Elfstedentocht 1933

DE ELFSTEDENTOCHT VAN 1933.

(Eerste: A. de Vries en S. Castelein in 9 uur en 5 minuten).

De winter van December 1933 zette nog al eigenaardig in. Een voortdurende wisseling van mooie beloften en verdrietige teleurstellingen. De banen waren nog maar pas goed sterk, of de dooi trad in en alle schaats-plannen vielen in duigen.

Doch op Woensdag 13 December keerde Thialf ('Koning Winter') met een felle vorst op zijn schreden terug en bleef juist lang genoeg om den vierden Elfstedentocht te kunnen doen houden. Het moest met de voorbereiding weliswaar in "Elf-Steden-tempo" gaan, maar alles werkte mee, zoodat deze tocht de meest glorieuze van alle tot dusver gehouden tochten is geworden. Het weer was prachtig, er woei een zwak windje; over het algemeen was het ijs goed.

De aangiften stroomden binnen en konden haast niet tijdig genoeg worden verwerkt. Ook gaf het vaststellen van de route groote moeilijkheden, want de Harlinger Trekvaart (naar Leeuwarden) was door de scheepvaart open gehouden, terwijl het door het Electriciteitsbedrijf der Provincie uitgeloosde warme water het ijs van de Dokkumer Ee bedreigde.

Deze moeilijkheden werden echter overwonnen, door het kiezen van een andere startplaats (Boxumerdam) en het omleggen van de route Franeker-Leeuwarden~Dokkum over Berlikum en Bartlehiem, zoodat Leeuwarden althans op den rit van Franeker naar Dokkum uitgeschakeld kon worden. Voor het eerst in de geschiedenis van den Elfstedentocht werd het Zuidelijk traject het eerst genomen.

En zoo ving deze Elfstedentocht aan in den vroegen morgen van Zaterdag 16 December 1933.
De deelnemers werden in een dertigtal autobussen naar Boxumerdam vervoerd en startten aldaar om 5.25. Korten tijd later vertrokken de deelnemers voor den tocht. In het geheel vertrokken binnen een half uur tijds van hier: 168 deelnemers aan den wedstrijd en 330 deelnemers aan den tocht.

Winners van den wedstrijd werden: A. DE VRIES te Dronrijp en S. CASTELEIN te Wartena, die samen te 2.30 door de finish kwamen. Zij hadden den tocht gereden in den record-tijd van 9 uur en 5 minuten! Daarmee hadden zij het record, dat met 9.53 op den naam van C. C. J. de Koning stond, met 48 minuten verbeterd. Als derde kwam binnen: IJ. SMID van Hindeloopen te 2.39; als vierde C. JONGERT van Ilpendam te2.41, tezamen met den vijfde: S. D. DIJKSTRA te Cornjum (2.41).

Ook van dezen Elfstedentocht moge thans volgen het ooggetuige-persverslag, dat wij destijds schreven. De sterrenhemel flonkerde met zijn duizenden sterren in den donkeren nacht.
Daar klonk het startschot van den voorzitter, mr. Hepkema. Oogenblikkelijk zette de stoet van deelnemers zich in beweging. Bijna ieder rijder had zijn eigen verlichting meegebracht. Het was een heel bijzonder gezicht, al die lichtjes te zien voortbewegen.

Bij de startplaats flikkerde het blitzlicht van de fotografen, die dit zeldzame moment in beeld brachten. Daar stond ook de wagen der geluidsfilm, mitsgaders een operateur, die een opname maakte van het gekris en gekras, het ochtend-rumoer bij den start. Als wij bij Scharnegoutum op de brug naar de eerste rijders uitzien, worden we alras een aantal lichtjes gewaar. Er wordt flink gereden en gezwegen.

Wachten in het morgenduister op het startschot.

Ieder heeft genoeg aan zichzelf. Af en toe valt er een rijder, en als hij niet gauw genoeg opstaat, hurken latere rijders bij hem neer en staan den geblesseerde bij. Het eerste stuk langs de Sneeker Vaart is zwaar genoeg: het ijs is niet overal even fraai, en hier en daar liggen de schotsen in grillige vormen door elkaar.

In de herberg te Sneek treffen wij twee rijders aan, die op het eerste traject gewond werden: beiden zijn met het hoofd op het ijs gevallen. Een der rijders heeft den tocht opgegeven. Hij snoeft op zijn prestatie en toont ons glunderend een fleschje drank, dat hij in zijn binnenzak heeft en waarmede hij verder den dag hoopt door te brengen.

Dit heer is reeds kennelijk onder den invloed van spiritualiën en hoewel hij zich verbroederen wil met iederen binnenkomenden rijder en zijn vlammende sympathie in het naar links en rechts uitdeelen van kwattareepen uit, voelt iedereen toch, dat dit een van die onsportieve figuren is, wiens optreden een vlek werpt op de goede reputatie van den Frieschen Elfstedentocht.

Om 6.16 passeeren de eerste rijders Sneek. De rijders met Noorsche schaatsen laten zich op den rug naar binnendragen, want zij willen hun kostbare wapens niet bederven. De ongeveer 50-jarige Bokma uit Leeuwarden komt binnen met een wond aan het gelaat. Daar komen lachend de drie eerste dames van den tocht binnen. Ieder bestelt in der haast een warme dronk, verslindt een decimeter koek of eet sinaasappelen.

Te Sloten, de tweede post, hangt de Friesche vlag uit op 't bolwerk en verwelkomt precies om 7 uur Dijkstra uit Cornjum en Van der Duim uit Warga. Direct daarna stormen drie van de vier gebroeders Stienstra (Leeuwarden) de herberg binnen.

De controle, die te Sneek voortreffelijk is, is hier ook vrij goed, maar aan de voorzorgsmaatregelen ontbreekt nog al iets. Er is hier geen verbandkist aanwezig en de jonge rijder met een geblesseerd voorhoofd moet zich laten helpen door een meisje, dat haar zakdoek vochtig maakt in een glas water.

Als wij om 8 uur te Stavoren arriveeren, heeft zich nog geen enkele rijder aangemeld. Even later noteeren wij de aankomst van de gebr. Stienstra, Meyering uit Arnhem, mr. Linthorst Homan uit Assen, tijd 8.23 uur .. Jongert, die verdwaald is geweest en vermoedelijk een vijftal kilometers is omgereden, komt ook opdagen.

Hier is de controle onvoldoende! Twee mannen, die assistentie verwachten, maar deze niet bekomen, worden al spoedig bestormd door de weinig geduldzame rijders, die bijna wanhopig worden van het lange wachten op afteekening van hun controlekaarten.

Inmiddels is het licht geworden. De zon werpt een gouden licht over de vlakte en kleurt de rietwallen der meren met een lichtbruin, dat opsteekt uit de witte vlakte. De rookpluimen van de boter fabrieken hangen in de ijle morgenlucht. Langs den zeedijk zwieren drie prachtfiguren: het zijn de gebr. Stienstra, die uitstekend opschieten.

Hier en daar verspert een oud laag bruggetje het pad der rijders, maar kwiek buigen zij zich of kruipen er onder door; bij een Elfstedentocht moet men zich in alle bochten kunnen
wringen.

Hier dringt een nieuwe kracht zich tot de voorhoede door. Het is IJpe Smid, die vermoedelijk uit den aanblik van zijn woonplaats Hindeloopen nieuwe krachten put. Met een mooien voorsprong loopt hij het stedeke te 8.55 uur binnen. En heel de bevolking is er beduusd van dat IJpe nummer één is.

Wie had dat van dezen boerenknaap verwacht? En onmiddellijk stijgen zijn papieren en in de gesprekken wordt Smid voorgesteld als een manskaerel, die in de hooiing, wanneer de ouderen van inspanning dreigen neer te vallen, nog weer op den hooiberg klimt en per se wil doorwerken. Hindeloopen groeit. .....En elken lateren rijder dondert men na: "Je haalt IJpe toch niet meer!"

Smid als eerste te Hindeloopen.

In Workum is Smit nog de eerste (9.18 uur), maar S. Castelein van Warga zit hem onmiddellijk op de hielen (9.19) uur. Te Harlingen is Smid weer een mooi stuk voor, na hem komt Jellema, van Weidurn. Acht minuten later arriveeren aldaar Castelein en A. de Vries, die prijswinnaars zullen worden. Jongert loopt te Franeker een mooi eind in; plotseling is hij tweede geworden.

(11.31 uur). En men voorspelt, dat hij Smid (11.21) nog wel zal voorbijkomen.
De Vries en Castelein liepen eerst om 11.34 te Franeker binnen. Het blijkt, dat Smid zijn laatste krachten op het lange traject aan het verbruiken is.

Hij arriveert gelijktijdig met De Vries en Castelein (1.34 uur); Jongert daagt er te 1.40 op.
Als een vuurtje verspreidt zich door Friesland het bericht, dat er fenomenaal gereden wordt en dat het record van C. C. J. de Koning, ongetwijfeld zal worden geslagen.

Leemburg heeft ons reeds te Stavoren voorspeld, dat de eerste rijder om 3 uur te Leeuwarden zal kunnen zijn. Telefonisch wordt de tijd overal in Friesland bekend gemaakt. In de Friesche hoofdstad staat het openbare leven absoluut in het teeken van afwachting van een grandioosen eindspurt. Langs de grachten staan duizenden toeschouwers, die geduldig op het binnenkomen van de deelnemers wachten.

De politie heeft gemakkelijk spel, maar als ergens het sein gegeven wordt: "De eersten komen", dan holt alles door de denkbeeldig getrokken scheidingen heen.
En als twee jonge mannen, de 26-jarige A. de Vries te Dronrijp en de 23-jarige S. Castelein te Warga, de eindstreep passeeren, dan klinkt er een bescheiden hoeraatje op, dat, wat volume en inhoud betreft, stellig in 1929 grooter en krachtiger is geweest, toen Leemburg over het ijs der grachten reed.

De prijswinnaars, die vastbesloten zijn geweest tegelijk aan te komen en niet elkander de eer te betwisten, komen bijna "lijf-aan-lijf" door de finish.
"Is U de eerste?", vragen wij De Vries.
"Neen mijnheer", is het antwoord. "Wij zijn tegelijk aangekomen."

In het hotel hebben de beide stoere jongens de hulde van het bestuur en de gelukwenschen van velen in ontvangst te nemen. Zij zitten stil en bescheiden te glimlachen en zien er geenszins vermoeid uit. En toch hebben deze knapen het record van den prijswinnaar van 1917, den heer C. C. J. de Koning, met niet minder dan 48 minuten verbeterd!

Als eerstaankomenden van den tocht arriveeren aan de eindstreep A. Boersma van Twijzel (3.10) en P. Oosterhof van Oldeboorn (3.14).

De Elfstedentocht van 1933 was een groot succes geworden, dank zij het schoone en zachte winterweer. "Als een stralende winterdag in Zwitserland", zooals Mr. Hepkema, de inspirator van dezen tocht, in een gesprek, dat wij na afloop met hem hadden, het grandiooze schaatsfestijn met enkele woorden karakteriseerde, terwijl Mr. Linthorst Homan, die na een volbrachten tocht met een uitstekenden tijd op twee stoelen in de serre van het hotel zat uit te rusten, er nog een schepje op deed. "Dit is de mooiste ijstocht. dien wij in Europa hebben", bekende hij ons.

De Elfstedentocht werd des avonds besloten met een feestelijke prijsuitreiking in hotel "Spoorzicht", die druk bezocht was. Ongeveer te half elf nam mr. Hepkema, voorzitter der Elfstedenvereeniging, het woord voor het uitreiken van de medailles aan de prijswinnaars van wedstrijd en tocht. De winnaars De Vries en Castelein, die in broederlijke eensgezindheid op hetzelfde oogenblik door de finish waren gegaan, werden door den voorzitter gehuldigd en bekranst. Spontaan rezen de aanwezigen op en zongen het Friesche volkslied.

De dank der tochtgenooten werd vertolkt door den deelnemer, den heer Okkinga te Roordahuizum, die in een humoristische speech in de Friesche taal zeer naar het hart der aanwezigen sprak. Een driewerf hoera werd aan het energieke bestuur van de Elfsteden- Vereeniging gebracht. Met het zingen van het Friesche volkslied en later nog een dansje, waaraan vele rijders met elegance deelnamen, werd de dag besloten.

Op datzelfde oogenblik zwierven buiten nog een 54 deelnemers aan den wedstrijd
en 19 deelnemers aan den tocht over de laatste trajecten der route. Zij werden in den loop van den nacht terug verwacht.

De Vries en Castelein bij de eindstreep.

Na den snellen rit doet eenige rust den prijswinnaars de Vries en Castelein weldadig aan.

Leemburg met De Vries en Castelein.

Samenvatting van verslagen.

16 december 1933.
Lichte vorst. Windstil.
Goed tot uitstekend ijs.
173 wedstrijdrijders aan de start, 57 geklasseerd.
339 toerrijders, 173 volbracht.
Winnaar: Abe de Vries uit Dronrijp en Sipke Castelein uit Wartena.

Start verplaatst, wegens late zonsopgang. Aankomst de Vries en Castelein.

Sipke Castelein en Abe de Vries (hier op foto uit 1993) gezamenlijk als eerste.

De Elfstedentocht van 1933 wordt een heel merkwaardige. Die kan al worden gehouden wanneer het nog maar december is (op de 16e!) en het is dan gewoon lenteweer. De bestuursleden Hepkema en Kingma hebben al zo'n vermoeden dat het ijs sterk genoeg is voor een tocht. Dus gaan ze op verkenning uit en rijden een eindje over de Dokkumer Ee, richting Dokkum.

Maar na een paar kilometer hebben ze het al gezien: bij de buurtschap Snakkerburen zoeken ze een kruidenierswinkeltje op om via de telefoon de wereld te laten weten dat de tocht voor twee dagen later is vastgesteld.

Er komen 339 tocht- en 173 wedstrijdrijders op af, van wie veruit de meeste de race moeiteloos voltooien. Twee rijders, Abe de Vries uit Dronrijp en Sipke Castelein uit Wartena, die zich in de wedstrijd duidelijk de sterkste tonen, spreken af gelijktijdig te zullen finishen.

Maar Abe de Vries ziet het in het ijs gekraste eindstreepje over het hoofd en gaat er een seconde eerder dan z'n makker overheen. Met begrip voor de gemaakte afspraak en omdat het verschil tussen beiden zo gering is geweest, belonen de organisatoren beide rijders met een grote gouden medaille van de eerste prijs. Bovendien zullen zij later beider namen als winnaars vermelden op het Elfsteden monument aan de Heliconweg in Leeuwarden.

De tijd die De Vries en Castelein op hun Friese schaatsen voor de race nodig hebben, is even meer dan negen uren en nog nooit eerder is er zo'n snelle tijd gemaakt.

16 december 1933. Weer binnen een kortere tijd, 9 uur en 5 minuten. Abe de Vries en Sipke Castelein spreken met elkaar af samen te finishen, maar omdat De Vries de finishlijn niet ziet, wint Castelein alsnog. De Vereniging streek ditmaal over het hart en beiden staan ze als winnaars op het Elfstedentochtmonument in Leeuwarden vermeld. Ype Smid die een hele tijd aan kop had gereden moest het uiteindelijk toch met een derde plaats doen.

De aankomst te Leeuwarden van de winnaars van den Elfstedentocht. Voorop A. de Vries uit Dronrijp, vlak daarachter S. Castelein uit Wartena.