Adema, Herman

Herman Adema, door Duitse bezettingsmacht geëxecuteerd bij de April-Meistaking. De Duitse patrouille opent het vuur op samenscholingen op 3 mei 1943 te Dokkum, waar hij bij het brugwachtershuisje aan de Woudpoort in zijn woonplaats Dokkum zwaar gewond raakte. Hij werd overgebracht naar een ziekenhuis te Leeuwarden. Daar overleed hij op 15 mei aan zijn opgelopen verwondingen.

Door Duitse bezettingsmacht geëxecuteerd tijdens de April-Mei-staking.
April-mei-stakingen van 1943:

Nederland dat in de eerste drie bezettingsjaren in zijn gedragingen over het algemeen, zij het vaak met lood in de schoenen, met de bezetter in de pas liep, is zich in het vierde jaar duidelijker gaan verzetten, meer dwars gaan liggen. Tot die ontwikkeling, tot die ommekeer, hebben de April-Mei- Stakingen zowel door hun bevrijdende werking als door de repressie waartoe de bezetter overging, een wezenlijke, ja onmisbare bijdrage geleverd". Zo besluit de historicus dr. Lou de Jong het hoofdstuk over de stakingen in april en mei 1943 in ons land in het zesde deel van zijn werk over de bezettingstijd. De April-Mei-stakingen, markeerden een keerpunt in het bestaan van het bezette Nederland. De bevolking ademde in de woorden van een illegale publicatie uit die tijd, dieper en vrijer dan ze in jaren had gedaan „Enkele momenten was de angstpsychose doorbroken en voelden wij ons geen onderdanen van een schrikbewind, maar moedige, bevrijde mensen, plotseling voortgestuwd door een onzichtbaar onderling verband". Aldus het illegale Parool.

Y. N. Ypma citeert in zijn werk over Friesland in de jaren 1940-1945 een ooggetuige, die die donderdagmiddag in Leeuwarden als volgt beleefde; „Ik keerde donderdagmiddag omstreeks vier uur van een dienstreis door de provincie terug op mijn bureau in Leeuwarden, waar op dat ogenblik een soort opstand heerste. Alle afdelingen liepen door elkaar, zaten heftig op de bureaus te discussiëren of stonden in groepjes bijeen. De „Friese Courant" ging van hand tot hand. Anderen waren weggelopen naar andere kantoren in de buurt. Misschien kon men aanvankelijk nog niet eens zo zeer spreken van een opstandige stemming als wel van een algemene consternatie, die echter al gauw een opstandige ondertoon kreeg".

Kort voor middernacht werd een zware buis op de spoorlijn Leeuwarden- Groningen geschoven zodat de locomotief van een goederentrein ontspoorde. De vrijdagochtend gingen honderden arbeiders bij Leeuwarder bedrijven in staking. De staking sloeg over naar diensten en zeer kort daarna leek het alsof de hele stad het werk had neergelegd. Het was vrijdag, en dat betekende, dat er treinen en bussen vol boeren en kooplui naar de stad kwamen. Zij verspreidden het nieuws bij hun terugkeer naar alle hoeken van Friesland.

De staking in de Leeuwarder bedrijven werd nog diezelfde dag beëindigd, maar buiten Leeuwarden greep het verzet op zaterdag 1 mei om zich heen Ypma schrijft: „Boeren en arbeiders verkleedden zich en gingen de straat op. Men voelde zich één als volk en in het besef van dit één zijn voelde men lust en de kracht in zich omhoog kruipen om alles van zich af te slingeren, wat langzamerhand tot een benauwenis begon te worden.

Fel laaide het verzet overal op en greep om zich heen als een bosbrand. Consignes van centrale punten had men niet nodig. Socialist, orthodox, katholiek, communist, het deed er niet toe, men voelde zich één. Nergens in het gehele land was het verzet zo algemeen, nergens trad men zo hardhandig tegen werkwilligen op. Bruggen werden opengedraaid, telefoonpalen gingen over de wegen, melkwagens werden omgekanteld, bussen geleegd. „Op maandag 4 mei fietste ik in de Legegeaën door een melkzee; in Terzool floot men de "Internationale". Boeren, die anders als lid van het bestuur van de zuivelfabriek tot de meer bedachtzamen en zwijgzamen behoorden, staken hun vurige redevoeringen af in de dorpen".

Toen de stakingsbeweging landelijk tekenen van inzakking begon te vertonen (dat was al op 1 mei het geval) brak het verzet in Friesland juist met des te meer felheid baan. Het verminderen van de stakingsactiviteiten stelde de bezetters elders in staat, de resterende stakingshaarden vast te stellen en er hard tegen op te treden. Maar in Friesland bleef het verzet algemeen.
Op dinsdag 4 mei berichtte Harster aan zijn superieuren: In de provincie Friesland heerst verder grote onrust. De melktransporten worden door georganiseerde benden opgeschoten jongens overvallen. De bestrijding door politiepatrouilles is buitengewoon moeilijk, omdat het gebied zeer groot is, de nederzettingen ver uit elkaar liggen en de patrouilleroutes kennelijk door sympathisanten per telefoon worden doorgegeven.

In de bouwhoek is, zo zegt Ypma, langer gestaakt dan in de greidhoek. In Barradeel en het Bildt. waar plaatselijk wel tot en met 6 mei is door gestaakt de beweging erg fel, misschien niet zo verwonderlijk voor een gebied, dat in het verleden ook het toneel was geworden van heftige klassenstrijd. Dat greidboeren het niet leveren van hun melk de zuivelfabrieken minder lang vol hielden, kwam, omdat ze met een aanzienlijk overschot aan melk bleven zitten, ondanks het feit. dat de bevolking de melk kon kopen voor 10 cent per liter.

Toen het nuchtere besef doorbrak, dat er vanuit Engeland - in tegenstelling tot de vrij algemene verwachting-geen hulp kon worden verwacht van (de Nederlandse minister-president Gerbrandy verklaarde voor radio Oranje oproep tot verzet tegen het in gevangenschap wegvoeren van de oud-militairen geen oproep tot algemeen gewapend verzet was) waren de meeste geneigd het verzet maar op te geven en over te gaan tot hun gewone werkzaamheden.

De Duitsers traden hard op. Op een aantal plaatsen werd op toevallige groepen geschoten, die zich op de weg bevonden, maar aan het stakingsgebeuren part noch deel hadden. Zo werden in Dokkum drie bejaarde mannen doodgeschoten, die bij de Woudpoortsbrug met elkaar stonden te praten. Bij de Kollumerverlaatbrug vuurde de Grune Polizei op stakers, die net in Kollum hadden besloten naar huis te gaan. Een groenteman, die onderweg was, werd dodelijk getroffen.
In Opeinde schoten de Duitsers op kerkgangers Een klein meisje overleed aan de gevolgen van de schietpartij.

In Noordbergum werden twee mannen gedood, evenals een veehouder in Suameer, die weigerde te beloven zijn melklevering aan burgers te zullen stopzetten.
In Drachten werd een vrouw het slachtoffer, omdat ze de avondklok van acht uur negeerde.
In Appelscha schoten de Duitsers op een menigte, omdat hier de bruggen waren opengedraaid. Er vielen drie doden. Doden vielen er ook in Lemmer, Langelille en andere plaatsen.

De onderwijzer Jan Eisinga uit Gorredijk, die de Kinderen naar huis had gestuurd omdat hij als onderwijzer ook mee wilde doen aan de staking en er bij collega's op aandrong, hetzelfde te doen, werd gearresteerd en op 6 mei doodgeschoten.

Het afschuwelijkst was het Duitse optreden in Trimunt, net over de Friese grens. Er was daar een weg versperd door een omgehakte boom. Een Duitse Feldwebel had dat gezien en op het erf van de dichtstbijzijnde boerderij tien mensen gearresteerd. Ze werden met zes andere willekeurige arrestanten meegenomen en opgesloten. De Feldwebel meldde vervolgens aan de Sicherheits-polizei in Groningen dat er bij Marum barricades waren opgeworpen. Er kwam een Duitse overvalwagen naar Marum, en de zestien arrestanten werden zonder nader onderzoek doodgeschoten. Onder hen bevond zich een dertienjarige jongen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.