Home » Historie-Friesland » Friese Verzetsstrijders » Kranen, Herman van

Kranen, Herman van

Herman van Kranen, gewoond hebbende op de Parkstraat 72 te Lemmer, besteller Nederlandse tramwegen, geboren op 8 mei 1895 te Oosterbeek, overleden (49 jr) op 5 augustus 1944 te Sneek, zoon van Herman van Kranen en Sijtje Snieder. Gehuwd op 29 april 1926 te Lemmer met Jeltje Visser. Herman van Kranen was conducteur, met als standplaats Lemmer. Bij de beschieting van een goederentram kwam Van Kranen op 5 augustus 1944 bij Follega om het leven. Hij werd begraven op de Algemene begraafplaats in Lemmer.

LC. 1970: Oud-trammensen doken in geschiedenis van NTM-wagen Ex-conducteur schrijft: In Sint Nyk sloeg mij de benauwdheid om het hart

De Tramstichting te Den Haag is er met de hulp van een aantal LC-lezers in geslaagd het oorlogsverleden te ontrafelen van de meer dan 80 jaar oude conducteurwagen van de NTM. Voordat de stichting haar beschermende hand naar de wagen uitstrekte, dreigde dit nogal zeldzame exemplaar uit de tijd van de oude stoomtram verloren te gaan. Het stond weg te roesten in een weiland onder Dokkum.

Vrij zeker is thans dat de wagen betrokken is geweest bij een beschieting op 5 augustus 1944 door Engelse jagers bij de brug over de Follegasloot. De prozaïsch door de stichting aangeduide P1 werd bij deze luchtaanval doorzeefd met kogels. De 83-jarige L. Sloothaak te Lemmer, een van de oude getrouwen van de Tramwegmaatschappij en tot zijn pensionering conducteur zorgde er voor dat de mist over de oorlogslotgevallen van de wagen zijn opgelost. De heer A. de Vries uit Heerenveen bevestigde de waarnemingen van zijn Lemster oud-collega. Bij hun relaas sloten ook de gegevens aan, die de heer A. Prins te Surhuisterveen de tramstichting toezond.

Omdat de met bevende hand geschreven brief van de bedaagde oud-conducteur uit Lemmer een interessant stuk geschiedschrijving bevat over de tram in de oorlogsdagen van 40—45, laten we zijn herinneringen over deze spannende periode uit het leven van veel trammensen hier vrijwel woordelijk volgen. Blijkens de brief van de heer De Vries is een degenen, die in 1944 bij de beschieting gewond raakten, de heer P. de Groes, nog in leven en woonachtig in Lemmer.

De heer Sloothaak schrijft: „Het was 5 augustus 1944 toen ik als conducteur van een personentram te ongeveer 17 uur het station te Joure binnenreed. Dr chef aldaar kwam op mij af en zei: de tram vanaf Heerenveen is 20 minuten te laat en nu ben ik van plan de goederentram maar voor jullie uit te laten gaan — en zo geschiedde het ook. De lucht zat vol van Engelse jagers, maar wij hadden nog nooit last gehad. Toen wij na enige tijd weer richting Lemmer vertrokken met de personentram en wij tussen Scharsterbrng en St. Nicolaasga waren, waren er steeds jagers boven de tram. Ze doken af en toe naar ons, maar er gebeurde verder niets.

Op het station St. Nicolaasga aangekomen sloeg mij de benauwdheid om het hart en ik pleegde overleg met de machinist (St. Nicolaasga was een agentschap en er was daarom geen stationschef). Ik beet eigenhandig de knoop door en liet alle passagiers uitstappen. De tram werd teruggereden achter de boswallen van het RK kerkhof, zodat dit wat aan het gezicht was onttrokken. Toen ik terug kwam op het station heb ik de chef van Lemmer opgebeld en verteld wat ik gedaan had. Dat vond hij goed en zei: blijven waar je bent, denk je nu het lijkt wel veilig, bel me dan op. Wij wisten toen nog niet wat er gebeurd was. Ik bleef bij de telefoon en even later belde de chef van Lemmer weer en zei nogmaals blijf waar je bent. Hij vertelde mij dat de goederentram was beschoten en de toestand slecht leek.

Nieuwsgierig geworden naar wat er aan de hand was belde ik Lemmer opnieuw. De oudste klerk kwam aan de telefoon en zei: de goederentram is in Follega beschoten en de chef is er heen met dokter, politie en ziekenwagen. Maar blijf aan de telefoon want er is hier een gevecht in de lucht tussen jagers.

Zoals ik al zei, was de goederentram voor ons uitgegaan. Zij had onderweg al eens stil gestaan, omdat het personeel het niet vertrouwde. Toen het hun dan veilig toeleek (de jagers waren inmiddels vertrokken) ging het op Lemmer aan. Ze waren nauwelijks 100 meter over de brug over de Follegasloot (6 kilometer van Lemmer) af, of er schoten 2 jagers over de bomen van rijksstraatweg Lemmer—Sneek op hen af en openden het vuur. Wat er gebeurde was verschrikkelijk. De reserveconducteur werd gedood, de machinist werd door zeven schoten geraakt, maar niet dodelijk gewond en de conducteur kreeg een schot door het been. De beide laatsten hebben het leven behouden. De jagers zijn nadien verdwenen en wij hebben geen last meer gehad. We zijn met de personentram weer richting Lemmer gegaan en hebben de goederentram op sleeptouw genomen, want de machine was defect. Wij kwamen heelhuids thuis.

Wat de P1 betreft dat was de verblijfplaats van de conducteurs van de goederentram. Het ene gedeelte was kantoor en het andere deel bestemd voor goederen die onderweg bij particulieren moesten worden afgegeven. De afdelingen waren van elkaar gescheiden door een schuifdeur. Op elk van de twee balkons bevonden zich een draaideur en aan beide zijden een schuifdeur op rails op wieltjes. De verwarming vond plaats met stoom van de machine en de remmen waren vacuüm (luchtledigheid).

De schoten waren zo geweldig dat er stukken uit de rails sloegen en er waren wagens bij met doorzeefde buffers". Tot zover het relaas van de heer Sloothaak. Zoals bekend wordt de oude P1 momenteel in de eigen werkplaats van de tramstichting in Enkhuizen weer zoveel mogelijk In zijn vroegere glorie hersteld, waarna de wagen wordt opgenomen in de historische stoomtrams die elke zomer — al had de tijd stilgestaan — tussen Hoorn en Medemblik door de West-Friese dreven rijden.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.