Elfstedentocht 1947-1954

1947

8 februari 1947.
Bitter koud door strenge vorst en storm.
Slecht tot zeer slecht ijs.
277 wedstrijdrijders aan de start, 39 geklasseerd.
1.791 toerrijders, 270 volbracht.
Winnaar: Jan van der Hoorn, uit Ter Aar (na onderzoek)

De eerste naoorlogse tocht, die van 1947, zorgt voor een zwarte bladzijde in de Elfsteden geschiedenis. De omstandigheden zijn nu weer zo ongunstig dat veel rijders letterlijk steun zoeken bij elkaar. Zowel in de tocht als in de wedstrijd bezondigen tallozen zich aan overtredingen. Er wordt veel 'opgelegd' gereden, maar er zijn er ook die doodgemoedereerd hele stukken in een auto afleggen.

De uitslag van de wedstrijd met de bekende Joop Bosman als eerste (10 uur 36 minuten) en Klaas Schipper uit Steenwijkerwold als tweede (10 uur 37 minuten) zal dan ook niet gehandhaafd blijven. Ook voor de jonge Jeen Nauta uit Wartenga die zo'n geweldige indruk maakte door als derde te eindigen, ligt er geen eremetaal klaar.

Er wordt een speciale commissie geformeerd die probeert alle overtredingen boven water te brengen. En die tenslotte met een verrassende herziening komt. De eerste drie binnengekomen rijders worden gediskwalificeerd en Jan van der Hoorn uit Ter Aar, die als vijfde binnenkwam, wordt tot winnaar uitgeroepen.

Anton Verhoeven uit Dussen als achtste gearriveerd, krijgt de tweede prijs. Geweldenaar Abe de Vries, oorspronkelijk negende, voegt een derde prijs aan zijn eerder verworven Elfsteden lauweren toe.

Op veel plaatsen is het ijs heel slecht en bovendien staat er een straffe wind maar op 8 februari 1947 is het weer zover. Deze tocht vormt een zwarte blad- zijde in het Elfstedentochtboek. Uit een onderzoek dat de Vereniging instelde na klachten die waren binnengekomen, blijkt namelijk dat een aantal schaatsers zich aan overtredingen schuldig heeft gemaakt .

Het gaat daarbij bij- voorbeeld om ‘opleggen’. Juist in de sterke wind van dit jaar maakt het veel uit als een frisse schaatser een stuk voor je schaatst om je zo uit de wind te laten rijden. Het blijkt zelfs dat een aantal deelnemers zich met de auto heeft laten vervoeren! Uiteindelijk wordt Jan van der Hoorn uit Ter Aar, die oorspronkelijk als vijfde over de finishlijn reed, tot winnaar uitgeroepen na een tocht van 10 uur en 36 minuten.

Het slechte weer eist zijn tol. Het is nog onduidelijk hoeveel slachtoffers zijn gevallen.

Naar uit voorloopige berichten blijkt, heeft ook deze Elfstedentocht een niet gering aantal slachtoffers geëischt. Er waren slechts enkele deelnemers, die den tocht meegereden hebben, zonder dat een of meer lichaamsdelen gedeeltelijk bevroren. De Harmonie te Leeuwarden, waar zich 's avonds een groot aantal deelnemers vereenigde, geleek veel op op een provisorisch hospitaal. Tallooze rijders liepen met pleisters op handen of gezicht rond. Bevroren beenen, vingers en oogen waren schering en inslag. In zijn rede sprak de heer J. M. Kingma, penningmeester van de Elfstedenvereeniging zelfs over "zeer ernstige gevallen van bevriezing"die het bestuur ter oore waren gekomen.

De barre winter van 1947: Tochtrijders in het Noorden van Friesland.

IEDEREEN OVERTRAD DE REGELS.

Na acht en dertig dagen.

J. v. d. Hoorn winnaar van de Elfstedenwedstrijd!

Eindelijk is de uitslag van den Elfstedentocht bekend. Maar niet Bosman, die als eerste de eindstreep passeerde en ook niet zijn "schaduw" Schippers is officieel winnaar geworden. Zelfs niet de rijders Nauta en J. Wijnia, die als derde en vierde binnenkwamen! Het bestuur van de Vereeniging "De Friesche Elf Steden" heeft na een langdurig onderzoek besloten aan de volgende vier rijders een prijs toe te kennen: 1. J. v. d. Hoorn  (Ter Aar), groote gouden medaille; 2.A. Verhoeven (Dussen) kleine gouden medaille; 3. A. S. de Vries (Giethoorn)  groote verguld zilveren medaille; 4. D. v. d. Duin (Oldeboorn kleine verguld zilveren medaille.

Alle overige wedstrijdrijders, die voor 18.21 uur zijn aangekomen, zullen het Elfstedenkruisje met inscriptie "wedstrijd 1947" ontvangen. Uitgezonderd J. Wijnia (Edens) en W. Wijnia (Edens), die beiden zoodanig in overtreding zijn geweest, dat zij volledig zijn gediskwalificeerd.

De start van 1947.

Op deze foto is zien hoe de schaatsers gedragen werden. Vooral bij Parrega en Harlingen kenden de wedstrijdschaatsers god noch gebod.

JAN VAN DER HOORN UITGEROEPEN TOT WINNAAR.

Het heeft het Elfsteden bestuur behaagd om Jan van der Hoorn, alsnog op de eerste plaats te zetten.

JOOP BOSMAN ONTKENT BESCHULDIGINGEN.

JOOP BOSMAN.

JAAP VISSER SCHAATST DE ELFSTEDENTOCHT VAN 1947.

Jaap Visser, die in 1947 aan de Elfstedentocht meedeed. Kort daarna werd hij door de marine (als dienstplichtige) naar Indonesië gestuurd. Hij was toen 20 jaar oud.

In de winter van 1946/46 werd een Elfstedentocht georganiseerd, de eerste na de Tweede Wereldoorlog. Het zou een van meest interessante Elfstedentochten in de geschiedenis worden, niet alleen vanwege de zwaarte, maar ook omdat er onregelmatigheden zouden worden vastgesteld, welke tot uitsluiting van de eerste vijf rijders (van de wedstrijd) zouden leiden. Een van de deelnemers aan de toertocht was Jaap Visser, de jongste zoon van Jacob Kleis Visser.

Friezen zijn altijd bekend geweest als goede hardrijders op de schaats. Ook in De Lemmer was het schaatsen een geliefde bezigheid in de winter en is het dan ook niet verwonderlijk dat hier ooit een wereldkampioen zou worden geboren. Ook Jaap Visser was een fanatiek schaatser en het is dan ook niet verwonderlijk, dat hij mee wilden doen aan de "tocht der tochten". Wat hem boven het hoofd hing, had hij echter geen idee. Nadat de tocht in de winter van 1946/47 al tien keer (!) was uitgesteld, werd besloten de tocht op 8 februari 1947 te houden.

De omstandigheden waren echter bijzonder slecht. Een felle, vooral oostelijke wind en een temperatuur van circa 13 graden onder nul, beloofden weinig goeds. Maar bovendien was het ijs zeer slecht en de route was, doordat de wind sneeuw, zand, takken en andere obstakels op het ijs had achtergelaten, onmenselijk zwaar. Jaap Visser heeft over die tocht een brief geschreven aan zijn broer Kleis in Amsterdam. Deze brief diende mij als basis voor het volgende verslag.

Jaap Visser was op die bewuste dag al om twee uur in de ochtend opgestaan om zich te kleden. De kleding bestond uit 1 onderhemd, 2 overhemden, 2 vesten, 1 trui, een jack, 3 onderbroeken, 2 bovenbroeken, 2 paar wanten en 2 mutsen (waaronder een bivakmuts). Op zijn lichaam en om zijn benen had hij kranten gedaan. Toen hij aangekleed was zag je alleen nog zijn neus en ogen. Met twee paar (houten) schaatsen om zijn nek vertrok hij om half vier met negentien andere Lemsters met de bus naar Leeuwarden waar ze om half vijf arriveerden.

Om half zeven startte de toertocht met 1700 deelnemers. Het eerste deel ging voor de wind en Jaap kon om 7.42 uur zijn controlekaart in Sneek laten afstempelen. Ook naar IJlst en Sloten ging het goed en er leek niets aan de hand te zijn. Op het Slotermeer raakte Jaap de andere Lemsters kwijt. Zijn schaatsen werden stomp en hij moest zijn reserveschaatsen onderbinden. 't Was ondertussen negen uur geworden en Jaap zette probeerde de Lemstergroep in te halen.

Dat lukte nog vóór Stavoren en de groep arriveerde hier om 10.19 uur. Hier vielen de eerste Lemsters uit. Het ijs werd steeds slechter en de wind kwam uit een steeds ongunstiger hoek. Na Hindeloopen gingen de schaatsers over zee naar Workum. Het ijs tussen deze plaats en Bolsward was afschuwelijk slecht. Bovendien was de wind gaan aanwakkeren en blies de rijders recht in het gezicht. In Bolsward zouden ze een chocoladereep (!) krijgen, maar dat was door de leiding verboden. Wel kon men warme chocolademelk krijgen en Jaap dronk daarvan 10 (!) bekers op.

Om 14.38 uur werd Harlingen bereikt waar voor het eerst (snert) werd gegeten. Luute de Wreede uit De Lemmer bleek een bevroren oog te hebben (skibrillen werden toen nog niet gebruikt) en bij veel andere rijders werden ook bevriezingsverschijnselen geconstateerd.

Recht in de wind ging het op Franeker af, nog steeds over slecht ijs waar veel zand op lag. Omdat je hier bijna niet meer vooruit kwam reden de Lemsters achter elkaar, waarbij om de beurt de kop werd overgenomen. Om kwart over vier werd Franeker bereikt; het volgende doel was Dokkum. Het ijs was zó slecht dat het feitelijk onberijdbaar was. Dit deel van de route zou later als "de hel van het noorden" worden omschreven. Door het slechte ijs waren er veel valpartijen en honderden rijders gaven de strijd op. Het was zes uur en het werd al behoorlijk donker.

De wind bleef krachtig en ook Jaap stond op het punt op te geven. Eén van zijn schaatsen was los gaan zitten, maar als hij die opnieuw zou gaan opbinden raakte hij zijn schaatsmakkers kwijt en was hij verloren. Hij ploeterde daarom verder en om half acht (het was inmiddels stikkedonker) arriveerden ze in Bartheliem.

Daar stond een tent op het ijs, waar een aantal (Friese, zoals Jaap schrijft) meisjes de schaatsers met vet insmeerden tegen bevriezing. Sporadisch kwamen er wat rijders aan, waaronder de bekende kortebaan-schaatster Metje Nienhuys. Hoewel ze nog maar 18 km van Dokkum af waren wilde niemand meer verder. Het was aardedonker, de wind was aangewakkerd tot een vliegende storm (met 14 graden vorst!). Er werd gewaarschuwd dat het levensgevaarlijk zou zijn verder te rijden.

Veertig schaatsers verlieten hier het ijs, bonden de schaatsen af en gingen met een auto naar Leeuwarden, waaronder 16 van de twintig Lemsters. Eén Lemster was doorgereden en lag een uur voor. Jaap, de twee overgebleven Lemsters, Metje Nienhuys en nog zes andere rijders besloten verder te gaan met de "dodenrit". Het ijs was zó slecht dat de tien rijders tegelijk languit op het ijs lagen. Overal lagen schotsen en het leek of de groep niet vooruit kwam. Bij de bruggen stonden nog steeds mensen die applaudisseerden als de rijders passeerden.

 Er lag zoveel zand op het ijs dat de rijders soms door het publiek hele stukken over het ijs moesten worden gedragen. Zes km van Dokkum brak het hakleer van één van de schaatsen van Jaap. Hij kon de anderen niet waarschuwen door de harde wind en hij moest afhaken. Over de volgende drie km deed hij een uur. Toch kon hij met een passerende groep meerijden en daardoor kwam hij weer bij zijn oude makkers terecht.

Eén van die ploeg was blind geworden en Metje Nienhuys heeft daarover later een stuk geschreven in de krant. Toch werd Dokkum bereikt en hier rustten de rijders ongeveer 35 minuten. Het ergste was voorbij en voor de wind ging het nu naar Leeuwarden met een snelheid van 24 km per uur. Om vijf voor elf arriveerde Jaap Visser in de Friese hoofdstad en vijf minuten de twee andere Lemsters. En met de eerder gearriveerde Lemster bereikten dus vier Lemsters de eindstreep. Jaap was zó kapot dat hij niet meer in staat was zijn schaatsen zelf af te binden.

Over de tocht had Jaap 16 uur en 35 minuten gedaan (inclusief 1 uur en 35 minuten rust) en hij behoorde tot de twaalf procent die de monsterrit had volbracht. Van de 1700 rijders hadden slechts 160 het gehaald en Jaap kwam op de 60ste plaats binnen, een niet geringe prestatie.

De Lemster Courant zou het volgende schrijven: "Vier Lemsters volbrachten de Elfstedentocht. Het waren H. Bijlhout, M. Groen, Jurjen Verbeek en Jac. Visser."

Hoe het met de blindheid van Luute de Wreede is afgelopen, vertelt het verhaal niet.

Door Jaap van der Zwaag.

(Uit Lemmer hebben Peter Winia, zijn vader zowel zijn broers Henk, Siep, Anton en Maarten ook de tocht volbracht en een kruisje behaald. Dat waren vader met zijn 5 zoons. Ook uit Lemmer hebben er in dat jaar het kruisje behaald, Jan en Stoffel Kroes)


1954

3 februari 1954.
Lichte vorst. Zonnig. Weinig wind.
Uitstekend ijs.
138 wedstrijdrijders aan de start, 63 geklasseerd.
2.597 toerrijders, 2.143 volbracht.
Winnaar: Jeen van den Berg, uit Nijbeets.

De tocht van 1954 won hij in de tijd van 7 uur en 35 minuten, een record dat pas 31 jaar later verbeterd werd [1] . In de tocht van 1956 eindigde hij als zesde, na de kopgroep die hand-in-hand over de finish ging. De zware tocht van 1963 finishte hij als derde. Van den Berg was ook een goed langebaan schaatser. Hij nam twee keer deel aan de Olympische winterspelen, beide keren kwam hij uit op de 5 en 10 kilometer. In 1960 werd hij respectievelijk 19e en 20e op de 5000 en 10.000 meter. In 1973 werd hij de eerste Nederlands kampioen marathon schaatsen. Hij was van beroep onderwijzer. Jeen van den Berg is ereburger van de gemeente Heerenveen.

Onder deze perfecte omstandigheden wordt op 3 februari 1954 een tijd gereden die 31 jaar lang niet verbroken zal worden, 7 uur en 35 minuten. Eén uur  en vier minuten sneller dan Sietze de Groot in 1942. De eindsprint is chaotisch en spannend, omdat op het laatste stuk over de Noorderbrug gekluund moet worden.

De vijf kanshebbers, Jeen van den Berg, Jan Charisius, Aad de Koning, Anton Verhoeven en Jeen Nauta sprinten over de laag stro naar het laatste stuk ijs. Daar valt Charisius, en gaan Van den Berg en Verhoeven de sprint aan. In de chaos denken zij het finishbord te passeren. Helaas vermeldde dat bord ‘FINISH’, met daaronder in kleine letters: ‘over 500 meter’. Van den Berg passeert uiteindelijk als eerste de eindstreep op perfect ijs en met lichte vorst.

Een bekende doorkomstplaats van de Elfstedentocht is Bartlehiem waar de schaatsers twee keer langskomen, de eerste keer op weg van Franeker naar Dokkum en de tweede keer weer terug in de richting van de finish in Leeuwarden. In 2005 werd bekend dat de Friese plaats Berlikum (Berltsum) ook stedelijke kenmerken heeft gehad, en daarmee de twaalfde Friese stad zou zijn. Dat leidde er echter niet toe dat de naam van de Elfstedentocht werd veranderd. Overigens rijden de schaatsers al langs Berlikum, over de Ried en het Berlikumerwijd tussen Franeker en Bartlehiem.

OOK DE NOTABELEN HALEN DE EINDSTREEP.

"Wij zijn bijzonder enthousiast over de tocht", aldus zeiden gisteravond minister S. L. Mansholt en mr. H. P. Linthorst Homan commissaris der Koningin in Friesland, toen zij om kwart over zeven als toerrijders het laatste Elfsteden-stempeltje kwamen halen. Voor beiden was dit niet de Elfsteden-doop, want minister Mansholt heeft in 1942 de toertocht al uitgereden en de wedstrijd in 1933 en reed een deel van de tocht in 1942.

DE WINNAAR IS EEN FRIES!

2486dcad90264e5e9580cd716d69ebe5.jpg

Jeen van den Berg, schrijft Elfstedentocht op zijn naam na een rommelig einde.

De drie snelste militairen van de Elfstedentocht van 1954, v.l.n.r. Minister Staf, soldaat P. Zwart uit Warga, korporaal M. E. Wijnhout uit Haarlemmermeer en de marechaussee 3e klasse H. M. Ottenschot uit Bentelo, werden gehuldigd door minister Staf van Defensie.