Heidema, Ane

Ane Heidema geboren te Leeuwarden 25 december 1918, matroos 2e klasse ZM van 1938-1940. Lid BS, gewest 13a, Zuid-Holland-West, Den Haag, strijdend gedeelte, stoottroep 11, van september 1944 tot overlijden in 1945.

● 1947: Weekblad 'De Zwerver'

GEDURENDE de mobilisatie en de oorlogsdagen in Mei 1940 diende Ane als vrijwillig soldaat op de voet van dienstplichtige bij de Koninklijke Marine, aan welk wapen hij zich met hart en ziel verbonden gevoelde.

Kort voor het uitbreken van de oorlog had hij onenigheid gehad met één zijner superieuren, wiens optreden hem niet aanstond. Deze had hij op een al te krasse toon zijn mening gezegd. Het gevolg was, dat zijn commandant het nodig oordeelde hem enige dagen verzwaard arrest te laten ondergaan. Toch had deze marineofficier, die een flinke kerel was, veel met hem op. Bij het uitbreken van de oorlog bevond Ane zich nog in arrest hij had nog twee dagen te goed. Heftig ging hij te keer, dat men hem onder deze omstandigheden niet vrij liet.

Hij eiste zijn commandant te spreken. Deze kwam hem persoonlijk opzoeken. Ane verlangde van hem, dat hij hem de gelegenheid zou geven aan elke mogelijke gevechtsactie deel te nemen. De commandant stelde hem op vrije voeten en zond hem op patrouille.

Na de capitulatie zocht ik hem op. Hij was niet te houden en huilde van woede. Daarom oordeelden zijn superieuren het nodig hem in de gaten te laten houden. Er moest echter nog wacht gelopen worden. Ane weigerde zonder wapens op wacht te staan en nam de benen. Enige dagen later werd hij gearresteerd en opgesloten. „Terwille van zijn eigen vrijheid", motiveerde de commandant dit arrest, wie ik om vrijlating had verzocht.

Toen de Duitsers evenwel van de marineofficier eisten alle onwillige elementen streng te straffen en zo nodig aan hen over te geven, heeft zijn commandant hem snel naar huis gezonden. Eenmaal in Leeuwarden teruggekeerd, liet hij geen gelegenheid voorbijgaan de bezetters en hun satellieten zijn minachting te tonen. Zo weigerde hij naar een voorbij marcherende W.A.-groep te kijken en ging er met zijn rug naar toe staan. Het gevolg was een heftige kloppartij met de commandant en vervolgens met de hele groep.

Ane delfde het onderspit en werd later voor de vrederechter te Leeuwarden gedaagd. Deze sprak hem warempel vrij en veroordeelde de commandant der W.A.-groep tot ƒ 20.— boete. Dit gebeurde in 1940. Herhaaldelijk kwam hij in moeilijkheden en het kwam zelfs zover, dat hij een heftige woordenwisseling kreeg met de Ortskommandant van Leeuwarden. Ane was met een
bakfiets vol goederen een brug genaderd. Van de andere kant naderde de Ortscommandant in zijn auto. Zij konden elkaar op die brug niet passeren, maar Ane weigerde terug te gaan. Het gevolg: een heftige Duitse scheldkanonnade, evenwel zonder resultaat. Grote hilariteit onder de omstanders. Een woedende mof.

Op een gegeven moment, deed deze het stomste, wat hij kon doen. Hij duwde zelf de bakfiets van de brug, rustig gevolgd door Ane. Zijn legitimatiebewijs werd in beslag genomen. „Heute
abend sechs Uhr bist du bei mir," beet de Duitser hem toe. 's Avonds zeven uur was Ane weer thuis met zijn persoonsbewijs.

In het najaar van 1941 werd zijn vader door de Duitsers gearresteerd. Op dit moment was Ane niet thuis. Hij werd evenwel gewaarschuwd. In plaats van zich gedekt te houden, rende hij naar
huis. Onderweg passeerde hij de Duitse auto, waarin zijn vader zat. Eén man stond er bij op wacht, de andere Duitsers waren met nieuwe arrestaties bezig.

Ane stapte op de Duitser toe en eiste van hem een onderhoud met zijn vader. Natuurlijk zonder succes. In blinde woede vloog hij de Duitser naar de keel, die al gauw assistentie kreeg van een tweede. „Ach so, willst du dein Vater sprechen, gut," er. met een fikse zwaai werd hij naast zijn vader in de auto gesmeten, die erg schrok van deze ontmoeting.

Na zes weken in het kamp Amersfoort te hebben doorgebracht, kwam Ane vermagerd en lichamelijk afgebeuld weer thuis, waar hij weer gauw op krachten kwam. Zijn vader kwam 5 maanden later thuis uit Scheveningen. Kort daarop werd Ane opnieuw gearresteerd, verdacht van spionnage.

Twee weken heeft hij toen doorgebracht in de gevangenis te Groningen. De bewaarders dier gevangenis zorgden er voor, dat hij goed te eten kreeg. Het verhoor leverde de Duitsers niets op en wonder boven wonder kwam Ane opnieuw vrij. In 1943 moesten alle oud-militairen zich melden. Hij dook onder en dook op in Brabant. Na vergeefs getracht te hebben naar Engeland uit te wijken, schakelde de commandant van de O.D. van West-Brabant en Zeeland hem in bij zijn groep. Deze bood hem een onderdak aan in het museum te Bergen op Zoom.

Tengevolge van de arrestatie van deze laatste met een aantal medewerkers, moest Ane uit het Zuiden verdwijnen en dook onder door bemiddeling van Dolf in Bodegraven. Tevergeefs heeft hij daar getracht bij het verzet te worden ingeschakeld. Teleurgesteld vertrok hij naar Den Maag, waar hij zijn oude beroep van slager weer opnam. Zijn pogingen naar Engeland over te steken faalden opnieuw.

Toen de Engelsen na de invasie tot in België waren doorgedrongen, achtte hij zijn tijd gekomen. Op de fiets ging hij België in, waar hij door verschillende Duitse linies wist heen te komen. Bij een van deze pogingen werd hij gearresteerd. De Duitse commandant vertelde hij, dat hij chauffeur was op een Duitse vrachtauto. Deze was door de Engelsen in brand geschoten, waarbij
hij al zijn papieren was kwijtgeraakt met zijn kleren.

Nu wilde hij naar zijn ouders, die midden in België woonden. De commandant liet hem gaan. Zo gelukte het hem tot het Albert- of het Leopoldkanaal door te dringen. Tevergeefs probeerde hij dit over te steken. Aan de ene kant lagen de Duitsers, aan de andere de Tommies. Zo heeft hij enige dagen tussen de vuurlinies rondgezworven, zonder zijn doel te bereiken. Daarna is hij te voet en af en toe meerijdend met de Duitsers de Hollandse grens weer overgekomen.

In Brabant gelukte het hem in een Wehrmachttrein te komen, die naar Den Haag reed. 's Nachts twee uur kwam hij bij mijn verloofde aldaar aan. Kort daarop werd Ane tot zijn vreugde opgenomen in de KP-groep van „Guus" te Den Haag.'Daar ik niet veel contact meer met Ane had, weet ik over zijn actie in deze groep niet veel. Eén voorval heeft hij mij persoonlijk verteld.

Op een herfstavond in 1944, in het schemerdonker, werd hij midden in Den Haag aangesproken door een Duits soldaat, die bepakt en bezakt op de fiets onderweg was naar Utrecht. Ane was zelf op een oude damesfiets en droeg een pistool op zak. Deze soldaat vroeg hem in gebroken Hollands de weg naar Utrecht. „Dit is mijn kans", dacht Ane. Hij antwoordde: „Kijk, als U recht voor U uitziet " De Duitser keek in de aangewezen richting. „dan ziet U hier mijn pistool", vervolgde Ane en duwde de soldaat zijn pistool onder dé neus. „Handen omhoog en zwijg."

Des Duitsers handen gingen kwiek de lucht in. „Nicht schiessen, nicht schiessen." Vlug ontwapende Ane de soldaat, nam hem zijn pistool, zijn geweer en zijn fiets af en zei: „Recht uit is de weg naar Utrecht." Onnodige ballast werd van de fiets gegooid en het geweer over zijn schouder, 't pistool in zijn zak, stapte Ane op de Duitse fiets, zijn oude damesfiets aan de hand en zo trapte hij doodbedaard naar huis.

Vlug leverde hij de vervoerde wapens bij zijn commandant in. Grinnekend toonde hij mij later zijn fiets. „Heeft me niks gekost en loopt goed", zei hij. Kort daarop werd hij helaas gearresteerd. Hij moest een pistool brengen naar de familie B. te Rijswijk. Daar aangekomen belde hij aan. Een Duits soldaat deed hem open en hield hem onder schot. Juist tevoren had de S.D. een inval gedaan. Bij fouillering werd 'n pistool op hem gevonden. Ane bleef kalm en toonde de Duitsers een aanstelling als kommies en een wapenvergunning. ,,Hij was op dienstreis", betoogde hij rustig. „Hij moest echter een nieuw rijwiellampje hebben en daarvoor kwam hij toevallig hier."-Daarbij toonde hij een kapot lampje. Geen succes.

Met nog een twintigtal anderen werd hij naar Scheveningen overgebracht. Deze arrestatie vond plaats op 12 December 1944. In Maart 1945 werd Ane via Scheveningen naar Neuengamme getransporteerd. Daar heeft hij gezworven in verschillende buitencommando's, zoals Melsen, Ludwigslust, enz.

Van medegevangenen vernam ik later, dat hij ook daar de moed nooit heeft verloren. Van hem persoonlijk heb ik helaas niets meer vernomen! Hij is óf omgekomen op de Gap Arcono óf na de bevrijding gestorven in Ludwigslust. De lezingen hieromtrent lopen uiteen.

Zonder aarzelen heeft hij steeds zijn jonge leven gewaagd voor het land en het volk, dat hij lief had.

In hem verloor ik mijn trouwste vriend.

„JAAP".

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.