Elfstedentocht 1940

(Eersten: P. Keizer, A. Adema. Sj. Westra, D. v. d. Duim en C. Jongert in 11 uur en 30 minuten).

Elf-Steden Route. Afstandswijzer.

Weer een goeie zes jaar later. Eindelijk weer eens een Elfstedentocht! De maand Januari van 1940 stond in het teeken van de ijsvreugde! De Elfstedentocht zou aanvankelijk op 15 Januari worden gehouden, doch moest daags te voren worden afgelast. Maar op 30 Januari 1940 kon de Elfsteden-tocht toch gehouden worden. Daar was een geestdrift voor dezen Elfstedentocht in en buiten Friesland ontwaakt, die ongeveer te meten was toen in den vooravond meer dan drie duizend inschrijvingen waren binnen gekomen!

Er was maar één ding dat eenigszins de domper zette op die gezellige sfeer in de eivolle hotels, waar over niets anders dan den op handen zijnden Elfstedentocht werd gesproken: de dooi van dien namiddag, die overigens des avonds weer in eenige graden vorst was verkeerd. Zou Thialf dezen tocht zegenen, of al die duizenden smadelijk teleurstellen? Doch gelukkig! De vorst zette door en bij flink vriezend weer vond de afrit plaats. Als eerste kwam een groep van vijf rijders tegelijkertijd te Leeuwarden aan.

De uitslag luidde als volgt: No.'s 1, 2, 3, 4 en 5 werden onderscheidenlijk: P. KEIZER te Westland, A. ADEMA te Franeker, SJ. WESTRA te Warmenhuizen. D. VAN DER DUIM te Warga en C. JONGERT te Alkmaar, aankomst te Leeuwarden te 17.30; gereden tijd van alle vijf rijders 11 uur en 30 minuten.

Hier volge ons ooggetuige-persverslag van dezen Elfstedentocht. Nooit tevoren had de start een dergelijk enthousiast begin gehad. Een aanstekelijke geestdrift had zich van de talrijke deelnemers meester gemaakt en allen stortten zich vanmorgen met vreugde in het koude avontuur, dat den geheelen dag zal duren en voor de allersnelsten toch nog op zijn minst tien uren van uiterste inspanning zal vergen.

Het zou de moeite waard zijn een beschrijving te geven van de costuums, waarin de
rijders aan den start verschenen. Mannen in witte truien en warme overcoats met motorkappen en sportkousen aan, verbeiden met ongeduld het tijdstip van vertrek. Verschillende deelnemers kwamen uit in een soort alpenklimmersuitrusting. De militaire kleedij bracht een fleurige noot in het geheel en herinnerde er aan, dat ergens buiten onze grenzen een bloedig spel werd gespeeld, waartegen dit ijscarnaval van de Oldehovestad wel zonderling afstak.

In de "Harmonie" werd het woord gevoerd door den heer Kingma, lid van het centraal bestuur van de Elfstedenvereentging, die den deelnemers het welkom toeriep en hun op het hart bond vooral voorzichtig te zijn.

Toen zwaaide de heer Kingma op het podium met zijn arm ten teeken, dat men zich voor het vertrek gereed moest houden. Men drong naar de corridors, waar de buitendeuren echter nog gesloten waren. Om vijf uur gingen de deuren open en de kudde drong naar buiten om vervolgens in groepen uiteen te schuiven. De wandeling van 20 minuten over den Harlingertrekweg werd door sommigen in racetempo genomen.

Een lange file deelnemers, voorzien van de noodige uitrustingstukken, trok in de vroegte naar de startbaan. Aan het 200 K.M. Lange traject ging nog een kwartiertjes wandelen in kou en donker vooraf...!

Het was een wel ongemeen gezicht al die bedrijvige en nerveuze rijders bij den start te zien!
Deze maal geschiedde de start niet op het ijs. maar in een drietal zalen. Eerst werd het sein van vertrek gegeven in de "Harmonie", vanwaar de 900 deelnemers aan den wedstrijd vertrokken. De tochtrijders startten in het Beursgebouw en de derde groep, die der nakomers, vertrok van de Klanderij.

Hoeveel rijders in den vroegen morgen zich naar de startplaatsen spoedden, valt met geen kans te raden. Als wij zeggen dat 3000 deelnemers zich present hebben gemeld, kunnen wij eenige honderden missen. Niemand weet het juiste aantal, zelfs het Centraal Bestuur niet.

De heeren van de controle haalden de schouders op en lieten dezen storm maar gelaten over zich heengaan. Bij Schenkenschans was het haast-je-rep-je. Bij electrische verlichting bonden de rijders de schaatsen onder en als de wind spoedden zij zich daarop in het donker vooruit.

Om 6.05 uur werd er aan den start afgeroepen, dat de eerste rijder zich bij den controlepost te Sneek had aangemeld en nog altijd kwam er een onafzienbare rij over de spoorbaan naar de startplaats. Wij zagen ook vier rechercheurs en agenten van de Hilversumsche politie; de heilige Hermandad van Den Haag had vijf vertegenwoordigers gezonden. allen mannen, die uit Friesland afkomstig of elkander niet onbekend waren.

Aan de start op den kouden morgen van 30 Jan. 1940. Snel opbinden - en dan de duisternis in....!

Ja, ditmaal was de route naar Sneek de polonaise. Rijders van professie vingen niet aan, zonder die lange sliert rijders met eenige beklemming te bekijken, want bij hen rees de angstige vraag: hoe komen wij al die honderden voorbij op de smalle Sneeker Trekvaart, op een baan van ten hoogste 3 m. breedte?

Het gedrang was er wat erg en stellig zouden de puikjes onder de rijders vrijer ademen als zij op de wijde meren waren aangekomen, waar volop ruimte voor iederen rijder is, zelfs voor die, welke streken van 7 m. plegen te maken voor zij op vol toerental loopen. Het tooneel was vol, maar de danseurs en danseuses waren vol goeden moed en al kwam er wat water op het ijs, het ballet van den start was desalniettemin schoon en indrukwekkend.

Spookachtig vergleden de schimmige figuren in den duisteren morgen. De meesten hadden een lantaarn op de borst gespeld, want bijlichten voor wakken en scheuren was wel noodig. Zoo snelde het legioen der duizenden op de smalle ijzers over het ijs voort, met een tocht van tweehonderd K.M. voor den boeg, zwarte silhouetten tegen de blanke sneeuw, terwijl de twinkelende lichtjes der zaklantaarns 't geheel iets fantastisch gaven. Zoo ging het in de richting Sneek in vlotte vaart; ze hadden den wind in den rug.

Groote aandacht was er voor de twee oud-kampioenen van den Elfstedentocht, Coen de Koning (prijswinnaar Elfstedentocht 1912 en 1917) en Karst Leemburg (prijswinnaar 1929). Zij deden ditmaal mee aan den tocht, niet aan den wedstrijd, en hadden zich voorgenomen deze tezamen te volbrengen.

Rijdend door het prachtige winterlandschap zagen wij de deelnemers en route. In den controlepost Sneek heerschte een onbeschrijfelijke drukte. Deze post was gevestigd in een groote garage, waar de controle uitstekend geregeld was. Door de geluidversterkers klonk vroolijke muziek, terwijl de talrijke deelnemers zich langs de tafeltjes bewogen om hun controlekaart te doen afteekenen.

De oud-kampioen van den Elfstedentocht, de heer Coen de Koning, nam ook deel aan den tocht van Jan. 1940. 's Avonds te voren in zijn hotelkamer te Leeuwarden, waar hij zijn Noren inspecteert.

De eerst aankomenden te Sneek (ongeveer 24 K.M.) waren S. Dijkstra uit Cornjum en J. v. d. Bij uit Anna Paulowna te 6.04 uur; C. Jongert uit Alkmaar. G. Postma uit Leeuwarden en v. d. Zwaag uit Leeuwarden te 6.05 uur; A. Adema uit Franeker en Sjoerd Westra uit Warmenhuizen om 6.09 uur.

Te IJlst wapperde de vlag van den toren. Ook hier was het buitengewoon druk aan de controle. Daarna ving de tocht over de meren aan in de richting van Sloten. In de knusse stadsherberg meldde D. van der Duim uit Warga zich om 1 minuut over 7 als eerste aan, onmiddellijk gevolgd door Van der Heide uit Leeuwarden en Keizer uit de Lier (Westland).

Steeds met den wind in den rug ging het via Balk naar Stavoren over het Slotermeer, de Fluessen en de Morra, door het wijde Friesche landschap, dat dik onder de sneeuw lag en waar alleen het bruine riet een aanduiding vormde, waar de meren gelegen waren en waar het land. En zoo bereikten de rijders het belangrijke keerpunt Stavoren, want hier moesten zij naar het Noorden.

In de Radboudstad had de baan waarlangs de rijders binnen kwamen, een vroolijk aanzien. De vlaggen waaiden wijd uit in den snerpenden wind. Vroeger dan men verwacht had, meldden zich hier de eerste rijders. Tot de eerstaankomenden behoorden te Stavoren: L. Geveke uit Leeuwarden. A. Adama uit Franeker, D. v. d. Duim uit Warga, Sjoerd Westra uit Warmenhuizen. Harm Friezema uit Harlingen en S. Dijkstra uit Cornjum, allen te 8 uur; C. Jongert uit Alkmaar en P. Keizer uit De Lier arriveerden te 8.02 uur.

Over het algemeen vond men het ijs van de merenstreek niet erg best. Velen van de rijders waren meermalen gevallen. Een jonge Hollander was tegen een ander opgereden, waardoor hij kwam te vallen en een diepe snijwonde boven het linkeroog opliep. Nochtans spoedde hij zich, na door een politieagent te zijn verbonden verder. Zijn bebloed gelaat trok in de gelagkamer onze aandacht.

Toen wij hem naar zijn val vroegen, lichtte hij den doek van het voorhoofd waarna wij hem den raad gaven zich opnieuw te laten verbinden, doch hij scheen zich den tijd daarvoor niet te gunnen. Na snel iets te hebben gedronken, spoedde hij zich heen en we zagen hem wegdringen door de eivolle zaal voor het volgend traject.

De gelagkamer te Stavoren gonsde als een bijenkorf. Onophoudelijk gingen de deuren open en stortte zich een aantal nerveuze rijders met de schaatsen nog ondergebonden in de zaal, luid vragend waar de controle was. Deze school voortdurend weg achter een haag van zich meldenden.

Ongetwijfeld was het voor de controle te Stavoren een moeilijk karwei al die popelende rijders direct te helpen. Een der meest geagiteerde figuren was A. de Vries van Dronrijp, de winnaar van den Elfstedentocht 1933. Te Sneek en IJlst was hij nog niet in de voorhoede, maar over de meren verbeterde hij zijn positie aanmerkelijk, zoodat hij zich direct achter de voorhoede bevond.

"Ik ben er wel 200 voorbijgereden", riep De Vries uit. Hij scheen bezeten van die ongewone geestdrift, die den mensch tot uiterste daden in staat stelt.
"Denk eens om dezen De Vries," zeide ons een andere rijder, "ik heb hem zien aankomen; het was geweldig." Snel sloeg De Vries een glas limonade naar binnen en met vonkende oog en verdween hij door de deur.

Aardig was het tafereeltje van een vader, die zijn zoon te Stavoren opwachtte met een glas heete melk. Toen deze later kwam dan verwacht was, was de melk koud geworden en moest de vader andere consumptie laten aanrukken. Menig rijder zag zich aan de controlestations verwelkomd door familieleden, hetgeen uiteraard een zeer goede tactiek genoemd moet worden.

Te Stavoren meldde zich een luitenant, die ernstig op het hoofd was gevallen. Door de persoonlijke tusschenkomst van den burgemeester van Stavoren werd de dokter opgebeld. Men vreesde n.l. voor een lichte hersenschudding. Gelukkig zagen wij later den luitenant weer bijkomen. Wij spraken hem nog even ...hij was van plan weer verder aan den tocht deel te nemen.

Van Stavoren af begon het spel eerst ernst te worden. Men kon het velen rijders aanzien, dat zij niet geheel en al zeker waren van hun succes in den namiddag. Van Stavoren ging het naar Bolsward, over Hindeloopen en Workum. Het tempo werd nu heel wat minder snel dan in de vroege ochtenduren. Jongert, Westra en Adema arriveerden het eerst te Bolsward, op den voet gevolgd door, Van der Duim en Keizer, terwijl Geveke reeds tien minuten ten achter was geraakt.

Elfstedentocht-stemming te Hindeloopen.

Via Harlingen werd, vrijwel steeds tegen den wind in, Franeker bereikt en in dit stadje vierde Adema, inwoner van Franeker, een triumph, omdat hij zich als eerste aan de controle meldde.
Na Adema kwamen binnen: Van der Duim, Keizer, Jongert en Westra, voor wie allen eenzelfde tijd werd genoteerd als voor Adema. Een kwartier later kwam Dijkstra binnen met Van der Bij.
In Franeker begon het zwaarste gedeelte van den tocht door de Bildt-dorpen naar Dokkum, pal tegen den scherpen Noordoostenwind in en bovendien op slecht ijs.

De aankomst der eerste rijders in Dokkum.

Franeker in spannende afwachting op de voorsten.

Pas aangekomen deelnemers aan de controle te Franeker.

Het moeilijke traject Harlingen-Franeker was het voorproefje van het enorme stuk naar Dokkum, welk traject geheel bij tegenwind moest gereden werden. De controle te Dokkum verkeerde al vroeg in den morgen in spanning. Van twee tot drie uur werden de eerste rijders daar verwacht, maar het zou nog al wat later worden voor de eerste zich aldaar meldde.

De belangstelling bereikte een toppunt bij de finish te Leeuwarden aan den voet van de Oldenhove. Duizenden stonden daar aan weerszijden van de gracht en de politie had niet weinig moeite om de baan van de opdringende menigte vrij te houden.

Omstreeks vier uur in den namiddag werden de eersten te Leeuwarden verwacht. Tegen half vijf ging er eindelijk een loopend gerucht door de menigte en toen de eerste rijders zichtbaar werden, verbrak de menigte de afzetting der agenten en in weinige oogenblikken tijds werden de vijf eerst aankomende rijders omstuwd door een menigte van naar schatting twee duizend personen.

Aan de finish hadden wij direct opgemerkt, dat Adema van Franeker een der eersten was. Nauwelijks was een ploeg van vijf binnen of daar ontstond krakeel over de vraag, wie van hen het eerste de eindstreep was gepasseerd. Het waren: A. Adema van Franeker, C. Jongert van Alkmaar, P. Keizer van De Lier, D. van der Duim van Warga en S. Westra van Warmenhuizen.

De vijf Elfsteden-wedstrijdrijders, die het eerst aankwamen. Van links naar rechts: Adema (Franeker ), Westra (Warmenhuizen), Jongert (Alkmaar), v. d. Duim (Warga) en Keizer (De Lier).

Terwijl het dispuut nog in vollen gang was, werd het vijftal voor de microfoon gehaald, waarbij Adema reeds dadelijk het recht van den eerst aankomende voor zich opeischte. Doch toen mengde mr. Hepkema zich in de kwestie en zeide, dat de eerst aankomenden eerst maar eens mee moesten naar het paleis van den Commissaris.

Mr. M. E. HEPKEMA.

Aan het binnenkomen der rijders kwam natuurlijk voorloopig geen einde. Telkens arriveerden weer deelnemers. Sommigen waren uiterst vermoeid en moesten bijna ondersteund worden, anderen waren nog opgeruimd, maar toch waren de meesten zeer onder den indruk van den zeer zwaren tocht.

De eerste wedstrijdrijders waren te 16.36 te Leeuwarden aangekomen. Den heelen avond bleef het druk aan de finish. Telkens klonk er gejuich op den wal als bij het licht der lantaarns rijders uit de duisternis opdoken.

Omstreeks acht uur des avonds waren van de ruim drie duizend deelnemers nog slechts 75 gearriveerd. De groote stroom moest dus nog binnenkomen. Intusschen was de wind opgestoken; door het waaien stoven de banen onder de sneeuw, hetgeen velen rijders noodlottig werd. Hoe later en donkerder het werd, hoe minder het mogelijk werd geacht, dat de groote groep het eindpunt zou bereiken.

Op dat kritieke moment nam het Centraal Bestuur een kloek besluit: de Elfstedentocht werd voor beëindigd verklaard ten aanzien van die rijders, welke Dokkum nog niet hadden bereikt en zich onderweg bevonden op het traject Franeker-Barthlehiem-Dokkum. Voor deze rijders werd Franeker het eindpunt.

Zij die via Dokkum nog tot Bartlehiem waren doorgeworsteld, werden op de zuivelfabriek aldaar-waar de bekende Frico de Elfstedentochters op warme frico en stukjes kaas onthaalde - verder geholpen. De Frico-zuivelfabriek te Bartlehiem had namelijk van het Centraal Bestuur der Elfstedenvereeniging het verzoek gekregen, de controlekaarten der aangekomen rijders van een stempel te voorzien, terwijl de directie tevens alles in het werk stelde om de aangekomen rijders met taxi's naar Leeuwarden te laten brengen.

Het Centraal Bestuur reguireerde autobussen en zond deze naar Wier. Vrouwenparochie, Finkum enz., teneinde de rijders op te pikken. Talloozen bevonden zich toen nog op de gladde ijzers en worstelden - in pikkedonker - tegen den bar-koud en Oostenwind op.

Van de ruim drie duizend rijders, die van start waren gegaan, bereikten slechts 152 per schaats het eindstation Leeuwarden, te weten 125 wedstrijdrijders, (onder wie, na de eerste groep Adema c.s., de rijders S. Dijkstra, Cornjum, A. de Vries, Giethoorn. L. Geveke, Leeuwarden en J. v. d. Bij te Anna Paulowna) en 27 tochtrijders (onder wie H. J. Kooistra, Jelle H. Kooistra - vader en zoon - en Sjoerdje Faber, alle drie van Warga).

Sjoerdje Faber. (Warga, 6 mei 1915 – Oldeboorn, 29 oktober 1998) was een Nederlands langeafstandsschaatsster. In de Elfstedentocht van 1940 was ze de enige vrouw die de finish wist te bereiken.

Deze 152 rijders verwierven het eerekruis van de Elfstedenvereeniging; het vijftal winners kreeg de groote gouden medaille, de tweede groep (Dijkstra c.s.) ontving de kleine gouden medaille.

Verder werd geschat, dat ongeveer 1500 van de overige deelnemers, in aanmerking kwamen voor een onderscheiding, en dat ongeveer 200 de Elfstedenmedaille zouden verwerven.

Het valt licht te begrijpen, dat het Centraal Bestuur bij het bepalen van wie wel en wie niet aanspraak op een onderscheiding kon maken, voor een zeer moeilijke en delicate zaak stond. Er werd besloten, dat aan hen, die Franeker bereikten, doch niet tijdig in Wier waren aangekomen, niet het eerekruis, maar de Elfstedenmedaille zou worden uitgereikt.

Voorts werd besloten, dat iedere prestatie in onderdeelen geboekstaafd zou worden ten dienste van het archief der vereeniging. De conseguentie van dit besluit was, dat het Centraal Bestuur een omvangrijk en tijdroovend onderzoek instelde naar de prestatie van iederen rijder, die te Franeker zijn kaart had laten afteekenen.

Aan de velen, die Franeker hadden bereikt, werden kaarten gezonden met het verzoek de plaats in te vullen, waar zij den tocht beëindigd hadden. Daarover verliepen maanden en toen was het resultaat der enguête nog gering.

Want de meeste rijders - vooral die in Holland hun domicilie hadden - waren uiteraard zeer slecht bekend in Friesland, en zij hadden in de gegeven omstandigheden ook niet gevraagd waar zij ongeveer van het ijs waren gegaan.
Is het te verwonderen, dat er een hoop onjuiste en twijfelachtige antwoorden binnenkwamen?

Natuurlijk moest ook rekening worden gehouden met de menschelijke hebbelijkheid om eigen prestatie zoo voordeelig mogelijk af te ronden en diensvolgens een minder juiste opgave te doen.
Eindelijk - 't was intusschen Maart 1940 geworden - kon deze enguête worden gesloten. Terwijl het Centraal Bestuur aan de afdoening van het geval werkte, doemde het gerucht op, dat enkele deelnemers zich over een gedeelte van het traject per taxi hadden laten vervoeren.

Men stond toen voor het geval, dat de onderscheiding in handen zou kunnen komen van elfstedentochtrijders, die gedurende den tocht van een onsportieve gezindheid hadden blijk gegeven.

Toen besloot het Centraal Bestuur tot het instellen van een tweede enguête. Deze arbeid van voortgezette controle en recherche was bijna afgeloopen, toen de oorlog uitbrak en het werk noodgedwongen een paar maanden moest blijven liggen. Daarna heeft men in den zomer van 1940 de dossiers opnieuw ter hand genomen, maar ook nu ging er met de afwerking zooveel tijd heen, dat eerst aan den vooravond van den laatsten Elfstedentocht (6 Febr. 1941) de uitkomst van het onderzoek kon worden bekend gemaakt.

Op 5 Febr. 1941 werd de volgende globale uitslag van den Elfstedentocht 1940 bekend gemaakt:

125 deelnemers hebben den wedstrijd uitgereden.
27 tochtrijders bereikten de finish te Leeuwarden.
10 deelnemers bereikten, via Dokkum, de zuivelfabriek te Bartlehiem.
80 deelnemers beëindigden den tocht in Dokkum.
160 deelnemers strandden op de route Franeker-Dokkum in de gastvrije zuivelfabriek te Bartlehiem.

650 deelnemers, komende van Franeker, bleven wegens de sneeuwjacht steken in Vrouwbuurtstermolen-De Zuidhoek en naaste omgeving.
175 deelnemers bereikten Wier; een aantal hunner arriveerde aldaar omstreeks middernacht.
175 deelnemers strandden te Franeker.

(Hierbij was aangeteekend: "De laatste groep zal de Elfstedenmedaille ontvangen, terwijl aan de eersten het Elfstedenkruis is toegekend. Zij, die thans weer meerijden, kunnen deze eereblijken in de Harmonie persoonlijk in ontvangst nemen; aan de overigen zal het eereteeken zoo spoedig mogelijk worden toegezonden").

Tenslotte nemen we de gereden tijden van de eerste twintig aangekoomenen, die met de (acht) prijzen gingen strijken, hieronder op.

Elfstedenrijders in actie, ergens in Friesland.

Samenvatting van verslagen.

1940

30 januari 1940.
Strenge vorst. Snijdende oostenwind. 's Middags sneeuwjacht.
Zwaar ijs.
688 wedstrijdrijders aan de start, 40 geklasseerd.
2.746 toerrijders, 27 volbracht.
Winnaar: Auke Adema uit Franeker, Dirk van der Duim uit Warga, Cor Jongert uit Maarssen, Piet Keyzer uit De Lier en Sjouke Westra uit Warmenhuizen

PACT VAN DOKKUM BRENGT VERWARRING.

De Elfstedentocht van 30 januari 1940 werd afgesloten met het zogenaamde Pact van Dokkum. In deze Friese stad spraken koplopers Auke Adema, Dirk van der Duim, Cor Jongert, Piet Keijzer en Sjouke Westra met elkaar af om gezamenlijk de finish in Leeuwarden te passeren. Desondanks eindigde de wedstrijdrace in chaos en moest de politie zelfs ingrijpen, omdat het ijs dreigde te bezwijken onder de massaal toegestroomde toeschouwers.

Sjouke Westra won de zesde Elfstedentocht op 30 januari 1940. Deze overwinning moest hij delen met Auke Adema, Dirk van der Duim, Cor Jongert en Piet Keyzer, omdat ze met zijn vijven tegelijk over de streep kwamen. De vijf schaatsers hadden in Dokkum afgesproken samen te zullen finishen, een afspraak die later bekend bleef als het Pact van Dokkum.

Later werd de mogelijkheid om de winst van de Elfstedentocht te delen met medeschaatsers verboden. Dit heeft eenmaal geresulteerd in een tocht zonder winst. Op 14 februari 1956 gingen wederom vijf schaatsers gebroederlijk over de streep. Ze werden later uit de uitslag geschrapt, hoewel er geen nieuwe winnaar werd aangewezen.

De belangstelling voor de marathon neemt snel toe. Voor de tocht van 1940 loopt het aantal deelnemers voor de eerste maal in de duizenden: er zijn nu 2716 tochtrijders en 688 wedstrijdrijders.

Gruwelijke weersomstandigheden met onder meer een felle vorst en snerpende sneeuwjachten slaan enorme gaten in het deelnemersveld en alleen de sterkste blijven overeind en kunnen schaatsend de finish bereiken: alle anderen komen gemotoriseerd in Leeuwarden terug.

De ongekende verschrikkingen brengen de koplopers in de wedstrijd tot het sluiten van 'het pact van Dokkum'. Op handslag beloven zij elkaar gezamenlijk over de eindstreep te zullen gaan.

Tot de stadsgracht in Leeuwarden blijven de vijf sterkste de crack Cor Jongert, Piet Keijzer, Sjouke Westra, Auke Adema en Dirk van der Duim broederlijk bij elkaar. Maar dan, terwijl het gejuich van het publiek aan de voet van de oude Oldehove aanzwelt, gaat Adema er plotseling vandoor en spatten de vijf toch nog uiteen. Er ontstaat een chaotische eindspurt die Piet Keijzer wint.

Veel geharrewar en veel gepraat na dit verrassende slot. Het Elfsteden bestuur tenslotte zegt de gemaakte afspraak als bindend te beschouwen. Alle rijders zijn dus winnaar en allen krijgen de grote gouden medaille van de eerste prijs. Eveneens goud is er voor Prins Bernhard maar dan als toeschouwer.

Neen, dan Abe de Vries, Jan van der Bij, Sikke Dijkstra en Lo Geveke. Deze tweede groep van vier doet wat de eerste verzuimde en komt broederlijk naast elkander over de streep.

Strenge vorst en veel sneeuw op het ijs. Dat waren de ingrediënten voor een zware tocht die uiteindelijk vijf winnaars kent: A. Adema uit Franeker, D. v.d. Duim uit Warga, C. Jongert uit Maarssen, P. Keizer uit De Lier en S. Westra uit Warmenhuizen. Omdat de sneeuwhopen langs de route het inhalen een moeilijke en hachelijke zaak maken, spreken de vijf koplopers in een café in Dokkum af dat zij gezamenlijk zullen finishen. Dit ‘Pact van Dokkum’, zoals het later werd bestempeld, wordt ondanks een onverwachte sprint van Adema in ere gehouden en inderdaad kent dit jaar vijf winnaars, die de tocht reden in 11 uur en 30 minuten.

"HOOGHEID, HET WERD MIJ TE MACHTIG."

Leeuwarden, 30 Jan. _ Onmiddellijk nadat de vijf eerstaankomenden van den Elfstedentocht de finish hadden gepasseerd, heeft Z.K.H. Prins Bernard het vijftal bij zich doen ontbieden op het prinsenhof, de woning van den commissaris der Koningin.  De prins complimenteerde de vijf rijders met de verrichte prestatie en vroeg daarna met veel belangstelling, of zij wel eens meer prijzen hadden gewonnen. Jongert antwoordde op deze vraag. Hij vertelde o.a., dat hij reeds driemaal den Elfstedentocht heeft volbracht. -En wie van jullie heeft vandaag nu eigenlijk gewonnen?, informeerde de prins glimlachend.

Het was Adema, die daarop direct het woord nam. -Hoogheid, zoo zeide hij, wij hadden in Dokkum afgesproken naast elkaar door de finish te gaan, maar kort voor de finish werd het mij te machtig. Toen ben ik gaan spurten....

De prins lachte eens en het korte onderhoud was hiermede beëindigd. Wij vernamen nog, dat, tijdens het bezoek van Z. K. H. prins Bernard, het bestuur van de Elfstedenvereeniging Zijne Koninklijke hoogheid een gouden kruis heeft aangeboden.

Vijf van het Pact van Dokkum op bezoek bij Prins Bernhard.

Het plaatsje De Lier, loopt uit voor Piet Keyzer. Toen Piet zijn vader om toestemming vroeg om mee te doen, sprak zijn vader de woorden "Ik vind het wel goed, maar denk erom, Ik heb liever dat mensen je zien staan dan liggen." Ook hadden zijn zorgzame ouders hem bij zijn vertrek op het hart gedrukt om genoeg brood voor onderweg mee te nemen, maar Piet's antwoord was "Ik heb altijd gehoord, dat de Friezen alleen een stuk worst meenemen en dat doe ik ook".

Op maandag 21 juli 2008 overleed Keyzer thuis in Leersum op 89-jarige leeftijd.

Later werd de mogelijkheid om de winst van de Elfstedentocht te delen met medeschaatsers verboden. Dit heeft eenmaal geresulteerd in een tocht zonder winst. Op 14 februari 1956 gingen wederom vijf schaatsers gebroederlijk over de streep. Ze werden later uit de uitslag geschrapt, hoewel er geen nieuwe winnaar werd aangewezen. Filmbeelden toonden in 2007 aan dat Keyzer toch als eerste over de finish was gekomen. Piet Keyzer won de Elfstedentocht op 21 jarige leeftijd, daarmee is hij altijd nog de jongste winnaar ooit.

Keyzer was in 1941 Nederlands Kampioen op de 5000 meter en Nederlands Kampioen All Round in 1946. In 1943 reed hij een Nederlands record op de 3000 meter.

Alhoewel de rijders niet tegelijkertijd over de eindstreep kwamen, staan ze nu nog in de boeken als gezamenlijke winnaar.

Keijzer heeft in al die jaren hierna volgehouden dat hij als eerste over de finish is gekomen en daarom dus als enige winnaar van die tocht moet worden onthouden. Tijdens 'De Avond van de Elfstedentocht' in 2007 werd er een film getoond waarin zijn gelijk werd bevestigd. Daarop is duidelijk te zien dat Keijzer als eerste over de eindstreep kwam en dus de enige winnaar is van de Elfstedentocht van 1940.

Toenmalig voorzitter Henk Kroes van de Elfsteden-vereniging wilde hieraan zijn vingers niet meer branden, mede omdat de andere vier schaatsers al waren overleden. Uiteindelijk is er afgesproken om de vijf winnaars niet meer in alfabetische volgorde te noemen, maar in volgorde van binnenkomst. En zo wordt Keijzer dus altijd als eerste genoemd als het om de tocht van 1940 gaat.

De schaatser heeft trouwens nog iets anders op zijn naam staan: omdat hij in pas 21 jaar oud was, was hij toen de jongste winnaar ooit van een Elfstedentocht. En daarna is er nooit meer een jongere winnaar geweest.

In 1946 schreef Keijzer meer schaatsgeschiedenis als Nederlands kampioen allround schaatsen. Hij werd daarmee de tweede Elfsteden-winnaar die dit presteerde. Alleen Coen de Koning (de winnaar van 1912 en 1917) had dat eerder al gedaan.

De Elfsteden-rijders worden de groote zaal van de 'Koornbeurs' binnengeleid.

Auke Adema die de tocht won in 1940, overreikt zijn schaatsen die op 30 januari braken bij Kimswerd aan burgemeester Kruif, voor het schaatsmuseum.

De overhandiging van de medaille.

Auke Adema.