Elfstedentocht 1917


DE ELFSTEDENTOCHT VAN 1917.

(Eerste: C. C. J. de Koning in 9 uur en 53 minuten).

Het was al zoo lang geleden. Sedert 1912 was het niet mogelijk geweest, een Elfstedentocht te organiseeren. Het zou eerst Januari 1917 moeten worden, dat de gedachten der schaatsliefhebbers zich weer eens in de Elfstedentochtsfeer konden onderdompelen. Voor hen brak eindelijk weer eens een gelukkige tijd aan, waarin voorgoed een einde kwam aan al die in omloop gebrachte geruchten, welke suggereerden, dat ons klimaat zich had gewijzigd en wij ons maar konden voorbereiden op koele zomers en zachte winters.

Aber nicht ganz! - moet Thialf daarboven op den Olympus in de rij der goden hebben gezegd. Hij kwam de regenboog-brug af en ging op dezen uithoek van de aarde zoo geducht aan het blazen, dat het kwik een goed stuk zonk en de thermometer constant terdege vriezend weer bleef aanwijzen. Na 19 Januari bleef het vriezen, en wel in die mate, dat het bestuur van de Elf Steden- Vereeniging het aandurfde een Elfstedentocht uit te schrijven op Zaterdag 27 Januari 1917.

Er kwamen voor dezen tocht in totaal 153 aanmeldingen, te weten 45 voor den wedstrijd en 108 voor den tocht. Toen de morgen van den grooten dag was aangebroken, vroor het nauwelijks.
Er woei een zacht windje, terwijl de lucht bewolkt was. De groote schare rijders verzamelde zich in hotel de Klanderij, waar de heer H. J. Kalt de deelnemers inlichtte over de route en den toestand van het ijs op de verschillende trajecten.

Hotel de Klanderij, te Leeuwarden.

Tegen vijf uur trok de stoet van rijders, voorop gegaan door Jhr. H. van Baerdt van Sminia, naar de Willemskade (Beursbrug ). Daar klonk te vijf uur het startschot, dat onmiddellijk de voorste groep in actie bracht. In de duisternis, enkel "verlicht" door de straatlantaarns die van elken rijder een schimachtigefiguur maakten, spoedden alras de velen zich voort naar het ver af gelegen doel., ....

Voor de tweede maal zou de naam "de Koning" den geheelen dag op aller lippen zweven. De winnaar van 1912 bleek ook nu weer de sterkste te zijn. Op een ongekend vroeg tijdstip - des namiddags om 2 uur 53 minuten - kwam hij te Leeuwarden binnen, zoodat hij de reis langs de Elf Steden in 9 uur en 53 minuten had volbracht!

Eerste werd dus C. C. J. DE KONING te Leur, aankomst te 2.53 te Leeuwarden; tweede SJ. SWIERSTRA te Offingawier, aankomst te 3.21; derde GERLOF VAN DER LEIJ te Finkum, aankomst te 4.04, tegelijkertijd met G. ZWIJZE te Gramsbergen (vierde); vijfde HENDRIK JELLES KOOISTRA te Warga, aankomst te 4.14.

De winnaar van 1912, COEN DE KONING, was ook ditmaal als winnaar uit het strijdperk getreden, terwijl hij zijn gereden tijd met 1 uur en 47 minuten had verbeterd! De tweede aankomende, SJ. SWIERSTRA. die in 1912 als derde was aangekomen, had zijn gereden tijd eveneens aanzienlijk verbeterd. De derde aankomende, G. VAN DER LEI]. die in 1909 tweede was geworden, maakte ook ditmaal een schitterenden tijd.

De Koning aan de eindstreep.

Van de 45 deelnemers aan den wedstrijd slaagden 37, terwijl van de 108-deelnemers aan den tocht 83 (onder wie vijf dames) de geheele route aflegden, zoodat tenslotte 120 van de 153 rijders de reis langs de Elf Steden hadden volbracht. Van de 37 rijders, die den wedstrijd volbrachten, woonden er 19 in Friesland; de andere 18 waren elders woonachtig. Van de 83 rijders, die den tocht volbrachten, woonden er 42 in Friesland; de overige 41 buiten deze provincie.

Tot de deelnemers, die den wedstrijd volbrachten, behoorde als zevende aankomende
(aankomst te 4.50 te Leeuwarden) sergeant Jan Ferwerda te Kampen, die in 1912 als tweede was aangekomen. Deze had in zijn boekje een tiental voorschriften voor den Elfstedentocht gepubliceerd, die wij belangrijk genoeg achten om ze hier over te nemen.

Perwerda gaf iederen deelnemer de volgende wenken: Vóór alles: Aanvaard den tocht met den ernstigen wil, hem te volbrengen; wapen u met zelfvertrouwen, zoodat ge overtuigd zijt, den strijd tot aan het einde te kunnen volhouden. Bereik dit door een stelselmatige voorbereiding, steeds het doel voor oogen houdende, te willen zegevieren. Bij deze voorbereiding geve men acht op de volgende wenken:

1. Training.

Lang voor het ijs er is, brenge men zijn lichaam in goede conditie en oefene de
spieren, welke bij het schaatsenrijden vooral in actie zullen zijn. Men doe veel aan gymnastiek, vooral beenbewegingen. Geregeld hard loopen ligt natuurlijk voor de hand, waarbij getracht wordt bij vaste tusschenpoozen, langzaam en diep adem te halen, (longen-gymnastiek).
Vooral mag het oefenen der rugspieren niet worden vergeten.

Door oververmoeidheid dier spieren en daardoor ontstane pijnen in den rug, heeft menigeen den tocht moeten staken. Rompbuigingen en -draaien, en reeds bij het beoefenen van den looppas de voorovergebogen houding van den schaatsenrijder aannemen, kunnen hier dienst doen.
Dat tot een goede training ook behoort het volgen van een zeer geregelde levenswijze, daarover behoeft zeker in onzen tijd van sport en wedstrijden niet nader te worden uitgewijd.

2. Kleeding.

Met de kleeding van een gymnast, zoo dun mogelijk, kan niet worden volstaan.
De schaatsenrijder is aan zooveel temperatuurswijzigingen en weersgesteldheden
blootgesteld, dat wel even bij de keuze van kleeding mag worden stilgestaan. Wollen of z.g. Jaeger-onderkleeding en een sporttrui voldoen mij het best, terwijl ik altijd zorg een wollen das of dergelijke bij mij te hebben ter beschutting om den hals bij scherpen oostenwind. Warme beenbekleeding is aan te raden, om stijf worden der kuitspieren te voorkomen.

3. Voeding.

"Rijden maakt hongerige magen", en hieraan gedachtig zal iemand allicht in de verleiding komen, zoo'n dag eens extra stevig te eten. Volgens mijn inzicht is zulks glad verkeerd.
Ik kwam beide wedstrijden in goede conditie aan, doch was heel matig geweest in het gebruik van spijzen. Wel gebruikte ik bij iederen controlepost iets, doch dan een glas melk met geklutst ei, of wel spuitwater of dergelijke.

4. Kennis der te volgen route.

Van te voren moet de route eens worden gereden. Natuurlijk behoeft dit niet in één dag, doch ik kan het ieder aanraden. Men wordt meer met den weg en het ijs vertrouwd. Wil men heel bekende stukken overslaan, ook goed. doch rijd vooral eens de route Stavoren-Sneek. De afstand is niet zoo groot. ± 50 K.M., en men heeft dan het moeilijkste gedeelte verkend.

5. Gidsen.

Heeft men zich te voren georiënteerd, dan is men niet zoo gebonden aan gidsen.
Dit geldt vooral voor hen, die den wedstrijd rijden, want hoewel de lofwaardige pogingen der diverse afdeelingsbesturen om gidsen beschikbaar te hebben, op prijs moet worden gesteld, is dit meer iets voor hen, die den tocht langzaam willen volbrengen. Het zou kunnen gebeuren, dat men een gids trof, die wel goed rijdt, doch voor een wedstrijdman niet vlug genoeg.

6. lndeeling van den dag.

Met alle bijzonderheden van de route bekend, en met inachtneming van de snelheid, die men weet te kunnen ontwikkelen, stelle men te voren ongeveer de tijdstippen vast, binnen welke men de onderscheidene baanvakken wil rijden en bij de controleposten aankomen. leder weet wel ongeveer wat hij kan presteeren en de afstanden tot lederen controlepost zijn bekend.

Nooit late men zich verleiden tot jakkeren en overspanning door te hard te gaan rijden, wanneer men wordt gepasseerd. Neem de rusten nooit te groot; hoogstens 15 minuten. De spieren mogen niet stijf worden; wat zij kunnen doen, eische men ook van hen.

7. Mondkost.

Onderweg mag men wel iets bij zich hebben, om zoo nu en dan in den mond te steken. Bij voorkeur maak ik gebruik van blauwe rozijnen en amandelen. (z.g. studentenhaver)en klontjes suiker. Om het evenwicht te bewaren en niet al te zoet te worden, kauw ik ook wel eens graag op een stukje droge Friesche worst.

8. Gebruik van sterken drank.

Moet ik hierover in onzen tijd nog iets zeggen, en betoogen dat gebruik van sterken drank beslist nadeelig is? Ik geloof van niet. Voor hen, die nog mochten twijfelen. wil ik gaarne verklaren, dat ik volgens persoonlijke ondervinding nooit zoo frisch en in goede conditie zou aankomen, wanneer ik sterken drank of bier had gebruikt.

9. Schaatsen.

Ieder mededinger zorge in het bezit te zijn van twee uitstekende, en volkomen aan elkaar gelijk zijnde, paren schaatsen. "Goed gereedschap is het halve werk." en mocht het ééne paar schaatsen in het ongereede geraken, dan mag het andere paar niet van zooveel andere constructie zijn, dat men moeite heeft er aan te wennen.

10. Gezondheid, wilskracht, zelfvertrouwen.

Natuurlijk, een gezond lichaam moet men hebben, doch het dan ook door goede voorbereiding, levenswijze, voeding, enz. in zoodanigen toestand gebracht, dat men zich volkomen in staat voelt den tocht te volbrengen, en men redelijkerwijze overtuigd kan zijn, geen nadeelige gevolgen te zullen ondervinden. Het is dan geen grootspraak, wanneer men te voren zegt den tocht te kunnen en willen volbrengen. Zelfkennis geeft zelfvertrouwen en is mede een der machtigste factoren, welke ter overwinning voeren.

Wat nu voorts het verloop van wedstrijd en tocht aangaat, citeeren wij het verslag van dien dag, ontleend aan het jubileumboekje van de Elf-Steden-Vereeniging.

Zachtgrijs kwam de ochtendlucht boven de huizen uit. Het eerste daglicht schemerde. Leeuwarden ontwaakte en toonde belangstelling voor de dappere mannen van de "izeren wjukken" (op schaatsen). Het behoeft nauwelijks gezegd, dat vele belangstellenden zich vervoegden bij den controlepost in hotel de "Oldehove", in afwachting van de eerste rijders uit de richting Dokkum.

Kort na zeven uur kwam de eerste rijder zich melden. Het was de bekende afstandrijder, winner van 1912, de heer C. C. J. de Koning, die met zijn stoeren, langen slag naderde. Hem vlak op de hielen zat SJ. Swierstra van Offingawier, die 2 minuten na de Koning arriveerde. Op hen volgden G. Zwijze van Gramsbergen te 7.11 en Gerlof van der Leij van Finkum te 7.12.

Deze vier mannen zouden hun leidende positie dien dag niet afstaan. Bijna in'dezelfde volgorde liepen zij dien namiddag na volbrachte reis te Leeuwarden binnen. De tocht door de provincie vond ditmaal onder gunstiger omstandigheden plaats dan in 1912.

Toen dooide het en was het ijs op vele plaatsen met water bedekt. Ditmaal toog men door het feestelijk-witte gebied van den winter. Het zachte licht van de Januari-zon fonkelde op het ijs. Er zou nauwelijks meer te wenschen zijn geweest àls - de banen op vele trajecten niet zoo slecht waren geweest!  Doch wie zal vechten tegen de machten der natuur? Bij harden wind was de strenge vorst ingevallen. Kan men dan gladde en effene banen verwachten?

Half drie des middags.

Het groote nieuws, eerst nauwelijks geloofd, heeft zich door Leeuwarden verspreid, meldende dat de eerste rijders weldra verwacht kunnen worden. Er staat een scherpe wind. Het hemelblauw is geheel achter wolken schuil gegaan en de menschen, die zich op de wallen bij de Beursbrug hebben verzameld, staan kleumend te wachten.

Het zijn er niet velen. Immers niemand heeft het aanvankelijk willen gelooven, dat de eerste rijders al zoo spoedig terug zouden zijn. Maar als het gerucht aanhoudt, verloochenen sommigen hun scepticisme en gaan alvast maar eens kijken.

Kort voor drie uur. Daar - in de verte - nadert een bekende figuur. Het is COEN DE KONING. Met een fermen streek rijdt hij naar de eindstreep. Hoera's weerklinken. De Koning schijnt buitengewoon vermoeid te zijn. Waarschijnlijk heeft hij, aangevuurd door het publiek, zich het laatste eindje een ietsje geforceerd.

Doch hij herstelt zich na een paar minuten, laat zich kieken en gaat naar de Klanderij. Hij arriveerde te 2 uur 53 te Leeuwarden en legde derhalve den ganschen afstand af in 9 uur en 53 minuten, zijn tijd van 1912 met 1 uur en 47 minuten verbeterend!

De tweede deelnemer liet bijna een half uur op zich wachten. Doch deze arriveerde om 3.21 in prachtconditie. Het was SJ. SWIERSTRA van Offingawier, wien men het niet kon aanzien, dat hij een schaatstocht van 200 kilometer achter den rug had.

En weer duurde het geruimen tijd, voordat GERLOF VAN DER LEIJ en G. ZWIJZE met een kwart seconde verschil te 4.04 binnenvielen. Tien minuten later arriveerde H. KOOISTRA uit Warga. E. Bergsma hield de eer van Leeuwarden op en meldde zich te 4.35. En bijna twee uur na de Koning, te 4.50, kwamen S. K. de Jong uit Winsum en J. Ferwerda uit Kampen binnen.

Deze laatste was ditmaal niet in een zoo goede conditie als in 1912, maar "De Koning had dan ook als een duivel gereden". Spoedig kwamen nu ook de eerste tocht-rijders opdagen. Het waren D. H. Schaap te Deersum, J.. C. Schaap te St. Anthonis en J. Feenstra te Oosterwelde, die om 5.06 aankwamen. De eerste dame, mej. Janne van der Weg, arriveerde te 6.49 met haar broeder als voorrijder, beiden in uitstekende conditie.

Overal was zij met gejuich ontvangen en te Leeuwarden had zij een enthousiaste ovatie in ontvangst te nemen, alvorens gedienstige handen haar de schaatsen afbonden.
Het bleef den heelen avond zeer druk aan beide kanten van de Willemskade en toen tegen middernacht de controle gesloten werd, hadden zich van de 45 wedstrijdrijders 37, en van de 108 tochtrijders 78 heeren en 5 dames, gemeld.

Onder de volbrengers van den tocht bevond zich ook de Heer W. J. H. Mulier, die, als oudste deelnemer, met reeds vijf kruisjes achter den rug, 's avonds bij de Frascati de door den Voorzitter uitgeloofde verguld zilveren medaille in ontvangst mocht nemen, terwijl de vijf dames, die op zoo flinke wijze den tocht hadden volbracht, verrast werden met de kleine gouden medaille, als broche te dragen, uitgeloofd door het Centraal Bestuur.

In de feestelijke bijeenkomst in de "Harmonie" werd nog menig hartelijk woord gesproken. Vele deelnemers aan wedstrijd en tocht bleven hier nog menig uurtje op ongedwongen en vroolijke wijze bijeen.

Dienzelfden dag was ook H. M. de Koningin met Prinses Juliana in de stad aangekomen. De Landsvrouwe bond de schaatsen onder en reed geruimen tijd op de banen der Koninklijke IJsclub. Bij de prijsuitdeeling in de "Harmonie" waren de volgende autoriteiten aanwezig: Mr. P. A. V. baron van Harinxma thoe Slooten, Commissaris der Koningin, en F. M. L. baron Van Geen, particulier secretaris van H. M. de Koningin.

De Elf-Steden medailles.

Samenvatting van verslagen.

1917

27 januari 1917.
Geringe vorst. Matige, oostelijk wind.
Hard ijs, niet mooi.
42 wedstrijdrijders aan de start, 9 geklasseerd.
108 toerrijders, 83 volbracht.
Winnaar: Coenradus Cornelis Josephus (Coen) de Koning, uit Arnhem.

Geen enkele Nederlandse schaatser heeft drie grote triomfen op zijn naam staan: wereldkampioen, Nederlands kampioen én winnaar van de Elfstedentocht. En dat laatste liefst twee maal!

Grote namen die bij de Tweede Elfstedentocht hoge ogen gooiden waren er ook nu weer bij: Coen de Koning, Gerlof van der Leij, Jan Ferwerda, Sjoerd Swierstra en anderen. Voor de wedstrijd zei Coen de Koning tegen Jan Ferwerda Coen de Koning wint deze Elfstedentocht, zo niet, dan kun jij voor De Koning een doodskist bestellen.

Al snel bleek De Koning vooralsnog zijn favorietenrol waar te kunnen maken. Op het stuk Leeuwarden – Dokkum was er nog sprake van een kopgroep, bestaande uit Coen de Koning uit Amsterdam, Swierstra, en het duo H. Krikke en Gerrit Zwijze, beide uit Gramsbergen afkomstig. Op de terugweg werd De Koning echter zo benauwd voor Swierstra dat deze een eind weg spurtte.

In Leeuwarden had Coen de Koning al 2 minuten voorsprong op Swierstra. Swierstra had op zijn beurt Krikke en Zwijze ook achter zich gelaten. De voorsprong van De Koning bleef. In Bolsward kwam hij zó snel aan dat de bemanning van de controlepost snel telegrammen stuurde naar de andere stempelposten omdat deze anders misschien nog onbemand zouden zijn.

In Stavoren was De Konings voorsprong gegroeid tot 20 minuten. Hij koos Jan Poepjes uit als gids voor over de meren, maar deze bleek grote moeite te hebben het hoge tempo bij te benen. Ondertussen wist ook Swierstra gehakt te maken van zijn achtervolgers. De achterstand liep op tot 17 kilometer in Hindeloopen.

Swierstra wist nog 7 minuten in te lopen op De Koning, maar deze wist in zo'n spetterende tijd te finishen dat er geen kruid tegen gewassen was: in een absoluut record kwam Coen de Koning in een tijd van 9 uur en 53 minuten over de finish. Ook zeker noemenswaardig is de prestatie van Swierstra, 28 minuten na De Koning kwam hij binnen. Vragen over moeheid wuifde hij weg met de woorden: Geen kwestie van. Dat moest er ook nog bijkomen. Ik moet toch nog dansen vanavond!

Links: Coenradus Cornelis Josephus (Coen) de Koning, midden: Cor de Koning en rechts: Jacobus Petrus (Jacgues of Sjaak) de Koning. Sjoerd Swierstra, die in 1912 na een eindsprint op de derde plaats eindigde, behaalde de tweede plaats.

Coenradus Cornelis Josephus (Coen) de Koning, als winner van den Frieschen Elf-stedentocht, door het bestuur van de Arnhemsche 'Sandimann IJsclub' te Arnhem gehuldigd.

De wereldkampioen Coenradus Cornelis Josephus (Coen) de Koning won den Elfstedentocht tweemaal: in 1912 en in 1917.


En:


TOP