook: www.trouw.nl

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.