Elfstedentocht 1929

DE ELFSTEDENTOCHT VAN 1929.

(Eerste: K. Leemburg in 11 uur en 9 minuten).

De voorzitter overhandigt Leemburg den door den heer Mulier
uitgeloofden zilveren beker.

Toen het in elf winters niet mogelijk was geweest een Elfstedentocht te organiseeren, was deze beroemde tocht welhaast een legende geworden. Maar in den winter van 1929 zou deze legende zich weer manifesteeren in een prachtige realiteit.

De maand Februari bracht den winter naar Friesland op een wijze, die uniek mocht heeten. Al in de eerste week ging het flink vriezen, ja het vroor op zoo'n ongekende wijze, dat al spoedig de Elfstedentocht werd uitgeschreven. Overal in het land ontwaakte een groote sportieve belangstelling voor den Elfstedentocht van Dinsdag 12 Februari 1929. Aanstonds viel te voorzien, dat het aantal deelnemers ongekend hoog zou zijn.

Het was een ideale winter, al was de vorst dan ook wat - heel erg. In den nacht van 10 op 11 Februari vroor het te Leeuwarden 19 graden Celsius, te Schiermonnikoog daalde het kwik dien nacht tot 26 graden Celsius!

De Elfstedentocht vond plaats bij een ochtend-temperatuur van 18 graden Celsius vorst. Van heinde en ver waren de deelnemers op dit sport-evenement afgekomen en 's morgens om vijf uur stond er een heel leger rijders gereed om zich in dit ijskoude nachtelijke avontuur te storten. In totaal waren 121 deelnemers voor den wedstrijd aangegeven, van wie 103 aan den start verschenen en vertrokken, terwijl er 200 deelnemers waren voor den tocht.

De tocht was voortreffelijk voorbereid door het bestuur van de Elf-Steden-Vereeniging. Te 5.18 werd op de gracht bij de Beurs het startschot gelost en daar stoven de honderden de duisternis in, op goed geluk den weg zoekend.

Direct buiten Leeuwarden, wegschietend in de richting Dokkum, kregen de deelnemers de eerste tractatie van den fel-kouden Noordoostenwind. Talrijke deelnemers vielen uit of staakten te Dokkum aangekomen den tocht. Bij den eersten controlepost aldaar hadden velen te kampen met bevroren ooren en teenen; sommigen klaagden over pijn in de lendenen en zwoeren, vandaag niet meer achter de warme kachel vandaan te zullen komen.

Maar de moedigsten klaagden niet. Zij stoven onmiddellijk weer weg, terug naar Leeuwarden, waar het op de wallen zwart van menschen zag. Dan ging het de provincie in voor den langen, zwaren tocht. De Hollanders Jongert en Pronk namen de leiding. Jongert hield tot Harlingen de leiding, maar werd dan door den Fries Karst Leemburg, voorbij gestreefd.

Doch eerst te Hindeloopen bevond Leemburg zich aan den kop. Sedertdien gaf hij de leiding niet meer uit handen. Jongert liep echter in, en te Sneek was deze nog slechts drie minuten achter. Maar Leemburg hield den gang er in en liep met een flinken voorsprong te Leeuwarden binnen.

Bij het eindpunt Leeuwarden werd LEEMBURG verwelkomd door het hoerageroep van duizenden menschen op de wallen.

Leemburg "neemt" de brug te Woudsend.

Hij arriveerde te 4.27. Als tweede kwam aan C. JONGERT van Ilpendam te 4.35; derde werd S. WESTRA van Warmenhuizen te 5.06; vierde F. VAN DER HEIDE te Leeuwarden te 5.10. Leemburg had den tocht in 11 uur en 9 min. gereden!

De eerst aankomende van den tocht was T. HETTINGA van Dongjum te 6.05. De laatste rijder kwam 's nachts half twee te Leeuwarden aan. De riemen waren aan zijn schoenen vastgevroren en moesten worden losgesneden...

Voor menig en deelnemer heeft deze zware tocht, bij een barre temperatuur volbracht, meer of minder ernstige gevolgen gehad. Enkelen moesten in het ziekenhuis worden opgenomen. Verschillende deelnemers hebben wekenlang met bevroren ooren en teenen te kampen gehad. Ook Leemburg. de winnaar, moest zijn offer aan de ijsgoden betalen: hem werd in het ziekenhuis een halve teen geamputeerd.

Hier moge thans nog volgen het ooggetuige-persverslag, dat wij destijds van dezen tocht schreven. Reeds vroeg in den morgen was Hotel "De Klanderij" het middelpunt van de drukte, die aan het vertrek pleegt vooraf te gaan. De Poolster twinkelde hoog aan den hemel. Vermoedelijk hebben velen van de ongeveer 300 deelnemers een onprettig ontwaken gehad in de logeerkamers. op welker vensters de vorst met haar vaardig penseel dikke, kunstige bloemen had geteekend.

Zelfs spraken wij een paar deelnemers, die de eerste hindernis in den vorm van een bevroren waschkom met sportieve geestdrift hadden "genomen" en nu op de startbaan verschenen, benieuwd naar allerlei onbekende handicaps, die deze dag wel zou opleveren en waarvan zij wel eens hadden gelezen.

Nog nooit heeft de start van een der vorige Elfstedentochten een dergelijk enthousiast en geslaagd begin gehad, en bij voorbaat werd hedenochtend al uitgemaakt, dat deze Elfstedentocht den vorigen - in aantal deelnemers, maar vermoedelijk ook in tijden en records - nog zal overtreffen. - Wie een weinig gelaatskennis had en dieper kon zien dan de roode neuzen en de lachende oogen, zag bij sommigen onrust, gejaagdheid en een innerlijke onzekerheid, allerlei stemmingen en emoties, die onder de hand groeien in de zaal en die verscheidenen op het nippertje nog deden besluiten, van de reis af te zien en in stede van het ijs de warme kachel te kiezen.

De mutaties in de lijsten van deelnemers op het allerlaatste oogenblik zouden het Centraal Bestuur van de  Elfsteden- Vereeniging wanhopig hebben gemaakt, wanneer deze mannen niet zoo flink en doortastend waren opgetreden en geen kans hadden gezien, met de cijfers te goochelen en op de plaats van een uitvaller fluks den naam van een invaller te plaatsen.

Want deze onverwacht groote deelneming aan beide tochten, waarvan de administratieve rompslomp in allerijl en in de laatste oogenblikken na het binnenkomen der "Hollandsche" treinen in den vooravond moest worden verricht, zou de haren ten berge hebben doen rijzen van elk ander, die tegen dezen berg van moeilijkheden niet was opgewassen.

Het zou de moeite waard zijn, langer stil te staan bij de verscheidenheid van costuums, waarin werd gereden. Mannen in witte truien of in wollen over-coats, met motorkappen of sportkousen aan, verbeidden met ongeduld het tijdstip van vertrek. Zelfs reed een postambtenaar in bestellerscostuum mede en arbeiders waren er in broek en vest.

Een zeldzaam gezicht, al die vroolijke menschen aan den start. Baanvegers staan er met brandende toortsen, terwijl de deelnemers "zich opbinden" en dan begint dat probeeren onder elkaar, het zetten van de eerste schreden op het gladde ijs en dit vergelijken wij onwillekeurig met het stemmen van het orkest. Totdat het schot valt en plotseling de Willemskade in den gloed staat van verrassende Bengaalsche vuren, waarin zichtbaar is uitgedrukt de gloed en het enthousiasme, dat zich werpt in de ijskoude armen van vriezenden wind en schotsig ijs.

Waaraan doet dit starten bij het flauwe licht der toortsen denken? Ligt er niet iets in uitgedrukt van den Walpurgisnacht? Spookachtig verglijden de schimmige figuren in den donkeren morgen, en even voorbij de Dokkumerbrug leggen zij de handen op den rug, want hier ontvangen zij de eerste tractatie van de stijve Oesterbries, die hen eerst goed zal gaan kwellen wanneer de huizenrij ophoudt en men Leeuwarden's kom verlaten heeft.

Wanneer wij ons opstellen op de brug in Birdaard, zien wij de eerste groep deelnemers onder ons passeeren. Het is dan zes uur.
- Links aanhouden, roept de brugwachter hun toe.
- Hoe is het ijs? vragen wij.
- Tamelijk mooi, is het antwoord.

Even later arriveeren er telkens andere groepjes, zij schieten onder de brug door en een half uur daarna zitten wij in café "De Altena" te Dokkum, den eersten controlepost, waar de deelnemers zich moeten melden. Op een smal en wankel tooneeltje van planken heeft zich de controleur geposteerd, een jonge man, die zich voorstelt dit geheele geval persoonlijk met zijn blanke lijsten te behandelen. Doch hij heeft buiten den waard gerekend.

Het landelijk cafeetje aan den wal der Dokkumer Ee zal eenige oogenblikken later het toeneel zijn van een zoo ongewone en plotselinge drukte, dat de caféhouder er zelf beduusd van wordt.

In totaal waren 121 deelnemers voor den wedstrijd aangegeven, waarvan 103 aan den start verschenen en zijn vertrokken, terwijl er 200 deelnemers aan den tocht meedoen, w.o. vijf dames. Te Dokkum vooral kwamen er veel uitvallers.

Toen wij in den Dokkumer controlepost arriveerden, hadden even te voren, om 6.29, de heeren Jongert en Pronk hun kaart laten afteekenen. Onmiddellijk daarna, om 6.30, kwamen de twee Stienstra's, Stomp en Spanjer het cafeetje binnenstormen. Zonder dat zij zich eenige rust gunden, ging het weer verder in de richting Leeuwarden.

Na Westra (6.33) kwam Wittenberg binnen in niet al te beste conditie. Onmiddellijk hielpen de achter hem komende kameraden hem, hetgeen zeer noodig was. Dicht bij Birdaard was Wittenberg tegen de ijsschotsen opgereden en had een leelijke tuimeling gemaakt. Hij bleef bewusteloos op het ijs liggen. Gelukkig was hij in staat den tocht toch tot Dokkum voort te zetten.

Met bloedend gelaat kwam hij het café binnen, waar verplegende handen en het aanwezige verbandlinnen het malheur zooveel doenlijk herstelden. Aandoenlijk was het te zien, hoe zijn wedstrijdgenooten met de schaatsen nog ondergebonden, hun makker bijstonden.

De controlepost van één man was absoluut ontoereikend om de aankomende rijders naar behooren snel te ontvangen en door te laten. Ofschoon de jonge man zijn controleurswerkzaamheden met loffelijken ijver verrichtte, bleek hij onmachtig een en ander een goed verloop te doen hebben.

De bij groepjes binnenkomende rijders moesten wel een kwartier buiten in de kou staan wachten, hetgeen voor de meesten, die ontzettend verkleumd waren, en desondanks hevig transpireerden, buitengewoon onaangenaam was. Wel traden de agenten van politie regelend en bemiddelend op.

Een paar slanke jongemannen kropen zoo dicht mogelijk bij de kachel en waren haast niet in staat een woord te zeggen. "Ik heb een gevoel alsof ik van voren geheel bevroren ben", zegt een van hen. "Ik ben niet moè en toch gevoel ik mij zóó onmachtig, dat ik onmogelijk meer verder kan."

Meerderen scharen zich om de kachel en zoeken het eenige wat zij behoeven: Een gloeiend centrum, dat hun lichaam de warmte zal teruggeven, welke de verraderlijke tocht in den vroegen morgen hun ontstal. Allen klagen over de koude en zij laten zich warme melk brengen en ook kranten, om hun lichamen, die aan de warme wolkleeding niet genoeg hebben, er mee toe te dekken.

Telkens verdwenen er rijders met den kastelein in de kamer, waar zij, met warm water weer wat werden opgekalefaterd. Hoe koud het op den tocht naar Dokkum op den vroegen morgen was geweest, blijkt wel uit het feit, dat velen klaagden, dat hun liezen waren bevroren. Het duurde geruimen tijd voordat zij in letterlijken zin waren ontdooid en weer moed kregen om den tocht verder voort te zetten.

Twee jonge meisjes hinken de herberg binnen. Zij zijn met haar beenen in de schaatsen van anderen gevallen en hebben diepe kuitwonden opgeloopen. Dit incident, dat trouwens mannen moedeloos had kunnen maken, breekt de veerkracht van deze jonge vrouwen en verlamt haar wil. Vol moed waren zij gestart, nu zitten zij daar, gedesillusioneerd, gebroken, als zagen zij den Elfstedentocht nu opeens in een ander licht en kreeg haar moedig begin nu een bijsmaakje van onbezonnenheid.

Na Dokkum scheen het ergste leed te zijn geleden. De zon rees in al haar heerlijkheid boven de kimme en dompelde het landschap onder in breede vloeiingen van licht. Met den wind in den rug gingen de rijders naar Leeuwarden terug, waar in café "Haantje" de controlepost gevestigd was. Groote belangstelling ondervonden de rijders onderweg. Waar 's ochtens slechts de vage omtrekken van huisjes waren te zien en door de blinden het schijnsel van het roode lamplicht viel, stonden nu wuivende menschen op den kant van den wal, die met bewonderende uitroepen de voorbijschietende rijders moed inspraken.

De wind blies achter de rijders aan en zoo voortgedreven geleken zij op vogels, zwevend op ijzeren wieken. Groot was de belangstelling ook in Leeuwarden, waar de eerstaankomenden Jongert en Pronk met een ovatie werden ingehaald.

Later op den dag vonden wij in de burgemeesterskamer van Hindeloopen deze kranige rijders terug, twee hooge stevige gestalten, die het ideaal van den schaatsenrijder schijnen nabij te komen.

Jongert en Pronk arriveerden te Leeuwarden te 7.27, de beide Stienstre's zaten hen vlak op de hielen en kwamen te 7.31 aan. Direct na hen stoven Van Beekurn 7.33, v. d. Vegte en v. d, Duim 7.34, en v. d. Heide 7.35 binnen.

De rijders gunden zich geen rust en vertrokken direct in de richting Franeker, waar het eerst arriveerden de beide Stienstra's en A. van Beekum (8.15). Jongert kwam hier te 8.16, en Leemburg te 8.34 aan.

In een onderhoud met de controle bleek ons, dat de beide Stienstra's een andere route hadden gevolgd en de vaart langs het dorp Schalsum hadden gekozen, zoodat hun tijd onder protest werd genoteerd.

Te Harlingen was C. Jongert met zijn (later uitgevallen) metgezel Pronk eerste (8.51); te Bolsward waren Westra en de beide Stienstra' s in den kop (9.56); te Workum arriveerden als eersten: Leemburg. Westra en U. Stienstra (10.35). Om 11.00 liep Leemburg het aardige Hindeloopen binnen, te 11.04 gevolgd door Westra en Stienstra.

De Koning wenscht Leemburg geluk met de behaalde overwinning.

 

Even later ontstaat er weer deining onder de Hindeloopers.
"Dêr komme wer twa" - wordt er geroepen. Het blijken Pronk en Jongert te zijn, die te 11.18 hun kaarten te Hindeloopen lieten afteekenen. Even vóór hun vertrek hebben wij een gesprek met hen: "Maar weer verder", zegt Pronk, "wij hebben mooi ijs gehad en tot nu toe een voordeeligen tocht. Straks gaat het in den wind en dan valt het misschien tegen." En het volgende oogenblik staan Pronk en Jongert alweer op hun scherpe Noren en snellen heen, ombeurten voorrijdend.

"Het gaat mooi voor den wind, - zegt een oude schipper, - maar nu is het nog maar kinderspel. Eerst vanaf Stavoren begint het eigenlijke spel. Voor den wind zijn het allemaal hardrijders, meneer".

En inderdaad, te Stavoren, het Zuidelijkste puntje van de route, aangekomen, keeren de kansen. Nu gaat het met oog en neus in den wind op; nu komt het moeilijkste deel van den tocht. Jongert en Pronk, mede van de voorsten, ondervinden hier welk een geduchten tegenstander de wind is. Als wij op Galamadammen aankomen, vinden wij Pronk in het café.
"Wat is er, meneer Pronk? U hebt het toch niet"
"Jawel!" lacht de stoere rijder. "Ik heb het opgegeven. Het gaat niet meer vanwege de koude. Ik ben half bevroren."
"En waar is uw kameraad?"
"Jongert is nu alleen gegaan", zegt Pronk, die ons nawuift uit zijn auto en vermoedelijk de rust en de intimiteit van het coupeetje wel zal waardeeren. Maar de anderen gaan door; zij willen het niet opgeven. Pas is Pronk weg of om 1.03 komt Draaisma eenzaam en scharrelend als een kind over de vlakte aan laveeren en zeilt onder de brug door.

Een zeldzaam poëtisch en aanblik levert die vlakte van Fluessen en Morra op, maar voor den schaatsenrijder is de poëzie er niet meer; hij wordt lamgeslagen. Hij worstelt aan het einde zijner krachten de Witte Meer op.

Te Woudsend gekomen, zien wij nog ongerept ijs en is nog geen der 300 aangekomen.
Als wij belangstellend uitkijken over de bevroren velden, ontwaren wij in de verte de slanke figuur van den rijder Leemburg, die voor heden de beste kansen schijnt te hebben. Leemburg is in het eerste gedeelte van den dag telkens in de achterhoede geweest, maar in de laatste trajecten naar Stavoren heeft hij zich eensklaps in de voorhoede weten te plaatsen. Met een vaartje schiet Leemburg te Woudsend onder de brug door. Wij noteeren 1.30.

Zijn er menschen voor mij? vraagt Leemburg.
- Neen, wordt er geroepen; je bent de eerste.
- Goed, antwoordt Leemburg en gaat weer met vollen moed verder, nadat een van de fotografen hem à la minute heeft gefotografeerd. Na Leemburg arriveert om 1.45 de bekwame rijder Jongert. Om 1.50 arriveeren Westra en v. d. Heide, doch het laat zich aanzien, dat zeer veel deelnemers van den tocht afvallen en niet in staat zijn tegen den wind op te tornen, die hun tegemoet blaast op de groote vlakte van 't Heegermeer.

Na Sloten begon er spanning te komen in den Elfstedentocht. Te Woudsend en IJlst werden de eerst aankom end en met enthousiasme ontvangen. Leemburg, de Fries, was eerste en in uitstekende conditie. Onmiddellijk na hem kwam Jongert, die nog wel te kampen had gehad met allerlei tegenslag. Zoo ontdekte Jongert onderweg, dat zijn Noren stomp waren geworden. Onmiddellijk bond hij af en heeft een half uur moeten besteden aan het slijpen van de schaatsen. Te Sneek ontstond een ware race tusschen Leemburg en Jongert.

Leemburg arriveerde te 2.55 te Sneek en Jongert te 2.58. Daarna kwam het allerslechtste traject van de route, n.l. de tocht van Sneek naar Leeuwarden langs de Sneeker trekvaart, waar het ijs in zeer slechte conditie was, terwijl de rijders bovendien met een vrij stijven tegenwind te kampen hadden. Felle tegenwind en slecht ijs op het laatste gedeelte van den tocht van Sneek naar Leeuwarden.

Leemburg passeert onder luide toejuichingen de eindstreep.

Voorwaar groote handicaps voor de rijders, maar allerminst een beletsel voor de moedigen, die, de tanden op elkaar geklemd, slechts bezield zijn van één gedachte: het einddoel Leeuwarden te bereiken, zoo mogelijk als eerste.

Hoe geweldig heeft Jongert uit Ilpendam voor dat doel gestreden. Bij het passeeren van Woudsend, lag hij nog op de tweede plaats met een kwartier achterstand op den leider Leemburg. In Sneek zat hij den Fries reeds op de hielen; toen bedroeg het verschil nog maar drie minuten! Maar het scheen, alsof Leemburg het dreigende gevaar voelde: hij gooide er nog een schepje op, vergrootte daardoor weer zijn voorsprong en passeerde na een mooie eindspurt om 4.27 de finish. Acht minuten na hem kwam Jongert als goede tweede binnen.

Leemburg - een Fries van geboorte - was 39 jaar, gehuwd en vader van twee kinderen. Bij zijn aankomst klaagde hij enkel over zijn rug, die hem op bepaalde plekken pijnlijk was. Leemburg's lichamelijke toestand was veel beter dan die van Jongert. De eerste was nog in staat aan tal van journalisten een onderhoud toe te staan, terwijl hij op zijn stoel zat en kalm broodjes met kaas verorberde, die gedienstige bestuursleden hem achterna brachten, terwijl Jongert zich onmiddellijk in zijn hotelkamer terugtrok.

Bij Leemburg' s aankomst te Leeuwarden speelde zich een alleraardigst "incident" af. Zijn verschijnen aan de finish ontketende veel geestdrift en hij werd van alle zijden gefeliciteerd. Tal van familieleden van Leemburg, ook zijn vader en moeder, waren present en wilden hun zoon uiteraard direct geluk wenschen.

Een der eersten, die den winner de hand drukte, was mr. D. van Welderen baron Rengers, doch toen Leemburg zijn oude moeder in het oog kreeg, dook hij plotseling weg, roepende: "Earst nei myn âlde Mem!" De oude vrouw, overstuur gebracht door het enthousiasme der menigte, streek haar plotseling beroemd geworden zoon liefkoozend over het gelaat. Des avonds werd de prijsuitdeeling gehouden in de "Harmonie".

Samenvatting van verslagen.

1929

12 februari 1929.
Strenge vorst (-18 graden). Felle noordoostenwind.
Zeer slecht ijs.
98 wedstrijdrijders aan de start, 11 geklasseerd.
206 toerrijders, 103 volbracht.
Winnaar: Karst Leemburg uit Leeuwarden.

G. Leemberg uit Leeuwarden, passeert het dorp Woudsend.

De start van 1929

Na 12 jaar wachten is het weer zo ver: 12 februari 1929. Ondanks de strenge vorst was de kwaliteit van het ijs matig. Karst Leemburg, dan 39 jaar oud, bewijst dat leeftijd op lange afstand er minder toe doet en wint. Het verloop van de wedstrijd was toch sensationeel, de twee oorspronkelijke koplopers raakten hun behoorlijke voorsprong kwijt door een verkeerde route te kiezen. Karst Leemburg kon het snelheidsrecord niet verbeteren; hij benodigde van start tot finish: 11 uur en 9 minuten.

Datzelfde jaar, op 28 februari, wordt er nog een Elfstedentocht verreden. Deze tocht, op initiatief van drie caféhouders uit Leeuwarden, wordt ook wel de Tolhuister Elfstedentocht genoemd, naar het café van één van de initiatiefnemers. Deze tocht wordt gewonnen door Marten van der Kooij uit Hindelopen. Deze tocht is tevens de tocht die het laatst in het jaar werd verreden, de officiële tocht van 1986 komt niet verder dan 26 februari.

Meteen na de start lag Karst Leemburg uit Leeuwarden op kop, maar al snel wisten Cornelis Jongert uit Ilpendam en Nico Pronk uit Warmenhuizen de koppositie in te nemen. Pronk en Jongert hadden bij de terugweg van Dokkum naar Leeuwarden een voorsprong opgebouwd van 4 minuten op de achtervolgersploeg bestaande uit Uiltje Stienstra, Catharinus Stienstra, Arie van Beekum en G. Wieberdink.

In Harlingen werd Leemburg uitgenodigd voor koffie bij een oom. De uitnodiging werd aangenomen, want Leemburg lag immers al 20 minuten achter op de koploper. Hierna voltrok zich een van de meest opmerkelijke episoden uit de Elfstedengeschiedenis. In Hindeloopen kwam om elf uur niet het duo Pronk en Jongert aan, maar Karst Leemburg.

In een stuk van veertig kilometer was een achterstand van twintig minuten omgebogen in een voorsprong van achttien minuten. Leemburg bleef vervolgens de hele rit aan kop schaatsen, maar bij IJlst stelde de voorsprong al niet veel meer voor, slechts 3 minuten op Jongert.

Hoe stil het was bij de start, zo vol was het bij de finish in Leeuwarden. Het zag zwart van de mensen bij de Willemskade waar de schaatsers zouden binnenkomen. Onder het publiek heerste een opgewonden stemming.

Er lag niet alleen een Fries aan kop, maar zelfs een Leeuwarder! Leemburg, die opnieuw een sprint had ingezet toen hij hoorde hoe dicht zijn achtervolgers bij hem waren, wist weer een voorsprong op te bouwen. Veel Friezen lieten Karst Leemburg een stuk achter hun rug schaatsen om te zorgen dat hij een beetje uit de wind bleef. In deze tijd keek niemand hier van op. Het werd gerekend tot thuisvoordeel.

In een tijd van 11 uur en 9 minuten kwam Leemburg over de finish. Toen het Elfstedenbestuur op hem af kwam om de winnaar te feliciteren sprak hij de woorden: Earst nei myn âlde mem! (Eerst naar mijn oude moeder!)

Karst Leemburg winnaar Elfstedentocht.

Karst Leemburg (1889 - 1958) was de winnaar van 1929. Na 11 uur en 9 minuten kwam hij als eerste over de streep in Leeuwarden, nadat de twee oorspronkelijke koplopers verkeerd schaatsten en zo de koppositie verloren aan Leemburg.

ER IS EEN FRIES, DIE WINT.

Karst raakte ook nog een stuk van zijn teen kwijt "Nadat ik even gerust had in mijn ledikant, kwam ik tot de ontdekking dat de grote teen van mijn linkervoet van de kou had geleden. Ik dompelde hem in een flinke bak ijskoud water. Later bleek dat ik dit goed gedaan had, want hij was werkelijk bevroren".Hier te zien in een flesje sterk water.

 

BUITENLANDSE PERS IN LEEUWARDEN.

The Times: 'In deze wedstrijd, die de grootste gebeurtenis op wintersportgebied in Nederland vormt, moeten de deelnemers een parcours langs elf steden in de provincie Friesland afleggen over een afstand van 205 kilometer (ruim 127 mijl)


TOP