Ens, Bouwe van

Bouwe van Ens, (Was veehouder te Nieuwehorne) geboren op 23 maart 1893 te Slijkenburg, overleden 12-04-1945 te Spitsendijk.

Hij had in de tweede wereldoorlog een werkzaam aandeel in het verzet. In het boekwerk "Friesland Annis domini 1940-1945" van de hand van Drs. Y.N.Ypema, staat: "H.M. werd opgejaagd en ook zijn medewerker bij de Jodenhulp, Bouwe van Ens uit Nijehorne, liep groot gevaar".

Maar van Ens was een man, die zich alleen verantwoordelijk voelde tegenover God, en deze houding heeft hij tot het zeerbittere einde volgehouden. Ondanks waarschuwingen om te verdwijnen, was hij niet van zins om ook maar één stap voor een Duitser opzij te gaan, en bleef hij waar hij was. Op 23 januari 1945 werd hij gegrepen, naar Crackstate gevoerd en daar op vreselijke wijze mishandeld.

Maar geen naam werd door hem genoemd". In de nacht van 12 op 13 april 1945, luttele uren vóór de bevrijding van Heerenveen, werd hij met Sijbren Sijtsma uit Hemelum onder Terband neergeschoten. Op vrijdag 13 april 1945 werden twee stoffelijke overschotten in een slootwal te Luinjeberd gevonden. Eén slachtoffer werd geïdentificeerd als Bouwe van Ens.

Op verzoek van de Canadezen onderzocht een arts beide lichamen, waarbij zware mishandelingen werden vastgesteld. Het nog niet geïdentificeerde lichaam bleek van Sijtsma te zijn. Hij werd begraven op de Algemene begraafplaats te Nieuwehorne. In Heerenveen is een straat naar de verzetsman vernoemd. Het besluit tot de straatnaamgeving werd genomen op 19 november 1953.

In de oorlog ruim 140 joden geholpen aan onderduikadres Hoge Israëlische onderscheiding voor H.M. de Jong

1973: WOLVEGA — Twee personen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog bijzonder aktief zijn geweest in het verzet en met name veel Joden van deportatie naar de vernietigingskampen hebben weten te redden kregen uit handen van de Israëlische ambassadeur in ons land een hoge onderscheiding als dank voor hun werk. De mensen om wie het hier gaat zijn het echtpaar Hendrik Marcus de Jong en Nienske de Jong-Zeinstra uit Wolvega.

De onderscheiding heet officieel het „Certificaat van bijzonder goed gedrag in oorlogstijd". De heer en mevrouw De Jong, respectievelijk 84 en 81 jaar hebben naar schatting ruim 140 Joden aan een onderduikadres geholpen, of hen zelf in huis genomen. Centrum van hun activiteiten was aanvankelijk Jonkersland en later Nieuwehome aan de Vaart.

Hoewel de heer De Jong al ver voor de oorlog duidelijke antifascistische opvattingen had en die ook niet onder stoelen of banken stak, raakte hij door toedoen van buurman Tjeerd Wietsma, in Jonkersland actief bij het verzet betrokken. Op diens verzoek bood de familie De Jong aan twee Joodse echtparen uit Zwolle onderdak. Dat was in februari 1942.

Vanaf begin 1943, toen het gezin De Jong naar Nieuwehome aan de Vaart verhuisde breidden de activiteiten zich zeer snel uit. De heer De Jong slaagde er in een groot aantal buurtbewoners in te schakelen bij het onderduikwerk. Aanvankelijk kwamen de joodse vluchtelingen via de inmiddels overleden Wessel Sikma, in Heerenveen naar de schuilplaatsen in Nieuwehome. Later kwamen er meer personen bij en groeide er een hele organisatie.

In de organisatie zaten — om maar een paar namen te noemen — Jan de Jong, Henk Steenwijk, Bertus Koopmans, Bertus Luchtmeijer, Jelle Duursma en ook Bouwe van Ens. Gezamenlijk slaagden zij er in steeds meer Joden naar een veilige plaats te brengen in deze moeilijke dagen.

In het grootste geheim werd het werk gedaan. „Ik was praktisch nooiteen nacht thuis. Bij donker moesten de mensen naar hun plaats gebracht worden of naar andere plaatsen gebracht worden," vertelt de heer De Jong. Vrijwel iedereen in de hele streek van De Knipe tot Jubbega 3e sluis werkte op het laatst mee. Het was dan ook een publiek geheim dat daar zoveel onderduikers zaten. Niemand haalde het echter in z'n hoofd hierover in het openbaar te praten.

Via verschillende geheime kanalen kwam geld binnen voor het werk. De gezinnen, die de onderduikers verzorgden konden daardoor een bijdrage krijgen, noodzakelijk onder andere voor de aankoop van bonkaarten. De coöperatieve zuivelfabriek in Bontebok verleende bovendien erg veel hulp bij de levering van boter en kaas.

De onderduikorganisatie werd tenslotte zo omvangrijk dat verschillende leden zelf moesten onderduiken. Dat gold ook voor de heer De Jong. Het risico om thuis te blijven en dan gepakt te worden was te groot. Tot de bevrijding verbleef hij bij de familie Van der Veen in Jubbega 3e sluis.

Kort na de bevrijding maakte verzetsstrijder H. M. de Jong ook deel uit van het tribunaal in Heerenveen, dat personen berechtte, die in de vijf oorlogsjaren aan de kant van de bezetters hadden gestaan. De zittingen vonden plaats in Crackstate. In het tribunaal zaten voorts notaris Mulder uit Langweer en dr. Brouwer uit Heerenveen.

Nu bijna 28 jaar na de bevrijding heeft het gezin De Jong nog geregeld contact met de mensen, die in de jaren veertig in Nieuwehome onderdak kregen. In Bussum woont nog mevrouw Troostwijk. Zij is de enige, die nog in leven is van de vier personen, die het eerst een schuilplaats kregen bij de heer en mevrouw De Jong. Enkele keren per jaar gaat men bij elkaar op bezoek.

Het zijn de prettige gevolgen van deze zo zware tijd. En iedereen, die toen de hulpvaardigheid van het gezin De Jong heeft ondervonden zal met vreugde kennis nemen van de onderscheiding voor het echtpaar De Jong.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.