Jorritsma, Willem

Willem Jorritsma, geboren op 10 december 1920 te Leeuwarden.

Op 16 januari 1943 werd hij gearresteerd wegens het verspreiden van illegale lectuur, overgenomen uit "De Waarheid" CPN.

Op 19 januari 1943 werd hij overgebracht naar Kamp Vught, na 14 maanden kwam hij in het 'Oranjehotel' terecht. Op 20 mei 1944 werd hij samen met Johan Hissink, Johannes Hoogendoorn, Abraham de Kriek, Petrus Gerardus Frederik Snelleman, Jan van der Zwaag, op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

Op de Waalsdorpervlakte in het duingebied Meijendel bij Den Haag zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 250 mensen (het precieze aantal is niet bekend) ter dood gebracht door de Duitse bezetter. De Waalsdorpervlakte is een van de belangrijkste Nederlandse herdenkingsplaatsen van de oorlog. (wikpedia)

1966: TIJDENS DE OORLOG ZES NEDERLANDERS TER DOOD VEROORDEELD „Gunstig oordeel” in Bonn over rechter Amedick. Thans president gerechtshof Paderborn.

De president van het Landgericht te Paderborn in West-Duitsland, dr. E. Amedick, blijkt zich ziek te houden voor Nederlandse journalisten, die hem willen vragen naar zijn aandeel in de terdoodveroordeling van zes Nederlanders wegens het verspreiden van De Waarheid. De zes mannen, Isaak Ruppert, Willem Jorritsma, Gerrit Roukens, Piet Snelleman, Bram de Kriek en Wouter Jaspers, allen Rotterdammers, werden in maart 1944 ter dood veroordeeld door de Eerste Senaat van het Duitse „Obergericht" in Den Haag, waarin Amedick de functie van rechter vervulde.

Dezelfde Amedick is thans in West-Duitsland Landgerichtsdirektor te Paderborn. Benoemd, nadat het ministerie van justitie een „gunstig oordeel" over zijn rol tijdens de bezetting in Nederland had gegeven. In de meeste Nederlandse dagbladen wordt vandaag (naar aanleiding van een publicatie in „De Groene Amsterdammer") aandacht aan deze kwestie besteed waarover De Waarheid vijf jaar geleden een onthulling in De Waarheid van 1961

„Om deze reden, maakt ieder die in enige vorm aan de illegaliteit tegen de bezettingsmacht en het Duitse rijk gerichte communistische activiteit deelneemt zich aan sabotage schuldig".

De ter dood gebrachte Nederlanders, een kantoorbediende, student in de economie, schilder, havenarbeider, tramconducteur, en los arbeider, hadden zich naar de mening van genoemde Amedick, de andere rechters in dit proces en de openbare aanklager schuldig gemaakt aan sabotage, ook al hadden zij geen treinen opgeblazen of moffen neergeschoten, maar alleen het illegale verzetsorgaan van de CPN „De Waarheid" verspreid.

In het protocol van het proces, dat zich op 25 februari en 22 en 28 maart 1944 in het concentratiekamp Vught afspeelde, wordt het verspreiden van De Waarheid of het op andere wijze steunen van de verzetsactiviteit van de CPN gelijk gesteld met sabotage.

De huidige Landgerichtdirektor van Paderborn zette zijn handtekening onder dit stuk, waarin voorts wordt gezegd dat er niet alleen van sabotage sprake is als „regelrechte sabotage in eigenlijke zin, zoals gewelddadigheden en aanslagen tegen mensen en werken, worden gepleegd". Het is ook al sabotage, aldus dit stuk, als het streven van de verboden communistische partij, door de betaling van solidariteitsgelden en bijdragen, of door lidmaatschap van zon partij en verder door de verbreiding van haar publicaties en de versterking van haar organisatorische samenhang wordt ondersteund.

De CPN werd er verantwoordelijk voor gesteld het Nederlandse volk tegen de bezettingsmacht op te zetten, teneinde een geduchte vijand in de rug van het Duitse leger te organiseren.

Ruim vijf jaar geleden, op 25 maart 1961, maakte De Waarheid reeds melding van het feit, dat de man die de doodstraf over deze zes Rotterdammers uitsprak opnieuw een vooraanstaande rol bij de West-Duitse justitie vervulde. En hij niet alleen. Ook de openbare aanklager in dit proces Hans Adolf Straube, die tegen de zes doodvonnissen eiste en tegen vier andere Rotterdammers gevangenisstraffen van tien en twaalf jaar, vervult thans weer een vooraanstaande post in het justitieapparaat van Bonn.

Vijf jaar geleden ontdekte De Waarheid hem als officier en hoofd van het parket in de Westduitse stad Marburg. Zes maal klonk in Vught het "zum Tode verurteit", omdat volgens Amedick „In ieder nummer van De Waarheid werd opgewekt tot het begaan van gewelddaden en sabotagedaden." Hij voegde hieraan toe: „Dat deze opwekkingen vaak genoeg resultaat hebben gehad daarvan levert de practijk van de rechtbanken en ook van deze senaat voldoende voorbeelden." Zoals De Waarheid ook reeds op 23 maart 1961 meldde, werden de vonnissen op 20 mei 1944 op de Waalsdorpervlakte voltrokken.

In het voorjaar van 1946 werden de zes Rotterdammers op de Waalsdorpervlakte gevonden, waarna hun herbegrafenis op Crooswijk volgde. Een van de overlevenden uit het proces, Koos Groen, vertelde ons vijf jaar geleden dat de stemming onder de ter dood veroordeelden ondanks de doodvonnissen tot het einde goed is gebleven en zelfs optimistisch. Gerrit Roukens vooral hield de moed er in door zijn verwachting dat de invasie in Nederland gauw zou komen. De bevrijding van het fascisme hebben zij echter niet meer kunnen meemaken. Zij werden ter dood gebracht op grond van de eis die Hans Adolf Straube, thans officier van justitie in Marburg, stelde en het vonnis dat dr. E. Amedick, thans president van het Landgericht te Paderborn.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.